GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600123, BON202600124, BON202600125
Datum uitspraak: 2 oktober 2026
Beschikking in de zaak van:
[de moeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de vrouw of moeder,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[de vader],
wonende te Bonaire,
hierna: de man of vader.
De Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad) is op grond van artikel 810 Rv BES opgeroepen met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarigen:
- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats], hierna: [de minderjarige 1];
- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats], hierna: [de minderjarige 2].
1. Het verdere procesverloop
Voor het procesverloop tot 22 april 2026 wordt verwezen naar de beschikking van die datum.
De Voogdijraad heeft op 19 augustus 2026 een raadsrapportage ingediend.
Op 18 september 2026 heeft de voortgezette mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij zijn de man en de vrouw verschenen. Als gemachtigde van de vrouw is mr. Van Lieshout verschenen. Ook is een medewerker van de Voogdijraad verschenen.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De verdere beoordeling
Op 22 april 2026 is beslist dat een onderzoek van de Voogdijraad nodig is om het Gerecht te adviseren over een omgangsregeling en informatievoorziening. Voor de kosten van verzorging en opvoeding is toen een voorlopige bijdrage van USD 250,00 per maand vastgesteld.
De Voogdijraad heeft in de raadsrapportage vermeld dat de voorlopige omgangsregeling, die de ouders tijdens de voorgaande mondelinge behandeling hebben afgesproken, niet van de grond lijkt te komen. Ook met hulp van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (hierna: ZJCN) is het niet gelukt om hier verandering in te brengen. Er zijn ook forse zorgen over de opvoedomgeving van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2]. Regelmatig zijn er forse conflicten tussen de ouders die ook in ernst en frequentie lijken toe te nemen. De Voogdijraad adviseert om de omgangsregeling vast te stellen op vaste dagen en tijden of deze voorlopig te stoppen tot ZJCN een duidelijk plan heeft gemaakt.
In verband met de ernstige zorgen die er bestaan over de opvoedomgeving van de kinderen heeft de Voogdijraad besloten het onderzoek uit te breiden naar een onderzoek voor de noodzaak van een kinderbeschermingsmaatregel.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de vader vanwege zijn onregelmatige werktijden niet in staat is geweest om een duurzame omgangsregeling na te komen. Dit heeft er onder andere voor gezorgd dat de moeder overbelast is geraakt. Zij heeft naast de zorg voor de kinderen haar fulltime baan en volgt een opleiding. Het mag dan zo zijn dat de vader onregelmatige werktijden heeft, dat ontslaat hem niet van de verantwoordelijkheid voor zijn kinderen. Van hem mag worden verwacht dat hij zich inspant om met zijn werkgever zijn inroostering te bespreken, zodat er in ieder geval vaste dagen zijn waarop hij omgang met zijn kinderen kan hebben. Zijn werkgever is een overheidsinstantie; deze zal daaraan dus naar alle waarschijnlijkheid meewerken. De vader heeft gezegd dat hij dan een beslissing van de rechter wil hebben waarop die dagen zijn vermeld. Omdat het ook in het belang van de kinderen (en de moeder) is dat er duidelijkheid bestaat over de dagen waarop zij bij de vader zullen verblijven, zal de rechter nu de dagen voor de omgang bepalen. Het werkrooster zal aangepast moeten worden aan de omgangsdagen in plaats van andersom; dat laatste heeft immers niet gewerkt zoals is gebleken. Verder zal het Gerecht bepalen dat tijdens de schoolvakanties de zorg voor de kinderen evenredig zal moeten worden verdeeld tussen de vader en de moeder.
Tijdens de voorgaande mondelinge behandeling is het verzoek van de vrouw tot betaling van kinderalimentatie aangehouden in afwachting van afspraken over een omgangsregeling. Ter zitting is gebleken dat de vader een voorlopig bedrag aan kinderalimentatie betaalt van totaal USD 250,00 per maand. Dit bedrag is in de beschikking van 22 april 2026 ook als voorlopige bijdrage vastgesteld. De vrouw heeft in totaal USD 300,00 per maand verzocht. Het Gerecht ziet geen aanleiding om op dit moment een ander bedrag dan USD 250,00 vast te stellen of de Voogdijraad een berekening te laten opstellen. Het is van belang dat eerst blijkt dat de nu opgelegde omgangsregeling bestendig blijkt. Ook is van belang of het partijen lukt om afspraken te maken over kosten voor het schooltransport. Mocht er aanleiding zijn een ander bedrag vast te stellen, kan elk van de partijen daartoe altijd een verzoek indienen. Het Gerecht zal de kinderalimentatie vaststellen op USD 250,00 per maand.
De man moet de kinderalimentatie steeds vooraf, vóór de eerste dag van de maand, betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in die maand worden gemaakt en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald. De kinderalimentatie moet worden betaald aan de Voogdijraad. De inning en uitbetaling opgedragen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland. Daarom wordt hierna bepaald dat aan de Belastingdienst moet worden betaald.
Vanwege het familierechtelijke karakter is voor een veroordeling in de proceskosten geen plaats en zal iedere partij de eigen kosten dragen.
3. De beslissing
Het Gerecht:
stelt vast de volgende omgangsregeling:
- elke woensdag haalt de vader de kinderen op van de school en/of de kinderopvang en blijven de kinderen bij de vader overnachten. Op donderdagochtend brengt de vader de kinderen naar school en/of kinderopvang;
- ieder weekend in de even weken verblijven de kinderen bij de vader van zaterdagochtend 9 uur tot zondagavond 19.00 uur;
- tijdens de schoolvakanties wordt de zorg voor de kinderen in onderling overleg evenredig verdeeld tussen de vader en de moeder, dat betekent dat zowel de vader als de moeder de helft van de schoolvakanties voor zijn of haar rekening neemt;
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats], en [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats]., met ingang van 1 november 2026 op USD 250,00 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland;
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, op 2 oktober 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.