ECLI:NL:OGEAC:2020:173

ECLI:NL:OGEAC:2020:173, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 01-07-2020, CUR201902550

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 01-07-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer CUR201902550
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0006358

Samenvatting

Belanghebbende verhuurt woningen aan toeristen. Artikel 4, lid 3 LIB bepaalt dat bij het ter beschikking stellen van onroerende zaken aan derden de zuivere opbrengst wordt gesteld op 65% van het verkregen voordeel. Het Gerecht leidt uit de wetsgeschiedenis af dat aftrekbaar zijn de kosten die ook onder de titel “servicekosten” rechtstreeks aan een huurder in rekening gebracht zouden kunnen worden. Daartoe behoren in dit geval uitsluitend de kosten van elektra en water, maar niet de andere kosten. Het totaal van de overige kosten wordt op basis van de regeling van artikel 4, lid 3 LIB geacht begrepen te zijn in het kostenforfait ter grootte van 35% van de (bruto)opbrengst.

Uitspraak

Uitspraak van 1 juli 2020

BBZ nr. CUR201902550

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

UITSPRAAK

op het beroep in de zin van de

Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:

[Belanghebbende], wonende te Geervliet, Nederland,

belanghebbende,

gericht tegen:

DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,

de Inspecteur.

1. PROCESVERLOOP

Aan belanghebbende is met dagtekening 25 augustus 2017 een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2015 opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 78.936.

Belanghebbende heeft op 18 oktober 2017 bezwaar gemaakt tegen de aanslag.

Belanghebbende heeft op 16 juli 2019 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.

De Inspecteur heeft op 15 mei 2020 een verweerschrift ingediend.

De zitting heeft plaatsgevonden op 17 juni 2020 te Willemstad. Namens belanghebbende is verschenen [A], verbonden aan [Q]. Namens de Inspecteur is verschenen [B]. De zaken met de nummers CUR201902550 en CUR201902578 zijn ter zitting gezamenlijk behandeld.

2. FEITEN

Belanghebbende woont in het onderhavige jaar 2015 in Nederland en is dus geen ingezetene van Curaçao.

Belanghebbende is sinds 2015 voor de helft eigenaar van de op Curaçao gelegen woningen [adres] [01] en [adres] [02]. Deze woningen worden kortdurend gemeubileerd verhuurd aan toeristen tegen een all-in prijs.

Belanghebbende heeft in de aangifte inkomstenbelasting het volgende aangegeven:

Huuropbrengsten

NAf.

- [adres] [01]

101.924

- [adres] [02]

19.500

Totaal

121.424

Af: Kosten

- Inventaris

98.760

- VVE

865

- Aqualectra

671

- Diverse kosten [01]

19.961

- Diverse kosten [02]

2.239

- Kosten [02]

225

Totaal

-/- 122.721

Netto huuropbrengst

-/- 1.297

65% is belast (art. 4 LIB)

-/- 842

Af: Hypotheekrente

-/- 10.666

Saldo verhuur

Nihil

Opbrengst roerend kapitaal (schuldvordering)

5.338

Belastbaar inkomen

5.338

Bij het vaststellen van de aanslag heeft de Inspecteur de aftrek van de kosten ten bedrage van NAf 122.721 geweigerd en het belastbaar inkomen vastgesteld op NAf 78.936. Daarbij heeft de Inspecteur de opbrengst uit roerend kapitaal van NAf 5.338 abusievelijk niet in aanmerking genomen.

3. GESCHIL

In geschil is of de aanslag tot een juist bedrag is vastgesteld.

Belanghebbende betoogt dat de in geschil zijnde kosten tot de bewonerslasten horen en dat deze kosten daarom in mindering kunnen worden gebracht op de huuropbrengst.

De Inspecteur stelt zich op het standpunt dat deze kosten op grond van de uitleg van artikel 4, lid 3 Landverordening op de inkomstenbelasting 1943 (LIB) niet in aftrek kunnen komen, en dat bovendien niet is bewezen dat belanghebbende deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt.

Belanghebbende concludeert tot vermindering van de aanslag naar een belastbaar inkomen van NAf 5.338. De Inspecteur concludeert tot handhaving van de aanslag.

4. OVERWEGINGEN

Beroep niet tijdig beslissen

Het bezwaarschrift tegen de aanslag is op 18 oktober 2017 door de Inspecteur ontvangen.

Ingevolge artikel 30, lid 2, Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) is een uitspraak op een bezwaarschrift niet tijdig gedaan, als de Inspecteur niet binnen negen maanden na ontvangst van het bezwaarschrift, in dit geval dus uiterlijk op 18 juli 2018, een uitspraak heeft gedaan.

Ingevolge artikel 31, lid 1, ALL kan binnen twaalf maanden, in dit geval dus uiterlijk 18 juli 2019, beroep worden ingesteld tegen het niet tijdig doen van een uitspraak op een bezwaarschrift.

Belanghebbende heeft op 16 juli 2019 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van een uitspraak op het bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015. Dit beroep is mitsdien ontvankelijk.

De Inspecteur heeft nog immer geen beslissing op het bezwaar genomen. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen dient derhalve gegrond te worden verklaard. Het Gerecht ziet evenwel om proces-economische redenen ervan af om de Inspecteur op te dragen alsnog een beslissing te nemen op het bezwaar.

Huurinkomsten

Artikel 4, lid 3 LIB bepaalt dat bij het ter beschikking stellen van onroerende zaken aan derden de zuivere opbrengst wordt gesteld op 65% van het verkregen voordeel en dat "geen andere kosten in aanmerking (worden) genomen dan de rente en kosten van geldlening ter verkrijging of verbetering van onroerende zaken, alsmede de premies voor een aan die lening verbonden met de looptijd dalende overlijdensrisicoverzekering".

Aan de wetsgeschiedenis van deze bepaling ontleent het Gerecht het volgende:

‘Onder “de opbrengsten van het onroerend goed” worden niet verstaan de kosten die de verhuurder al dan niet expliciet aan de huurder in rekening brengt. Zo behoren naar hun aard tot bewonerslasten de kosten van elektra, water en telefoon, de gebruiksbelasting, tuinonderhoud en dergelijke. Deze kosten dienen dan ook in mindering te worden gebracht op de huuropbrengst. Ook de kosten van een makelaar die als beheerder op het verhuurde object toeziet, behoren tot deze kosten. Hetgeen resteert is het voordeel dat de belanghebbende uit het onroerend goed behaalt en waarmee hij de kosten van zijn onroerend goed moet dekken. Op dit voordeel wordt dan de 65%-regeling toegepast.’

(Toelichting behorende bij de Ministeriele beschikking met algemene werking van 29 juli 2000 houdende wijziging van de LWB 1940, de LIB 1943 en de LLB 1976, P.B. 2000, no. 76, blz. 14-15).

Het Gerecht leidt uit deze passage van de wetsgeschiedenis af dat aftrekbaar zijn de kosten die ook onder de titel “servicekosten” rechtstreeks aan een huurder in rekening gebracht zouden kunnen worden (vgl. RBB 24 maart 2014, ECLI:NL:ORBBACM:2014:19). Daartoe behoren in het onderhavige geval uitsluitend de kosten van elektra en water, maar niet de andere kosten. Het totaal van de overige kosten wordt op basis van de regeling van artikel 4, lid 3 LIB geacht begrepen te zijn in het kostenforfait ter grootte van 35% van de (bruto)opbrengst. Volgens deze regeling wordt de zuivere opbrengst immers gesteld op 65% van de (bruto)opbrengst. Vervolgens is slechts aftrek toegestaan voor renten en kosten van geldleningen ter verkrijging of verbetering van de onroerende zaken, alsook voor de premies van een aan de lening verbonden overlijdensrisicoverzekering.

Gelet op het vorenstaande dienen de kosten van water en elektra van NAf 671 in aftrek te komen. De Inspecteur wenst echter – bij wijze van interne compensatie – de opbrengst uit roerend kapitaal ten bedrage van NAf 5.338 alsnog in aanmerking te nemen. Dit brengt mee dat het belastbaar inkomen niet wordt verminderd.

Daarbij komt nog dat belanghebbende op generlei wijze heeft onderbouwd, bijvoorbeeld met facturen, dat de overige in geschil zijnde kosten voor haar rekening zijn gekomen.

Slotsom

Gelet op het vorenstaande ziet het Gerecht geen aanleiding om de aanslag te verminderen. Doende wat de Inspecteur zou behoren te doen, zal het Gerecht het bezwaar tegen de aanslag daarom ongegrond verklaren.

5. PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

Ingevolge artikel 32a, lid 1 van de Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) worden, op verzoek van de belastingplichtige, de kosten die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, vergoed voor zover de aanslag door ernstige onzorgvuldigheid in strijd met het recht is opgelegd. Het verzoek moet worden gedaan voordat de Inspecteur op het bezwaar heeft beslist. De regels over de (hoogte van de) vergoeding zijn neergelegd in artikel 6.4 van de Ministeriële regeling formeel belastingrecht.

Belanghebbende heeft in haar bezwaarschrift verzocht om een kostenvergoeding. Het Gerecht is van oordeel dat belanghebbende geen recht heeft op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. De Inspecteur heeft namelijk niet tegen beter weten in de onderhavige aanslag opgelegd, zodat geen sprake is van een aan de Inspecteur te wijten ernstige onzorgvuldigheid.

Kosten beroepsfase

Ingevolge artikel 15, lid 1 van de Landsverordening op het beroep in belastingzaken (LBB) worden de kosten vergoed die de belastingplichtige in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

In artikel 15, lid 2, LBB is bepaald dat de regels over de (hoogte van de) proceskostenvergoeding bij of krachtens landsbesluit worden vastgesteld. Dat is nog niet gebeurd. Het Gerecht zal daarom aansluiten bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, PB 2001, no. 127 (vgl. GHvJ 21 juni 2017, nr. CUR2016H00008, ECLI:NL:OGHACMB:2017:54).

In artikel 1 van dit Besluit zijn de kosten vermeld die voor vergoeding in aanmerking komen, waaronder de kosten van door een derde verleende beroepsmatige bijstand. Deze kosten kunnen worden berekend op NAf 350 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt NAf 700, wegingsfactor 0,25 (beroep niet tijdig beslissen)).

Het Gerecht merkt de zaken met de nummers CUR201902550 en CUR201902578 aan als samenhangend. Gelet hierop komen de proceskosten in de beroepsfase maar één keer voor vergoeding in aanmerking. De proceskosten voor de onderhavige zaak worden dan ook vastgesteld op de helft van NAf 350, ofwel NAf 175.

Verder dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5 LBB het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden.

6. DE BESLISSING

Het Gerecht:

- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond;

- verklaart het bezwaar tegen de aanslag ongegrond;

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van NAf 175; en

- draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 50 te vergoeden.

Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 1 juli 2020, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.

De griffier, De rechter,

Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.

HOGER BEROEP

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen twee maanden na de verzenddatum hoger beroep instellen bij:

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)

Wilhelminaplein 4

Willemstad

Curaçao

U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener,

b. de dagtekening,

c. waartegen u in beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:

belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.

Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:

- natuurlijke personen: NAf. 200

- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?