ECLI:NL:OGEABES:2026:57

ECLI:NL:OGEABES:2026:57

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 09-01-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer 400.00254-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Zaak van Bonaire. Is het voorwerp dat op de camerabeelden te zien is een vuurwapen? Het Gerecht in eerste aanleg oordeelt van wel. Het Gerecht is ook van oordeel dat voldoende vast staat dat het om een echt wapen is gegaan. Ondanks dat het wapen niet is gevonden en het NFI zich over de echtheid niet heeft uitgelaten. Oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden.

Uitspraak

Parketnummer: 400.00254/25

Uitspraak: 9 januari 2026 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

[verdachte] het vermoedelijke vuurwapen tussen in zijn broeksband.”

geboren op [geboortedatum] 2000 op [geboorteplaats],

wonende op Bonaire, [adres],

thans gedetineerd in de JICN te Bonaire.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 en 9 januari 2026. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.J. Winkel, advocaat te Bonaire.

De officier van justitie, mr. D.C. Smits, heeft op de terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Subsidiair heeft de raadsman een strafmaat verweer gevoerd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 8 juni 2025, op het eiland Bonaire, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, voorhanden heeft gehad

een vuurwapen of een ander soortgelijk voor bedreiging of afdreiging

geschikt voorwerp en/of een hoeveelheid munitie, zijnde een vuurwapen

en/of munitie in de zin van de Vuurwapenwet BES.

Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot

kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn

vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht vindt - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 8 juni 2025, op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een ander voorhanden heeft gehad een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenwet BES.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat.

Daarbij wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen op Bonaire.

1. Een proces-verbaal van bevindingen ‘uitkijken camerabeelden NN05’, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], opgenomen op pagina 34 e.v., voor zover inhoudende:

Op 8 juni 2025 tussen 2.45 en 3.00 uur vond een schietpartij plaats voor Club Rush, gelegen aan de Kaya Princes Marie. Er bleken diverse personen met vuurwapens aanwezig te zijn, waarvan een aantal schoten heeft gelost. De beelden werden gevorderd van alle bedrijven in de omgeving. Wij zagen het volgende op de beelden.

Wij kunnen de persoon NN05 als volgt omschrijven: zwart shirt, korte lichte spijkerbroek, heeft steeds een glas drinken in zijn hand.

02:55:48 (Hi Tea) NN03 loopt richting NN05. NN03 en NN05 maken contact met elkaar en lijken enkele seconden met elkaar te spreken.

02:55:49 (Hi Tea) NN03 geeft een donker voorwerp over aan NN05. Het voorwerp lijkt glimmend, omdat er een kleine schittering te zien is bij overgifte.

02:55:50 (Hi Tea) NN05 heeft het voorwerp overgepakt van NN03. Op de beelden is te zien dat het een vuurwapen is of een daarop gelijkend voorwerp. Het heeft

de meeste gelijkenis met een revolver. Hij richt het vuurwapen met de loop schuin naar de grond en pakt het voorwerp met twee handen vast.

2. Een proces-verbaal van bevindingen ‘uitkijken camerabeelden NN03’, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2], opgenomen op pagina 25 e.v., voor zover inhoudende:

“Op 8 juni 2025 omstreeks 3.00 uur vond een schietpartij plaats voor Club Rush, gelegen aan de Kaya Princes Marie. Er bleken diverse personen met vuurwapens aanwezig te zijn, waarvan een aantal schoten heeft gelost. De beelden werden gevorderd van alle bedrijven in de omgeving. Wij zagen het volgende op de beelden.

02:54:52 (Hi Tea) Terwijl NN03 naar de rijweg loopt, houdt hij in zijn rechterhand een op een vuurwapen gelijkend voorwerp vast, met de vermoedelijke loop naar beneden gericht.

02:55:44 (Hi Tea) NN03 loopt weer terug achter de schuin geparkeerde auto en rommelt weer wat in/bij zijn schoudertas.

02:55:50 (Hi Tea) NN03 en NN05 maken contact met elkaar. NN03 geeft het voorwerp dat hij in zijn rechterhand heeft, over aan NN05.”

3. Een proces-verbaal van bevindingen ‘Eigen waarneming Beelden [medeverdachte] en [verdachte]’, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3], opgenomen op pagina 47 e.v., voor zover inhoudende:

“Naar aanleiding van de schietpartijen op 8 juni 2025 werden camerabeelden veiliggesteld. Ik heb de beelden bekeken en filters toegepast, waardoor de overdracht van het vermoedelijke vuurwapen van [medeverdachte] naar [verdachte] duidelijker is te zien. Op de videobeeld is te zien dat:

- [medeverdachte] een voorwerp gelijkend op een vuurwapen uit zijn schoudertas haalt.

- [medeverdachte] dit vermoedelijke vuurwapen in zijn rechter hand houdt tegen zijn rechter been.

- [medeverdachte] richting de weg loopt en daarna weer terug achter het voertuig.

- [medeverdachte] het vermoedelijke vuurwapen aan [verdachte] geeft.

- [verdachte] het vermoedelijke vuurwapen overneemt.

- [verdachte] het vuurwapen met beide handen vast houdt en de loop in de richting van de grond houdt.

4. De verklaring van verdachte op de terechtzitting van 8 januari 2026, voor zover inhoudende:

Ik ben op de camerabeelden de persoon met het zwarte shirt en de cup in mijn hand. Het klopt dat de medeverdachte [medeverdachte] mij een voorwerp overhandigde.”

5. De eigen waarneming van het Gerecht bij het op de terechtzitting van 8 januari 2026 bekijken van de videobeelden met bestandsnaam 17_06_R_20250608020000 van Hi-Tea vanaf 45:25, zoals weergegeven in het proces-verbaal van de zitting:

De rechter deelt mee dat zij op de camerabeelden ziet dat de persoon met het zwarte shirt, waarvan de verdachte zegt dat hij dit is, iets krijgt overgedragen van de medeverdachte. Na de overdracht houdt de persoon in het zwarte shirt het voorwerp met twee handen voor zich uit en kijkt ernaar. Te zien is dat een langwerpig deel uitsteekt tussen zijn handen. De rechter merkt op dat dit een vreemde manier lijkt om een telefoon vast te houden. Het past meer bij het vasthouden van een vuurwapen dan bij het vasthouden van een telefoon.”

Bewijsoverwegingen

Inleiding

Op 8 juni 2025 omstreeks 02:58 uur krijgt de politie een melding van een schietpartij ter hoogte van Club Rush. Ter plaatse treffen verbalisanten een gewonde persoon aan op de grond. Tijdens het onderzoek blijkt dat in de vroege ochtend van 8 juni door meerdere personen is geschoten, welke schoten één persoon hebben verwond en waaraan een ander persoon is overleden. Tijdens het onderzoek naar dit schietincident zijn er verschillende videobeelden door de politie opgevraagd, waaronder de videobeelden van Hi Tea.

Op de videobeelden van Hi Tea zijn de verdachte en de medeverdachte te zien. Verdachte is gekleed in een zwart shirt en een korte spijkerbroek en wordt aangeduid als ‘NN05’. De medeverdachte is gekleed in een wit shirt en wordt aangeduid als ‘NN03’. Op de videobeelden is te zien en te horen dat vanaf 02:43 uur tumult ontstaat op de Kaya Princes Marie bij Club Rush. Kort daarna zijn schoten te horen. Te zien is dat op dat moment de medeverdachte een voorwerp uit zijn tas haalt en dit voorwerp in zijn hand, langs zijn rechterbeen houdt. Om 02:45 uur is te zien dat de medeverdachte een voorwerp overhandigt aan verdachte. Het voorwerp glinstert in het licht. De verdachte heeft een plastic beker in zijn mond en neemt het voorwerp met twee handen aan en houdt het voorwerp voor zich uit. De verdachte stopt het voorwerp daarna weg ergens op zijn lichaam.

In deze zaak staat de vraag centraal of het voorwerp dat aan de verdachte is overhandigd in de vroege ochtend van 8 juni 2025 een vuurwapen was, of een telefoon, zoals de verdachte heeft verklaard. De raadsman heeft bepleit dat op basis van de videobeelden niet kan worden vastgesteld dat het voorwerp een vuurwapen is. Daarbij stelt hij dat de videobeelden niet duidelijk zijn en dat zelfs de verbalisanten spreken van ‘het vermoedelijke vuurwapen’ en ‘een voorwerp lijkend op een vuurwapen’.

De officier van justitie heeft betoogd dat duidelijk is dat de verdachte een vuurwapen overhandigd krijgt, door de manier waarop het voorwerp door de verdachte wordt aangenomen en de beweging die de verdachte daarmee maakt. Daarnaast vindt de officier van justitie het moment van overdragen van belang.

Het Gerecht overweegt als volgt.

De camerabeelden

Met de raadsman is het Gerecht van oordeel dat de camerabeelden niet zodanig duidelijk zijn dat enkel op basis van het bekijken van het voorwerp met zekerheid is vast te stellen dat het om een vuurwapen gaat. Dat neemt niet weg dat het voorwerp dat op de videobeelden te zien is, naar de eigen waarneming van het Gerecht en de waarnemingen van vier verschillende verbalisanten, meer op een vuurwapen lijkt dan op een telefoon. Op de terechtzitting zijn de beelden bekeken en heeft het Gerecht vastgesteld dat meteen na de overdracht iets langwerpigs te zien is dat uitsteekt buiten de handen van de verdachte. De verdachte houdt het voorwerp vast met beide handen en voor zich uitgestoken. Deze manier van vasthouden past goed bij het vasthouden van een vuurwapen, en veel minder goed bij het vasthouden van een telefoon.

Een verbalisant beschrijft dat hij op de beelden een handeling ziet die lijkt op doorladen. Ook dat past beter bij het overhandigd krijgen van een vuurwapen, dan bij een telefoon.

Daarnaast hecht het Gerecht belang aan het volgende.

Moment en manier van overdracht

Het moment van overdracht is te midden van alle commotie die nacht, kort nadat er door verschillende personen meerdere keren is geschoten. Op de beelden is te zien dat veel mensen rondrennen en een schuilplek zoeken. Ook de verdachte en de medeverdachte staan min of meer weggedoken, achter een schuin geparkeerde auto. Het lijkt heel onlogisch om op een dergelijk moment een telefoon terug te geven. Het overhandigen van een vuurwapen daarentegen, is veel beter voorstelbaar op dat moment.

Ook de manier van overhandigen past beter bij een vuurwapen dan bij een telefoon. De verdachte en de medeverdachte verschuilen zich tussen twee auto’s, waarna het voorwerp heimelijk, onderhands, wordt overgedragen.

Verklaring in een laat stadium

Ook houdt het Gerecht er rekening mee dat de verdachte pas in een laat stadium is gaan verklaren dat het om een telefoon ging, terwijl hij eerder bij de rechter-commissaris had gezegd dat hij zijn telefoon nooit uitleent en dat hij zich niet herinnerde dat het voorwerp een telefoon was. Het willen verhullen volgt ook uit het OVC gesprek, en de chat tussen de verdachte en de medeverdachte.

Conclusie

Op basis van al het bovenstaande samen, vindt het Gerecht wettig en overtuigend bewezen dat het voorwerp dat de medeverdachte op 8 juni 2025 aan verdachte heeft overhandigd een vuurwapen was. Daarmee heeft verdachte een vuurwapen voor handen gehad, tezamen en in vereniging met de medeverdachte.

Nepwapen?

De raadsman heeft bepleit dat door het NFI niet is vastgesteld dat het om een echt vuurwapen ging, en niet om een zogenaamd ‘nepwapen’. Dat klopt. Het Gerecht vindt echter dat voldoende is komen vast te staan dat het overhandigde vuurwapen een echt vuurwapen moet zijn geweest. Daarbij vindt het Gerecht het moment van overdragen opnieuw van belang. Het overhandigen vond plaats net nadat er was geschoten en terwijl er paniek was op straat. Op zo’n moment heeft het overdragen van een nepvuurwapen geen zin, maar het overdragen van een echt vuurwapen wel. Nu de verdachte zelf ook niet heeft verklaard dat het om een nepwapen ging, is naar het oordeel van het Gerecht voldoende komen vast te staan dat het voorwerp daadwerkelijk een vuurwapen was.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES juncto artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht BES en strafbaar gesteld in artikel 11 van de Vuurwapenwet BES.

Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenwet BES.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft het Gerecht gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan, en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij heeft het Gerecht in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens is een groot probleem op Bonaire. Het brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en veroorzaakt grote gevoelens van onveiligheid in de samenleving. In de nacht van 8 juni 2025 is een minderjarige jongen doodgeschoten en zijn twee andere jonge jongens gewond geraakt door vuurwapengeweld. De verdachte heeft aan de gevoelens van onveiligheid bijgedragen door in die nacht een vuurwapen voorhanden te hebben. Dat de verdachte hiermee ook heeft geschoten is niet gebleken. Dat neemt niet weg dat het dragen van een vuurwapen grote risico’s met zich brengt, en in een nacht als die van 8 juni 2025 gold dat des te meer.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van langere duur met zich brengt.

Het Gerecht heeft gekeken naar de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor vuurwapenbezit op straat als indicatie een gevangenisstraf voor de duur van 21 tot 24 maanden gegeven.

In dit geval heeft de verdachte het vuurwapen samen met een ander voorhanden gehad, niet alleen op straat maar ook nog in de nachtelijke uren, tijdens het uitgaan bij een evenement (een veelbesproken optreden in Club Rush). Dat zijn omstandigheden die naar het oordeel van het Gerecht strafverhogend werken.

Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte is, zo blijkt uit zijn strafkaart, eerder onherroepelijk veroordeeld voor ernstige strafbare feiten. De verdachte heeft het bewezen verklaarde gepleegd in de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidsstelling van een eerdere veroordeling.

Het Gerecht is, na dit alles te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hierboven omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde straf;

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.G.C. Groenendaal, bijgestaan door mr. J.J. Scholte ter Horst, griffier, en op 9 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht op Bonaire.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.J. Scholte ter Horst

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand