GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600265
Datum uitspraak: 30 september 2026
VONNIS
in de zaak van
[eiser],
wonend op Bonaire,
eisende partij,
hierna: [eiser].
gemachtigde: mr. E.R.A. Morillo,
tegen
[gedaagde],
zonder bekende woon- of verblijfplaats op Bonaire,
gedaagde partij
hierna: [gedaagde]
niet verschenen.
1. Het procesverloop
eiser] heeft bij inleidend verzoekschrift, op 27 mei 2026 ter griffie ingediend, gesteld en gevorderd zoals is vermeld in dat verzoekschrift. [gedaagde] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Het Gerecht heeft tegen hem verstek verleend.
Vonnis is bepaald op heden.
2. De beoordeling
eiser] vordert [gedaagde] te veroordelen tot levering van een recht van erfpacht met bepaling dat dit vonnis in plaats van de vereiste leveringsakte kan worden ingeschreven in de openbare registers bij het Kadaster. Hij legt hieraan ten grondslag dat partijen op 16 september 2010 een koopovereenkomst hebben gesloten, dat hij de koopsom ook heeft betaald maar dat levering nimmer heeft plaatsgevonden. De vordering is niet weersproken en komt het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal de vordering worden toegewezen.
gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure en de nakosten (kosten van tenuitvoerlegging). Deze kosten worden aan de kant van [eiser] begroot op:
USD 159,00 aan betekeningskosten van het verzoekschrift
USD 251,00 aan griffierecht
USD 698.00 aan salaris gemachtigde (1 punt x liquidatietarief 5 voor bodemzaken)
USD 140,00 aan nakosten (plus de eventuele verhoging zoals vermeld in de beslissing).
Totaal: USD 1.248,00.
3. De beslissing
Het Gerecht:
veroordeelt [gedaagde] tot levering aan [eiser] van het recht van erfpacht (geldig tot 28 juli 2053) met betrekking tot een perceel grond met daarop een in aanbouw zijnde woning te [plaats] op Bonaire, kadastraal bekend als afdeling [kadastrale aanduiding] met een oppervlakte van 1.136 m2;
bepaalt dat dit vonnis op grond van het bepaalde in artikel 3:300 van het Burgerlijk Wetboek BES in de plaats treedt van de vereiste leveringsakte en kan worden ingeschreven in de openbare registers;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten en nakosten aan [eiser], begroot op USD 1.248,00, verhoogd met USD 84,00 in geval van betekening indien nakoming door [gedaagde] uitblijft binnen veertien dagen nadat hem schriftelijk is verzocht om aan het vonnis te voldoen;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.