GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: BON202600039
Datum beslissing: 25 februari 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[verzoeker 1], geboren op [geboortedatum] 1954 te [geboorteplaats],
wonende te Bonaire,
hierna: [verzoeker 1]
en
[verzoeker 2], geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats], wonende te Bonaire,
hierna: [verzoeker 2],
vertegenwoordigd door gemachtigde mr. A.T.C. Nicolaas
tot ondercuratelestelling van [verzoeker 2].
1. De procedure
Het verzoekschrift met bijlagen is ingediend op 26 januari 2026.
De mondelinge behandeling heeft op 25 februari 2026 plaatsgevonden. Verschenen zijn [verzoeker 1], [verzoeker 2] en de gemachtigde.
Na afloop van de behandeling is direct mondeling de volgende uitspraak gedaan.
2. 2. Het verzoek en de beoordeling
Gelet op het bepaalde in artikel 1:379 van het Burgerlijk Wetboek BES (BW BES) kan [verzoeker 1] niet de curatele verzoeken. Het gezamenlijke verzoek van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] zal daarom worden aangemerkt als een verzoek van [verzoeker 2] zelf.
verzoeker 2] verzoekt hem onder curatele te stellen dan wel onder bewind te stellen met benoeming van [verzoeker 1] tot curator dan wel bewindvoerder. [verzoeker 2] is nimmer gehuwd geweest en hij heeft geen kinderen.
Een meerderjarige kan op grond van artikel 1:378 lid 1 onder a BW BES door de rechter onder curatele worden gesteld wegens een geestelijke stoornis waardoor betrokkene, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk waar te nemen.
Bij de overgelegde stukken zit een verklaring over de geestelijke toestand van [verzoeker 2], afgelegd door [psychiater], psychiater bij Fundashon Mariadal. Op grond van deze verklaring en van wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, is voldoende aannemelijk geworden dat voldaan is aan de grond voor ondercuratelestelling zoals genoemd in artikel 1:378 lid 1 BW BES onder a. Door het CVA dat [verzoeker 2] in 2015 heeft gehad, ervaart hij opvallende traagheid in denken en handelen en een effect op zijn emotionele stabiliteit. [verzoeker 2] is zich er van bewust dat hij zijn eigen belangen niet meer duurzaam en behoorlijk kan waarnemen. De rechter heeft tijdens de mondelinge behandeling met [verzoeker 2] gesproken en is van oordeel dat er meer dan alleen financiële zaken moeten worden behartigd. Het verzoek om ondercuratelestelling van [verzoeker 2] zal worden toegewezen.
Op grond van art. 1:383 lid 1 BW BES benoemt de rechter bij het uitspreken van de curatele of zo spoedig mogelijk daarna een curator. Ingevolge art. 1:383 lid 2 BW BES volgt de rechter daarbij de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. [verzoeker 2] heeft aangegeven het eens te zijn met benoeming van [verzoeker 1] tot curator, omdat deze al lange tijd de belangen van hem behartigt. [verzoeker 1] heeft zich op zijn beurt bereid verklaard om het curatorschap te aanvaarden. Nu niet van bezwaren is gebleken en er verder geen aanwijzingen zijn dat een ander persoon beter geschikt is om als curator te worden benoemd zal verzoeker tot curator worden benoemd.
3. De beslissing
Het gerecht:
- stelt [verzoeker 2], geboren op [geboortedatum] 1959 te [geboorteplaats], onder curatele.
- verstaat dat de griffier van dit gerecht de ondercuratelestelling in het curateleregister aantekent,
- bepaalt dat de curator binnen 2 maanden na deze uitspraak een boedelbeschrijving (opgave van bezittingen/schulden en inkomsten/uitgaven) aan het gerecht verstrekt (via het bijgevoegde formulier).
- bepaalt dat de curator ieder kalenderjaar - voor het eerst uiterlijk op 1 maart 2027 voor wat betreft het kalenderjaar 2026 - een schriftelijke rekening en verantwoording (via het bijgevoerde formulier) indient bij dit gerecht over het gevoerde beheer.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op schrift gesteld op 26 februari 2026.