GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500655
datum beslissing: 18 februari 2026
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[eiser],
wonend op Bonaire,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
het Bestuurscollege van het openbaar lichaam Bonaire
zetelend op Bonaire,
gedaagde partij,
hierna te noemen: het OLB,
gemachtigde: mr. C.M. Woestenburg-Bertels, werkzaam bij het OLB.
1. De procedure
In het procesdossier zitten de volgende stukken:
het verzoekschrift van 22 december 2025 met bijlagen;
het verweerschrift met bijlagen;
de akte van 3 februari 2026 van [eiser] met bijlagen.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 februari 2026. [eiser] is verschenen. Het OLB heeft in haar verweerschrift aangegeven niet aanwezig te zullen op de mondelinge behandeling. De spreekaantekeningen die [eiser] heeft voorgelezen zijn aan het procesdossier toegevoegd.
De inhoud van de akte van 3 februari 2026 kan mogelijk de indruk wekken dat [eiser] daarmee zijn verzoeken uit het verzoekschrift van 22 december 2025 heeft willen wijzigen of aanvullen. Maar op de mondelinge behandeling heeft [eiser] verklaard dat zijn akte van 3 februari 2026 enkel dient als achtergrondinformatie voor zijn verzoeken van 22 december 2025. Zijn bij de mondelinge behandeling overgelegde stuk – dat mogelijk ook als een nieuw of aanvullend verzoekschrift zou kunnen worden aangemerkt – diende volgens [eiser] alleen als pleitaantekeningen. In deze zaak zullen dus alleen de verzoeken behandeld worden uit het verzoekschrift van 22 december 2025.
Op de eerste pagina van het verzoekschrift van [eiser] staan naast het OLB ook andere partijen genoemd, zoals de minister van Economische Zaken en Klimaat en [naam politicus]. Maar in de kop van het verzoekschrift staat het OLB genoemd als “Defendant” en [eiser] heeft ervoor gekozen om zijn verzoekschrift via een deurwaarder alleen aan het OLB te betekenen en alleen het OLB op te roepen om te verschijnen in deze procedure. Op de mondelinge behandeling is daarom bepaald dat deze zaak zich beperkt tot verzoeken van [eiser] tegenover het OLB.
Ten slotte is bepaald dat op 18 februari 2026 schriftelijk uitspraak zal worden gedaan.
2. De kern van de zaak
eiser] heeft zich kandidaat gesteld om plaats te nemen in het bestuur van de Kamers van Koophandel en Nijverheid op Bonaire (hierna: de KvK). Voor het benoemen van het bestuur van de KvK is onder de leden een stemming gehouden en op basis van de resultaten van die stemming is [eiser] niet tot bestuurslid benoemd. Volgens [eiser] zijn de resultaten van de verkiezing frauduleus tot stand gekomen.
3. De beoordeling
De achtergrond van het geschil
Het bestuur van de KvK bestaat uit drie tot vijf bestuursleden. De zittingsduur van het bestuur bedraagt drie jaar en loopt van 1 januari van het eerste jaar tot en met 31 december van het derde jaar. De laatste bestuurstermijn liep af op 31 december 2025.
Het benoemen van bestuurders voor een nieuwe zittingstermijn gebeurt via een stemming. Vertegenwoordigers van ondernemingen die in het handelsregister van de KvK staan ingeschreven kunnen zich daarvoor verkiesbaar stellen.
Door het OLB wordt een verkiezingscommissie benoemd. De verkiezingscommissie is verantwoordelijk voor de verkiezingsprocedure en heeft als taak toezicht te houden op de verkiezing.
De verkiezingscommissie stelt een definitieve kandidatenlijst vast met kandidaten waarop een stem uitgebracht kan worden. De definitieve kandidatenlijst wordt openbaar gemaakt. In het onderhavige geval is de lijst met kandidaten op 28 november 2025 via de website van de KvK bekend gemaakt.
Alle vertegenwoordigers van de ondernemingen die in het handelsregister van de KvK staan ingeschreven kunnen een stem uitbrengen op één van de kandidaten op de kandidatenlijst. De stemming vindt plaats op het kantoor van de KvK.
Voor de zittingsperiode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028 heeft [eiser] zich kandidaat gesteld. [eiser] is op de definitieve kandidatenlijst terecht gekomen en de stemgerechtigden konden hun stem op [eiser] uitbrengen.
Op 12 december 2025 heeft de stemming plaatsgevonden. Volgens [eiser] hebben drie van de 983 stemgerechtigden een stem op hem uitgebracht. Daarmee heeft [eiser] onvoldoende stemmen behaald om te worden benoemd tot het bestuur van de KvK voor de bestuursperiode die op 1 januari 2026 is aangevangen.
Wat wil [eiser]?
Naar de mening van [eiser] is het resultaat van de stemming frauduleus tot stand gekomen. Hij wil dat de bevoegde autoriteiten van Bonaire en Nederland onderzoek doen naar de manier waarop de verkiezing heeft plaatsgevonden. [eiser] wil dat onderzoek gedaan wordt naar de leden van de verkiezingscommissie (i), onderzoek wordt gedaan naar corruptie door de bestuursleden van de afgelopen bestuurstermijn (ii) en onderzoek wordt gedaan naar de vier nieuwe kandidaten op de definitieve kandidatenlijst (iii).
