ECLI:NL:OGEABES:2026:61

ECLI:NL:OGEABES:2026:61

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 09-03-2026
Datum publicatie 10-06-2026
Zaaknummer BON202600046
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

ort geding. Werknemer heeft zich ziekgemeld vanwege een onveilig werkklimaat. De verzekeringsarts heeft werknemer arbeidsgeschikt verklaard. Werkgever sommeert werknemer weer te gaan werken. Werknemer verschijnt niet op werk. Werkgever ontslag werknemer op staande voet. Geen sprake van een rechtsgeldig ontslag, omdat het op de weg van de werkgever had gelegen in gesprek te gaan met werknemer over werkklimaat. Vordering tot doorbetaling loon toegewezen. Voorschot op gefixeerde schadevergoeding (art. 7A:1615r BW BES) en billijke vergoeding (art. 7A:1615s BW BES) toegewezen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202600046

datum beslissing: 9 maart 2026

VONNIS IN KORT GEDING

in de zaak van:

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie],

wonend op Bonaire,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie],

gemachtigde: mr. M. Spithoven,

tegen

JEUGD-TAND-ZORG BONAIRE B.V.,

gevestigd op Bonaire,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie,

hierna te noemen: JTZB,

gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout.

1. Het procesverloop

Het verzoekschrift met bijlagen is op 2 februari 2026 op de griffie van dit Gerecht ingediend. Op 20 februari 2026 heeft JTZB een conclusie van antwoord met een eis in reconventie met bijlagen aan het procesdossier toegevoegd.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 februari 2026. [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] is verschenen, bijgestaan door mr. Spithoven. Namens JTZB is de heer [directeur JTZB] (directeur, hierna: [directeur JTZB]) verschenen, bijgestaan door mr. Van Lieshout. De spreekaantekeningen die mr. Spithoven heeft voorgelezen, zijn aan het procesdossier toegevoegd.

Ten slotte is bepaald dat op 9 maart 2026 uitspraak zal worden gedaan.

2. De kern van het geschil

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] werkte als tandartsassistent voor JTZB. JTZB heeft [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] vanwege werkweigering op staande voet ontslagen. Hoewel [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] het niet eens is met het ontslag, stemt zij in met het einde van haar dienstverband bij JTZB. [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] eist dat JTZB haar loon tot het einde van haar dienstverband, een voorschot op de wettelijke schadevergoeding en een voorschot op de billijke vergoeding aan haar betaalt. Zij krijgt grotendeels gelijk.

JTZB heeft een tegenvordering ingesteld. Zij vordert betaling van een bedrag van USD 1.144,97, omdat zij te veel loon aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] zou hebben betaald. Die vordering wordt afgewezen. Als het Gerecht oordeelt dat de arbeidsovereenkomst na het gegeven ontslag op staande voet voortduurt, vordert JTZB een gefixeerde schadevergoeding. Omdat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] instemt met het einde van haar dienstverband, hoeft deze vordering niet behandeld te worden.

3. De beoordeling

De achtergrond van het geschil

Op 1 juli 2024 is [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] in dienst getreden bij JTZB in de functie van tandartsassistent. De schriftelijke arbeidsovereenkomst is op 25 maart 2024 getekend voor de periode van 1 juli 2024 tot en met 1 juli 2025. Partijen zijn een brutosalaris van USD 1.900,00 per maand overeengekomen en een werkweek van 40 uur. Op 1 juli 2025 is de arbeidsovereenkomst stilzwijgend voor één jaar verlengd. Bij de verlenging van de arbeidsovereenkomst bedroeg het brutosalaris USD 1.907,32 per maand.

Op 30 oktober 2025 is een op 24 oktober 2025 gedateerde brief door [directeur JTZB] aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] gegeven waarin staat dat haar arbeidsovereenkomst per 1 december 2025 in verband met bedrijfseconomische redenen wordt opgezegd. Op 31 oktober 2025 heeft [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] in een brief aan JTZB bezwaar gemaakt tegen de opzegging van de arbeidsovereenkomst en aangegeven dat zij haar werkzaamheden zoals gebruikelijk zal blijven uitvoeren. Het is tussen partijen niet meer in geschil dat deze opzegging van de arbeidsovereenkomst door JTZB niet rechtsgeldig was.

