GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire
registratienummer: BON202600095
datum beslissing: 5 maart 2026
Op het verzoek van
VOOGDIJRAAD CARIBISCH NEDERLAND
gevestigd te Bonaire,
hierna: de Voogdijraad,
met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats], [geboorteland]hierna: [de minderjarige].
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
wonende te Bonaire,
hierna: de moeder.
1. Het procesverloop
Op 5 maart 2026 heeft de Voogdijraad de rechter een telefonisch verzoek gedaan tot voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [de minderjarige]. De uitspraak is aanstonds telefonisch buiten aanwezigheid van partijen en/of belanghebbenden gegeven en schriftelijk bevestigd per e-mail.
Op 6 maart 2026 heeft het gerecht het schriftelijk verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing met bijlagen van de Voogdijraad ontvangen.
Op 9 maart 2026 heeft de rechter, buiten aanwezigheid van anderen, gesproken met [de minderjarige].
Op 10 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij de moeder is verschenen. Tevens is namens de Voogdijraad de heer [medewerker voogdijraad] verschenen en namens Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (hierna: ZJCN) mevrouw [medewerker ZJCN 1] en mevrouw [medewerker ZJCN 2].
2. Het verzoek en de beoordeling
de minderjarige] woont op vrijwillige basis bij Stichting Project op Bonaire. De moeder heeft eenhoofdig gezag over [de minderjarige]. In 2024 is een verzoek tot ondertoezichtstelling afgewezen om de moeder de gelegenheid te geven in het vrijwillig kader te werken aan verbetering van de veiligheid en leefomstandigheden van de kinderen.
De Voogdijraad verzoekt de voorlopige ondertoezichtstelling en de formalisering van de uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor de duur van 3 maanden. Tevens verzoekt de Voogdijraad om ZJCN te benoemen als voogd over [de minderjarige]. ZJCN heeft zich bereid verklaard de voogdij over [de minderjarige] op zich te nemen. De Voogdijraad stelt dat er ernstige zorgen zijn met betrekking tot de lichamelijke, cognitieve en emotionele ontwikkelingen van [de minderjarige].
De rechter kan hangende het onderzoek door de Voogdijraad het kind voorlopig onder toezicht stellen. Dit voorlopige toezicht blijft gelden totdat over een reguliere ondertoezichtstelling is beslist. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 800 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES heeft de rechter op 5 maart 2026, naar aanleiding van de telefonische toelichting door de Voogdijraad, aanstonds een beschikking gegeven tot voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij de Stichting Project. Overeenkomstig hetzelfde artikel zijn de belanghebbenden op 10 maart 2026 in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder verklaard het niet eens te zijn met de voorlopige ondertoezichtstelling. Zij zegt voldoende mee te (willen) werken aan de nodige hulpverlening voor [de minderjarige] en haar andere kinderen. Door de Voogdijraad en ZJCN wordt dit gemotiveerd tegengesproken. Wel hebben zij aangegeven dat de afgelopen dagen, sinds het van kracht worden van de voorlopige ondertoezichtstelling, een betere samenwerking tussen de moeder en de hulpverlening tot stand is gekomen. ZJCN verklaart dat men sindsdien meer zicht heeft gekregen op het gezinssysteem en dat dit positief verloopt. Het gerecht overweegt dat hierdoor mogelijk de bestaande zorgen kunnen worden weggenomen. Het gerecht is echter van oordeel dat het nu nog te vroeg is om te concluderen dat de samenwerking ook in een vrijwillig kader voldoende bestendig zal blijken. De komende periode heeft ZJCN de tijd om te onderzoeken of de hulpverlening in een vrijwillig kader voldoende mogelijkheid biedt de bestaande zorgen weg te nemen. Het gerecht ziet daarom geen aanleiding om de reeds mondeling gegeven beschikking tot voorlopige ondertoezichtstelling te herroepen en zal daarom het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling van [de minderjarige] toewijzen voor de duur dat het onderzoek loopt. De behandeling zal op 27 mei 2026 om 14.00 uur worden voortgezet, waarbij de Voogdijraad ofwel een verzoek tot (definitieve) ondertoezichtstelling kan indienen ofwel kan laten weten dat voortzetting van de ondertoezichtstelling niet meer noodzakelijk is.
de minderjarige] woont al sinds december 2025 op vrijwillige basis bij Stichting Project. Het verzoek van de Voogdijraad tot uithuisplaatsing is gedaan om de plaatsing van [de minderjarige] bij Stichting Project te waarborgen. Het gerecht is van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige] is dat zij met professionele begeleiding in een veilige leefomgeving verkeert. Daarom zal het gerecht tegelijk met de voorlopige ondertoezichtstelling het verzoek tot uithuisplaatsing [de minderjarige] bij Stichting Project toewijzen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, dat wil zeggen voor de duur dat het onderzoek loopt.
3. De beslissing
Het gerecht:
stelt [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats], [geboorteland] voorlopig onder toezicht.
bepaalt dat een gezinsvoogd van Zorg en Jeugd Caribisch Nederland (ZJCN) wordt belast met het toezicht op [de minderjarige].
plaatst [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] (Nederland), uit huis bij Stichting Project op Bonaire voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling.
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als een oproeping van partijen, de Voogdijraad en ZJCN voor de voortzetting van de mondelinge behandeling op 27 mei 2026 om 14.00 uur.
verstaat dat de griffier aantekening maakt in het gezagsregister van de beslissing onder 3.1 en 3.2.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, uitgesproken op 5 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier en op schrift gesteld op 20 maart 2026.