GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500623
datum beslissing: 25 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
wonend in [woonplaats] (Nederland),
eisende partij,
hierna: [eiser],
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
RESORT BONAIRE B.V.,
gevestigd op Bonaire,
gedaagde partij,
hierna: Resort Bonaire,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verzoekschrift met bijlagen is op 8 december 2025 op de griffie van dit Gerecht ingediend.
Het verzoekschrift is door de deurwaarder aan Resort Bonaire betekend. Resort Bonaire is niet in deze procedure verschenen, terwijl bij het betekenen van de dagvaarding alle voorgeschreven termijnen en overige formaliteiten in acht zijn genomen. Daarom is tegen Resort Bonaire verstek verleend. Dit betekent dat deze zaak buiten aanwezigheid van Resort Bonaire kan worden behandeld.
Ten slotte is bepaald dat op 25 februari 2026 uitspraak zal worden gedaan.
2. De beoordeling
eiser] vordert betaling van een bedrag van USD 19.068,30, een bedrag van USD 1.047,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
Aan zijn vordering legt [eiser] ten grondslag dat partijen een koopovereenkomst van een appartement hebben gesloten. Die koopovereenkomst is met wederzijds goedvinden buitengerechtelijk ontbonden op 9 december 2024. Voor het terugbetalen van de aanbetaling van [eiser] hebben partijen een betalingsregeling getroffen. Daarin spraken partijen af dat de aanbetaling van EUR 25.915,99 door Resort Bonaire in vijf termijnen aan [eiser] zou worden terugbetaald. Resort Bonaire heeft een bedrag van in totaal EUR 9.542,04 terugbetaald. Het openstaande bedrag bedraagt EUR 16.373,95. [eiser] vordert betaling van het openstaande bedrag in dollars. Volgens [eiser] bedraagt dat bedrag USD 19.068,30.
De vordering van [eiser] komt het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vordering zal worden toegewezen met inachtneming van het volgende.
Uit de door [eiser] overgelegde betalingsregeling blijkt dat [eiser] een aanbetaling heeft verricht van EUR 25.915,99 en dat partijen afspraken dat Resort Bonaire de aanbetaling in vijf termijnen van EUR 5.183,20 terug zou betalen. Zonder nadere onderbouwing valt niet in te zien waarom Resort Bonaire het bedrag in Amerikaanse dollars zou moeten terugbetalen. Resort Bonaire wordt daarom veroordeeld tot betaling van het bedrag van EUR 16.373,95.
Buitengerechtelijke incassokosten kunnen voor toewijzing in aanmerking komen als daadwerkelijk buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt en die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier, voor welke verrichtingen de proceskostenveroordeling een vergoeding insluit. In dit geval is daar geen sprake van. [eiser] heeft één aanmaningsbrief van 15 november 2025 van zijn gemachtigde overgelegd. Dat is onvoldoende. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden daarom afgewezen.
Omdat Resort Bonaire ongelijk krijgt, moet zij de proceskosten van [eiser] betalen. De proceskosten worden begroot op USD 159,00 aan betekeningskosten van het verzoekschrift, USD 419,00 aan griffierecht, USD 698,00 (1 punt x tarief 5) aan salaris gemachtigde en USD 140,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
De beslissingen in dit vonnis worden, zoals gevraagd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Van kenbare bezwaren van Resort Bonaire tegen uitvoerbaar bij voorraadverklaring is niet gebleken. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als Resort Bonaire in verzet gaat. De beslissingen in deze uitspraak gelden in dat geval tot in de verzetprocedure een andere beslissing genomen wordt.
3. De beslissing
Het gerecht:
veroordeelt Resort Bonaire om aan [eiser] te betalen een bedrag van EUR 16.373,95, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 november 2025 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt Resort Bonaire in de proceskosten van USD 1.416,00, te vermeerderen met USD 84,00 als Resort Bonaire niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.