Parketnummers: 555.00119/21 (zaak A) en 555.00227/21 (zaak B, gevoegd)
Uitspraak: 6 mei 2022
Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht in de gevoegde strafzaken tegen de verdachte:
[verdachte],
3 subsidiair
geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen van
17 december 2021, 1 april 2022 (inhoudelijke behandeling) en 6 mei 2022 (sluiting).
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. B.C. Niks en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. J.B.S. Loth naar voren is gebracht.
De officier van justitie heeft voorts zijn voornemen kenbaar gemaakt een vordering als bedoeld in artikel 1:77 Wetboek van strafrecht aanhangig te maken.
Tenlasteleggingen
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging in zaak A – ten laste gelegd dat:
Zaak A (parketnummer 555.00119/21)
Feit 1
dat hij in de periode van 4 maart tot 5 maart 2021, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,
( (onderdelen) van een witgelakte auto van het merk Hyundai [automodel 1] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 1]
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [belanghebbende 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij de verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, en/of door inklimming en/of door middel van een valse sleutel.
althans indien het voorgaande niet tot een veroordeling zou of mocht kunnen leiden,
subsidiair
dat hij in de periode van 4 maart 2021 tot 21 april 2021 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
( (onderdelen) van een witgelakte auto van het merk Hyundai [automodel 1] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 1]
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed(eren) wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Feit 2
dat hij in de periode van 5 augustus tot 6 augustus 2020, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,
een witgelakte auto en/of onderdelen van het merk Kia [automodel 2] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 2]
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [belanghebbende 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
waarbij de verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, en/of door inklimming en/of door middel van een valse sleutel.
althans indien het voorgaande niet tot een veroordeling zou of mocht kunnen leiden,
subsidiair
dat hij in de periode van 5 augustus 2020 tot 28 mei 2021 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
een witgelakte auto en/of onderdelen van het merk Kia [automodel 2] voorzien van kentekenplaat
[kentekenplaatnummer 3] (origineel kenteken: [kentekenplaatnummer 2])
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed(eren) wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Feit 3
dat hij in de periode van 27 januari 2021 tot 28 januari 2021, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,
een grijsgelakte auto en/of onderdelen van het merk Toyota [automodel 3] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 4]
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [belanghebbende 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
waarbij de verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, en/of door inklimming en/of door middel van een valse sleutel.
althans indien het voorgaande niet tot een veroordeling zou of mocht kunnen leiden,
subsidiair
dat hij in de periode van 27 januari 2021 tot 17 juni 2021 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
een grijsgelakte auto en/of onderdelen van het merk Toyota [automodel 3] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 5] (origineel kenteken: [kentekenplaatnummer 4])
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed(eren) wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Feit 4
dat hij in de periode van 5 juni 2020 tot 6 juni 2020, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,
een zwartgelakte auto en/of onderdelen van het merk Kia [automodel 4] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 6] (origineel kenteken: [kentekenplaatnummer 7])
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [belanghebbende 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
waarbij de verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, en/of door inklimming en/of door middel van een valse sleutel.
althans indien het voorgaande niet tot een veroordeling zou of mocht kunnen leiden,
subsidiair
dat hij in de periode van 5 juni 2020 tot 17 juni 2021 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
een zwartgelakte auto en/of onderdelen van het merk Kia [automodel 4] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 7]
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed(eren) wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Feit 5
dat hij in of omstreeks 19 november 2019, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,
een grijsgelakte auto en/of onderdelen van het merk Toyota [automodel 5] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 8] (origineel kenteken: [kentekenplaatnummer 9])
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [belanghebbende 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
waarbij de verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, en/of door inklimming en/of door middel van een valse sleutel.
althans indien het voorgaande niet tot een veroordeling zou of mocht kunnen leiden,
subsidiair
dat hij in de periode van 19 november 2019 tot 1 februari 2020 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
een grijsgelakte auto en/of onderdelen van het merk Toyota [automodel 5] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 9]
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed(eren) wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Feit 6
dat hij op of omstreeks 25 augustus 2019, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,
een witgelakte auto en/of onderdelen van het merk Kia [automodel 6] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 10]
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [belanghebbende 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
waarbij de verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, en/of door inklimming en/of door middel van een valse sleutel.
althans indien het voorgaande niet tot een veroordeling zou of mocht kunnen leiden,
subsidiair
dat hij in de periode van 25 augustus 2019 tot 29 augustus 2019 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
een witgelakte auto en/of onderdelen van het merk Kia [automodel 6] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 10]
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed(eren) wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Zaak B (met parketnummer 555.00227/21 (gevoegd)):
Feit 1
dat hij in de periode van 8 augustus 2019 tot en met 9 augustus 2019, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
een grijsgelakte auto en/of onderdelen van het merk Hyundai model [automodel 7] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 11]
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [belanghebbende 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel.
althans, indien het voorgaande niet tot een veroordeling zou of mocht kunnen leiden,
subsidiair
dat hij in de periode van 8 augustus 2019 tot en met 17 juni 2021 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
een grijsgelakte auto en/of onderdelen van het merk Hyundai model [automodel 7] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 11]
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed(eren) wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Feit 2
dat hij in de periode van 13 juni 2019 tot en met 14 juni 2019, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
een witgelakte auto en/of onderdelen van het merk Daihatsu model [automodel 8] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 12]
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [belanghebbende 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel.
althans, indien het voorgaande niet tot een veroordeling zou of mocht kunnen leiden,
subsidiair
dat hij in de periode van 13 juni 2019 tot en met 17 juni 2021 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
een witgelakte auto en/of onderdelen van het merk Daihatsu model [automodel 8] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 12]
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed(eren) wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Feit 3
dat hij in de periode van 27 mei 2019 tot en met 28 mei 2019, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
een roodgelakte auto en/of onderdelen van het merk Toyota model [automodel 9] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 13]
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [belanghebbende 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel.
althans, indien het voorgaande niet tot een veroordeling zou of mocht kunnen leiden,
subsidiair
dat hij in de periode van 27 mei 2019 tot en met 17 juni 2021 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
roodgelakte auto en/of onderdelen van het merk Toyota model [automodel 9] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 13]
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed(eren) wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Feit 4
dat hij in of omstreeks de periode van 19 november 2019 tot en met 17 juni 2021 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van één of meer valse of vervalste geschriften, te weten
(elk) zijnde een geschift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware die/dat geschift(en) (telkens) echt en onvervalst en/of opzettelijk zodanig(e) geschrift(en) heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad, bestaande dat gebruikmaken en/of voorhanden hebben hierin dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), in strijd met de waarheid
terwijl hij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die/dat geschrift(en) bestemd was/waren voor zodanig gebruik;
Feit 5
hij in of omstreeks de periode van 19 november 2019 tot en met 17 juni 2021 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans heeft witgewassen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) van een of meer voorwerp(en), te weten
de werkelijke aard, de herkomst en de vindplaats verhuld/verborgen, althans verhuld/verborgen wie de rechthebbende op die voorwerpen waren, of wie die voorwerpen voorhanden had, immers hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),
althans heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) van voornoemde voertuigen de voertuigidentificatienummers (VIN) en/of de motornummers en/of kentekenplaten (het zogenoemde omkatten) gewijzigd en/of laten wijzigen en aldus de voertuigidentiteit gewijzigd en/of laten wijzigen en/of voornoemde voertuigen op naam gezet of laten zetten van iemand anders dan verdachte(n),
terwijl hij wist of begreep, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat voormelde voorwerpen
-onmiddellijk of middellijk- afkomstig was uit enig misdrijf.
Voor zover in de tenlasteleggingen taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het Gerecht deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
(Partiële) Vrijspraak
Aan de verdachte is in zaak A onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair,
5 primair en 6 primair en in zaak B onder 1 primair, 2 primair en 3 primair telkens tenlastegelegd (het medeplegen van) de diefstal van de in de tenlastelegging genoemde auto. Met de officier van justitie en de raadsman van de verdachte is het Gerecht van oordeel dat het dossier geen aanwijzingen bevat om op dit punt tot een bewezenverklaring te komen. Het Gerecht zal de verdachte hiervan dan ook telkens vrijspreken.
Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Ten aanzien van zaak A onder 1 subsidiair
Uit het dossier kan worden afgeleid dat de Hyundai [automodel 7] met kenteken [kentekenplaatnummer 14] die onder de verdachte in beslag is genomen, niet de auto kan zijn die de verdachte van [betrokkene 2] zegt te hebben gekocht. De auto van [betrokkene 2] was immers blauw en niet voorzien van een sunroof, terwijl de onder de verdachte inbeslaggenomen auto origineel wit gelakt was en voorzien was van een fabrieksmatig geproduceerde sunroof. Ook uit de verklaring van Martina, die de auto op haar beurt aan [betrokkene 2] heeft verkocht, blijkt dat de auto blauw was en geen sunroof had.
Op 5 maart 2021 is de witte Hyundai [automodel 1] met kenteken [kentekenplaatnummer 1] van [belanghebbende 1] gestolen. De door haar beschreven specifieke kenmerken van de auto, te weten mankementen aan het raam aan de bestuurderszijde en details met betrekking tot de bekleding van de zittingen en de binnenvoering, komen overeen met de mankementen/details in de onder de verdachte in beslag genomen auto.
Onder die omstandigheden gaat het Gerecht er dan ook vanuit dat de verdachte op enig moment na 4 maart 2021 de van [belanghebbende 1] gestolen auto heeft verworven en voorhanden heeft gehad. Deze auto is vervolgens door de verdachte omgekat, wat evident blijkt uit het telefoongesprek dat de verdachte op 28 januari 2021 met medeverdachte [medeverdachte 1] voert over het vervaardigen van (een) VIN-nummer(s), waarbij het kenteken [kentekenplaatnummer 14] wordt genoemd. Uit het feit dat de auto is omgekat, leidt het Gerecht af dat de verdachte wist dat het een van misdrijf afkomstig goed betrof.
Ten aanzien van zaak A onder 2 subsidiair
Uit het dossier blijkt dat de verdachte op enig moment een witte Kia [automodel 2] met kenteken [kentekenplaatnummer 3] heeft verworven en voorhanden heeft gehad. Hij heeft deze auto eind oktober 2020 verkocht aan [betrokkene 3] (overgedragen). Deze Kia [automodel 2] is op 28 mei 2021 onder haar in beslag genomen.
Uit onderzoek bij Forensys is gebleken dat een auto met kenteken [kentekenplaatnummer 3] (chassisnummer [chassisnummer], motornummer [motornummer], modeljaar 2014) op 1 september 2019 bij een ongeluk betrokken was, waarbij de console, dashboard, airbags, voorruit en motorkap werden vernield.
Uit technisch onderzoek in de auto is gebleken dat de sticker met het VIN-nummer in het bestuurders portierstijl van de inbeslaggenomen auto niet fabrieksmatig was aangebracht. Ook bleek de motor uit bouwjaar 2016 te zijn (deze motor was voorzien van een motordeksel terwijl motoren van de modeljaren 2012 t/m 2015 geen fabrieksmatige motordeksel heeft). Bij controle in de motorruimte bleek het motornummer mechanisch te zijn verwijderd. In de motorruimte was verder geen enkel spoor te zien van een reparatie na een aanrijding. De originele balk onder de medepassagier zitting, waarop het ingeslagen VIN-nummer staat is gedeeltelijk vervangen door de balk van de Kia [automodel 2] die betrokken was bij de aanrijding op 1 september 2019.
Het Gerecht leidt uit al deze feiten en omstandigheden af dat de in beslag genomen auto in ieder geval niet kan zijn de auto met het kenteken [kentekenplaatnummer 3], die op
1 september 2019 bij een ongeluk betrokken was. Hoewel een duidelijke link met de op 5/6 augustus 2020 van [belanghebbende 2] gestolen Kia [automodel 2] met kenteken [kentekenplaatnummer 2] ontbreekt, staat wel vast dat de verdachte op enig moment een (andere) Kia [automodel 2] heeft verworven en voorhanden heeft gehad en dat die auto is omgekat. Het Gerecht leidt uit die omstandigheid af dat de verdachte wist dat het een door misdrijf verkregen auto betrof.
De verdachte heeft nog verklaard dat hij deze auto van ene [betrokkene 4] in Suffisant heeft gekocht. De verdachte heeft daartoe de woning van die [betrokkene 4] aan verbalisanten aangewezen. Verbalisanten hebben de bewering van verdachte onderzocht, maar hebben voor zijn stelling geen steun gevonden. Sterker nog, volgens de eigenaresse van die woning heeft er op dat adres nog nooit een ‘[betrokkene 4]’ gewoond.
Ten aanzien van zaak A onder 3 subsidiair
Uit het dossier blijkt dat de verdachte op enig moment een grijze Toyota [automodel 3] met kenteken [kentekenplaatnummer 5] heeft verworven en voorhanden heeft gehad en dat hij deze auto omstreeks 7 april 2021 heeft verkocht aan [betrokkene 4] (overgedragen). De Toyota [automodel 3] is op 21 april 2021 onder [betrokkene 4] in beslag genomen. Uit onderzoek is gebleken dat deze auto hetzelfde chassisnummer en kenteken heeft als een Toyota [automodel 3] met kenteken [kentekenplaatnummer 5] op naam van [betrokkene 5] en dat deze auto op 17 december 2020 volledig is uitgebrand.
Op 27 januari 2021 is een grijze Toyota [automodel 3] met kenteken [kentekenplaatnummer 4] van [belanghebbende 3] gestolen. [belanghebbende 3] heeft op 22 april 2021 – in ieder geval – de vloermatten in de inbeslaggenomen auto herkend als de zijne.
Het Gerecht leidt uit al deze feiten en omstandigheden af dat de in beslag genomen auto in ieder geval niet kan zijn de auto met het kenteken [kentekenplaatnummer 5], die op
17 december 2020 volledig is uitgebrand, maar dat het de van [belanghebbende 3] gestolen auto betreft. De verdachte heeft geen enkele verifieerbare verklaring over de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden afgelegd.
Dit samenstel van bevindingen laat geen andere conclusie toe dan dat de verdachte op enig moment na 27 januari 2021 de van [belanghebbende 3] gestolen auto heeft verworven en voorhanden heeft gehad (tot hij de auto omstreeks 7 april 2021 aan [betrokkene 3] heeft verkocht) en heeft omgekat of laten omkatten om deze weer door te verkopen. Ook de opzetheling ten aanzien van deze auto kan daarom bewezen worden.
Ten aanzien van zaak A onder 4 subsidiair
Uit het dossier blijkt dat de verdachte op enig moment een Kia [automodel 4] met kenteken
[kentekenplaatnummer 6] heeft gekocht van [betrokkene 6]. Dit betrof een schadeauto, een auto die aan de voorzijde total loss was. Deze auto (een Kia [automodel 4] met kenteken [kentekenplaatnummer 6]) heeft de verdachte omstreeks juni 2020 cadeau gedaan aan zijn vriendin [betrokkene 1] (overgedragen). De auto was toen (zo goed als) schadevrij. Gebleken is dat daarvoor onderdelen zijn gebruikt van de omstreeks 5 juni 2020 van [belanghebbende 4] gestolen Kia [automodel 4] met kenteken [kentekenplaatnummer 7], waaronder de versnellingsbak. Daarbij heeft [belanghebbende 4] verklaard dat het interieur van de inbeslaggenomen auto identiek is aan het interieur haar gestolen auto en heeft zij een vlek op een van de zittingen herkend als te zijn veroorzaakt door haar zoon. Ten slotte heeft zij een oorknop in het tapijt van de inbeslaggenomen auto herkend.
Gelet op al deze omstandigheden acht het Gerecht bewezen dat de verdachte op enig moment na 5 juni 2020 de van [belanghebbende 4] gestolen auto met kenteken [kentekenplaatnummer 7] heeft verworven en voorhanden heeft gehad en dat (onderdelen van) die auto is/zijn gebruikt bij de reparatie van de Kia [automodel 1] met kenteken [kentekenplaatnummer 6].
Ten aanzien van zaak A onder 5 subsidiair
Uit het dossier blijkt dat de verdachte op enig moment een grijze Toyota [automodel 5] met kenteken [kentekenplaatnummer 8] heeft verworven en voorhanden heeft gehad en dat hij deze auto in januari 2019 heeft verkocht aan [betrokkene 7] (overgedragen). Deze Toyota [automodel 5] is op 13 juli 2021 onder [betrokkene 7] in beslag genomen. Deze auto is onderzocht en bleek te zijn omgekat.
Tevens is gebleken dat een Toyota [automodel 5] met kenteken [kentekenplaatnummer 8] in februari 2018 betrokken is geweest bij een ongeval, waardoor behoorlijke schade aan het voertuig is ontstaan en dat autohandelaar [autohandelaar] het casco van deze Toyota [automodel 5] daarom op een gegeven moment aan de verdachte heeft verkocht.
Het Gerecht kan op basis van het dossier niet vaststellen of het de in de tenlastelegging genoemde auto met kenteken [kentekenplaatnummer 9] is die is omgekat (de enkele herkenning aan de hand van een inmiddels verwijderde sticker is daartoe onvoldoende). Ook ziet het Gerecht onvoldoende aanwijzingen, mede vanwege het tijdsverloop tussen de overdracht door de verdachte aan [betrokkene 7] en de inbeslagneming van de auto, dat de verdachte een strafbare betrokkenheid bij het omkatten heeft gehad of wetenschap daarvan heeft gehad. De verdachte zal daarom van dit feit worden vrijgesproken.
Ten aanzien van zaak A onder 6 subsidiair en zaak B onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en
Op 28 augustus 2019 is op in de mondi achter het erf behorend bij de woning van de verdachte aangetroffen:
[automodel 7]
- diverse auto-onderdelen van de op 13 juni augustus 2019 van [belanghebbende 9] gestolen
Daihatsu [automodel 8] met kenteken [kentekenplaatnummer 12]
- diverse auto-onderdelen van de op 27 mei 2019 van [belanghebbende 10] gestolen Toyota [automodel 9]
met kenteken [kentekenplaatnummer 13].
De verdachte heeft ontkend iets met die voorwerpen, die niet op zijn erf lagen, van doen te hebben. Gelet echter op het feit dat het gebied waar deze auto-onderdelen werden aangetroffen alleen via het erf van de verdachte toegankelijk is, deze mondi dicht bij het erf van de verdachte is gelegen, men vanaf het erf van de verdachte duidelijk zicht had op de mondi waar de auto-onderdelen zijn aangetroffen en omdat de achterbank van de Kia [automodel 7] van [belanghebbende 6] in de werkplaats bij de woning van de verdachte stond, gaat het Gerecht aan deze ontkenning voorbij. De verdachte heeft geen enkele verifieerbare verklaring over de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden afgelegd. Het Gerecht acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte telkens auto’s en/of onderdelen heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze van misdrijf afkomstig waren.
Uit al het voorgaande blijkt bovendien dat de verdachte bij het omkatten van deze auto’s telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse VIN-nummers en valse kentekenplaten in die zin dat op de auto’s andere dan de originele kentekenplaten zijn aangebracht met het oogmerk herkenning daarvan te bemoeilijken (zaak B onder 4). De verdachte heeft ten slotte door het omkatten van auto’s bovendien de werkelijke herkomst verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende op die desbetreffende auto’s was (feit 5).
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in zaak A onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 6 subsidiair en in zaak B onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair 4 en 5 is ten laste gelegd, met dien verstande dat:
Zaak A
1. subsidiair
dat hij in de periode van 4 maart 2021 tot 21 april 2021 te Curaçao, een witgelakte auto van het merk Hyundai [automodel 1] (oorspronkelijk) voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 1] heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed wist of begreep dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
2 subsidiair
dat hij in de periode van 5 augustus 2020 tot 1 november 2020 te Curaçao een witgelakte auto van het merk Kia [automodel 2] heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed wist of begreep dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
3 subsidiair
dat hij in de periode van 27 januari 2021 tot 7 april te Curaçao een grijsgelakte auto van het merk Toyota [automodel 3] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 5] (origineel kenteken: [kentekenplaatnummer 4]) heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed wist of begreep dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
4 subsidiair
dat hij in de periode van 5 juni 2020 tot 17 juni 2021 te Curaçao een zwartgelakte auto van het merk Kia [automodel 4] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 7]
heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed wist of begreep dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
6 subsidiair
dat hij in de periode van 25 augustus 2019 tot 29 augustus 2019 te Curaçao een witgelakte auto van het merk Kia [automodel 6] voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 10]
heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed wist of begreep, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Zaak B
1. subsidiair
dat hij in de periode van 8 augustus 2019 tot en met 29 augustus 2019 te Curaçao, een grijsgelakte auto of onderdelen van het merk Hyundai model [automodel 7] (oorspronkelijk) voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 11] heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed(eren) wist of begreep, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
2 subsidiair
dat hij in de periode van 13 juni 2019 tot en met 29 augustus 2019 te Curaçao, een witgelakte auto of onderdelen van het merk Daihatsu model [automodel 8] (oorspronkelijk) voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 12] heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed(eren) wist of begreep, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
3 subsidiair
dat hij in de periode van 27 mei 2019 tot en met 29 augustus 2019 te Curaçao, een roodgelakte auto en/of onderdelen van het merk Toyota model [automodel 9] (oorspronkelijk) voorzien van kentekenplaat [kentekenplaatnummer 13] heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van boven omschreven goed(eren) wist of begreep, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
4
dat hij in of omstreeks de periode van 19 november 2019 tot en met 17 juni 2021 te Curaçao, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste geschriften, te weten
(elk) zijnde geschiften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware die geschiften telkens echt en onvervalst en opzettelijk zodanige geschriften voorhanden heeft gehad, bestaande dat gebruikmaken en voorhanden hebben hierin dat hij, verdachte, in strijd met de waarheid
- het kenteken [kentekenplaatnummer 14] heeft bevestigd op een Hyundai [automodel 1], terwijl dat voertuig conform kentekenregister het kenteken [kentekenplaatnummer 1] heeft en op het
voertuig een valse VIN-sticker heeft bevestigd en
- het kenteken [kentekenplaatnummer 3] heeft bevestigd op een Kia [automodel 2] en op dat
voertuig een valse VIN-sticker [VIN-nummer] heeft bevestigd en
- het kenteken [kentekenplaatnummer 5] heeft bevestigd op een Toyota [automodel 3], terwijl dat
voertuig conform kentekenregister het kenteken [kentekenplaatnummer 4] heeft en op dat voertuig een valse VIN-sticker [VIN-nummer] heeft bevestigd,
terwijl hij, verdachte telkens wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die geschriften bestemd waren voor zodanig gebruik;
5
hij in of omstreeks de periode van 19 november 2019 tot en met 17 juni 2021 te Curaçao heeft witgewassen, immers heeft verdachte van een of meer voorwerpen, te weten
de werkelijke aard herkomst verhuld en/of verborgen wie de rechthebbende op die voorwerpen waren, immers heeft hij, verdachte,
- het kenteken van de Hyundai [automodel 1] gewijzigd van [kentekenplaatnummer 1] in [kentekenplaatnummer 14] en
het VIN gewijzigd en dit voertuig op naam gezet van [betrokkene 1] en
- het kenteken van de Toyota [automodel 3] gewijzigd van [kentekenplaatnummer 4] in [kentekenplaatnummer 5] en het
VIN gewijzigd in [VIN-nummer] en
terwijl hij wist of begreep, dat voormelde voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
Hetgeen in zaak A onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 6 subsidiair en in zaak B onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het in zaak A onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 6 subsidiair en in zaak B onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en 5 bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Deze zijn opgenomen in de bijlage bij het vonnis.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
Ten aanzien van zaak A onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 6 subsidiair en in zaak B onder 1 subsidiair, 2 subsidiair en 3 subsidiair
telkens opzetheling
Ten aanzien van zaak B onder 4
valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd.
Ten aanzien van zaak B onder 5
witwassen
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten, zodat de verdachte strafbaar is.
Oplegging van straf en maatregel
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair, 5 subsidiair en 6 subsidiair en in zaak B onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en 5 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Het Gerecht overweegt als volgt.
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan betrokkenheid bij het helen c.q. omkatten van een grote hoeveelheid auto’s. Het omkatten van auto's gaat net als in deze zaak vaak gepaard met diverse strafbare feiten, zoals valsheid in geschrifte. Het is algemeen bekend dat autocriminaliteit een groot probleem is in Curaçao. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van die vorm van criminaliteit, die immers alleen loont wanneer er afnemers zijn voor gestolen en/of omgekatte voertuigen. Door het omkatten wordt als het ware de identiteit van een gestolen auto verborgen. Hierdoor wordt de opsporing van gestolen goederen bemoeilijkt, waardoor de kans klein is dat de rechtmatige eigenaar zijn bezit terugkrijgt. Het Gerecht neemt het de verdachte kwalijk dat hij geen oog heeft gehad voor de schade en overlast die daardoor aan anderen wordt berokkend.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst en de veelheid van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Ten nadele van de verdachte houdt het Gerecht rekening met het feit dat de verdachte in 2017 en 2018 al twee keer eerder onherroepelijk voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld. In het bijzonder is het de verdachte aan te rekenen dat hij ondanks deze eerdere veroordelingen zich opnieuw aan soortgelijke feiten heeft schuldig gemaakt.
Door zijn ontkennende houding toont de verdachte ook totaal geen inzicht in het laakbare van zijn handelen.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
Benadeelde partijen
1] De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van NAf 9.660,66, vermeerderd met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering heeft betrekking op de Kia [automodel 2] met kenteken [kentekenplaatnummer 2] (feit 2).
Nu het Gerecht onvoldoende bewijs aanwezig acht dat de door de verdachte onder feit 2 bewezen verklaarde auto de Kia [automodel 2] van [benadeelde partij 1] betreft, en de verdachte in zoverre van dit feit zal vrijspreken, kan de benadeelde partij niet in zijn vordering worden ontvangen.
2] De benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van NAf 4.985,95. Deze vordering heeft betrekking op de Toyota [automodel 3] met kenteken [kentekenplaatnummer 4] (feit 3).
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 3] als gevolg van verdachtes in zaak A onder 3 subsidiair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van NAf 1.985,95, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2021. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.
De benadeelde partij [benadeelde partij 3] zal voor het meer gevorderde in zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard omdat het onvoldoende is onderbouwd.
Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen.
Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.
3] De benadeelde partij [benadeelde partij 4] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van NAf 22.838,30, vermeerderd met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering heeft betrekking op de Kia [automodel 4] met kenteken [kentekenplaatnummer 6] (feit 4).
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 4] als gevolg van verdachtes in zaak A onder 4 subsidiair bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van NAf 15.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2020. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.
De benadeelde partij [benadeelde partij 4] zal voor het meer gevorderde in haar vordering niet-ontvankelijk worden verklaard omdat het onvoldoende is onderbouwd.
Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen.
Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.
4] De benadeelde partij [benadeelde partij 5] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van NAf 13.360,06, te weten een bedrag van
NAf 8.360,06 aan materiële schade en NAf 5.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering heeft betrekking op de Toyota [automodel 5] met kenteken [kentekenplaatnummer 8] (feit 5).
Nu het Gerecht de verdachte zal vrijspreken van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt, kan de benadeelde partij niet in zijn vordering worden ontvangen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf en maatregel is gegrond op de artikelen 1:78, 1:123, 1:136, 2:184, 2:397 en 2:404 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte in zaak A onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5 primair en subsidiair en 6 primair en in zaak B onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de in zaak A onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair, 6 subsidiair en in zaak B onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 4 (vier) jaren;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 3] geleden schade toe tot een bedrag van NAf 1.985,95 (zegge: negentienhonderdvijfentachtig gulden en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 januari 2021 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van NAf 1.985,95 (zegge: negentienhonderdvijfentachtig gulden en vijfennegentig cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 29 (negenentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2021 tot aan de dag van de voldoening;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen.
wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 4] geleden schade toe tot een bedrag van NAf 15.000,- (zegge: vijftienduizend gulden), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 juni 2020 tot aan de dag van de voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;
verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van NAf 15.000,- (zegge: vijftienduizend gulden), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 110 (honderdentien) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2020 tot aan de dag van de voldoening;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen.
verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 5] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. G. Verbeek, bijgestaan door
mr. J. Mulder, griffier, en op 6 mei 2022 uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.