GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600042
datum beslissing: 6 februari 2026
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van
[eiser],
wonende te Bonaire,
eisende partij,
hierna: [eiser],
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[gedaagde],
wonende te Bonaire,
gedaagde partij,
hierna: [gedaagde],
gemachtigde: mr. E.J. Winkel.
1. De procedure
Het verzoekschrift met bijlagen is op 28 januari 2026 op de griffie van dit Gerecht ingediend. Op 2 februari 2026 heeft [gedaagde] vier producties aan het procesdossier toegevoegd.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 februari 2026. [eiser] is verschenen, bijgestaan door mr. Van Lieshout. [gedaagde] is verschenen, bijgestaan door mr. Winkel. De spreekaantekeningen die mr. Winkel heeft voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd.
Ten slotte is bepaald dat uiterlijk op 11 februari 2026 uitspraak zal worden gedaan en dat, als het vonnis eerder gereed is, het bij vervroeging uitgesproken kan worden. Het vonnis is eerder gereed, daarom wordt het vandaag uitgesproken.
2. De kern van de zaak
Partijen zijn ex-echtgenoten van elkaar. [gedaagde] heeft ten laste van [eiser] maritaal beslag gelegd op onder meer een appartement in het appartementencomplex Grand Windsock. Het appartement is verkocht aan derden. [eiser] eist dat [gedaagde] het maritaal beslag op het appartement opheft om de levering aan de kopers mogelijk te maken. Het Gerecht zal beslissen dat [gedaagde] het beslag moet opheffen. Dat wordt hierna uitgelegd.
3. De beoordeling
De achtergrond van het geschil
Partijen zijn in beperkte gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd geweest. Door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van dit Gerecht in de daarvoor bestemde registers is het huwelijk op 27 januari 2022 ontbonden.
Op 30 mei 2022 heeft [gedaagde] na een daartoe verkregen verlof ten laste van [eiser] maritaal beslag gelegd op onder meer het appartementsrecht, recht gevende op het exclusieve gebruik van een appartement in het appartementencomplex Grand Windsock (kadastraal bekend als [kadastrale nummer], plaatselijk bekend als Grand Windsock Bonaire Appartement [nummer appartement], hierna: het appartement).
eiser] is voor 1/4e deel eigenaar van het appartement. [eiser] en de andere eigenaars van het appartement hebben op 19 december 2025 een koopovereenkomst gesloten waarmee het appartement is verkocht. In de koopovereenkomst is een leveringsdatum van 31 januari 2026 overeengekomen. Daarna is de leveringsdatum verplaatst naar 3 februari 2026. De levering heeft nog niet plaatsgevonden, omdat het appartement niet vrij van beslagen aan de kopers geleverd kon worden.
Ten behoeve van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is door dit Gerecht een verdelingsprocedure behandeld. Op 28 januari 2026 is een eindvonnis gewezen (hierna: het vonnis). In het vonnis is de verdeling vastgesteld van de goederen uit de gemeenschap en is onder meer bepaald dat het aandeel in het appartement aan [eiser] wordt toebedeeld en dat [eiser] vanwege onderbedeling (na de gehele verdeling) van [gedaagde] aan haar een bedrag van USD 18.608,75 moet betalen.
Spoedeisend belang voor vordering tot opheffing van beslag is niet vereist
gedaagde] stelt dat [eiser] geen spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen, omdat hij er zelf voor heeft gekozen het appartement te verkopen terwijl er nog beslag op het appartement rust. Het Gerecht begrijp dat [gedaagde] daarmee bedoelt dat de vorderingen van [eiser] vanwege het ontbreken van een gerechtvaardigd spoedeisend belang moeten worden afgewezen.
Artikel 705 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES bepaalt dat de rechter die het verlof tot het leggen van beslag heeft gegeven, het beslag in kort geding kan opheffen. Het eventuele ontbreken van een gerechtvaardigd spoedeisend belang staat de behandeling van opheffing van beslag in een kort gedingprocedure dus niet in de weg. De vorderingen van [eiser] zullen hierna inhoudelijk beoordeeld worden.
De vraag of andere beslagobjecten voldoende zekerheid bieden is niet relevant
Het maritaal beslag is een conservatoir beslag dat gelegd kan worden om te voorkomen dat gemeenschapsgoederen aan de verdeling van de gemeenschap kunnen worden onttrokken, welke verdeling volgt na een opheffing van een huwelijksgoederengemeenschap, een echtscheiding of een ontbinding van een geregistreerd partnerschap. Het maritaal beslag kent geen executoriale fase. Het vervalt namelijk, voor zover hier van belang, als het beslagen goed aan de andere echtgenoot wordt toegedeeld (artikel 770b lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hierna: Rv BES), met andere woorden: als de goederen zijn verdeeld. Daarmee onderscheidt maritaal beslag zich van conservatoir beslag tot verhaal van een vordering. Conservatoir beslag tot verhaal van een vordering strekt ertoe om executoriaal te worden door verkrijging van een voor tenuitvoerlegging vatbare rechterlijke beslissing in de hoofdzaak.
Volgens [eiser] is het maritaal beslag onnodig, omdat door [gedaagde] ook maritaal beslag is gelegd op een eigendomsperceel in de wijk Bella Vista en dat de waarde van dat eigendomsperceel de vordering van [gedaagde] uit hoofde van het vonnis ruim overstijgt. De vraag of het maritaal beslag op het eigendomsperceel in Bella Vista voldoende zekerheid biedt is niet relevant, omdat het maritaal beslag niet gelegd is met het doel om tot executie van de verdelingsvordering van [gedaagde] over te gaan. Het maritaal beslag is gelegd met als doel om te voorkomen dat gemeenschapsgoederen uit de gemeenschap onttrokken worden. Hoewel dit Gerecht op 28 januari 2026 vonnis heeft gewezen in de verdelingszaak tussen partijen, is dat vonnis niet onherroepelijk en is de verdeling evenmin volledig uitgevoerd. Daarom heeft het maritaal beslag haar doel niet verloren. Om die reden hoeft [gedaagde] het beslag dus niet op te heffen.
Belangenafweging leidt tot opheffing van het beslag op het appartement
Op grond van artikel 226 Rv BES moet het Gerecht in een kort gedingprocedure ook een afweging maken van de wederzijdse belangen van partijen bij toe- of afwijzing van de gevraagde voorziening.
Het belang van [eiser] bij opheffing van het beslag op het appartement is erin gelegen dat hij, en de andere eigenaars van het appartement, op grond van een koopovereenkomst verplicht is het appartement aan de kopers te leveren. Als de levering niet plaats kan vinden vreest [eiser] dat de kopers schade en contractuele boetes van hem zullen vorderen. [gedaagde] heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat zij het maritaal beslag wil handhaven, omdat zij zekerheid wil hebben voor haar (onderbedelings)vordering uit hoofde van de verdelingszaak op [eiser].
Aan dat belang van [gedaagde] kan worden tegemoetgekomen, door het afgeven van een bankgarantie ter verzekering van haar vordering. [eiser] heeft zich tijdens de mondelinge behandeling daartoe bereid verklaard. Omdat op deze manier kan worden tegemoetgekomen aan het belang van [gedaagde], heeft zij geen rechtens te respecteren belang meer bij handhaving van het maritaal beslag op het appartement. [eiser] zal een onvoorwaardelijke en onherroepelijke bankgarantie aan [gedaagde] moeten verstrekken voor een bedrag van USD 18.608,75. Dat is het bedrag dat [eiser] grond van het vonnis na verdeling van de goederen uit de gemeenschap op grond van onderbedeling aan [gedaagde] moet betalen. Dat [eiser] de mogelijkheid heeft om in hoger beroep te gaan van het vonnis is geen omstandigheid die maakt dat [eiser] een bankgarantie voor een hoger bedrag moet afgeven. Het vonnis is namelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaard, dus de beslissingen uit het vonnis gelden totdat de rechter in hoger beroep een andere beslissing genomen heeft.
Het Gerecht zal daarom het maritaal beslag op het appartement opheffen, onder de voorwaarde dat [eiser] voor een bedrag van USD 18.608,75 een onvoorwaardelijke en onherroepelijke bankgarantie aan [gedaagde] verstrekt. De kosten voor het opmaken van een bankgarantie moeten door [eiser] worden betaald.
gedaagde] vordert dat [eiser] wordt veroordeeld in de kosten voor het opheffen van het beslag. Die vordering wordt afgewezen, omdat het Gerecht het beslag in dit vonnis zelf zal opheffen en [gedaagde] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarvoor kosten moet betalen.
De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen, omdat het Gerecht het beslag zelf zal opheffen en aan het Gerecht geen dwangsom kan worden opgelegd.
Uit het exploot van de deurwaarder van 8 juni 2022 en het uittreksel van het Kadaster lijkt te volgen dat het beslag is gelegd op het gehele appartementsrecht recht gevende op het uitsluitend gebruik van het appartement, terwijl [eiser] slechts voor 1/4e deel daarvan eigenaar is. Ter voorkoming van misverstanden wordt het beslag op het appartement opgeheven, ongeacht of het beslag gelegd is op het aandeel van [eiser] in het appartement of op het gehele appartement.
De proceskosten worden gecompenseerd
Hoewel [gedaagde] wordt veroordeeld om het maritaal beslag deels op te heffen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. De reden waarom [gedaagde] het beslag moet opheffen is namelijk niet omdat het ongegrond of onrechtmatig is gelegd, maar omdat [eiser] zich op de mondelinge behandeling bereid heeft verklaard een bankgarantie te stellen en daarmee aan het belang van [gedaagde] bij handhaving van het beslag tegemoetgekomen wordt.
De beslissingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard
Het spreekt voor zich dat gelet op de genoemde afweging van belangen dit vonnis, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad zal worden verklaard. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als [gedaagde] in hoger beroep gaat tegen dit vonnis. De beslissingen in deze uitspraak gelden in dat geval tot door de rechter in hoger beroep een andere beslissing genomen wordt.
4. De beslissing
Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
heft op het door [gedaagde] ten laste van [eiser] gelegde maritaal beslag op het (aandeel van [eiser] in het) appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woonruimte, deel uitmakende van het appartementencomplex gebouw gelegen te Belnem op Bonaire, kadastraal bekend als [kadastrale nummer], plaatselijk bekend als Grand Windsock Bonaire Appartement [nummer appartement], onder de voorwaarde dat door [eiser] aan [gedaagde] een onvoorwaardelijke en onherroepelijke bankgarantie wordt verstrekt voor een bedrag van USD 18.608,75;
verklaart de beslissingen tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.