ECLI:NL:OGEABES:2026:8

ECLI:NL:OGEABES:2026:8

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Datum uitspraak 13-03-2026
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer BON202500482
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Aanvraag verblijfsvergunning bepaalde tijd met als doel het verrichten van arbeid als zelfstandige. Beroep ongegrond. De beroepsgrond dat eiseres wel voldoet aan het middelenvereiste slaagt niet. De minister heeft op goede gronden kunnen beslissen dat eiseres niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

zittingsplaats Bonaire

in het geding tussen:

[eiseres],

eiseres,

wonende te Bonaire,

gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas

en

de minister van Asiel en Migratie,

verweerder,

gemachtigde: mr. P.J. de Graaf.

Partijen worden in deze uitspraak hierna eiseres en de minister genoemd.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt het Gerecht het beroep van eiseres tegen de beslissing van de minister tot afwijzing van het verzoek van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning bepaalde tijd met als doel het verrichten van arbeid als zelfstandige.

Eiseres heeft op 6 december 2024 een verzoek om een verblijfsvergunning met als doel het verrichten van arbeid als zelfstandige ingediend. De minister heeft dit verzoek afgewezen bij beschikking van 28 februari 2025. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen deze beschikking. De minister heeft bij beschikking van 18 augustus 2025 het bezwaar ongegrond verklaard (de bestreden beschikking).

Eiser heeft op 16 september 2025 pro forma beroep ingesteld tegen de bestreden beschikking en op 14 oktober 2025 aanvullend de gronden.

De minister heeft met een verweerschrift van 8 december 2025 op het beroep gereageerd.

Het Gerecht heeft het beroep op 30 januari 2026 ter zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en mr. S.A. Evertsz-Thode. De behandeling vond plaats met bijstand van de tolk mevrouw H. Page.

Beoordeling door het Gerecht

Het Gerecht beoordeelt de bestreden beschikking aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

Het Gerecht komt tot het oordeel dat het beroep van eiseres ongegrond is. De beroepsgrond dat eiseres wel voldoet aan het middelenvereiste slaagt niet. De minister heeft op goede gronden kunnen beslissen dat eiseres niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Het Gerecht legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Wat is relevant om te weten in deze zaak?

3. Eiseres is geboren in Venezuela en heeft de Venezolaanse nationaliteit. Eiseres woont sinds mei 2021 op Bonaire. Eerder zijn aan eiseres verblijfsvergunningen toegekend op grond van arbeid in loondienst en verblijf bij haar partner. Op 6 december 2024 heeft eiseres een verzoek om een verblijfsvergunning bepaalde tijd met als doel het verrichten van arbeid als zelfstandige ingediend.

Waarom heeft de minister het verzoek van eiseres afgewezen?

In de primaire beschikking van 28 februari 2025 heeft de minister het verzoek van eiseres afgewezen, omdat zij niet voldoet aan het wettelijk vereiste dat zij zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan (het middelenvereiste). Bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning bepaalde tijd voor arbeid als zelfstandige moet onder meer een bankafschrift van minimaal USD 21.008,04 per directeur worden overgelegd. Eiseres heeft bij de indiening van haar verzoek een bankafschrift van de bedrijfsrekening overgelegd met een saldo van USD 25.994,45. Uit dit bankafschrift blijkt ook dat er op 2 december 2024 een totaalbedrag van USD 25.994,45 in drie separate stortingen op de bedrijfsrekening is gestort. Eiseres heeft desgevraagd additionele bankafschriften van de periode december 2024 tot en met februari 2025 ingediend. Uit die bankafschriften is gebleken dat eiseres in de betreffende periode, met uitzondering van 2 december 2024, niet aan het normbedrag van USD 21.008,04 voldoet. Op 2 december 2024 is er ook weer een bedrag van USD 7.500,- afgeschreven.

De minister concludeert dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning zoals verzocht.

In de beschikking op bezwaar van 18 augustus 2025 overweegt de minister aan de hand van in de bezwaarfase overgelegde bankafschriften van de maanden februari tot en met juli 2025 dat eiseres nog steeds niet aan het middelenvereiste voldoet. Eiseres heeft telkens gedurende slechts enkele dagen, en bovendien niet elke maand, een saldo hoger dan het normbedrag op haar bedrijfsrekening. Zo bedroeg het saldo alleen in de periodes 2 april tot en met 11 april 2025, 7 mei tot en met 9 mei 2025 en 10 juni tot en met 12 juni 2025 minimaal USD 21.008,04. In de maanden februari en maart 2025 was het saldo grotendeels een viercijferig bedrag en ook in de maand juli was het saldo de hele maand lager dan het normbedrag. Daarom staat volgens de minister vast dat eiseres niet aan het middelenvereiste voldoet en heeft hij het bezwaar ongegrond verklaard.

Wat voert eiseres aan en wat vindt het Gerecht daarvan?

5. Eiseres vindt dat zij wel voldoet aan het middelenvereiste van het normbedrag van minimaal USD 21.008,04. Eiseres voert daartoe aan dat de minister er rekening mee moet houden dat haar bedrijf pas is opgericht, althans werd gereactiveerd. Volgens eiseres dient het normbedrag als garantie dat haar maandelijkse loon betaald kan worden. Uit de bankafschriften blijkt dat vanaf april 2025 maandelijks een storting plaatsvindt, in de maanden april tot en met juni een storting van rond de USD 20.000,- en in juli ruim USD 13.000,-. Vanaf april 2025 wordt maandelijks een loon aan eiseres uitbetaald van ongeveer USD 2.200,- en worden de maanden telkens afgesloten met een positief saldo van tussen de USD 5.000,- en USD 6.000,-. Uit de bij het beroep toegevoegde bankafschriften van augustus en september 2025 blijkt van maandelijkse stortingen van rond de USD 9.000,- en USD 7.000,-, van uitbetaling van het maandelijks loon aan eiseres en positieve eindsaldo’s van rond de USD 4.500,- en USD 9.000,-. Volgens eiseres heeft zij aangetoond over voldoende middelen te beschikken en kan de bestreden beschikking daarom niet in stand blijven.

6. Deze beroepsgrond slaagt niet. Het Gerecht motiveert dat als volgt.

Het volgende wettelijk kader is in deze zaak relevant.

Wet toelating en uitzetting BES (Wtu BES)

Artikel 7, eerste lid, van de Wtu BES geeft aan de minister de bevoegdheid om een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd te verlenen.

Artikel 7, zevende lid, van de Wtu BES bepaalt voor zover van belang dat een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt verleend onder beperkingen, verband houdende met het doel waarvoor het verblijf wordt toegestaan.

Op grond van artikel 9, eerste lid en onder c, van de Wtu BES kan een verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd door de minister worden geweigerd indien niet kan worden aangetoond dat degene voor wie toelating wordt verzocht over voldoende middelen van bestaan kan beschikken.

Besluit toelating en uitzetting BES (Btu BES)

Volgens artikel 5.2, eerste lid en onder d, van de Btu BES kan een beperking als bedoeld in artikel 7, zevende lid, van de Wtu BES verband houden met het verrichten van arbeid als zelfstandige.

Artikel 5.32, eerste lid en onder b, van de Btu BES bepaalt dat de in artikel 9, eerste lid en onder c, van de Wtu BES bedoelde middelen van bestaan in ieder geval zelfstandig zijn, indien verworven uit wettelijk toegestane arbeid in loondienst of als zelfstandige, of uit eigen vermogen, voor zover de vereiste premies en belastingen zijn afgedragen.

Artikel 5.33 van de Btu BES bepaalt dat de in artikel 9, eerste lid en onder c, van de Wtu BES bedoelde middelen van bestaan voldoende zijn, indien het bruto-inkomen ten minste gelijk is aan door de minister vast te stellen bedragen.

Artikel 5.34, eerste lid, van de Ltu BES bepaalt dat de in artikel 9, eerste lid en onder c, van de Wtu BES bedoelde middelen van bestaan duurzaam zijn, indien zij nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven.

Circulaire toelating en uitzetting BES (Ctu BES)

In hoofdstuk 3, paragraaf 1.9.3. van de Ctu wordt een nadere uitleg gegeven over voldoende middelen van bestaan ex artikel 9, eerste lid en onder c, van de Wtu. Hoofdregel is dat iedere vreemdeling zelfstandig en duurzaam moet beschikken over voldoende middelen van bestaan. Middelen van bestaan dienen zelfstandig, duurzaam en voldoende te zijn op het moment van indiening van de aanvraag of op het moment van beslissen op de aanvraag.

Paragraaf 1.9.3.3. bepaalt dat middelen van bestaan zijn aan te merken als voldoende als het inkomen ten minste gelijk is aan het bruto-inkomen per maand op grond van de Wet minimumloon BES. Voorkomen moet worden dat na verlening van een verblijfsvergunning aanspraak gemaakt kan worden op onderstand of een andere uitkering die gefinancierd wordt uit publieke middelen.

