ECLI:NL:OGEAC:2023:381

ECLI:NL:OGEAC:2023:381

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 24-11-2023
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 500.00201/23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Vuurwapenbezit; wetenschap en beschikkingsmacht.

Uitspraak

Parketnummer: 500.00201/23

Uitspraak : 24 november 2023 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

1. Op 17 juli 2023 omstreeks 05:16 uur, heeft er aan de [adres] een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden. De verbalisant [verbalisant 1] heeft het volgende gerelateerd:

2. Bij proces-verbaal opgemaakt op 19 juli 2023, heeft de verbalisant [verbalisant 2] het volgende gerelateerd:

“(…) In de woning werd op een kast een vuurwapen aangetroffen en inbeslaggenomen. Het vuurwapen lag op een Nederlands paspoort op naam van: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats], voorzien van het paspoortnummer: [paspoortnummer].

3. De verdachte heeft tijdens een verhoor op 17 juli 2023 omstreeks 09:45 uur ten overstaan van de politie, voor zover van belang, het volgende verklaard:

4. De verdachte heeft tijdens een verhoor op 24 juli 2023 omstreeks 10:08 uur ten overstaan van de politie, voor zover van belang, het volgende verklaard:

5. In een aanbiedingsbrief vuurwapens en/of munitie met nummer [nummer], is vermeld, zakelijk weergegeven:

6. Bij proces-verbaal opgemaakt op 27 juli 2023, heeft de verbalisant [verbalisant 3] het volgende gerelateerd:

“(…) Het in beslaggenomen pistool van het merk [vuurwapenmerk] is bestemd en geschikt om kogels door een loop af te schieten. De scherpe patronen van het kaliber .40 S&W zijn geschikt om met pistolen van het kaliber .40 S&W te worden afgeschoten. (…)

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2023. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. H.S. Johannes, advocaat in Curaçao.

De officier van justitie, mr. C.H. Hato-Willems, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van voorarrest.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 17 juli 2023, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s), in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, te weten een pistool (van het merk [vuurwapenmerk], serienummer [serienummer]) kaliber 40S8W, en/of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, te weten twaalf (12) scherpe patronen voorhanden heeft gehad;

(artikel 3 jo 11 van de Vuurwapenverordening 1930)

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 17 juli 2023, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s), in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, te weten een pistool (van het merk [vuurwapenmerk], serienummer [serienummer],) kaliber 40S&W, en/of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, te weten: twaalf (12) scherpe patronen voorhanden heeft gehad;.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.

“(…) Gedurende de doorzoeking werden de volgende goederen inbeslaggenomen: vuurwapen, patroonhouder, (…).”

In die kledingkast werd een patroonhouder, gevuld met scherpe patronen aangetroffen en inbeslaggenomen. (…)”

“(…)Vraag verbalisant: Van wie is de blokken oranje met wit gekleurde kledingstof?

Antwoord verdachte: Het is van mij. (…)

Vraag verbalisant: Wat voor soort kleding is het?

Antwoord verdachte: Het is een sportbroek.

Vraag verbalisant: Onder de blokken oranje met wit gekleurde kledingstof werd een patroonhouder met scherpe munitie aangetroffen. (…)”

“(…) mijn kleren lagen op de onderste twee rekken in de kast. (…)”

“In de zaak van [verdachte], [adres], is in beslag genomen een pistool van het merk [vuurwapenmerk], met serienummer [serienummer], kaliber .40 S&W, 10 stuks in een patroonhouder bevindende scherpe patronen en 2 stuks in een patroonhouder bevindende scherpe patronen, alle van het kaliber .40 S&W.”