De gevraagde ordemaatregelen zijn niet toewijsbaar
Het Gerecht begrijpt dat [eiser] in zijn verzoekschrift aan het Gerecht heeft gevraagd om ordemaatregelen te nemen. [eiser] heeft gevraagd om een aantal partijen op te dragen om niet verder te gaan met de resultaten van de verkiezing totdat de mondelinge behandeling in dit kort geding heeft plaatsgevonden. Ook heeft [eiser] aan het Gerecht gevraagd om een aantal partijen op te dragen om het bestuur uit de bestuursperiode die afliep op 31 december 2025 niet te ontbinden totdat het vonnis in dit kort geding is uitgesproken.
Omdat alleen het OLB is opgeroepen in dit kort geding, kan het Gerecht geen ordemaatregelen nemen tegen andere partijen. Het OLB heeft in het verkiezingsproces alleen de taak om een verkiezingscommissie te benoemen. Het OLB heeft geen bevoegdheden om de door [eiser] gevraagde ordemaatregelen uit te voeren. Daarom kunnen de door [eiser] verzochte ordemaatregelen niet door het Gerecht worden genomen.
Het OLB is niet verantwoordelijk voor onderzoek naar corruptie of het vaststellen van de definitieve kandidatenlijst
Op grond van artikel 22a van de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES stelt het bestuur de jaarrekening vast. Die jaarrekening moet het bestuur van de KvK samen met een accountantsverklaring aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat sturen. Het OLB heeft geen taak bij het controleren van de jaarrekening of het onderzoeken van corruptie. Het OLB zal daarom niet opgedragen worden om daar een onderzoek naar te verrichten. Als [eiser] meent dat sprake is van corruptie door voormalig bestuursleden van de KvK, zal hij aangifte moeten doen bij het Openbaar Ministerie. De vordering om het OLB op te dragen onderzoek te doen naar corruptie door bestuursleden zal worden afgewezen.
Op grond van artikel 12 van het Kiesbesluit Kamers van Koophandel en Nijverheid BES 2021 stelt de verkiezingscommissie de definitieve kandidatenlijst vast. Het OLB heeft geen taak bij het bepalen welke kandidaten op de definitieve kandidatenlijst komen te staan. Daargelaten dat het aan de stemgerechtigden is om op een bepaalde kandidaat die op de definitieve kandidatenlijst staat te stemmen, kan het OLB niets verweten worden over het vaststellen van de definitieve kandidatenlijst. Evenmin heeft het OLB een toezichthoudende taak bij het vaststellen van de kandidatenlijst. Het OLB zal daarom niet opgedragen worden onderzoek te doen naar de kandidaten op de kandidatenlijst. De vordering om het OLB op te dragen onderzoek te doen naar de vier nieuwe kandidaten op de definitieve kandidatenlijst zal worden afgewezen.
Het OLB is verantwoordelijk voor het benoemen van een verkiezingscommissie
Op grond van artikel 4 van het Kiesbesluit Kamers van Koophandel en Nijverheid BES 2021 wordt de verkiezingscommissie door het OLB benoemd. Het OLB wordt daarom niet gevolgd in haar verweer dat zij geen enkele rol, bevoegdheid of verantwoordelijkheid heeft in het verkiezingsproces van het bestuur van de KvK.
De verwijten uit het verzoekschrift aan het adres van het OLB zijn niet concreet. Op de mondelinge behandeling is daarom aan [eiser] gevraagd wat hij het OLB concreet verwijt met betrekking tot haar taak bij het benoemen van de verkiezingscommissie. Ook is aan [eiser] gevraagd te concretiseren waartoe het OLB in het kader van dit kort geding volgens hem veroordeeld moet worden. [eiser] heeft verklaard dat hij een verkiezingscommissie die bestaat uit mensen die woonachtig zijn op Bonaire niet vertrouwt. Hij wil daarom dat het OLB wordt veroordeeld om een verkiezingscommissie samen te stellen die bestaat uit mensen die niet op Bonaire wonen.
Ook op de mondelinge behandeling is het niet duidelijk geworden waarom [eiser] de door het OLB benoemde verkiezingscommissie niet vertrouwt en wat [eiser] de verkiezingscommissie concreet verwijt. Maar artikel 4 van het Kiesbesluit Kamers van Koophandel en Nijverheid BES 2021 bepaalt dat de verkiezingscommissie moet bestaan uit leden van de KvK. Wat [eiser] met zijn vordering tegen het OLB wil bereiken is dus onrechtmatig, omdat dit impliceert dat juist niet-leden van de KvK worden benoemd. Daarom zal zijn vordering worden afgewezen. Omdat [eiser] onvoldoende duidelijk heeft gesteld wat hij de verkiezingscommissie concreet verwijt, zal het OLB niet opgedragen worden om onderzoek naar de door haar benoemde verkiezingscommissie.
Proceskosten
eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van het OLB betalen. Het OLB is in deze procedure vertegenwoordigd door haar bestuurlijk juridisch adviseur, werkzaam voor het OLB. Het OLB heeft niet gesteld dat zij proceskosten heeft gemaakt. Daarom worden de proceskosten van het OLB op nihil begroot.
4. De beslissing
Het gerecht:
wijst de vorderingen van [eiser] af;
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten van het OLB, tot deze uitspraak begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.