GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500633
datum beslissing: 25 februari 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND,
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige]
geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats],
hierna: [minderjarige],
Als belanghebbenden wordt aangemerkt:
[belanghebbende],
wonende op Bonaire,
hierna: de vrouw,
en als gerekwestreerde wordt aangemerkt:
[gerekwestreerde],
mogelijk wonende op Curaçao,
hierna: de man.
1. Het procesverloop
Het verzoekschrift met bijlagen van de Voogdijraad, tot vaststelling van bijdrage door de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] is op 16 december 2025 op de griffie van dit gerecht ingediend.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 februari 2026. De vrouw is verschenen. De man is, ondanks behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Namens de Voogdijraad is mevrouw [medewerker voogdijraad] verschenen.
2. Het verzoek en de beoordeling
Het verzoek
Het verzoek van de Voogdijraad strekt tot het vaststellen van een bijdrage van de man in de kosten van de verzorging en opvoeding van [minderjarige]. De man heeft eerder verklaard dat hij geen werk heeft en daardoor geen inkomensgegevens kan overleggen.
De beoordeling
Het gerecht is van oordeel dat beide ouders naar draagkracht moeten bijdragen aan de kosten voor verzorging en opvoeding van [minderjarige]. Om de draagkracht en de behoefte van [minderjarige] te kunnen berekenen en vast te stellen zijn de inkomensgegevens van beide ouders nodig. Ondanks dat de man verklaard heeft geen werk te hebben, is het gerecht van oordeel dat er enige vorm van inkomen zou moeten zijn om van te leven. De Voogdijraad heeft een berekening kinderalimentatie gemaakt waarin de inkomensgegevens van de vrouw zijn opgenomen en waarbij het inkomen van de man is gesteld op een minimum inkomen. Hieruit blijkt dat de man een bedrag van $ 100,00 moet kunnen bijdragen.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw verklaard dat de man eerder met regelmaat een bedrag van Cg. 150,00 betaalde aan de vrouw in verband met de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige]. Naar het oordeel van het gerecht moet ook daarom het bedrag van $ 100,00 per maand in overeenstemming worden geacht met de draagkracht van de man. Het gerecht zal de verzochte kinderalimentatie daarom dienovereenkomstig vaststellen. De datum waarop de door het gerecht vast te stellen kinderalimentatie ingaat zal worden bepaald op de eerste van de maand volgend na de datum van deze beschikking, dus op 1 maart 2026.
De man moet de kinderalimentatie steeds vóór de eerste dag van de maand vooraf betalen. Het gaat namelijk om een bijdrage in de kosten die in die maand worden gemaakt en dan zou het te laat zijn als de alimentatie pas later in die maand wordt betaald.
3. De beslissing
Het gerecht:
bepaalt de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats], met ingang van 1 maart 2026 op $ 100,00 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen aan de Belastingdienst Caribisch Nederland.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.