GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600324
Datum uitspraak: 30 september 2026
VONNIS
in de zaak van
de stichting FUNDASHON CAS BONAIRIANO,
gevestigd op Bonaire,
eisende partij,
hierna: FCB,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
[gedaagde],
wonend op Bonaire,
gedaagde partij
hierna: [gedaagde],
niet verschenen.
1. Het procesverloop
FCB heeft bij inleidend verzoekschrift, op 18 juni 2026 ter griffie ingediend, gesteld en gevorderd zoals is vermeld in dat verzoekschrift. [gedaagde] is, hoewel behoorlijk opgeroepen (te weten op het adres waar zij nog steeds in de basisadministratie is ingeschreven), niet verschenen. Het Gerecht heeft tegen haar verstek verleend.
Vonnis is bepaald op heden.
2. De beoordeling
FCB vordert betaling van een geldbedrag van USD 7.510,93, te vermeerderen met wettelijke rente, USD 838,50 aan buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Zij legt hieraan ten grondslag dat [gedaagde] het door haar van FCB gehuurde na het einde van de huurovereenkomst in slechte staat van onderhoud heeft achtergelaten en dat zij daarom de herstelkosten moet betalen. De vordering is niet weersproken en komt het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal de vordering worden toegewezen.
gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure en de nakosten (kosten van tenuitvoerlegging). Deze kosten worden aan de kant van FCB begroot op:
USD 159,00 aan betekeningskosten van het verzoekschrift
USD 419,00 aan griffierecht
USD 559,00 aan salaris gemachtigde (1 punt x liquidatietarief 4 voor bodemzaken)
USD 140,00 aan nakosten (plus de eventuele verhoging zoals vermeld in de beslissing).
Totaal: USD 1.277,00.
3. De beslissing
Het Gerecht:
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan FCB van USD 8.349,43, te vermeerderen met de wettelijke rente over USD 7.510,93 vanaf 18 juni 2026 tot aan de dag van volledige betaling daarvan;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten en nakosten aan FCB, begroot op USD 1.277,00, verhoogd met USD 84,00 in geval van betekening indien nakoming door [gedaagde] uitblijft binnen veertien dagen nadat haar schriftelijk is verzocht om aan het vonnis te voldoen;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.