ECLI:NL:OGEABES:2026:53

ECLI:NL:OGEABES:2026:53

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer 400.00318-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

De verdachte beheerde een Facebookpagina en plaatste tussen 2020 en 2021 berichten waarin hij personen bedreigde, beledigde en anderen opriep geweld tegen hen te plegen. Hij publiceerde onder meer smaadlijke berichten, doodsbedreigingen en oproepen om personen zwaar te mishandelen of zelfs te doden tegen betaling. Het Gerecht achtte bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging, smaad en poging tot uitlokking van gewelds- en levensdelicten. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarnaast moet hij 240 uur onbetaalde arbeid (taakstraf) verrichten onder toezicht van de reclassering. Verder moet hij aan vier benadeelde partijen elk USD 1000,00 schadevergoeding betalen. Verdachte heeft hoger beroep ingesteld.

Uitspraak

Parketnummer: 400.00318/22

Uitspraak : 2 april 2026 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1971 te Curaçao

wonende in Curaçao, [adres].

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. De verdachte is niet ter terechtzitting verschenen. Zijn raadsman, mr. H.M.M. Alejandra, advocaat in Curaçao, was wel ter terechtzitting aanwezig en heeft namens de verdachte de verdediging gevoerd.

De benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] hebben zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie, mr. C. Hato-Willems, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot:

Haar vordering behelst voorts de volledige toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.

De raadsman heeft de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie c.q. vrijspraak c.q. ontslag van alle rechtsvervolging bepleit. Tevens heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd. Tot slot heeft de raadsman verweer gevoerd ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:

FEIT 1:

BEDREIGING

hij in de periode van 5 juni 2020 tot en met 3 november 2021 op het eiland Bonaire en/of Curaçao, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met openlijk geweld met verenigde krachten tegen genoemde personen en/of met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van genoemde personen en/of goederen in gevaar wordt gebracht en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoel bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenwet BES,

immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) een foto van die [slachtoffer 1] geplaatst/laten plaatsen op de Facebookpagina "[accountnaam]" met daarbij de woorden " destrukshon di [slachtoffer 1] lo no dura hopi" ("destructie van [slachtoffer 1] zal niet lang duren") en/of “nos si lo pone un fin ku e lolas lolientje aki di [slachtoffer 1] awe nochi" ("we zullen een einde maken aan die lul van een [slachtoffer 1] vanavond") en/of "mester mata tur bomba aki na boneiru" ("alle verdorvenen hier op Bonaire moeten dood"), en/of een foto van [slachtoffer 2] met een artikel uit de krant van 01-11-2021 geplaatst waarin verslag werd gedaan van een strafzitting waarbij aangeefster bedreigd werd door een verdachte met de tekst dat alle slavendrijvers op Bonaire om het leven gebracht moeten worden, een oproep de straat op te gaan om Bonairiaanse klootzakken te stenigen en dat de politie met de verkeerde personen heeft gehandeld, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

(Artikel 298 jo 49 lid 1 Wetboek van Strafrecht BES)

FEIT 2:

BELEDIGING

hij in de periode van 5 juni 2020 tot en met 3 november 2021 op het eiland Bonaire en/of Curaçao, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk de eer en/of goede naam van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] en/of [slachtoffer 1] heeft aangerand door tenlastelegging van (een) bepaalde feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, althans een of meer van die personen bij aangeboden geschrifte heeft beledigd, immers heeft/hebben zij en/of haar mededader(s) op de (openbare) Facebookpagina "[accountnaam]" geplaatst/laten plaatsen:

 een foto van [benadeelde partij 3] met de tekst "Ami ta yu di [naam] alabes e

bastarda di famia" ("Ik ben de dochter van [naam] de bastaard van de

familie") en/of

 een foto van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] met de tekst "awor

na grandi su frey prinisipal ta un proprio primu di dje ku porsierto ta

un agente polisial ay na boneiru" ("Nu volwassen, is zijn liefdesvriend/belangrijkste liefde zijn bloedeigen neef, welke

overigens, een politieagent is daar op Bonaire") en "gay pride entre

primu ku primu" ("gay pride tussen neef en neef") en/of

 een foto van [benadeelde partij 2] met daarbij de teksten "Gay from

Bonaire" en/of "for di chikutu [benadeelde partij 2] tabata risibi pa bira

gay serka ku mes tata" ("Vanaf klein heeft [benadeelde partij 2]

instructies gekregen van zijn eigen vader om homo te zijn") en/of

 een foto van [benadeelde partij 4] met daarbij de tekst "[functie] burache

stinki di boneiru a bolbe bai drumi burachi ajere atrobe"

("[functie] vieze dronkenlap van Bonaire") en/of

 de tekst "intento di assesinato: [functie] di boneiru tesun ku tabata

desea di mira morto di amigu mediko" ("poging moord: [functie]

van Bonaire was degene die de dood van onze medische vriend wenst

te zien") en/of

 een foto van [slachtoffer 1] als clown met de tekst "paso ta abo mes a laga

mata bo ruman payaso ("jijzelf hebt je broer laten vermoorden, clown"

en/of

 " "fuck bo [slachtoffer 1] mi ta kontra kon nan a mat abo ruman y awor

abo ta kontra mi, kiermen ta abo mes a desea su morto nurdugu" ("

Fuck you, [slachtoffer 1]. Ik ben tegen hen hoe ze je broer hebben

vermoord. En nu ben jij tegen mij, dus jij hebt zijn dood gewenst")

en/of

 " "abo tabata sa ku [slachtoffer 1] tin 1 rubiana na estado aktualmente

siendo ku eta bibando ku mam disu yui ("wist je dat op dit moment

een arubaanse zwanger is van [slachtoffer 1] terwijl hij met moeder van zijn

kind woont") en/of

 " "dia ku [broer slachtoffer 1] a jega hanja [slachtoffer 1] riba 1 muhe di dje [slachtoffer 1] a menasa [broer slachtoffer 1] kus u dianan ta serka" ("de dag dat [broer slachtoffer 1] [slachtoffer 1] betrapte op zijn vrouw. [slachtoffer 1] heeft [broer slachtoffer 1] bedreigd dat zijn dagen zijn geteld.")

