GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600035
datum beslissing: 25 februari 2026
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[eiseres],
Wonend in de Verenigde Staten van Amerika,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres],
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,
tegen
[verweerder],
wonend op Bonaire,
hierna te noemen: [verweerder],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verzoekschrift met bijlagen is op 23 januari 2026 op de griffie van dit Gerecht ingediend. Op 10 februari 2026 heeft [eiseres] een aanvullende productie aan het procesdossier toegevoegd.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 februari 2026. [eiseres] is vertegenwoordigd door mr. Nicolaas. [verweerder] is op de mondelinge behandeling verschenen.
Ten slotte is bepaald dat op 25 februari 2026 uitspraak zal worden gedaan.
2. De kern van het geschil
verweerder] huurt sinds 1 juni 2025 een woning van [eiseres]. [verweerder] heeft geen enkele huurtermijn betaald. [eiseres] eist dat [verweerder] wordt veroordeeld om de woning te ontruimen en de huurachterstand en toekomstige huurtermijnen aan haar te betalen. [eiseres] krijgt gelijk. Dat wordt hierna uitgelegd.
3. De beoordeling
verweerder] huurt sinds 1 juni 2025 een woning aan de [adres] (hierna: de woning) van [eiseres]. De huurovereenkomst is mondeling aangegaan voor een periode van één jaar voor een maandelijkse huurprijs van USD 1.500,00. [verweerder] woont met zijn broer en moeder in de woning. Er wonen geen minderjarige kinderen in de woning. Het is niet in geschil dat [verweerder] geen enkele huurtermijn heeft betaald.
In een kortgedingprocedure moet het gerecht ambtshalve (dus ook als daartegen geen verweer is gevoerd) beoordelen of sprake is van een spoedeisend belang. Naar het oordeel van het gerecht ligt in de aard van de vordering, namelijk ontruiming van een woning, een spoedeisend belang besloten.
De huurachterstand bedraagt op dit moment acht maanden. Hoewel [verweerder] op de mondelinge behandeling heeft verklaard inmiddels werk te hebben gevonden, is het niet te verwachten dat de huurachterstand van acht maanden op korte termijn wordt ingelopen. De huurachterstand rechtvaardigt de gevorderde ontruiming. Daarom zal [verweerder] worden veroordeeld de woning te ontruimen. De ontruimingstermijn zal worden bepaald op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
Hoewel terughoudend moet worden omgegaan met een vordering tot betaling van een geldsom in kort geding, is de huurachterstand niet betwist. Daarom is het zeer waarschijnlijk dat de bodemrechter de vordering zal toewijzen. Op de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van [eiseres] de vordering tot betaling van de huurachterstand verminderd, in die zin dat acht maanden huurachterstand wordt gevorderd in plaats van negen. De vordering tot betaling van de huurachterstand van 8 x 1.500 = USD 12.000 zal worden toegewezen. De wettelijke rente over dat bedrag zal worden toegewezen, als gevorderd, vanaf 23 januari 2026 tot de dag van volledige betaling.
verweerder] zal ook worden veroordeeld om de huurtermijnen vanaf 1 februari 2026 tot het moment van ontruiming te betalen, omdat [verweerder] tot het moment van ontruimen in de woning kan blijven wonen.
verweerder] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op USD 159,00 voor betekeningskosten van het verzoekschrift, USD 251,00 aan griffierecht, USD 559,00 aan salaris gemachtigde (tarief eenvoudig kort geding) en USD 140,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Een vonnis tot ontruiming strekt naar zijn aard tot het verkrijgen van een voorziening bij voorraad. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als [verweerder] in hoger beroep gaat. De beslissingen in deze uitspraak gelden in dat geval tot door de rechter in hoger beroep een andere beslissing genomen wordt.
4. De beslissing
Het gerecht:
beveelt [verweerder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] met alle personen en zaken die zich van de kant van [verweerder] in en om de woning bevinden, te verlaten en te ontruimen en ontruimd te houden en, onder afgifte van de sleutels, ter vrije en algehele beschikking van [eiseres] te stellen;
verstaat dat, indien [verweerder] niet aan de veroordeling onder 3.1. voldoet, de deurwaarder, door wie de gedwongen ontruiming zal dienen te geschieden, op grond van de wet- en regelgeving (artikel 555 e.v. Rv BES) bevoegd is de sterke arm van politie en justitie in te roepen, en verleent reeds thans toestemming voor de vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 557 jo. 444 lid 2 Rv BES;
veroordeelt [verweerder] om aan [eiseres] een bedrag van USD 12.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2026 tot aan de dag van volledige betaling;
veroordeelt [verweerder] om aan [eiseres] een bedrag te betalen van USD 1.500,00 per maand of gedeelte daarvan vanaf 1 februari 2026 tot het tijdstip van de feitelijke en algehele ontruiming;
veroordeelt [verweerder] in de proceskosten van USD 1.109,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met USD 84,00 als [verweerder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
veroordeelt [verweerder] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW BES over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.