GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500504 en BON202500506
datum beslissing: 2 oktober 2026
BESCHIKKING
in de zaak van:
[de vader],
wonend te Bonaire,
hierna: de vader,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel,
tegen
[de moeder],
wonend te Bonaire,
hierna: de moeder,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.
De Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad) is op grond van artikel 810 Rv BES opgeroepen met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats].
1. Het verdere procesverloop
Voor het verloop van de procedure tot 27 mei 2026 wordt verwezen naar de beschikking van die datum.
De verdere mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 september 2026. De moeder is verschenen met haar gemachtigde. De gemachtigde van de vader is verschenen. De vader zelf is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Ook een medewerker van de Voogdijraad is aanwezig.
Daarna is bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2. De verdere beoordeling
Voor liggen nog de verzoeken van de vader tot gezamenlijk gezag over [de minderjarige] en het afspreken van een omgangsregeling. Eerder zijn die verzoeken aangehouden afwachting van informatie van het MHC, waar [de minderjarige] onder behandeling was. Tijdens de verdere mondelinge behandeling is gebleken dat de moeder geen verslag van de behandeling van [de minderjarige] heeft ontvangen van MHC. Wel heeft de moeder gezegd dat de behandeling is afgerond en dat het op dit moment goed gaat met [de minderjarige].
Met betrekking tot het gezag overweegt het Gerecht dat er geen aanleiding is daarin verandering in aan te brengen. De vader heeft dit weliswaar verzocht, maar heeft niet onderbouwd waarom deze wijziging in het belang van [de minderjarige] zou zijn. Het Gerecht merkt op dat de vader in de procedure heeft gesteld dat de moeder [de minderjarige] van hem weg houdt en co-ouderschap heeft verzocht. Maar gebleken is dat het juist de vader is die zich de afgelopen periode niet aan de afgesproken omgangsregeling houdt; hij heeft daarover op een eerdere zitting gezegd dat hij door zijn ‘drukke werkzaamheden’ niet in staat is een duurzame omgangsregeling af te spreken en na te komen. Hoe zich dat verhoudt tot zijn eerdere verzoeken is niet duidelijk; de vader heeft die niet ingetrokken en is niet naar de zitting gekomen om een en ander toe te lichten en vragen van de rechter te beantwoorden. De vraag rijst al met al hoe serieus zijn verzoeken zijn en of deze niet zijn gedaan – zoals de gemachtigde van de vrouw suggereert – als ‘revanche’ voor een door de vrouw gelegd beslag wegens niet betaalde kinderalimentatie. Nu ook de Voogdijraad op basis van de huidige informatie geen aanleiding ziet in de huidige gezagssituatie wijziging aan te brengen, zal het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag worden afgewezen.
Over een omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] adviseert de Voogdijraad een basis omgangsregeling vast te leggen, waarbij de ouders ruimte krijgen om dit in onderling overleg uit te breiden. Het Gerecht volgt dit advies van de Voogdijraad. Het is in het belang van [de minderjarige] dat er duidelijkheid komt en dat er een omgangsregeling komt die ook daadwerkelijk door de vader kan en zal worden nagekomen. Het Gerecht zal daarom bepalen dat de man een dagdeel per week omgang zal hebben met [de minderjarige] en dat de ouders samen afspreken welk dagdeel dat is en of er ruimte is voor uitbreiding van deze regeling. Het Gerecht benadrukt daarbij nogmaals dat het in het belang van [de minderjarige] is dat de afspraken met betrekking tot de omgangsregeling worden nagekomen, zodat [de minderjarige] op dat vlak weer vertrouwen kan opbouwen.
De vader zal worden toegestaan kosteloos te procederen gelet op het door hem overgelegde formulier van de Raad voor Rechtsbijstand.
Vanwege het familierechtelijke karakter is voor een veroordeling in de proceskosten geen plaats en zal iedere partij de eigen kosten dragen.
3. De beslissing
Het Gerecht:
staat de vader toe kosteloos te procederen;
wijst af het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag over de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats];
bepaalt dat de vader één dagdeel per week omgang zal hebben met [de minderjarige], in goed overleg tussen de vader en moeder te bepalen en in te vullen en dat de omgangsregeling in overleg tussen de ouders kan worden uitgebreid;
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.