en/of "[slachtoffer 1] a menasa varios di esnan di 'tag' aki kaba aya na

bonairu" (" [slachtoffer 1] heeft verschillende van hun die getagd hier

zijn, daar in Bonaire bedreigd") en/of

 de tekst " komo un yui puta kubo ta ("zoon van een prostituee dat je

bent");

althans woorden en/of (een) feitelijkhe(i)d(en) van gelijke beledigende aard en/of strekking;

(Artikel 278/273 jo 49 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

FEIT 3:

UITLOKKING MOORD/WEDERRECHTELIJKE VRIJHEIDSBEROVING

hij in de periode van 5 juni 2020 tot en met 3 november 2021 op het eiland Bonaire en/of Curaçao, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk door (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben getracht een of meer personen te bewegen om [benadeelde partij 4] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] opzettelijk, al dan niet met voorbedachten rade, van het leven te beroven en/of opzettelijk wederrechtelijk van de vrijheid te beroven,

immers heeft/hebben zij en/of haar mededader(s) op de (openbare) Facebookpagina "[accountnaam]" (een) foto('s) van die persoon/personen geplaatst/laten plaatsen met daarbij (telkens) de tekst "desgrasiadonan di boneiru, pa kortesia di [Naam DJ] y [Naam] 'herself’ rekonpesa di $50.000 pa su kabes bibu of morto, y patronisa pa radio [radio zender] +[slachtoffer 1] (“rotzakken van Bonaire. Aangeboden door [Naam DJ] en [Naam] ‘herself’. Beloning van $ 50.000,- op het hoofd, dood of levend. Gesponsord door [radio zender] + [slachtoffer 1]”), welk(e) misdrijf/misdrijven en/of poging(en) daartoe niet is/zijn gevolgd;

(Artikel 140bis jo 49 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht BES)

FEIT 4:

UITLOKKING ZWARE MISHANDELING

hij in de periode van 5 juni 2020 tot en met 3 november 2021 op het eiland Bonaire en/of Curaçao, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk door (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben getracht een of meer personen te bewegen al dan niet met voorbedachten rade, al dan niet met gebruikmaking van een wapen, als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenwet BES, [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 1] (zwaar) te mishandelen,

immers heeft zij en/of haar mededader(s) op de (openbare) Facebookpagina "[accountnaam]" (een) foto('s) van die persoon/personen geplaatst/laten plaatsen met daarbij de tekst "esun ku topa ku [slachtoffer 7] prome. Batiele ku piedra heridele gravemente so, saka portret y manda pa notisia fresku" ("Degene die [slachtoffer 7] als eerste tegenkomt, sla hem met een steen, zodat hij zwaar letsel oploopt. Maak een foto hiervan, stuur deze naar os toe en krijg je beloning meteen") en/of "manda pa nos e dia di entiro di sr. [broer slachtoffer 1] pa nos tambe subi eyriba y kibra [slachtoffer 1] su konjo" ("stuur voor ons de dag van de begrafenis van heer [broer slachtoffer 1] op Bonaire, zodat wij ook daar kunnen komen en [slachtoffer 1] in elkaar slaan"), welk(e) misdrijf/misdrijven en/of poging(en) daartoe niet is/zijn gevolgd;

(Artikel 140bis jo 49 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht BES)

1. Een proces-verbaal van de op 29 september 2021 door [slachtoffer 1] ingediende klacht, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

2. Een proces-verbaal van vertalingen van de bijlagen behorende tot de door [slachtoffer 1] op 29 september 2021 ingediende klacht, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

3. Een proces-verbaal van de op 23 december 2022 door [slachtoffer 2] ingediende klacht, in de wettelijke vorm opgemaakt door haarzelf zijnde officier van justitie. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

4. Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte op 14 oktober 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 3]. De verdachte heeft bij deze gelegenheid, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:

5. Een proces-verbaal van de op 5 juni 2020 door [benadeelde partij 3] ingediende aangifte, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 4]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

6. Een proces-verbaal van vertalingen van de bijlagen behorende tot de door [benadeelde partij 3] op 5 juni 2020 ingediende aangifte, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 5]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De verdediging heeft het volgende aangevoerd:

“Voorts stelt de verdediging dat het bewijs verkregen uit het doorzoeken van de facebook account van cliënt onrechtmatig is verkregen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag en daardoor niet kan meewerken aan het bewijs.

De verdediging stelt dat het merendeel van het onderzoek en vermeend bewijs is gebaseerd op informatie verkregen bij doorzoeking van het Facebookaccount van client die is afgezet tegen informatie opgeslagen in zijn laptop telefoon en of andere gegevensdragers.

De verdediging betwist de stelling van het OM dat verkregen toestemming van RC op grond van geschokte rechtsorde en ernstige delicten gegrond althans rechtmatig was omdat de betrokken personen(aangevers) dit handelen van [accountnaam] hebben kunnen tegengaan d.m.v. het indienen van een klacht bij Facebook. Voorts had het OM andere wettelijke dwangmiddelen tot haar beschikking waardoor niet gelijk overgegaan moest op een buitenechtelijke /althans niet wettige oplossing De verdediging stelt dat hier sprake is van een ernstige schending van de privacy en overige rechten van cliënt welke op dat moment alleen gebaseerd was informatie verkregen uit een USB stick waarvan de echtheid niet eens nagetrokken was.

Het feit dat het telefoonnummer van client op die stick voorkwam op zich was geen reden voor deze ernstige breuk van de privacy althans burgerlijke rechten van cliënt omdat nadere concrete informatie vergaard kon worden middels telefoon tap en andere dwangmiddelen welke wel in de wet geregeld waren. De verdediging pleit voor niet ontvankelijkheid van het OM danwel uitsluiting van het onrechtmatig verkregen bewijs.”

Het Gerecht vindt het lastig dit verweer te duiden. Het verweer vermeldt onder meer ‘het doorzoeken van het facebookaccount van cliënt’. Voor het Gerecht is het onduidelijk welk facebook-account hiermee wordt bedoeld. Het Gerecht tast eveneens in het duister wat de verdediging precies bedoelt met ‘niet wettige oplossing’ en in welk opzicht precies het recht op privacy van de verdachte is geschonden. Reeds om die reden wordt het tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie strekkende verweer (alsmede het verweer strekkende tot uitsluiting van het onrechtmatig verkregen bewijs en tot ontslag van alle rechtsvervolging) verworpen, als zijnde niet onderbouwd.

Het Gerecht komt tot de conclusie dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 5 juni 2020 27 september 2021 tot en met 3 november 2021 op het eiland Bonaire en/of Curaçao, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met openlijk geweld met verenigde krachten tegen genoemde personen en/of met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van genoemde personen en/of goederen in gevaar wordt gebracht en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met mishandeling met gebruikmaking van wapenen als bedoel bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenwet BES,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een foto van die [slachtoffer 1] geplaatst/laten plaatsen op de Facebookpagina "[accountnaam]" met daarbij de woorden "destrukshon di [slachtoffer 1] lo no dura hopi" ("destructie van [slachtoffer 1] zal niet lang duren") en/of “nos si lo pone un fin ku e lolas lolientje aki di [slachtoffer 1] awe nochi" ("we zullen vanavond een einde maken aan die lul van een [slachtoffer 1] ") en/of "mester mata tur bomba aki na boneiru" ("alle verdorvenen hier op Bonaire moeten dood"), en/of een foto van [slachtoffer 2] met een artikel uit de krant van 01-11-2021 geplaatst waarin verslag werd gedaan van een strafzitting waarbij aangeefster bedreigd werd door een verdachte met de tekst dat alle slavendrijvers op Bonaire om het leven gebracht moeten worden, een oproep de straat op te gaan om Bonairiaanse klootzakken te stenigen en dat de politie met de verkeerde personen heeft gehandeld., althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij in de periode van 5 juni 2020 tot en met 3 november 27 september 2021 op het eiland Bonaire en/of Curaçao, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk de eer en/of goede naam van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4] en/of [slachtoffer 1] heeft aangerand door telastlegging van (een) bepaalde feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, althans een of meer van die personen bij aangeboden geschrifte heeft beledigd, immers heeft/hebben hij en/of haar mededader(s) op de (openbare) Facebookpagina "[accountnaam]" geplaatst/laten plaatsen:

 een foto van [benadeelde partij 3] met de tekst "Ami ta yu di [naam] alabes e bastarda di famia"("Ik ben de dochter van [naam] de bastaard van de familie") en/of

 een foto van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] met de tekst "awor na grandi su frey prinisipal ta un proprio primu di dje ku porsierto ta un agente polisial ay na boneiru" ("Nu volwassen, is zijn liefdesvriend/belangrijkste liefde zijn bloedeigen neef, welke overigens, een politieagent is daar op Bonaire") en "gay pride entre primu ku primu" ("gay pride tussen neef en neef") en/of

 een foto van [benadeelde partij 2] met daarbij de teksten "Gay from Bonaire" en/of "for di chikutu [benadeelde partij 2] tabata risibi tur instrukshon pa bira gay serka su mes tata" ("Vanaf klein heeft [benadeelde partij 2] alle instructies gekregen van zijn eigen vader om homo te zijn") en/of

 een foto van [benadeelde partij 4] met daarbij de tekst "[functie] burache stinki di boneiru a bolbe bai drumi burachi ajera atrobe" ("[functie] vieze dronkenlap van Bonaire") en/of

 de tekst "intento di assesinato: [functie] di boneiru tesun ku tabata desea di mira morto di amigu mediko" ("poging moord: [functie] van Bonaire was degene die de dood van onze medische vriend wenst te zien") en/of

 een foto van [slachtoffer 1] als clown met de tekst "paso ta abo mes a laga mata bo ruman payaso ("jijzelf hebt je broer laten vermoorden, clown" en/of

 "fuck bo [slachtoffer 1] mi ta kontra kon nan a mata bo ruman y awor abo ta kontra mi, kiermen ta abo mes a desea su morto burdugu" ("Fuck you, [slachtoffer 1]. Ik ben tegen hen hoe ze je broer hebben vermoord. En nu ben jij tegen mij, dus jij hebt zijn dood gewenst") en/of

 “abo tabata sa ku [slachtoffer 1] tin 1 rubiana na estado aktualmente siendo ku eta bibando ku mama disu yui ("wist je dat op dit moment een arubaanse zwanger is van [slachtoffer 1] terwijl hij met moeder van zijn kind woont") en/of

 "dia ku [broer slachtoffer 1] a jega hanja [slachtoffer 1] riba 1 muhe di dje [slachtoffer 1] a menasa [broer slachtoffer 1] ku su dianan ta serka" ("de dag dat [broer slachtoffer 1] [slachtoffer 1] betrapte op zijn vrouw. [slachtoffer 1] heeft [broer slachtoffer 1] bedreigd dat zijn dagen zijn geteld.") en/of "[slachtoffer 1] a menasa varios di esnan di 'tag' aki kaba aya na bonairu" (" [slachtoffer 1] heeft verschillende van hun die getagd hier zijn, daar in Bonaire bedreigd") en/of

 de tekst " komo un yui puta kubo ta ("zoon van een prostituee dat je bent",

althans woorden en/of (een) feitelijkhe(i)d(en) van gelijke beledigende aard en/of strekking.

3.

hij in de periode van 5 juni 2020 tot en met op 3 november 2021 op het eiland Bonaire en/of Curaçao, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk door (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben getracht een of meer personen te bewegen om [benadeelde partij 4] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] opzettelijk, al dan niet met voorbedachten rade, van het leven te beroven en/of opzettelijk wederrechtelijk van de vrijheid te beroven,

immers heeft/hebben hij en/of haar mededader(s) op de (openbare) Facebookpagina "[accountnaam]" (een) foto('s) van die persoon/personen geplaatst/laten plaatsen met daarbij (telkens) de tekst "desgrasiadonan di boneiru, pa kortesia di [Naam DJ] y [Naam] 'herself’ rekonpensa di $50.000 pa su kabes bibu of morto. Y patronisa pa radio [radio zender] +[slachtoffer 1] (“rotzakken van Bonaire. Aangeboden door [Naam DJ] en [Naam] ‘herself’. Beloning van $50.000,- op het hoofd, dood of levend. Gesponsord door [radio zender] + [slachtoffer 1]”), welk(e) misdrijf/misdrijven en/of poging(en) daartoe niet is/zijn gevolgd.

4.

hij in de periode van 5 juni 2020 tot en met 3 november 2021 6 augustus 2020 tot en met 27 september 2021 op het eiland Bonaire en/of Curaçao, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk door (een) gift(en) en/of (een) belofte(n) en/of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft/hebben getracht een of meer personen te bewegen al dan niet met voorbedachten rade, al dan niet met gebruikmaking van een wapen, als bedoeld bij het tweede lid van artikel 1 van de Wapenwet BES, [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 1] (zwaar) te mishandelen,

immers heeft hij en/of haar mededader(s) op de (openbare) Facebookpagina "[accountnaam]" (een) foto('s) van die [slachtoffer 7] persoon/personen geplaatst/laten plaatsen met daarbij de tekst "esun ku topa ku [slachtoffer 7] prome. Batiele ku piedra heridele gravemente so, saka portret y manda pa notisia fresku" ("Degene die [slachtoffer 7] als eerste tegenkomt, sla hem met een steen, zodat hij zwaar letsel oploopt. Maak een foto hiervan, stuur deze naar ons toe en krijg je beloning meteen") en/of de tekst "manda pa nos e dia di entiero di sr. [broer slachtoffer 1] pa nos tambe subi eyriba y kibra [slachtoffer 1] su konjo" ("stuur voor ons de dag van de begrafenis van heer [broer slachtoffer 1] op Bonaire, zodat wij ook daar kunnen komen en [slachtoffer 1] in elkaar slaan"), welk(e) misdrijf/misdrijven en/of poging(en) daartoe niet is/zijn gevolgd.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feiten 1, 2 en 4

“(…) Ik ben journalist en eigenaar van het radiostation [naam radiostation]. Op [overlijdensdatum] 2021 is mijn broer [broer slachtoffer 1] overleden. (…) Op 27 september 2021 werd via Facebook, op de tijdlijn [accountnaam], een bericht geplaatst door [accountnaam] welke betrekking had op het overlijden van mijn broer. (…) In het bericht (…) stond dat mijn broer is doodgemaakt door een complot van de makamba artsen in het ziekenhuis Fundashon Mariadal. (…) Hij beledigde (…) en bedreigde mij. Hij zei onder andere dat iedereen naar de begrafenis van mijn broer moet komen om [slachtoffer 1], ik dus, in elkaar te slaan. Het afscheid van mijn broer is [datum] 2021 van 18:00-20:00 uur en morgen, [datum uitvaart] 2021 is de begrafenis van 10:00-11:00 uur. (…)

Ik heb van een onbekend gebleven persoon een envelop in mijn brievenbus gekregen met daarin een USB-stick. Op deze stick stond allerlei informatie met betrekking tot [accountnaam] (…).”

“(…)

[screenshot Facebook post 1]

[screenshot Facebook post 2]

[screenshot Facebook post 3]

[screenshot Facebook post 4]

[screenshot Facebook post 5]

[screenshot Facebook post 6]

[screenshot Facebook post 7]

[screenshot Facebook post 8]

[screenshot Facebook post 9]

“(…) Op 4 november 2021 werd ik (…) geïnformeerd dat mijn foto de dag daarvoor samen met levensbedreigende tekst op de Facebookpagina van (…) [accountnaam] werd geplaatst. Ik heb op de dag in kwestie ook een schermfoto van hetgeen op voornoemde pagina stond (…) ontvangen.

Het naast mijn foto geplaatste artikel verscheen op 1 november 2021 in een lokale krant en betrof een incident dat op 29 oktober 2021 had plaatsgevonden. Het artikel ging voornamelijk over het feit dat een verdachte mij op de dag in kwestie tijdens het uitoefenen van mijn functie als officier van justitie bij de openbare behandeling van diens zaak met de dood had bedreigd. (…) In het artikel werden o.a. de tegen mij geuite bedreigingen, alsmede de agressieve wijze waarop de persoon in kwestie tekeer ging gerelateerd. (…) Boven mijn op de pagina geplaatste foto werd in hoofdletters geschreven dat alle slavendrijvers op Bonaire om het leven gebracht moesten worden. De net omschreven collage inhoudende het krantenartikel, mijn foto, de geschreven tekst en de Bonairiaanse vlag met daarop de naam [slachtoffer 1], werd geplaatst met daarboven de tekst dat in de kern het volgende inhield: Een duidelijke oproeping om met zijn allen de straat op te gaan om alle Bonairiaanse klootzakken te stenigen. De uitlating dat de politie met de verkeerde persoon heeft gehandeld. (…) Ik was op dat moment leider van het onderzoek naar degene(n) die achter de Facebookpagina van [accountnaam] was/waren (…)”

“(…) M: Op de telefoon van [medeverdachte] vonden we een foto van een officier van justitie op Bonaire. Deze was door jou verwerkt in een collage en op de site van [accountnaam] gepost.

V: Hoe kan je dat verklaren?

[screenshot Facebook post 10]

(…)”

“(…) Ik doe aangifte van smaad/smaadschrift, gepleegd op 5 juni 2020. Mijn eer/goede naam is door de verdachte aangerand (…) ik voel dat schade aan mij persoonlijk wordt gedaan door allerlei soorten berichten over mij op social media te zetten. (…)”

“(…) Vertaling bericht 2

(…) Ik ben de dochter van [naam] de bastaard van de familie. (…)

[screenshot Facebook post 11]

(…)”

7. Een proces-verbaal van de op 19 juni 2020 door [benadeelde partij 1] ingediende klacht, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 6]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

“(…) Ik wens een klacht te doen tegen de personen achter het profielaccount “[accountnaam]” (…)

Gisteren, donderdag 18 juni 2020, omstreeks 19.45 uur, nam ik notitie op het FB-account van “[accountnaam]” dat hij onder anderen mijn foto heeft geplaatst samen met mijn neef [benadeelde partij 2] en had een commentaar geplaatst dat wij nu een homorelatie zullen hebben met elkaar (Foto in bijlage nummer 1). Daarna op een andere foto die hij had geplaatst waarop het gezicht van [benadeelde partij 2], vader van [benadeelde partij 2] en ik zichtbaar zijn, werd mijn naam ook genoemd (Foto in bijlage nummer 2). (…) Ik voel mij heel erg beledigd met dit gedrag en uitingen van [accountnaam] op FB. (…)

Bijlage 1

Foto van aangever [benadeelde partij 2] samen met aangever [benadeelde partij 1].

[screenshot Facebook post 12]

Bijlage 2

8. Een proces-verbaal van de op 20 juni 2020 door [benadeelde partij 2] ingediende klacht, ter zake van een tussen 1 juni 2020 en 19 juni 2020 gepleegd feit, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 7]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

9. Een proces-verbaal van de op 15 oktober 2020 door [benadeelde partij 4] ingediende klacht, gepleegd ‘ongeveer een jaar geleden tot heden’, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

10. Een proces-verbaal van de op 7 augustus 2020 door [slachtoffer 7] gedane aangifte, van een op 6 augustus 2020 gepleegd feit, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 7]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

11. Een proces-verbaal van de op 4 november 2021 door [benadeelde partij 4] gedane aangifte, van een op 3 november 2021 gepleegd feit, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

12. Een proces-verbaal van de op 8 november 2021 door [slachtoffer 3] gedane aangifte van een op 3 november 2021 gepleegd feit, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

13. Een proces-verbaal van de op 8 november 2021 door gedane aangifte van een op 3 november 2021 gepleegd feit, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

14. Een proces-verbaal van de op 9 november 2021 door [slachtoffer 5] gedane aangifte van een op 3 november 2021 gepleegd feit, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

15. Een proces-verbaal van de op 9 november 2021 door [slachtoffer 6] gedane aangifte van een op 3 november 2021 gepleegd feit, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 8]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

16. Een proces-verbaal van vertalingen van berichten op Facebook Messenger tussen [accountnaam] en [medeverdachte], in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

17. Een proces-verbaal van tapgesprekken van het telefoonnummer [telefoonnummer 1], in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 9]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

18. Een proces-verbaal van aanvraag van een bevel tot onderzoek van onder andere de telecommunicatieaansluiting [telefoonnummer 1], in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

19. Een proces-verbaal van huiszoeking te [adres], in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 10] en [opsporingsambtenaar 11]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Foto van aangever [benadeelde partij 2] samen met aangever [benadeelde partij 1] en de vader van aangever [benadeelde partij 2]. In het kopstuk staat het commentaar:

“Van kleins af aan is [benadeelde partij 2] opgegroeid met een gebroken pols thuis. Nu volwassen is zijn liefdesvriend zijn bloedeigen neef, welk overigens, een politieagent is daar op Bonaire.”

De foto is gemanipuleerd met commentaren erop die luiden:

“Sinds kleins af heeft [benadeelde partij 2] instructies gekregen van zijn eigen vader om homo te worden, welk hem ook had verwend.”

“Gay pride tussen neven.”

[screenshot Facebook post 13]

(…)”

“(…) op Facebook zijn verschillende artikelen verschenen waar mijn familie, sommige vrienden en ik mee worden aangevallen. Deze artikelen hebben als doel om onze goede naam, eer, carrière en reputatie kwaadwillig te beschadigen. De artikelen zijn gepubliceerd door het Facebookprofiel “[accountnaam]”. (…) Mijn innerlijke rust werd continue gestoord en mijn gezondheidsklachten zijn direct te relateren aan de perikelen met het toedoen van het account ‘[accountnaam]”. (…) Ik maak me zorgen en voel mij niet veilig, en vrees voor het ergste. (…)

BIJLAGE NR 1

[screenshot Facebook post 14]

(…)

BIJGEVOEGDE KOPIE

[screenshot Facebook post 15]

(…)”

“(…) Ik wil bij deze klacht doen van smaad/smaadschrift tegen de persoon die het Facebookaccount ‘[accountnaam]’ op Facebook gebruikt. Mijn eer/goede naam is door de verdachte aangerand. (…) Sinds geruime tijd belastert een persoon met de naam [accountnaam] mij op de social media Facebook. (…) de laatste tijden begon de persoon meer berichten over mij te schrijven. (…) Ik heb gemerkt dat deze berichten/opmerkingen zorgen voor veel onrust op het eiland. (…)

BIJLAGE 2

[screenshot Facebook post 16]

[screenshot Facebook post 17]

(…)”

“(…) Ik zag dat de posten door een Facebookprofiel met de naam van “[accountnaam]” werd geplaatst. Ik las dreigende en beledigende teksten op deze post. Ik zag dat er afbeeldingen van mijn persoon en van [slachtoffer 4] in deze post waren bewerkt en waren gepaard met dreigende en beledigende teksten. (…)

De tekst luidt als volgt (woorden van gelijke strekking): “(…) Degene die [slachtoffer 7] eerst tegenkomt. Sla hem met een steen, zodat hij zware letsel oploopt. Maak dan een foto hiervan en stuur deze naar ons toe en je krijgt je beloning meteen.” (…)

[screenshot Facebook post 18]

Ten aanzien van feit 3

“Ik doe aangifte van bedreiging met de dood en opruiing. (…) Op 3 november 2021 kreeg ik van de journalist [slachtoffer 1] screenshots toegestuurd van Facebook. De screenshots waren afkomstig van de Facebookpagina van [accountnaam]. (…) Ik zag een foto van mezelf, van gedeputeerden [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] en van ex-gedeputeerden [slachtoffer 6] en [slachtoffer 4]. Wij werden allemaal bedreigd door [accountnaam]. De teksten waren in het Papiaments geschreven en vertaald naar het Nederlands (…):

Rotzakken van Bonaire.

