GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202500407
Datum uitspraak: 25 februari 2026
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te Bonaire,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. E.J. Winkel,
tegen
[verweerder],
wonende te Bonaire,
hierna: de man.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).
1. Het procesverloop
Het verzoekschrift van de vrouw in verband met de echtscheiding is met bijlagen op 11 augustus 2025 ter griffie ingediend.
Op 19 november 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij partijen hebben verklaard te willen proberen nader tot elkaar te komen. Daarop is de zaak aangehouden tot 25 februari 2026. Bij e-mailbericht van 26 januari 2026 heeft de gemachtigde van de vrouw het gerecht geïnformeerd dat er geen minnelijke regeling tot stand is gekomen.
De voortgezette behandeling heeft plaatsgevonden op 25 februari 2026.
Daarbij is de vrouw met haar gemachtigde verschenen. De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De Voogdijraad is ter zitting vertegenwoordigd door mevrouw Torregrosa.
Na afloop van de behandeling is direct mondeling deze beschikking gegeven.
2. De feiten
Partijen zijn op 3 oktober 2023 te Bonaire met elkaar gehuwd.
Tijdens het huwelijk is [kind] (hierna: [kind]) geboren op [geboortedatum] 2024 te Bonaire.
3. Het verzoek en de beoordeling
Het verzoek
Het verzoek van de vrouw is:
primair het gerecht te verzoeken de echtscheiding tussen de man en de vrouw uit te spreken, dan wel subsidiair de scheiding van tafel en bed;
de vrouw met het eenhoofdig gezag over [kind] te belasten;
de hoofdverblijfplaats van de minderjarige te bepalen bij de vrouw;
een bedrag aan kinderalimentatie vast te stellen van $ 250,- per maand, door de man aan de vrouw te betalen;
te bepalen dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning voor de duur van 6 maanden na inschrijving van deze beschikking in de daartoe bestemde registers;
te bepalen dat partijen overgaan tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap ten overstaan van een notaris.
De beoordeling
De vrouw verzoekt echtscheiding van de man vanwege duurzame ontwrichting van het huwelijk. De man heeft het verzoek van de vrouw niet weersproken. Het gerecht zal het verzoek van de vrouw als op de wet gegrond toewijzen.
Uitgangspunt is dat beide ouders na de echtscheiding belast blijven met het gezag over [kind]. Nu de vrouw het verzoek heeft gedaan tot eenhoofdig gezag is de vraag of voortduring van het gezamenlijk gezag leidt tot gegronde vrees voor verwaarlozing van de belangen van het kind. Voor gezamenlijk gezag is vereist dat de ouders in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn vooraf afspraken te maken over situaties die zich rond het kind kunnen voordoen. Een en ander vereist een minimaal vermogen tot positieve communicatie tussen de ouders. Het gerecht zal de Voogdijraad verzoeken een onderzoek in te stellen naar de gezagssituatie.
De vrouw heeft ook het verzoek gedaan tot voortgezet gebruik van de woning gelegen aan de [adres] te Bonaire. Op grond van art. 827 Rv BES jo. art. 1:165 lid 1 BW BES kan de vrouw verzoeken tot het voortgezet gebruik van de woning voor de duur van 6 maanden na inschrijving van deze beschikking. De man heeft dit verzoek niet weersproken. Het gerecht wijst het verzoek over het voortgezet gebruik van de woning daarom toe. Het verzochte bevel dat de man de woning niet mag betreden, is niet een nevenvoorziening als bedoeld in artikel 827 Rv BES. Een dergelijk bevel kan uitsluitend als voorlopige voorziening worden verzocht.
De vrouw heeft verzocht te bepalen dat [kind] zijn hoofdverblijfplaats bij haar zal hebben. Dit verzoek is niet weersproken. Bovendien heeft de vrouw het voortgezet gebruik van de echtelijke woning gekregen. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
Voor de kosten van verzorging en opvoeding van [kind] hebben op grond van de wet beide ouders een verantwoordelijkheid en zullen beide ouders naar draagkracht een bijdrage aan de behoefte van [kind] moeten leveren. Het verzoek met betrekking tot toekenning van kinderalimentatie is onvoldoende onderbouwd. Het gerecht is van oordeel dat vaststelling van een alimentatiebedrag steun moet vinden in een voldoende onderbouwde berekening óf dat partijen gezamenlijk tot overeenstemming komen over de hoogte van het bedrag. Het gerecht zal de Voogdijraad verzoeken een alimentatieberekening op te stellen.
Tegelijk met het onderzoek door de Voogdijraad met betrekking tot de gezagssituatie en de kinderalimentatie zal onderzoek plaatsvinden naar een omgangsregeling. De Voogdijraad heeft ter zitting aangegeven dat zij 3 maanden nodig heeft voor het opstellen van de raadsrapportage. Het gerecht bepaalt dat de Voogdijraad op de rolzitting van 27 mei 2026 de raadsrapportage aanbiedt, waarna een voortgezette mondelinge behandeling wordt gepland om de inhoud van de raadsrapportage te bespreken.
Op grond van artikel 1:99 lid 1 aanhef en onder b BW BES wordt de huwelijksgoederengemeenschap van rechtswege ontbonden door scheiding van tafel en bed. Het verzoek van de vrouw met betrekking tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap is niet door de man weersproken en zal daarom worden toegewezen.
4. De beslissing
Het gerecht:
spreekt de echtscheiding uit tussen de man en de vrouw, getrouwd op [huwelijksdatum] 2023 te Bonaire.
beveelt partijen over te gaan tot scheiding en deling van de huwelijksgoederengemeenschap vanaf het moment dat deze beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot gebruik van de (voormalig) echtelijke woning aan [adres] te Bonaire voor de duur van 6 maanden na de inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand.
bepaalt de hoofdverblijfplaats van [kind], geboren op [geboortedatum] 2024 te Bonaire, bij de vrouw.
verzoekt de Voogdijraad een onderzoek in te stellen naar het gezag over [kind], naar een omgangsregeling tussen de man en [kind] en naar een door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [kind].
houdt verder iedere beslissing aan tot de rolzitting van 27 mei 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, op 25 februari 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier en op 5 maart 2026 op schrift gesteld.