ECLI:NL:OGEABES:2026:254

ECLI:NL:OGEABES:2026:254

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 08-10-2026
Datum publicatie 23-10-2026
Zaaknummer BON202600394 & BON202600395
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Herstel omgang tussen vader en minderjarige. Verzoek wijziging kinderalimentatie.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600394, BON202600395

datum beslissing: 8 oktober 2026

BESCHIKKING

op het verzoek van

[de man],

wonende te Bonaire,

hierna: de man,

gemachtigde: mr. E.J. Winkel,

tegen

[de vrouw],

wonende te Bonaire,

hierna: de vrouw,

gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout.

Met het oog op de beoordeling van de belangen van de minderjarige is de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad) opgeroepen.

1. De procedure

Op 15 juli 2026 heeft het Gerecht het verzoekschrift met bijlagen van de man ontvangen.

Het verweerschrift met zelfstandige tegenverzoeken is ingediend op 1 oktober 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2026. De man en de vrouw zijn met hun gemachtigden verschenen. Ook een medewerker van de Voogdijraad was aanwezig.

De rechter heeft na de zitting direct mondeling uitspraak gedaan.

2. De feiten

Tijdens de affectieve relatie tussen partijen is de thans nog minderjarige [de minderjarige] geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats], hierna [de minderjarige]. De man heeft [de minderjarige] erkend.

Bij beschikking van 26 juni 2024 van dit Gerecht is de man, samen met de vrouw, belast met het gezag over [de minderjarige].

3. Het verzoek en de beoordeling

Het verzoek

De man verzoekt primair:

- de vastgestelde omgangsregeling te wijzigen in een vorm van co-ouderschap, waarbij [de minderjarige] om de week bij zijn vader verblijft en de andere week bij de moeder verblijft;

- het vastgestelde bedrag aan kinderalimentatie te wijzigen in die zin dat er in verband met de gewenste omgangsregeling geen kinderalimentatie meer aan de vrouw is verschuldigd en het bedrag op nihil te stellen.

De man verzoekt subsidiair:

- de omgangsregeling zodanig te wijzigen dat de man [de minderjarige] direct na werktijd kan ophalen na de opvang en dat de omgang ook doorgang vindt op dagen dat [de minderjarige] niet bij de opvang verblijft;

- dat een zorgkorting op de vastgestelde kinderalimentatie wordt vastgesteld die recht doet aan de omgang van de man met [de minderjarige].

De vrouw voert verweer tegen de verzoeken van de man en verzoekt het Gerecht de voorgestelde ‘week-op-week-af’ omgangsregeling en verruiming van de onbegeleide omgang af te wijzen. Ook verzoekt zij de huidige maandelijkse bijdrage aan kinderalimentatie van USD 190,00 te handhaven. Verder doet de vrouw een aantal zelfstandige tegenverzoeken die zien op de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige], de omgangsregeling en informatievoorziening.

De beoordeling

Op grond van artikel 1:377e BW BES kan de rechter in eerste aanleg op verzoek van de ouders of van een van hen een beslissing inzake de omgang alsmede een door de ouders onderling getroffen omgangsregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de man sinds 16 mei 2026 [de minderjarige] niet meer heeft gezien. De communicatie tussen partijen is zeer slecht te noemen. Er hebben zich incidenten voorgedaan tussen de man en de vrouw waarbij de veiligheid van de vrouw en haar nieuwe partner in het geding is. Ter zitting heeft de man erkend dat hij zich in het verleden, na het beëindigen van de relatie door de vrouw, ongepast heeft gedragen. Hij stelt echter dat hij de situatie inmiddels heeft geaccepteerd en dat hij zich netjes opstelt tegenover de vrouw. Zij frustreert echter al lange tijd de omgang met zijn zoon. Hij wil uiteindelijk een gelijke verdeling van de zorg over [de minderjarige], en eerst en vooral wil hij nu zijn kind graag weer zien. De Voogdijraad legt ter zitting uit dat een vader in beginsel recht heeft op contact met zijn kind en stelt voor dat het contact met ingang van komende zaterdag, 10 oktober 2026, hersteld gaat worden. Wat de Voogdijraad betreft kan dat in onbegeleide vorm, bijvoorbeeld gedurende de middag van 12.00 tot 16.00 uur. Ook adviseert de Voogdijraad dat na het weekend, op maandag 12 oktober 2026, door partijen contact wordt opgenomen met Jeugdzorg om hulpverlening op gang te brengen. Deze hulpverlening is nodig om het vertrouwen tussen partijen te herstellen en de communicatie tussen hen te verbeteren.

Het Gerecht overweegt dat herstel van het contact tussen de man en [de minderjarige] noodzakelijk is en zal bepalen dat dit een aanvang neemt op zaterdag 10 oktober 2026 van 12.00 uur tot 16.00 uur. Ook zal het Gerecht bepalen dat deze omgang onbegeleid zal zijn en zal voortduren tot het evaluatiemoment van de rolzitting op 27 januari 2027, 09.30 uur of tot het moment dat er met hulp van Jeugdzorg een omgangsregeling is overeengekomen. Verder zal het Gerecht bepalen dat partijen zich op maandag 12 oktober 2026 melden bij de afdeling Jeugdzorg van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (hierna: ZJCN) om door middel van hulpverlening te werken aan herstel van vertrouwen tussen partijen en te komen tot een duurzamere omgangsregeling tussen de man en [de minderjarige].

Op de verzoeken van partijen zal het Gerecht nu verder nog niet definitief beslissen. In afwachting van de ontwikkelingen met betrekking tot de in te zetten hulpverlening zal het Gerecht de beslissingen hierover aanhouden tot de rolzitting van 27 januari 2027, 09.30 uur.

4. De beslissing

Het Gerecht:

stelt voorlopig de volgende onbegeleide omgangsregeling vast: iedere week op de zaterdag van 12.00 uur tot 16.00 uur;

bepaalt dat de man [de minderjarige] ophaalt en terugbrengt aan het adres van het werk van de vader van de vrouw;

bepaalt dat partijen zich op maandag 12 oktober 2026 melden bij de afdeling Jeugdzorg van ZJCN om (gezins)hulpverlening in te schakelen;

houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst voor een evaluatie de zaak naar de rolzitting van 27 januari 2027, 09.30 uur;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.L. Wattel, rechter, in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op 19 oktober 2026 op schrift gesteld.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. H.L. Wattel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand