GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600430
Datum uitspraak: 30 september 2026
VONNIS
in de zaak van
1. [eiser 1],
wonend op Bonaire,
2. [eiser 2]
Wonend in Zwitserland,
eisende partijen,
hierna: [eisende partij],
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[gedaagde],
wonend op Bonaire,
gedaagde partij
hierna: [gedaagde],
niet verschenen.
1. Het procesverloop
eisende partij] heeft bij inleidend verzoekschrift, op 31 juli 2026 ter griffie ingediend, gesteld en gevorderd zoals is vermeld in dat verzoekschrift. [gedaagde] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Het Gerecht heeft tegen hem verstek verleend.
Vonnis is bepaald op heden.
2. De beoordeling
eisende partij] vordert primair [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een contractuele boete van USD 63,750,00, te vermeerderen met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Hij legt hieraan ten grondslag dat [gedaagde] in verzuim was in zijn verplichtingen uit een tussen partijen gesloten koopovereenkomst, dat [eisende partij] die overeenkomst daarom buitengerechtelijk hebben ontbonden en dat [gedaagde] daarom de contractuele boete van 10% van de koopsom verschuldigd is. De primaire vordering is niet weersproken en komt het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal de vordering worden toegewezen, behoudens voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde wettelijke rente is, gelet op de sommatiebrief van 19 september 2025, verschuldigd vanaf 2 oktober 2025.
Met betrekking tot de incassokosten geldt het volgende. [eisende partij] heeft die kosten gevorderd “voor zover deze kosten door [eisende partij] worden gespecificeerd”. Nu geen specificatie in het geding is gebracht en geen bedrag is genoemd, kunnen deze kosten niet worden toegewezen.
gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure en de nakosten (kosten van tenuitvoerlegging). Deze kosten worden aan de kant van [eisende partij] begroot op:
USD 159,00 aan betekeningskosten van het verzoekschrift
USD 638,00 aan griffierecht
USD 1.117,00 aan salaris gemachtigde (1 punt x liquidatietarief 7 voor bodemzaken)
USD 140,00 aan nakosten (plus de eventuele verhoging zoals vermeld in de beslissing).
Totaal: USD 2.054,00.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten en nakosten wordt toegewezen zoals in de beslissing staat vermeld.
3. De beslissing
Het Gerecht:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eisende partij] van USD 63.750,00, op de grond dat de koopovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden, te verminderen met ieder bedrag dat ter zake daarvan uit de waarborgsom aan [eisende partij] is of wordt uitgekeerd en te vermeerderen met de wettelijke rente over eerstgenoemd bedrag vanaf 2 oktober 2025 tot aan de dag van volledige betaling daarvan;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten en nakosten aan [eisende partij], begroot op USD 2.054,00, verhoogd met USD 84,00 in geval van betekening indien nakoming door [gedaagde] uitblijft binnen veertien dagen nadat hem schriftelijk is verzocht om aan het vonnis te voldoen;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten en nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald en over het bedrag van de verhoging vanaf veertien dagen na de betekening;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.