In hoofdstuk 5, paragraaf 3, van de Ctu BES wordt onder de vereiste bescheiden onder meer onder j genoemd een bankafschrift van de lokale bank met een bedrag dat tenminste gelijk is aan het bruto-inkomen per jaar op grond van de Wet minimumloon BES.

Volgens paragraaf 5 is de geldigheidsduur van de te verlenen verblijfsvergunning voor bepaalde tijd een jaar en kan deze daarna steeds met een jaar worden verlengd, als aan de voorwaarden wordt voldaan.

De minister heeft ter zitting toegelicht dat het bij het criterium duurzaamheid gaat om een garantie dat het salaris van de zelfstandige ondernemer voor de duur van de vergunning van een jaar kan worden uitbetaald. Daarom wordt als één van de over te leggen bescheiden gevraagd om een bankafschrift waaruit blijkt dat het normbedrag van minimaal twaalf keer het minimumloon beschikbaar is. Dit normbedrag moet op het moment van de aanvraag dan wel op het moment van de beslissing beschikbaar zijn, maar het moet ook duurzaam beschikbaar zijn. Bij een bestaand bedrijf wordt voor de toetsing van de duurzaamheid teruggekeken naar de bedrijfsresultaten van de voorgaande periode. In dit geval gaat het om een nieuw bedrijf en zijn bankafschriften opgevraagd over een periode van zes maanden. Daaruit is gebleken dat eiseres niet alleen niet beschikte over het normbedrag op het moment van de aanvraag en op het moment van de beslissingen, maar ook niet duurzaam en zelfstandig heeft beschikt over het normbedrag. Het saldo op de bedrijfsrekening voldoet immers slechts incidenteel aan het normbedrag en is bovendien afhankelijk van externe stortingen die geen financiële zelfstandigheid aantonen, aldus de minister.

Het Gerecht stelt vast dat eiseres bij een aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor arbeid als zelfstandige moet aantonen dat zij zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen beschikt. Zoals het Hof eerder heeft geoordeeld kan de minister redelijkerwijs verlangen dat het beschikken over voldoende middelen van bestaan wordt aangetoond met objectieve en verifieerbare gegevens. Eiseres heeft bij haar verzoek en desgevraagd aanvullend bankafschriften van de periode eind september 2024 tot en met juli 2025 ingediend. Volgens het Gerecht heeft de minister op basis daarvan terecht kunnen oordelen dat eiseres niet duurzaam over voldoende middelen beschikt. Eiseres beschikte immers zowel het moment van de aanvraag als op beide momenten van de besluitvorming niet over het normbedrag. Bovendien beschikte eiseres in de getoetste periode slechts incidenteel en telkens kortdurend over het normbedrag. Daarom kan de minister aan de overgelegde gegevens geen garantie ontlenen dat eiseres nog tenminste één jaar een inkomen gelijk aan het bruto-minimumloon zal genereren uit haar bedrijf. Weliswaar ontvangt eiseres blijkens de bankafschriften vanaf maart 2025 maandelijks een salaris van ongeveer USD 2.200,-, maar de minister heeft er terecht op gewezen dat hiermee nog niet is aangetoond dat dit inkomen duurzaam is. Naar het oordeel van het Gerecht kan de duurzaamheid evenmin worden afgeleid uit de maandelijkse stortingen en de maandelijkse positieve eindsaldo’s op de bedrijfsrekening van eiseres. Voor de maandelijkse stortingen geldt dat enkel uit de bankafschriften niet kan worden afgeleid of deze gelden zelfstandige inkomsten betreffen waarover premies en belastingen zijn afgedragen. Maandelijks zijn er ook veel uitgaven, waardoor de eindsaldo’s telkens vele malen lager zijn dan de gestorte bedragen. Zonder nadere bedrijfs- of fiscale gegevens is daarom met de bankgegevens alleen niet aangetoond dat aan het middelenvereiste is voldaan. Het betoog van eiseres slaagt niet.

Het Gerecht is op grond van het voorgaande van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij aan het middelenvereiste voldoet.

Conclusie en gevolgen

7. Omdat de beroepsgrond van eiseres tegen de bestreden beschikking niet slaagt, is haar beroep ongegrond. Dat betekent dat zowel de primaire afwijzende beschikking als de bestreden beschikking in stand blijven. De minister hoeft daarom geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het Gerecht:

- verklaart het beroep van eiseres tegen de bestreden beschikking ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. drs. S. Lanshage, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026, in tegenwoordigheid van mr. C. Anselma-Bernsen, griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Het hoger beroep moet worden ingediend bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.

Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?