Conclusie:

7. Bij proces-verbaal opgemaakt op 20 juli 2023, hebben de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 4] het volgende gerelateerd:

8. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het volgende verklaard:

“(…) Op donderdag 20 juli 2023 omstreeks 09:35 uur hebben wij voor de woning aan de [adres] gesproken met: [persoon 1], geboren op 24 februari 1951 te Curaçao en [persoon 2], geboren op 13 mei 1967 te Curaçao. [persoon 1] zei dat (…) de woning waarin [verdachte] bij zijn aanhouding werd aangetroffen, ongeveer drie jaar had leeggestaan. Op het moment dat de woning leegstond was deze slotvast afgesloten. De sleutel van de woning was in het bezit van [persoon 1](…) Daijrick kwam in de woning wonen rond 30 december 2022, nadat hij uit de gevangenis was gekomen.

Wij hoorden dat [persoon 2] zei dat op het moment dat [verdachte] was vrijgekomen eind december 2022 hij in de woning achter de woning van [persoon 1] was gaan wonen, samen met zijn vriendin. Voordat [verdachte] in de woning ging wonen had de woning drie jaar leeg gestaan.”

“Ik sliep in de kamer waar het vuurwapen is aangetroffen. De blauwe, korte broek op de plank waar de patroonhouder lag, is van mij. In diezelfde kast bewaar ik ook mijn lakens en dergelijke.”

Bewijsoverwegingen

De verdachte heeft bepleit dat hij van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat hij – ten tijde van zijn aanhouding – iets meer dan twee weken in het huis te [adres] (hierna: de woning) verbleef, daar hij na zijn vrijlating uit de gevangenis op 30 december 2022 bij zijn vriendin is gaan wonen alvorens naar de woning te zijn verhuisd. De verdachte heeft voorts aangevoerd dat een ander, iemand die hem niet mag, het vuurwapen in de woning heeft geplaatst. Hij geeft daarbij aan dat vóór hem, meerdere mensen in de woning hebben gewoond en dat de voordeur van de woning niet op slot gaat wat maakt dat het huis door een ieder kan worden betreden.

Het Gerecht gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden en overweegt vervolgens als volgt.

Naar aanleiding van een schietincident waarbij een man om het leven kwam, werden de telefoonnummers van de verdachte in dat onderzoek opgenomen en uitgeluisterd. Op 22 april 2023 is tussen die verdachte en de onderhavige verdachte een gesprek gevoerd waaruit het vermoeden is ontstaan dat de verdachte in het bezit is van een of meer vuurwapen(s). Dit heeft ertoe geleid dat er op 17 juli 2023 een huiszoeking ter inbeslagname bij de onderhavige verdachte heeft plaatsvonden. Op voormelde datum zijn in de door de verdachte en zijn vriendin bewoonde woning een vuurwapen, munitie en een losse patroonhouder met munitie aangetroffen. Het vuurwapen van het merk [vuurwapenmerk] met daarin tien kogelpatronen lag op het paspoort van de verdachte op een kast in diens slaapkamer en de patroonhouder met daarin twee kogelpatronen lagen op de (van boven naar beneden tellende) tweede plank in diezelfde kast, waar kleding van de verdachte lag.

Om tot een bewezenverklaring van het voorhanden hebben van het vuurwapen, de munitie en de patroonhouder te kunnen komen, moet worden vastgesteld dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van die voorwerpen in zijn woning en dat hij daarover ook de beschikkingsmacht had. Niet relevant is of hij daarvan ook daadwerkelijk de eigenaar was.

Het is vaste rechtspraak dat de bewoner van een woning bekend wordt geacht met de aanwezigheid van de in zijn woning aanwezige goederen, behoudens contra-indicaties. Met andere woorden mag van de verdachte voor het aantreffen van die goederen een redelijke verklaring worden gevergd.

De verdachte is op 30 december 2022 uit de gevangenis vrijgelaten. Volgens de verklaringen van de getuigen [persoon 1] en [persoon 2], is de verdachte, anders dan hetgeen hij heeft verklaard, na diens vrijlating, samen met zijn vriendin in de woning waar de voorwerpen zijn aangetroffen gaan wonen. Daarvoor stond de woning leeg en was deze op slot. In ieder geval verbleef de verdachte ten tijde van de doorzoeking op 17 juli 2023 al meer dan een maand in de woning. Dat blijkt uit het op 3 juni 2023 opgenomen gesprek tussen de verdachte en de centrale meldkamer, welk gesprek door de verdachte ter terechtzitting is bevestigd, waarin de verdachte aangaf dat hij, zijnde in de woning aan de [adres], een verdachte auto heen en weer zag voorbijrijden en daarvan melding wilde maken.

De voorwerpen zijn aangetroffen in de slaapkamer van de woning waarvan de verdachte samen met zijn vriendin de bewoners waren. Het vuurwapen lag nota bene op zijn paspoort op de kast waarin ook de patroonhouder naast zijn kleren is aangetroffen. De enkele verklaring van de verdachte dat hij geen wetenschap van het vuurwapen en de patroonhouder had, acht het Gerecht ongeloofwaardig. Het door de verdachte opgeworpen alternatieve scenario waarin zonder diens wetenschap een ander die voorwerpen in zijn slaapkamer heeft geplaatst, is niet aannemelijk geworden en wordt daarom terzijde geschoven. Van enige contra-indicaties is aldus niet gebleken. Daarmee kan de verdachte worden verondersteld bekend te zijn geweest met de in zijn woning aanwezige goederen. Als bewoner van de woning had hij daarover ook de beschikkingsmacht. Dit alles wordt versterkt door het feit dat het vuurwapen en de patroonhouder, beide met munitie, op en in de kledingkast in de slaapkamer van de verdachte, binnen handbereik waren. Het Gerecht acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van het vuurwapen en de patroonhouder, beiden met munitie, in zijn woning en dat hij daarover ook de beschikkingsmacht had.

Het verweer wordt verworpen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 3 juncto artikel 11 van de Vuurwapenverordening 1930 en artikel 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Curaçao. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Overtreding van het verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

In dat verband kan aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt bij recidive – zoals bij de verdachte het geval is – voor “vuurwapenbezit” waarbij er sprake is geweest van “bezit thuis”, als indicatie een gevangenisstraf voor de duur van negen tot en met twaalf maanden, gegeven.

In dit geval heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een geladen pistool en patroonhouder met munitie. Met zijn handelen heeft de verdachte een onaanvaardbaar gevaar voor de veiligheid van andere personen in het leven geroepen. Vuurwapens worden steeds vaker gebruikt bij het plegen van ernstige misdrijven, waardoor het gevoel van onveiligheid binnen de samenleving toeneemt.

Het Gerecht heeft acht geslagen op een strafkaart gedateerd 19 juli 2023, waaruit blijkt dat de verdachte eerder meermalen ter zake van vuurwapenbezit onherroepelijk is veroordeeld, laatstelijk in 2019 tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van veertig maanden. Dit heeft de verdachte er kennelijk niet van weerhouden om zich opnieuw schuldig te maken aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht houdt rekening met de ontkennende proceshouding van de verdachte, waarmee hij aantoont het kwalijke van zijn handelen niet in te zien, laat staan daarvoor verantwoording af te leggen.

Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Echter geven die geen aanleiding om van de door de officier van justitie gevorderde straf af te wijken.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van voorarrest, conform de eis van de officier van justitie, passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.

Het pistool van het merk [vuurwapenmerk] kaliber .40 S&W (inclusief patroonhouder), de losse patroonhouder en de 12 scherpe patronen van het kaliber .40 S&W zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn met betrekking tot het bewezen verklaarde begaan

Het ongecontroleerde bezit van de voorwerpen is bovendien in strijd met de wet en het algemeen belang. Het Gerecht zal de voorwerpen daarom onttrekken aan het verkeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op het artikel 1:75 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 12 (twaalf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: een pistool van het merk [vuurwapenmerk] kaliber .40 S&W (inclusief patroonhouder), een losse patroonhouder en 12 scherpe patronen van het kaliber .40 S&W.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door mr. O.H.M. Leito, zittingsgriffier, en op 24 november 2023 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?