Kwalificatie:
Doodslag
Pleegdatum: 16 februari 2026
Toepasselijke wettelijke voorschriften:
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 31 en 300 van het Wetboek van Strafrecht BES.
Uitspraak:
Gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) jaren, met aftrek van het voorarrest.
Het Gerecht overweegt daarbij dat het Gerecht een TBS-maatregel had opgelegd, als dat wettelijk mogelijk was geweest. Nu deze mogelijkheid wettelijk niet bestaat, adviseert het Gerecht om de verdachte in het kader van de opgelegde gevangenisstraf ook te behandelen , binnen de JICN, voor zoveel als mogelijk is en in lijn met de door de psycholoog en psychiater uitgebrachte adviezen.
Beslissing op de vordering van benadeelde partij
Mevrouw [benadeelde partij] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot immateriële schadevergoeding tot een bedrag van USD 27.933,00.
Voor het Gerecht staat buiten twijfel dat de dood van het slachtoffer, haar enige zoon, de benadeelde partij veel leed heeft berokkend. Maar om te kunnen vaststellen dat sprake is van shockschade, zoals aangevoerd, is onderbouwing nodig. De benadeelde heeft de door haar gestelde schade niet nader onderbouwd met bijvoorbeeld psychologische stukken.
Op de BES bestaat evenmin de mogelijkheid tot het toekennen van affectieschade.
Het Gerecht verklaart daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Kralendijk,
De griffier, De rechter,
…………............. …………………..
Onherroepelijk op: 3 oktober 2026