Aangeboden door [Naam DJ] en [Naam] “herself”

Beloning van $50.000 op het hoofd, dood of levend.

Gesponspord door [radio zender] + [slachtoffer 1]

(…)

[screenshot Facebook post 19]

“Ik doe aangifte van bedreiging met de dood en opruiing. (…) Op 3 november 2021 ontving ik screenshots van Facebook. De screenshots waren afkomstig van de Facebookpagina van [accountnaam]. (…) Ik zag een foto van mezelf, [functie] [benadeelde partij 4], gedeputeerde [slachtoffer 5] en van ex-gedeputeerde [slachtoffer 4]. Wij werden allemaal bedreigd door [accountnaam]. De teksten waren in het Papiaments geschreven en vertaald naar het Nederlands (…):

Rotzakken van Bonaire.

Aangeboden door [Naam DJ] en [Naam] “herself”

Beloning van $50.000 op het hoofd, dood of levend.

Gesponspord door [radio zender] + [slachtoffer 1]

(…)

[screenshot Facebook post 20]

“Ik doe aangifte van bedreiging met de dood en opruiing. (…) Op 3 november 2021 ontving ik screenshots van Facebook. De screenshots waren afkomstig van de Facebookpagina van [accountnaam]. (…) Ik zag een foto van mezelf, [functie] [benadeelde partij 4], gedeputeerden [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] en van ex-gedeputeerde [slachtoffer 6]. Wij werden allemaal bedreigd door [accountnaam]. De teksten waren in het Papiaments geschreven en vertaald naar het Nederlands (…):

Rotzakken van Bonaire.

Aangeboden door [Naam DJ] en [Naam] “herself”

Beloning van $50.000 op het hoofd, dood of levend.

Gesponspord door [radio zender] + [slachtoffer 1]

(…)

[screenshot Facebook post 21]

“Ik doe aangifte van bedreiging met de dood en opruiing. (…) Op 3 november 2021 ontving ik screenshots van Facebook. De screenshots waren afkomstig van de Facebookpagina van [accountnaam]. (…) Ik zag een foto van mezelf, [functie] [benadeelde partij 4], gedeputeerde [slachtoffer 3] en van ex-gedeputeerden [slachtoffer 4] en [slachtoffer 6]. Wij werden allemaal bedreigd door [accountnaam]. De teksten waren in het Papiaments geschreven en vertaald naar het Nederlands (…):

Rotzakken van Bonaire.

Aangeboden door [Naam DJ] en [Naam] “herself”

Beloning van $50.000 op het hoofd, dood of levend.

Gesponspord door [radio zender] + [slachtoffer 1]

(…)

[screenshot Facebook post 22]

“Ik doe aangifte van bedreiging met de dood en opruiing. (…) Op 3 november 2021 ontving ik screenshots van Facebook. De screenshots waren afkomstig van de Facebookpagina van [accountnaam]. (…) Ik zag een foto van mezelf, [functie] [benadeelde partij 4], gedeputeerden [slachtoffer 3] en [slachtoffer 5] en van ex-gedeputeerde [slachtoffer 4]. Wij werden allemaal bedreigd door [accountnaam]. De teksten waren in het Papiaments geschreven en vertaald naar het Nederlands (…):

Rotzakken van Bonaire.

Aangeboden door [Naam DJ] en [Naam] “herself”

Beloning van $50.000 op het hoofd, dood of levend.

Gesponspord door [radio zender] + [slachtoffer 1]

(…)

[screenshot Facebook post 23]

Ten aanzien van de identificatie van de gebruiker van het Facebookaccount ‘[accountnaam]”

“(…) 23 okt. 2020, 9:41am, [naam]: Nee, dit opslaan onder mijn midden naam “[midden naam]”. App # [telefoonnummer 1]. Top vertrouwelijk. (…)”

“(…) Op 18 oktober 2021 om 07:50:42 uur belde het nummer [telefoonnummer 2] naar [telefoonnummer 1]. Een man genaamd [roepnaam] maakte gebruik van het nummer [telefoonnummer 2]. De gebruiker van [telefoonnummer 1] zegt tegen [roepnaam] dat hij Wolf heet.

Op 30 oktober 2021 om 13:50:09 uur werd het nummer [telefoonnummer 1] gebeld door het nummer [telefoonnummer 3]. Een man had een vrouw opgebeld.

Uit het gesprek is te luisteren dat de man [naam man] heet en de vrouw [naam vrouw] heet. De stem van [naam man] is dezelfde stem van de man die het nummer [telefoonnummer 1] op 18 oktober had gebruikt en zei dat hij Wolf wordt genoemd.

Op 1 november 2021 om 21:24:14 uur werd het nummer [telefoonnummer 1] gebeld door het nummer [telefoonnummer 3]. [naam man] maakte gebruik van het nummer [telefoonnummer 3] en had [naam vrouw] opgebeld. Tijdens het gesprek had [naam man] gebeden samen met [naam vrouw] en nog twee dochters. Gedurende het gebed vraagt [naam man] zegening dat de operatie van zijn vrouw [voornamen vrouw] goed is verlopen. Tevens vraagt hij zegening voor hun dochter in Nederland genaamd [naam dochter 1], en de twee dochters genaamd [naam dochter 2] en [naam dochter 3]. (…)”

“(…) Uit de tapgesprekken van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] is gebleken dat telefoonmasten op Curaçao worden aangestraald, de gebruiker van dit nummer zich [naam man] noemt en dat hij een vrouw en twee dochters heeft. Nader onderzoek bij de Curaçaose autoriteiten wees uit dat bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) dit nummer bij de persoon [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1971 is geregistreerd.

