GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600029, BON202600030
datum beslissing: 18 februari 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarigen:
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige 1]),
en
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige 2]),
hierna samen te noemen: de kinderen.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[De vader],
wonende te [woonplaats], gemeente Velsen,
hierna: de vader, gemachtigde: mr. A.F. van Toll,
en
[de moeder], wonende te Bonaire,hierna: de moeder,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout
1. De procedure
Op 22 oktober 2025 heeft dit gerecht een voorlopige ondertoezichtstelling uitgesproken over de kinderen.
Op 20 januari 2026 heeft het gerecht het verzoekschrift met bijlagen ontvangen waarbij de Voogdijraad verzoekt over te gaan tot een definitieve ondertoezichtstelling van de kinderen.
Op 3 februari heeft de rechter met beide kinderen een gesprek gevoerd.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 februari 2026. Gelijktijdig is het verzoek van de vader tot wijziging van de hoofdverblijfplaats met nummer BON202500457 behandeld. De vader is verschenen, bijgestaan door mr. Van Toll. De moeder is verschenen, bijgestaan door mr. Van Lieshout. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen. Namens de Rijksdienst Zorg en Jeugd Nederland (hierna: ZJCN) was mevrouw [medewerker ZJCN] aanwezig.
Ten slotte is de beschikking bepaald op vandaag.
2. Het verzoek
De Voogdijraad verzoekt het gerecht de kinderen onder toezicht te stellen voor de duur van 6 maanden als de kinderen de hoofdverblijfplaats bij de vader in Nederland krijgen of voor de duur van 1 jaar als de hoofdverblijfplaats bij de moeder op Bonaire wordt bepaald.
3. De beoordeling
De kinderen zijn bij beschikking van 22 oktober 2025 voorlopig onder toezicht gesteld, hangende het onderzoek door de Voogdijraad naar een definitieve ondertoezichtstelling. Uit het rapport van de Voogdijraad is voldoende gebleken dat een ondertoezichtstelling over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is. Er is sprake van een bedreigde ontwikkeling en hulpverlening – ook in het kader van een eerdere ondertoezichtstelling en de voorlopige ondertoezichtstelling – hebben onvoldoende geholpen. Beide ouders zijn het ook eens met de ondertoezichtstelling.
Bij beschikking van vandaag is bepaald dat de hoofdverblijfplaats per 6 juli 2026 in Nederland, bij de vader, zal zijn. Ook gelet op de ingrijpende veranderingen in de omstandigheden van de kinderen is het gerecht van oordeel dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is om alles in goede banen te leiden en de omgang eerst met de vader en dan met de moeder te waarborgen.
De Voogdijraad heeft verzocht om een ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden als de hoofdverblijfplaats bij de vader zal zijn. Het gerecht zal echter ook voor die situatie een ondertoezichtstelling van 1 jaar bepalen. Dit omdat de kinderen pas op 6 juli 2026 naar Nederland zullen afreizen en er ook bij vader in Nederland nog gedurende enige tijd een ondertoezichtstelling nodig wordt geacht.
4. De beslissing
Het gerecht:
stelt [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] en
[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] onder toezicht voor de duur van 1 jaar.
bepaalt dat een gezinsvoogd van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (ZJCN) wordt belast met het toezicht op de kinderen.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.