GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202500585
datum beslissing: 4 maart 2026
BESCHIKKING
op het verzoek van
[verzoekster],
wonende te Bonaire,
verzoekster,
hierna: de vrouw,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[verweerder],
wonende te Bonaire,
verweerder,
hierna: de man,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad).
1. De procedure
Het verzoekschrift met bijlagen is op 19 november 2025 op de griffie van het gerecht ingediend. De man heeft geen schriftelijk verweer gevoerd.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026. De vrouw is verschenen, bijgestaan door mr. Van Lieshout. De man verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. Namens de Voogdijraad CN is de heer [medewerker voogdijraad] verschenen.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De feiten
Op [datum] 2002 zijn de man en de vrouw op Bonaire met elkaar getrouwd.
Tijdens het huwelijk is het volgende op dit moment nog minderjarige kind geboren:
- [het kind], geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] (hierna: [het kind]).
3. Het verzoek en de beoordeling
Het verzoek
De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
de echtscheiding tussen partijen uit te spreken;
te bepalen dat beide ouders belast blijven met het ouderlijk gezag over [het kind];
de hoofdverblijfplaats van [het kind] bij de vrouw te bepalen;
een bevel tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap ten overstaan van een notaris uit te spreken.
De beoordeling
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de man verklaard zich niet langer te verzetten tegen het verzoek van de vrouw om van elkaar te scheiden. Het verzoek van de vrouw om de echtscheiding uit te spreken zal als op de wet gegrond (artikel 1:151 BW BES) worden toegewezen.
De vrouw heeft verzocht beide ouders te belasten met het gezamenlijk gezag over [het kind]. Ter zitting heeft de man verklaard het eens te zijn met het gezamenlijk gezag. Niet is gebleken dat het belang van [het kind] zich tegen dit verzoek verzet. Het gerecht zal het verzoek van de vrouw daarom toewijzen.
Het verzoek van de vrouw de hoofdverblijfplaats van [het kind] bij de vrouw te bepalen is ter zitting door de vrouw ingetrokken. De reden daarvoor, zo verklaart de vrouw, is dat [het kind] inmiddels oud genoeg is om zelf te bepalen waar zij verblijft en dat dit verzoek daarom voor de vrouw niet meer van belang is. De man is van mening dat de hoofdverblijfplaats bij de voormalige echtelijke woning, dat wil zeggen bij de man, moet zijn. De vrouw heeft zich hier niet tegen verzet. Het gerecht zal daarom bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [het kind] bij de man zal zijn.
Het verzoek met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is ook niet weersproken en zal als op de wet gegrond worden toegewezen met ingang van datum inschrijving echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand.
De beslissing over de echtscheiding zal niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard omdat die hoe dan ook pas tot stand komt door inschrijving van deze beschikking in de register van de burgerlijke stand. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling beiden verklaard geen behoefte te hebben aan een hoger beroep en verzoeken een griffiersverklaring af te geven. Het gerecht zal dit verzoek toekennen.
Vanwege het familierechtelijke karakter van deze zaak zullen de proceskosten tussen partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
4. De beslissing
Het gerecht:
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2002 te Bonaire.
bepaalt dat partijen met ingang van de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand gezamenlijk met het gezag over [het kind], geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats], belast blijven.
verstaat dat de griffier aantekening maakt van de gezagsbeslissing uit rechtsoverweging 4.2. in het gezagsregister.
4.4.. bepaalt dat, met ingang van de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand, de hoofdverblijfplaats van [het kind] bij de man zal zijn.
beveelt partijen om, na de inschrijving van de echtsscheidingsbeschikking in de daarvoor bestemde registers, ten overstaan van een notaris met elkaar over te gaan tot de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.
verstaat dat de griffier een griffiersverklaring verstrekt dat partijen berusten in de in deze beschikking onder 4.1. uitgesproken echtscheiding.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op 6 maart 2026 op schrift gesteld.