Uit informatie van de telecomprovider is gebleken dat het telefoonnummer is gebruikt bij een recente klacht van [naam vrouw]. Uit de gemeenschappelijke basisadministratie is gebleken dat [verdachte] is getrouwd met [naam vrouw] en dat zij samen twee dochters hebben. (…)”

“(…) Vooronderzoek

(…) Aan [verdachte] werd gevraagd of hij het mobiele nummer [telefoonnummer 1] kende. Hierop antwoordde hij: “ja”. (…) Hierna vertelde [verdachte] dat hij de gebruiker is van (…) het mobiele nummer [telefoonnummer 1]. (…)

AANGETROFFEN GOEDEREN

20. Een proces-verbaal van vaststellen IP-adressen, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 12]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

21. Een proces-verbaal van aanvraag van een vordering tot verstrekking van historische verkeergegevens van het internet, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

22. Een proces-verbaal van onderzoek naar de digitale gegevensdragers die tijdens de huiszoeking bij de verdachte in beslag zijn genomen, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 13]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

23. Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte op 11 januari 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 14], [opsporingsambtenaar 15] en [opsporingsambtenaar 16]. De verdachte heeft bij deze gelegenheid, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, het volgende verklaard:

(…)

(…)”

“(…) Op woensdag 10 november 2021 heb ik, verbalisant, (…) onderzoek gedaan naar de door Facebook aangeleverde gegevens m.b.t. accountid: [lidnummer], ook wel bekend onder de naam [accountnaam]. (…) Uit de aangeleverde gegevens blijkt tevens dat ten tijde van het aanmaken van het Facebook-account op 10 augustus 2016 (…)”

“(…) Op 6 oktober 2021 zijn middels een vordering 177s Wetboek van Strafvordering historische gegevens gevorderd bij Facebook van het account [accountnaam].

Op 10 november 2021 werden de gevorderde gegevens door tussenkomst van Interceptie & Sensing (I&S) van de Landelijke Eenheid politie Nederland aan het onderzoeksteam verstrekt. Uit deze gegevens is onder andere gebleken dat aan het Facebookprofiel een geverifieerd telefoonnummer was gekoppeld. Het betreft het telefoonnummer [telefoonnummer 4]. (…)”

“(…) In de laptop van het merk Lenovo zijn de volgende bijzonderheden aangetroffen:

[afbeeldingen van 10 Facebook posts]

(…)

In de mobiele telefoon van het merk Samsung zijn de volgende bijzonderheden aangetroffen:

[afbeeldingen van 10 collages]

[8 afbeeldingen van slachtoffer 1]

(…)

Wat verder opviel in de telefoons van de verdachten [medeverdachte] en [verdachte] is dat de verdachte [medeverdachte] een aantal originele foto’s in haar telefoon had staan die in diverse collages van [accountnaam] terugkwamen. (…) Enkele voorbeelden hiervan zijn:

[foto’s van de afbeeldingen en collages]

(…)”

“(…) V: Wat waren de telefoonnummers van de andere telefoons?

A: (…) en [telefoonnummer 4].

(…)

V: Wat zijn de profielnamen hiervan?

A: (…) [profielnaam] (…)

(…)

M: Je verklaarde dat je alleen een collage maakt.

V: Is dit voor de Facebook pagina [accountnaam]?

A: Ja (…)”

Bewijsoverwegingen

Zoals reeds onder het kopje “Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie” overwogen, wordt het verweer strekkende tot uitsluiting van ‘het onrechtmatig verkregen bewijs’ verworpen, als zijnde niet onderbouwd.

De verdediging heeft voorts het volgende aangevoerd:

“DE VERDEDIGING HEEFT ZIJN BEDENKINGEN t.a.v. het gestelde anoniem verkregen usb stick nu de korpschef dit ontvangen heeft en meent dat client in de gelegenheid moest worden gesteld om de persoon als getuige te horen.

De verdediging vindt dit usb stick van cruciaal belang voor het onderzoek en dat het daardoor niet als (ondersteunend) bewijs mag worden gebruikt zonder dat cliënt in de gelegenheid gesteld is om de persoon te horen. Nu dit niet het geval was concludeert de verdediging dat client door dit handelen is gestoord althans belemmerd in zijn verdediging en daardoor van alle rechtsvervolging dient te worden ontslagen danwel worden vrijgesproken van de tll feiten.”

Het Gerecht overweegt als volgt.

Onduidelijk is welke getuige de verdediging hier op het oog heeft. Ter terechtzitting van 6 maart 2025 heeft het Gerecht beslissingen genomen ten aanzien van de verzoeken van de verdediging tot het horen van getuigen. Gesteld noch gebleken is dat de verdediging in enig stadium van het geding een verzoek heeft gedaan tot het horen van ‘de persoon’, dan wel tot het stellen van nadere vragen of het verrichten van nader onderzoek naar de herkomst en inhoud van de desbetreffende usb-stick. Reeds hierom wordt dit verweer verworpen.

De verdachte betwist de gebruiker te zijn van het Facebook-account “[accountnaam]”, dat hij de bewezenverklaarde berichten heeft verzonden en daarmee dat hij de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. Dit verweer vindt zijn weerlegging in de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.

Uit de bewijsmiddelen leidt het Gerecht af dat uit de berichten op Facebook Messenger tussen [medeverdachte] en [accountnaam], laatstgenoemde melding maakt van telefoonnummer [telefoonnummer 1]. Onderzoek naar dit telefoonnummer leidt naar de verdachte als gebruiker van dit telefoonnummer. Dit wordt door de verdachte bevestigd. Verder onderzoek naar het Facebook-account “[accountnaam]” leidt tot nog een telefoonnummer dat aan de verdachte te linken is, te weten het telefoonnummer [telefoonnummer 4]. Bij het Facebook-account “[accountnaam]” werd door Facebook een link/code verstuurd naar het door de gebruiker opgegeven telefoonnummer. Dit telefoonnummer werd daarna bevestigd door middel van het klikken op de link of invoeren van de code. Tijdens verhoor bij de politie heeft de verdachte bevestigd dat hij ook van dit laatstgenoemde telefoonnummer de gebruiker was. Bovendien zijn op de inbeslaggenomen laptop en telefoon van de verdachte meer dan 200 collages aangetroffen zoals die door “[accountnaam]” zijn gebruikt en ruim 100 afbeeldingen die aan “[accountnaam]” en diens collages kunnen worden gerelateerd, waarvan 30 gerelateerd zijn aan [slachtoffer 1]. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij collages maakte voor de Facebookpagina van [accountnaam].

De verdachte heeft geen redelijke, de redengevendheid van deze bewijsmiddelen ontzenuwende verklaring gegeven. De door de verdachte afgelegde verklaringen met betrekking tot de voor hem belastende feiten en omstandigheden, namelijk dat hij alleen de ontwerper was van de collages zonder de strafbare teksten en deze doorstuurde naar [accountnaam], dat hij geen berichten op de Facebookpagina van [accountnaam] plaatste, acht het Gerecht in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, niet aannemelijk geworden.

Het Gerecht acht dan ook buiten redelijke twijfel bewezen dat de verdachte als gebruiker achter het Facebook-account “[accountnaam]” schuilging en verantwoordelijk is voor de tenlastegelegde berichten, en daarmee de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd.

Het verweer wordt derhalve ook in zoverre verworpen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 298 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Bedreiging met openlijk geweld met vereenigde krachten tegen personen, met eenig misdrijf waardoor de algemeene veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht, met eenig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 273 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Smaad, meermalen gepleegd.

Het onder 3 en 4 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 140bis van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Poging tot uitlokking van een misdrijf, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van smaad. Hij heeft een Facebookpagina aangemaakt waarop hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], heeft bedreigd, [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 4] en [slachtoffer 1] heeft beledigd, en anderen heeft uitgelokt tot het plegen van strafbare feiten tegen [benadeelde partij 4], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 5], [slachtoffer 6], [slachtoffer 7] en [slachtoffer 1]. Op deze Facebookpagina, gevoerd onder de naam ‘[accountnaam]’, heeft de verdachte foto’s van deze personen geplaatst, voorzien van hun volledige naam.

Het betreft ernstige feiten, die niet alleen een aanzienlijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en eer en goede naam van de betrokkenen, maar ook onrust en verontwaardiging hebben teweeggebracht binnen de Boneriaanse gemeenschap. De feiten hebben in het bijzonder een grote impact gehad op de aangevers.

De verdachte heeft geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Evenmin heeft hij inzicht gegeven in de motieven die aan zijn gedragingen ten grondslag hebben gelegen, waardoor de aangevers in onzekerheid zijn gebleven over de beweegredenen van de verdachte.

Het Gerecht heeft acht geslagen op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. Alles afwegende is het Gerecht van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf, mede gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, in beginsel passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld, als hierna te vermelden.

Schadevergoeding

Er hebben zich vier benadeelde partijen gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert $ 1.603,78 aan immateriële schade.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert $ 1.706,17 aan materiële schade en $ 1.603,78 aan immateriële schade.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

De benadeelde partij [benadeelde partij 3] vordert $ 27.933 aan immateriële schade.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

De benadeelde partij [benadeelde partij 4] vordert $ 15.000 aan immateriële schade.

De verdediging heeft de vorderingen betwist.

Het Gerecht zal de benadeelde partij [benadeelde partij 2], voor zover diens vordering betrekking heeft op de materiële schade, niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering. De behandeling van die vordering levert een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat die onvoldoende is onderbouwd en het toelaten van nadere bewijslevering zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij [benadeelde partij 2] kan dat deel van zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de vorderingen, voor zover betrekking hebbend op immateriële schade, overweegt het Gerecht als volgt.

Vaststaat dat aan voornoemde benadeelde partijen door het bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Deze schade bestaat uit aantasting in de eer en goede naam van de benadeelde partijen als gevolg van de door de verdachte via sociale media verspreide aantijgingen. Daarmee is voldaan aan de vereisten voor toekenning van een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van immateriële schade.

Op grond van de door de benadeelde partijen gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, stelt het Gerecht de immateriële schadevergoeding naar billijkheid vast op US$ 1.000,- per benadeelde partij. De vorderingen zullen voor het meerdere niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partijen kunnen dat deel van hun vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 38f van het Wetboek van Strafrecht BES aan de verdachte op te leggen. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.

De proceskosten van de benadeelde partij zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Tot op heden zijn die proceskosten begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 17a, 17b, 17c, 17d, 38f, 49 en 59 van het Wetboek van Strafrecht BES, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 6 (zes) maanden;

bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte, volgens de voorschriften en de aanwijzingen – ook voor wat betreft de voortgang – te geven door of namens de Stichting Reclassering Caribisch Nederland, gedurende 240 uren dienstverlening in de vorm van onbetaalde arbeid zal verrichten, met dien verstande dat die werkzaamheden binnen 6 (zes) maanden na het ingaan van de proeftijd dienen te zijn aangevangen en binnen 2 (twee) jaar na die aanvang dienen te zijn voltooid;

geeft de reclassering opdracht bijstand te verlenen aan de verdachte ter zake van de naleving van de voorwaarden;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] geleden schade toe tot een bedrag van $ 1.000,00 (zegge: duizend Amerikaanse dollar), en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 2] geleden schade toe tot een bedrag van $ 1.000,00 (zegge: duizend Amerikaanse dollar), en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 3] geleden schade toe tot een bedrag van $ 1.000,00 (zegge: duizend Amerikaanse dollar), en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 4] geleden schade toe tot een bedrag van $ 1.000,00 (zegge: duizend Amerikaanse dollar), en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partijen in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van $ 1.000,00 (zegge: duizend Amerikaanse dollar), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partijen [benadeelde partij 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van $ 1.000,00 (zegge: duizend Amerikaanse dollar, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partijen [benadeelde partij 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van $ 1.000,00 (zegge: duizend Amerikaanse dollar, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partijen [benadeelde partij 4] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van $ 1.000,00 (zegge: duizend Amerikaanse dollar, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door mr. F.F. Kruijt (zittingsgriffier), en op 2 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao, met een directe beeld- en geluidsverbinding met het Gerechtsgebouw op Bonaire.

mr. F.F. Kruijt is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand