GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600409 (incident) BON202600175 (hoofdzaak)
Datum uitspraak: 30 september 2026
VONNIS
in het incident tot tussenkomst van
de Vereniging van Eigenaren Wegen en Voorzieningen Suikerpalm,
gevestigd op Bonaire,
verzoekende partij in het incident,
hierna: de VVE,
gemachtigden: mrs. A. Schennink en A. van Hooijdonk,
in de hoofdzaak (BON202600175) tussen
de besloten vennootschap (in liquidatie) SUIKERPALM B.V.,
gevestigd op Bonaire,
eisende partij,
hierna: Suikerpalm,
gemachtigden: mrs. A. Schennink en A. van Hooijdonk,
en
1. [gedaagde 1]
2. [gedaagde 2]
beiden wonend op Bonaire,
gedaagde partijen,
hierna: [gedaagde partij],
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift in de hoofdzaak van Suikerpalm, ingediend op 7 april 2026;
de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van [gedaagde partij];
de incidentele vordering tot tussenkomst van de VVE, ingediend op 9 juli 2026;
de conclusie van antwoord in het incident van Suikerpalm;
de conclusie van antwoord in het incident van [gedaagde partij];
Vonnis in het incident is bepaald op vandaag.
2. De feiten
Suikerpalm en [gedaagde partij] hebben op 30 september 2024 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een perceel grond, gelegen te Suikerpalm op Bonaire. In artikel 15 van deze overeenkomst is onder meer bepaald:
De maximale bouwhoogte van de woning is omschreven in het ruimtelijke ontwikkelingsplan Bonaire
Als bijlage 2 bij de koopovereenkomst is het uittreksel uit het ruimtelijk ontwikkelingsplan Bonaire gevoegd, waarin staat dat de maximale goot- en bouwhoogte respectievelijk 4 en 6 meter bedragen. Deze bijlage is door partijen geparafeerd.
In artikel 15 van de koopovereenkomst is verder bepaald:
Bij overtreding van een of meer van de bepalingen van dit artikel 15, zal de overtreder, ten behoeve van de Vereniging van Eigenaren Wegen en Voorzieningen Suikerpalm of diens rechtsopvolgers een onmiddellijk opeisbare boete verbeuren […..], onverminderd het recht van Vereniging van Eigenaren Wegen en Voorzieningen Suikerpalm om, waar toepasselijk, het in strijd met enige betrokken bepaling aanwezige, te doen verwijderen, wijzigen dan wel herstellen op kosten van de eigenaar.
gedaagde partij] bouwen op het perceel een woning.
Suikerpalm stelt dat de wonig de maximale bouwhoogte overschrijdt en vordert daarom in de hoofdzaak een verklaring voor recht, nakoming (door afbraak c.q. aanpassing van de tweede bouwlaag) en betaling van de contractuele boete.
gedaagde partij] voert in de hoofdzaak verweer.
De hoofdzaak staat voor comparitie van partijen.
3. De vordering en het verweer
De VVE vordert - kort gezegd – haar verzoek tot tussenkomst toe te wijzen en haar als procespartij toe te laten in de hoofdzaak.
Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat zij een zelfstandig belang heeft bij de uitkomst van de hoofdzaak. De bepalingen van artikel 15 van de koopovereenkomst dienen het projectbelang en worden door de VVE bewaakt. De contractuele boete uit dit artikel is ook aan de VVE verschuldigd. De VVE wenst uit eigen recht vorderingen in te stellen tegen [gedaagde partij]
Suikerpalm concludeert tot toewijzing van de incidentele vordering.
gedaagde partij] voert verweer tegen de incidentele vordering.
Op de stellingen en verweren van partijen zal hierna, voor zover nodig, verder worden ingegaan.
4. De beoordeling
Op grond van artikel 214 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES (Rv) kan een ieder die belang heeft bij een rechtsgeding, hangende tussen andere partijen, vorderen daarin tussen te komen. Vereist is dat de tussenkomende partij een eigen vordering tegen (één van) de partijen wenst in te stellen en daarbij een belang heeft in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden.
Uit de stellingen van de VVE volgt dat zij een eigen vordering heeft tegen [gedaagde partij] Immers, op grond van de koopovereenkomst kan de VVE aanspraak maken op een boete als [gedaagde partij] de bepalingen van artikel 15 hebben overtreden en kan zij bebouwing verwijderen, wijzigen of herstellen op kosten van [gedaagde partij] Dat Suikerpalm mogelijk (deels) dezelfde vorderingen jegens [gedaagde partij] heeft, neemt het belang van de VVE niet weg.
Het hiervoor geschetste belang betekent ook dat de VVE nadelige gevolgen van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden. Als daarin de vorderingen van Suikerpalm tot betaling van de contractuele boete ten behoeve van de VVE en tot afbraak c.q. aanpassing zouden worden afgewezen, is dat immers nadelig voor de VVE. Zij zal dan een zelfstandige procedure moeten starten, met risico op tegenstrijdige beslissingen. Bovendien speelt nog het volgende: [gedaagde partij] betwist in de hoofdzaak dat zij de bouwhoogte hebben overschreden en stelt dat er een onafhankelijke deskundige moet worden benoemd of een descente zou moeten worden gelast. Ook in het licht daarvan is het geraden de VVE toe te laten tot de hoofdzaak, zodat de feitenvaststelling in één procedure plaats kan vinden.
De inhoudelijke bezwaren van [gedaagde partij] tegen de vorderingen van de VVE kunnen in de procedure ná tussenkomst aan de orde worden gesteld. Anders dan [gedaagde partij] stelt, valt niet in te zien dat daarmee onredelijke vertraging in de hoofdzaak ontstaat. Zowel de vorderingen van Suikerpalm en de VVE als de daaraan ten grondslag gelegde feiten zijn immers grotendeels gelijkluidend. Bovendien worden Suikerpalm en de VVE door dezelfde gemachtigden vertwgenwoordigd.
Het voorgaande betekent dat de vordering tot tussenkomst zal worden toegewezen. Hoewel het Gerecht zich zou kunnen voorstellen dat de zaak – uit overwegingen van snelheid en efficiëntie – vervolgens direct op een comparitie met drie partijen zal worden geplaatst (nu zowel de vorderingen van de VVE als de grondslagen daarvoor al in de incidentele conclusie zijn vermeld), zal de VVE gelet op het verweer van [gedaagde partij] in de gelegenheid worden gesteld haar vorderingen in een conclusie van eis te formuleren en (nader) te onderbouwen. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol van 28 oktober a.s., direct ambtshalve peremptoir. Suikerpalm en [gedaagde partij] zullen vervolgens op die eis van de VVE mogen antwoorden.
Over de proceskosten in het incident zal in de hoofdzaak worden beslist.
5. De beslissing
Het Gerecht:
wijst de vordering tot tussenkomst van de VVE toe;
laat de VVE toe tussen te komen in de tussen Suikerpalm en [gedaagde partij] aanhangige procedure onder nummer BON202600175;
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 28 oktober 2026 voor een conclusie van eis door de VVE (P1);
verstaat dat over de proceskosten in het incident in de hoofdzaak zal worden beslist.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.