GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202400616
datum beslissing: 4 maart 2026
Op het verzoek van
ZORG EN JEUGD CARIBISCH NEDERLAND
gevestigd te Bonaire,
hierna: ZJCN,
met betrekking tot de minderjarige:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige]),
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de moeder,
[de vader]
wonende te Bonaire,hierna: de vader,
en
[de pleegmoeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de pleegmoeder.
In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) BES is in de procedure gekend de Voogdijraad Caribisch Nederland (hierna: de Voogdijraad)
1. Het procesverloop
Op 10 februari 2026 heeft het gerecht een verzoekschrift met bijlagen ontvangen van ZJCN.
Op 4 maart 2026 heeft de moeder een e-mailbericht gestuurd aan de rechter waarbij zij haar visie op de zaak geeft.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 maart 2026. Daarbij zijn de moeder, de vader en de pleegmoeder verschenen. Namens de Voogdijraad is de heer [medewerker voogdijraad] verschenen en namens ZJCN mevrouw [medewerker ZJCN].
De rechter heeft na de mondelinge behandeling direct mondeling uitspraak gedaan.
2. Het verzoek en de beoordeling
De moeder heeft eenhoofdig gezag over [minderjarige]. De vader heeft [minderjarige] erkend. De vader en de moeder wonen samen. Bij beschikking van 5 maart 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van ZJCN en geplaatst bij de pleegmoeder voor de duur van 1 jaar.
Het verzoek van ZJCN betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de pleegmoeder voor de duur van 1 jaar. In haar e-mailbericht heeft de moeder verklaard het eens te zijn met het verzoek, maar zij is wel bezorgd over de verblijfplaats van [minderjarige]. Uit het verzoekschrift blijkt dat de vader graag wil dat [minderjarige] bij de ouders komt wonen en dat de pleegmoeder de opvoeding zwaar vindt en om ondersteuning vraagt.
Op grond van de wet kan de rechter een kind voor een termijn van ten hoogste 1 jaar onder toezicht stellen als het zodanig opgroeit, dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen. De rechter kan, indien dat in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk is, het kind voorts doen opnemen in een inrichting of elders dan een inrichting voor de duur van ten hoogste 1 jaar. De termijn van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing kan telkens met ten hoogste 1 jaar worden verlengd.
Uit het verzoekschrift en uit wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken blijkt dat de ingezette hulpverlening heeft geleid tot verbetering in de communicatie en samenwerking tussen de moeder, pleegmoeder, [minderjarige] en ZJCN. Toch bestaan er nog steeds ernstige zorgen met betrekking tot de opvoedsituatie bij de ouders. Bovendien heeft de pleegmoeder heeft ondersteuning nodig in de zorg en opvoeding van [minderjarige]. Daarmee is de ontwikkelingsdreiging voor [minderjarige] nog onvoldoende afgewend en blijft hulpverlening in een verplicht kader noodzakelijk. Iedereen is het er ook over eens dat de ondertoezichtstelling moet worden verlengd. Het gerecht is daarom van oordeel dat een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is en zal deze voor de duur van 1 jaar verlengen, dat wil zeggen tot 5 maart 2027.
minderjarige] woont op dit moment bij haar pleegmoeder. De pleegmoeder ervaart de opvoeding en verzorging van [minderjarige] als belastend. Volgens ZJCN is de thuissituatie bij de ouders op dit moment nog onvoldoende stabiel en veilig, alhoewel er volgens ZJCN wel positieve ontwikkelingen zijn. Bij de pleegmoeder vindt [minderjarige] op dit moment in ieder geval stabiliteit en veiligheid. Het gerecht is van oordeel dat daarom een verlenging van de uithuisplaatsing noodzakelijk is en zal deze voor de duur van 1 jaar verlengen, dat wil zeggen tot 5 maart 2027. Vermeld daarbij kan worden dat ZJCN op de mondelinge behandeling heeft verklaard onderzoek te willen doen naar de mogelijkheden om de pleegmoeder te ontlasten, waarbij ook de mogelijkheid van overnachtingen bij de ouders aan de orde kan komen.
3. De beslissing
Het gerecht:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] voor de duur van 1 jaar, tot 5 maart 2027.
bepaalt dat een gezinsvoogd van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (ZJCN) wordt belast met het toezicht op [minderjarige].
verlengt de uithuisplaatsing van [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats] voor de duur van 1 jaar, tot 5 maart 2027, bij de pleegmoeder mevrouw [de pleegmoeder].
verstaat dat de griffier aantekening maakt in het gezagsregister van de beslissing onder 3.1 en 3.2.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op 16 maart 2026 op schrift gesteld.