GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600364
datum beslissing: 8 oktober 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
[de man],
wonende te Bonaire,
hierna: de man,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[de vrouw],
wonende te Bonaire,
hierna: de vrouw.
Met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige is de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad) opgeroepen.
1. De procedure
Op 2 juli 2026 heeft het Gerecht het verzoekschrift met bijlagen van de man ontvangen.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2026. De man is met zijn gemachtigde verschenen. De vrouw verscheen in persoon. Ook een medewerker van de Voogdijraad was aanwezig. Tijdens de zitting is besproken dat ook kennis wordt genomen van het ouderschapsplan dat is overgelegd in de echtscheidingszaak.
De rechter heeft na de zitting direct mondeling uitspraak gedaan.
2. De feiten
De man en de vrouw zijn op [datum] 2019 met elkaar gehuwd. Tijdens het huwelijk is het volgende nu nog minderjarige kind geboren: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats], hierna: [de minderjarige].
Bij beschikking van 28 januari 2026 van dit Gerecht is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Partijen hebben een echtscheidingsconvenant gesloten met een ouderschapsplan, dat is gehecht aan de echtscheidingsbeschikking.
In het ouderschapsplan is de volgende omgangsregeling opgenomen:
“Care and Contact Schedule
Until the age of three, the child will spend two fixed nights per week at the father’s home:
One weekend night, according to the weekend rotation described below, and
One weekday night on a fixed day mutually agreed upon by both parents. During all other days of the week, the child will stay with the mother.
Weekend rotation (applies at all ages unless parents agree otherwise):
Every other weekend, the child stays fro Friday evening to Saturday evening with the father;
On the alternate weekend, the child stays from Saturday evening to Sunday evening with the father.
From the age of three, the child’s overnight contact with the father may be expanded to three nights per week. The third overnight may be scheduled, by mutual agreement.
School holidays and public holidays shall be shared as equally possible between both parents, taking into account the best interests of the child.”
3. Het verzoek en de beoordeling
Het verzoek
De man verzoekt:
- de bestaande omgangsregeling te wijzigen en een nog nader in te vullen nieuwe (ruimere) omgangsregeling vast te stellen;
- te bepalen dat partijen gehouden zijn in redelijkheid uitvoering te geven aan deze regeling en elkaar tijdig te informeren over omstandigheden die de uitvoering daarvan raken;
- althans een zodanige regeling vast te stellen als het Gerecht in het belang van de minderjarige juist acht.
De beoordeling
Op grond van artikel 1:377e BW BES kan de rechter in eerste aanleg op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de man en de vrouw betrokken ouders zijn. De communicatie tussen de man en de vrouw verloopt op zich goed. Er is in het kader van de echtscheiding een ouderschapsplan opgesteld. De omgang in de praktijk is anders dan in het ouderschapsplan is afgesproken. Partijen zijn het erover eens dat de omgang in de weekenden anders plaatsvindt, namelijk niet elk weekend één nacht en dag (afwisselend op vrijdag/zaterdag en op zaterdag/zondag), maar om de week twee nachten en dagen (vrijdag tot en met zondag). Dat willen zij zo houden. Daarnaast verblijft [de minderjarige] doordeweeks afwisselend bij de vrouw en de man. Voor de zomervakantie was zij doordeweeks om de dag bij de man (en dus niet slechts een nacht per week). De man ziet dat als een structurele wijziging, de vrouw als incidentele afwijkingen in onderling overleg. De Voogdijraad heeft ter zitting aangegeven dat een dergelijke ‘dag-op-dag-af’-regeling niet in het belang van [de minderjarige] lijkt te zijn. Gezien haar leeftijd is het wenselijker [de minderjarige] een aantal dagen achter elkaar bij de vader of de moeder te laten verblijven, al moet ook rekening worden gehouden met wat voor beide ouders het beste werkt. De Voogdijraad ziet voor het overige geen bezwaar om de bestaande praktijk vast te leggen.
Het Gerecht stelt voorop dat een (door de ouders getroffen of door de rechter vastgestelde) omgangsregeling een kader geeft waaraan partijen zich in beginsel moeten houden, maar waarvan zij in onderling overleg kunnen afwijken als de omstandigheden daarom vragen. Nu partijen het eens zijn over een aangepaste weekendregeling, zal het Gerecht de omgangsregeling op dat punt alvast wijzigen. Of en hoe de regeling voor de doordeweekse dagen moet worden gewijzigd, is nog niet duidelijk; partijen zijn het daar ook nog niet over eens. Partijen zijn wel bereid om samen met mr. Van Lieshout en mogelijk met mr. Winkel, al dan niet met hulp van een mediator, te proberen afspraken te maken over een omgangsregeling die zowel op papier als in de praktijk voor beide partijen duurzaam en werkbaar is. Daarbij zal ook de regeling voor de omgang tijdens vakanties en feestdagen aan de orde komen. Daarop vooruitlopend is afgesproken dat de man de vrouw uiterlijk 25 oktober 2026 zal informeren over zijn plannen voor de kerstvakantie zodat zij daarmee rekening kan houden. Het Gerecht verwijst de zaak naar de rolzitting van 27 januari 2027 om 09.30 uur voor een evaluatie. Mocht dan blijken dat er geen omgangsregeling tot stand is gekomen dan zal het Gerecht zo spoedig mogelijk een vervolgzitting plannen.
4. De beslissing
Het Gerecht:
wijzigt de bestaande omgangsregeling in die zin dat voor de weekenden het volgende geldt:
[de minderjarige] verblijft een keer per twee weken van vrijdagavond tot zondagavond (inclusief de nachten) bij de vader;
houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst voor een evaluatie de zaak naar de rolzitting van 27 januari 2027, 09.30 uur;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op 20 oktober 2026 op schrift gesteld.