GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202500560
Datum uitspraak: 25 februari 2026
BESCHIKKING
in de zaak van:
[verzoeker],
hierna: de man,
wonend te Bonaire,
vertegenwoordigd door zijn gemachtigde mr. E. Fa Si Oen,
tegen
[verweerster],
hierna: de vrouw,
wonende te Bonaire,
vertegenwoordigd door haar gemachtigde mr. M.M.A. van Lieshout.
1. Het procesverloop
Het verzoekschrift van de man is met bijlagen op 20 november 2025 ter griffie ingediend.
De vrouw heeft op 15 januari 2026 een verweerschrift ingediend waarbij de vrouw zich neerlegt bij het echtscheidingsverzoek van de man. Bij het verweerschrift is een bijlage meegezonden met daarin het echtscheidingsconvenant van partijen.
Per e-mail van 10 februari 2026 hebben partijen, via hun gemachtigden, verklaard dat zij afzien van een mondelinge behandeling.
De beschikking is bepaald op heden.
2. De feiten
De man en de vrouw zijn op 10 december 2011 te Bonaire met elkaar gehuwd.
Uit het huwelijk zijn geen thans nog minderjarige kinderen geboren.
3. Het verzoek en de beoordeling
Partijen verzoeken de echtscheiding tussen hen uit te spreken en tot opneming van het echtscheidingsconvenant door aanhechting aan deze beschikking.
Partijen hebben op 5 januari 2026 een echtscheidingsconvenant ondertekend waarin zij afspraken hebben gemaakt over de gevolgen van hun echtscheiding. Daarmee is gegeven dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en zal het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond worden toegewezen.
Het echtscheidingsconvenant zal aan deze beschikking worden gehecht en daarvan deel uitmaken (artikel 819 Rv BES).
4. De beslissing
Het gerecht:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op 10 december 2011 te Bonaire.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte door partijen op 5 januari 2026 ondertekende echtscheidingsconvenant deel uitmaken van deze beschikking,
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 25 februari 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.