Nadat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] op 31 oktober 2025 haar bezwaar tegen het opzeggen van de arbeidsovereenkomst aan [directeur JTZB] kenbaar had gemaakt, stelt [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] dat zij bij de tandartsenpraktijk werd opgewacht en bedreigd door de echtgenote van [directeur JTZB]. De echtgenote van [directeur JTZB] is niet werkzaam voor JTZB. Hoewel [directeur JTZB] betwist dat zijn echtgenote [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft opgewacht, is niet in geschil dat de echtgenote van [directeur JTZB] die avond aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] intimiderende berichten via Whatsapp heeft gestuurd. Op 3 november 2025, de eerstvolgende werkdag na 31 oktober 2025, heeft er een gesprek plaatsgevonden op de tandartsenpraktijk tussen [directeur JTZB] en [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie]. Ook de echtgenote van [directeur JTZB] was bij dat gesprek aanwezig. Tijdens of na afloop van dat gesprek is de situatie tussen [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] en de echtgenote van [directeur JTZB] geëscaleerd. [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft daarvan aangifte gedaan bij de politie en heeft zich op 4 november 2025 per brief bij JTZB ziek gemeld vanwege – kortgezegd – een onveilig werkklimaat.

Op 17 december 2025 heeft de Rijksdienst Caribisch Nederland, Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: SZW) een brief aan JTZB gestuurd waarin staat dat haar verzekeringsarts heeft vastgesteld dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] niet arbeidsongeschikt is en haar eigen werkzaamheden kan verrichten.

Op 26 december 2025 heeft [directeur JTZB] een e-mailbericht gestuurd aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie]. Bij dat e-mailbericht is de hiervoor genoemde brief van SZW gevoegd. In het e-mailbericht schrijft [directeur JTZB] dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] arbeidsgeschikt is verklaard en dat hij daarom verwacht dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] op 27 december 2025 op werk zal verschijnen. Diezelfde dag heeft [directeur JTZB] de datum waarop hij [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] op werk verwacht gecorrigeerd naar 29 december 2025. Op 29 december 2025 stuurt [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] een e-mailbericht aan [directeur JTZB]. In het e-mailbericht staat – kortgezegd – dat zij geen reactie heeft gehad op haar brief van 4 november 2025 waarin zij zich heeft ziekgemeld vanwege een onveilig werkklimaat en dat zij vanwege dat onveilige werkklimaat niet op 29 december 2025 op werk zal verschijnen.

Op 2 januari 2026 stuurt [directeur JTZB] een brief aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] en sommeert haar om op 5 januari 2025 op werk te verschijnen en als zij niet op werk verschijnt dat zal worden opgevat als werkweigering. Op 5 januari 2025 is [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] niet op werk verschenen.

Op 7 januari 2026 stuurt [directeur JTZB] een brief aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie]. In die brief staat dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] per 5 januari 2026 op staande voet ontslagen is, omdat zij zonder geldige reden en toestemming niet op werk verschenen is.

in conventie

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen

In een kortgedingprocedure wordt gevraagd om een spoedmaatregel te nemen. De wet gaat ervan uit dat na de kortgedingprocedure een gewone rechtszaak zal komen, dit heet een ‘bodemprocedure’. Een kortgedingprocedure loopt op een bodemprocedure vooruit. De rechter in kort geding probeert in te schatten of een bodemrechter de vordering waarschijnlijk zal toewijzen. Een kortgeding uitspraak is daarom niet meer dan een voorlopige beslissing waarbij een spoedeisend belang bij de vorderingen aanwezig is. Daarom moeten belangrijke feiten duidelijk zijn, want tijd voor bewijslevering is er niet.

Het spoedeisend belang van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] bij haar vorderingen is niet betwist en vloeit voort uit de aard daarvan. Eén van de vorderingen is namelijk een loonvordering. De vorderingen van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] zullen daarom hierna inhoudelijk behandeld worden.

[eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] is niet rechtsgeldig op staande voet ontslagen

Een werkgever kan een arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang beëindigen (‘ontslag op staande voet’) als sprake is van een dringende reden (artikel 7A:1615o lid 1 Burgerlijk Wetboek BES, hierna: BW BES). Het ontslag op staande voet is een uiterst middel om een arbeidsovereenkomst te ontbinden. Aan het ontslag op staande voet worden daarom hoge eisen gesteld.

Het is niet in geschil dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] door de echtgenote van [directeur JTZB] via Whatsapp is geïntimideerd nadat zij bezwaar maakte tegen het opzeggen van de arbeidsovereenkomst. De volgende werkdag daarna heeft zich een incident op werk plaatsgevonden tussen beiden. Hoewel partijen over de details van dat incident van mening verschillen, is niet in geschil dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] op het werk door de echtgenote van [directeur JTZB] onheus is bejegend. In een brief van 4 november 2025 van een collega tandartsassistent aan JTZB, die door JTZB in het geding is gebracht, spreekt die collega over bedreiging en een fysieke aanval van de echtgenote van [directeur JTZB]. Wat daar verder ook van zij, het is begrijpelijk dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] zich op 4 november 2025 ziek heeft gemeld vanwege een onveilig werkklimaat. Na de ziekmelding op 4 november 2025 heeft geen gesprek tussen [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] en JTZB of [directeur JTZB] plaatsgevonden om de gebeurtenissen en het werkklimaat te bespreken. Dat had wel op de weg van JTZB gelegen. Hoewel [directeur JTZB] betwist dat hij precies wist wat er zich op de werkvloer had afgespeeld, heeft hij op de mondelinge behandeling verklaard dat hij via zijn assistenten hoorde dat er iets was voorgevallen. Ook heeft hij de brief van de collega van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ontvangen waarin gesproken werd over een bedreiging en fysieke aanval. Bovendien heeft hij een brief van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] ontvangen waarin staat dat zij zich ziek meldt vanwege een onveilig werkklimaat. Er was dus alle aanleiding voor [directeur JTZB] als werkgever om met [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] in gesprek te gaan. Dat is niet gebeurd. Het eerste bericht dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] van haar werkgever ontving was een e-mailbericht van 26 december 2025 waarin staat dat zij de volgende werkdag op het werk moest verschijnen. Dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] dat vervolgens niet heeft gedaan, levert onder deze omstandigheden naar voorlopig oordeel van het Gerecht geen dringende reden op voor haar ontslag op staande voet. Het had op de weg van JTZB gelegen om het gesprek aan te gaan met [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] over de incidenten die zich hebben voorgedaan op de werkvloer voordat van haar verwacht mocht worden dat zij weer op werk zou verschijnen om haar werkzaamheden voort te zetten.

JTZB moet salaris van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] betalen

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] vordert doorbetaling van haar loon tot 7 januari 2026, omdat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig gegeven is. In beginsel heeft [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] recht op loon tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Voor zover JTZB over de maanden november, december en januari het loon niet (volledig) heeft betaald op grond van haar stelling dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] geen arbeid heeft verricht, geldt het volgende. Tot 17 december 2025 moet [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] als arbeidsongeschikt worden aangemerkt, zodat zij tot die datum niet gehouden was arbeid te verrichten. Dat zij ook na die datum geen arbeid heeft verricht, moet in redelijkheid voor rekening van JTZB komen. Het had op de weg van JTZB gelegen om na de incidenten in gesprek te gaan met [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] om tot een oplossing van de werksituatie te komen, voordat van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] verwacht mocht worden dat zij arbeid zou verrichten. Daarom heeft [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] recht op doorbetaling van haar loon.

Het Gerecht begrijpt dat JTZB meent dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] met de brief van 7 januari 2026 per 5 januari 2026 op staande voet ontslagen is en dat zij daarom slechts loon verschuldigd zou zijn tot 5 januari 2026. Daarin wordt zij niet gevolgd. Het wettelijk stelsel van het ontslagrecht staat een ontslag op staande voet met terugwerkende kracht niet toe. Daarom moet JTZB het salaris van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] doorbetalen tot 7 januari 2026. Omdat het salaris niet op tijd is betaald, zal de gevorderde wettelijke verhoging uit artikel 7A:1614q BW BES en de wettelijke rente worden toegewezen met dien verstande dat de wettelijke verhoging maximaal 50% van het verschuldigde achterstallig loon kan bedragen.

JTZB moet een voorschot op de gefixeerde schadevergoeding betalen

Naar voorlopig oordeel van het Gerecht is JTZB op grond van artikel 7A:1615o lid 1 BW BES schadeplichtig, omdat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Als sprake is van een niet rechtsgeldig gegeven ontslag, heeft de werknemer de keuze om schadeloosstelling op grond van artikel 7A:1615r BW BES of een volledige schadevergoeding te vorderen. [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft voor het eerste gekozen. De schadevergoeding bedraagt op grond van artikel 7A:1615r lid 1 BW BES in dat geval het loon over de tijd dat de dienstbetrekking bij een regelmatige beëindiging had behoren voort te duren.

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] wordt niet gevolgd in haar stelling dat de arbeidsovereenkomst bij een regelmatige beëindiging tot 30 juni 2026 had voortgeduurd. In de arbeidsovereenkomst zijn partijen overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst tussentijds kan worden opgezegd en daarbij de wettelijke opzegtermijn van toepassing is. De wettelijke opzegtermijn voor de werkgever bedraagt op grond van artikel 7A:1615i BW BES in dit geval één maand. De stelling dat het aanvragen van de vereiste toestemming voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst bij SZW zou betekenen dat de arbeidsovereenkomst pas tegen 30 juni 2026 zou kunnen worden opgezegd is op geen enkele manier onderbouwd. Het is daarom waarschijnlijk dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat JTZB een gefixeerde schadevergoeding van één maand loon moet betalen. JTZB zal daarom worden veroordeeld om een voorschot te betalen op de gefixeerde schadevergoeding van USD 1.907,32 (bruto).

JTZB moet een voorschot op de billijke vergoeding betalen

Als de dienstbetrekking kennelijk onredelijk is geëindigd, kan de rechter op grond van artikel 7A:1615s lid 1 BW BES een schadevergoeding toekennen als dat billijk is. Bij de beoordeling van de vraag of het billijk is dat aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] een vergoeding moet worden toegekend en hoe hoog die vergoeding zou moeten zijn, zijn alle omstandigheden van het geval van belang. Bij die beoordeling heeft het Gerecht het volgende in aanmerking genomen.

Hiervoor is (voorlopig) geoordeeld dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] niet rechtsgeldig op staande voet ontslagen is. Bovendien is de arbeidsovereenkomst van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] op een eerder moment niet rechtsgeldig opgezegd. Vanwege de incidenten met de echtgenote van [directeur JTZB] op de werklocatie heeft [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] zich ziek gemeld. Na die incidenten is JTZB niet in gesprek gegaan met [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] om de werksituatie en het werkklimaat met haar te bespreken. Deze omstandigheden kunnen JTZB verweten worden en rechtvaardigen naar voorlopig oordeel van het Gerecht een billijke vergoeding.

Tegenover de verwijten aan het adres van JTZB, staat dat tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [directeur JTZB] zich heeft ingespannen om ander werk voor [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] te vinden. Omdat twee tandartsen binnen korte tijd de tandartsenpraktijk zouden verlaten, zag [directeur JTZB] zich genoodzaakt om de arbeidsovereenkomst van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] per 1 december 2025 op te zeggen. Hoewel die opzegging niet rechtsgeldig is, heeft [directeur JTZB] tijdens dat proces contact opgenomen met een andere tandartsenpraktijk op Bonaire en zich ingespannen om [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] daar te laten werken, zodat zij op Bonaire kon blijven wonen en werken.

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] heeft ook daadwerkelijk per 1 februari 2026 een nieuwe baan als tandartsassistent bij een andere tandartsenpraktijk op Bonaire. Vanwege het onterechte ontslag op staande voet heeft zij minder dan één maand zonder werk gezeten. Anders dan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] stelt heeft zij niet maandenlang in onzekerheid moeten leven of zij op Bonaire kon blijven wonen en werken.

Als het Gerecht alle omstandigheden in aanmerking neemt is het voorlopig van oordeel dat de nadelige gevolgen van het onterecht gegeven ontslag op staande voet voor [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] beperkt blijven. Het Gerecht is daarom voorlopig van oordeel dat een billijke vergoeding van twee maanden loon recht doet aan de situatie en dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] daarmee voldoende gecompenseerd wordt. JTZB zal worden veroordeeld om een voorschot te betalen op de billijke vergoeding van USD 2.860,98 (bruto).

JTZB moet proceskosten betalen

JTZB krijgt grotendeels ongelijk en moet daarom de proceskosten van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] betalen. Die proceskosten worden begroot op USD 159,00 aan betekeningskosten van het verzoekschrift, USD 251,00 aan griffierecht, USD 559,00 aan salaris gemachtigde (liquidatietarief voor ontslagzaken) en USD 140,00 aan nakosten (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing).

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals in de beslissing staat vermeld.

De beslissingen in conventie worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard

De beslissingen in dit vonnis worden, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Een kort geding strekt op grond van de wet en naar haar aard tot het verkrijgen van een voorziening bij voorraad. Hiertegen heeft JTZB ook geen verweer gevoerd en van kenbare bezwaren van JTZB tegen uitvoerbaar bij voorraadverklaring is het Gerecht niet gebleken. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als JTZB in hoger beroep gaat. De beslissingen in deze uitspraak gelden in dat geval tot door de rechter in hoger beroep een andere beslissing genomen wordt.

in (voorwaardelijke) reconventie

JTZB vordert in reconventie betaling van een bedrag van USD 1.144,97. Zij stelt dat zij over de maanden november 2025 en december 2025 te veel loon heeft betaald aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie]. Volgens JTZB is het te veel betaalde loon onverschuldigd betaald. Het Gerecht begrijpt dat JTZB bedoelt dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] loon heeft ontvangen over de periode dat zij niet gewerkt heeft, maar daar geen recht op heeft. Daargelaten dat JTZB niet gesteld heeft wat haar spoedeisend belang is bij deze vordering, is deze vordering ook op inhoudelijke gronden niet toewijsbaar. In conventie is geoordeeld dat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] recht heeft op betaling van haar loon tot 7 januari 2026. Daarom is het reeds betaalde salaris niet onverschuldigd betaald. De vordering van JTZB wordt daarom afgewezen.

De voorwaardelijke tegenvordering van JTZB hoeft niet behandeld te worden, omdat de voorwaarde waartegen die vordering is ingesteld niet is vervuld. Omdat [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] instemt met het einde van haar dienstverband per datum van het ontslag, is de arbeidsovereenkomst daarmee geëindigd.

Hoewel JTZB ongelijk krijgt in reconventie, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Niet gesteld of gebleken is dat het verweer van [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] tegen de vordering in reconventie noemenswaardige extra werkzaamheden heeft opgeleverd.

4. De beslissing

Het Gerecht:

in conventie

veroordeelt JTZB tot betaling aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] van haar loon en vakantiedagen tot 7 januari 2026, te vermeerderen met de wettelijke verhoging uit art. 7A:1614q BW BES en de wettelijke rente over het achterstallige loon vanaf de dag van verschuldigdheid van de salarisbetalingen tot aan de dag van volledige betaling daarvan, met dien verstande dat de wettelijke verhoging maximaal 50% van de verschuldigde overwerkvergoeding kan bedragen;

veroordeelt JTZB om bij wijze van voorschot op de gefixeerde schadevergoeding aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] te betalen een bedrag van USD 1.907,32 (bruto);

veroordeelt JTZB om bij wijze van voorschot op de billijke vergoeding aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie] te betalen een bedrag van USD 2.860,98 (bruto);

veroordeelt JTZB tot betaling van de proceskosten aan [eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie], begroot op USD 1.109,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met USD 84,00 als JTZB niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

veroordeelt JTZB tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW BES over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

verklaart de beslissingen uit het vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

wijst de vorderingen af;

compenseert de proceskosten in reconventie, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.P.P. Hoekstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand