ECLI:NL:OGEAC:2024:287

ECLI:NL:OGEAC:2024:287

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 24-06-2024
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer CUR202400220
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Ontbinding-schadevergoeding-levering-vervangende toestemming

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202400220

Vonnis van 24 juni 2024

in de zaak van

[Eiseres], wonend in [woonplaats], eiseres, gemachtigde: mr. S.I. da Costa Gomez,

tegen

[Gedaagde], wonend in [woonplaats], gedaagde, procederend in persoon.

Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

- het verzoekschrift van 26 januari 2024;

de conclusie van antwoord;

de mondelinge behandeling van 27 mei 2024.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

In een akte van 7 september 2023 staat onder meer het volgende:

“This Debt Settlement Agreement is entered into by and between:

Mr. [gedaagde] and Mr. [overledene]

(…) (…)

Today September 7, 2023, the undersigned are renewing their loan agreement with specification of all debts of Mr. [gedaagde] (“Mr. [gedaagde]”) tot Mr. [overledene] (“Mr. [overledene]”):

ANG 1,275.00 (…) Open balance of invoice dated May 22, 2022 for the drafting by Mr. [overledene] of 15 lease agreements for mr. [gedaagde]

ANG 2,000.00 (…) Open balance of invoice dated May 22, 2022 for the total amount of ANG 10,000 for the negotiations and the drafting of various documents in behalf of Mr. [gedaagde] by Mr. [overledene] in connection with the application for a credit facility of PSB Bank by Mr. [gedaagde]

ANG 8,000.00 (…) Open balance for the negotiations and the drafting of various documents in behalf of Mr. [gedaagde] by Mr. [overledene] in connection with the application for a credit facility of Banco di Caribe by Mr.[gedaagde]

ANG 10,006.76 (…) Open balance, per September 2023, of the five year loan, entered into, on May 4, 2020, in his name by Mr. [overledene] with Island Finance Curaçao, for, a principal amount of ANG 19,119.77 and, including interests trough May 9, 2025, ANG 34.648,02, the funds of which loan, by Island Finance Curaçao to Mr. [overledene], Mr. [overledene] has reloaned to Mr. [gedaagde] and which latter (re-)loan to him by Mr. [overledene], Mr. [gedaagde] recognizes and has also repaid in consecutive monthly installments of ANG 530 each trough August 2023, leaving the open balance per September 5, 2023 of ANG 10,006.76 (…), which repayments and open balance Mr. [overledene] recognizes.

-------------------- +

ANG 21,281.76 Total debt of Mr. [gedaagde] to Mr. [overledene] per September 5, 2023.

Mr. [overledene] and Mr. [gedaagde] both confirm the said total debt of Mr. [gedaagde] to Mr. [overledene] and Mr. [gedaagde] commits himself to pay off the total amount of ANG 21,281.76 (…) to Mr. [overledene] in consecutive monthly installments of ANG 530.00 (…) each.”

De akte is door [gedaagde] en wijlen [overledene] ondertekend.

In een “akte van Cessie van Vordering” van 5 september 2023 staat onder meer het volgende:

“ONDERGETEKENDEN:

(…)

De Cedent verklaart hierbij dat hij de wettige eigenaar is van een vordering, in totaal, groot (…) (ANG 21.281,76), welke vordering voortvloeit uit de door hem ten behoeve van:

[gedaagde] (…), hierna “de Debiteur”,

verleende diensten, zoals die nader aangeduid in de twee door de debiteur ondertekende facturen van de Cedent voor de Debiteur, beide van 22 mei 2022, voor, respectievelijk, ANG 1.275 (…) voor het opmaken van een vijftiental huurovereenkomsten en ANG 2.000 (…), zijnde het restant van de vordering van de Cedent op de Debiteur voor het bemiddelen ten behoeve van de Debiteur van een kredietverlening door PSB Bank, alsmede ANG 8.000 (…), voor het bemiddelen ten behoeve van de Debiteur van een kredietverlening door Banco di Caribe, en voor het, per 5 september 2023, nog openstaande saldo van de door de Cedent, ten behoeve van de Debiteur, bij Island Finance N.V. aangegane geldlening, waar de fondsen van aan de Debiteur zijn uitgeleend door de Cedent, ad ANG 10.006,76 (…).De Cedent draagt hierbij alle rechten, aanspraken en belangen in en op de bovengenoemde vorderingen ad, in totaal (…) (ANG 21.281,76: hierna “de Vordering”,) over aan de Cessionaris, gelijk de Cessionaris hiermede alle rechten, aanspraken en belangen in en op de Vordering in eigendom van de Cedent aanvaard.De Cedent verklaart dat deze overdracht plaatsvindt ter voldoening aan de voor hem bestaande dringende verplichting van moraal en fatsoen jegens de Cessionaris voor de verzorging, die de Cessionaris hem sedert 2016 verleent, waaronder ook sedert 2022 in verband met de ziekte, waaraan hij toen is komen te lijden. (…)”

De akte is ondertekend door wijlen [overledene] als cedent en [gedaagde] als cessionaris.

Bij deurwaardersexploot van 11 september 2023 is een afschrift van voormelde akte van cessie aan [gedaagde] betekend.

Bij brief van 21 december 2023 heeft de gemachtigde van [eiseres][gedaagde] gemaand om binnen vijf dagen aan [eiseres] te betalen het bedrag van NAf 21.281,76. Daaraan heeft [gedaagde] geen gevolg gegeven.

3. De vordering en de standpunten van partijen

eiseres] vordert het gerecht – naast het verlenen van verlof om kosteloos te procederen – om [gedaagde] te veroordelen om aan haar te betalen het bedrag van NAf 21.281,76, te vermeerderen met 15% incassokosten tot een bedrag van NAf 3.192,26, en vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de datum van het verzoekschrift, en [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.

eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] had een schuld van NAf 21.281,76 aan wijlen [overledene]. Deze vordering is door laatstgenoemde bij akte aan [eiseres] gecedeerd. Daarvan is aan [gedaagde] mededeling gedaan.

gedaagde] voert verweer. Hij erkent een schuld aan wijlen [overledene] te hebben gehad, maar betwist de hoogte van het bedrag. Ook betwist hij dat hij iets verschuldigd is aan [eiseres].

4. De beoordeling

Rechtsgeldigheid cessie

Het verweer van [gedaagde] dat hij [eiseres] niets is verschuldigd, begrijpt het gerecht zo dat hij de rechtsgeldigheid betwist van de door [eiseres] gestelde cessie aan haar van de vordering van wijlen [overledene] op [gedaagde].

Dit verweer slaagt niet. Een rechtsgeldige cessie dient onder verwijzing naar artikel 3:94 lid 1 BW aan twee constitutieve vereisten te voldoen: een akte van cessie en een mededeling daarvan aan de debiteur. Aan deze vereisten is voldaan: er is een akte van cessie (zie 2.2.) en daarvan is mededeling gedaan aan [gedaagde] (zie 2.3). De vordering van wijlen [overledene] op [gedaagde] is dan ook rechtsgeldig overgedragen aan [eiseres].

Hoogte van de schuld

Blijkens de akte van 5 september 2023 betreft de cessie een vordering van in totaal NAf 21.281,76, opgebouwd uit de volgende bedragen: NAf 1.275,00. NAf 2.000,-, NAf 8.000,- en NAf 10.006,76 (zie 2.2.).

gedaagde] heeft erkend dat hij een schuld van NAf 8.000,- had aan wijlen [overledene]. Gelet hierop, en op het hiervoor onder 4.2. overwogene, komt de vordering in zoverre voor toewijzing in aanmerking.

Ten aanzien van het verschil tussen het gevorderde bedrag van NAf 21.281,76 en het erkende bedrag van NAf 8.000,-, voert [gedaagde] een tweeledig verweer.

In de eerste plaats stelt [gedaagde] dat hij de akte, waarin is vermeld dat hij een schuld van NAf 21.281,76 aan wijlen [overledene] heeft (zie 2.1.), onder druk heeft ondertekend. Dit verweer faalt. Van de zijde van [eiseres] is gemotiveerd weersproken dat van enige druk sprake is geweest. [gedaagde] op zijn beurt heeft, ook nadat hij daar ter comparitie uitdrukkelijk de gelegenheid toe heeft gekregen, zijn stelling dat hij onder druk is gezet niet nader toegelicht. [gedaagde] heeft niet toegelicht waaruit deze druk zou hebben bestaan noch wie hem onder druk zou hebben gezet. Deze stelling wordt dan ook als onvoldoende onderbouwd gepasseerd. Gelet hierop, en het hiervoor onder 4.2. overwogene, komen ook de gevorderde deelbedragen van NAf 1.275,- en NAf 2.000,- voor toewijzing in aanmerking.

In de tweede plaats voert [gedaagde] het verweer, dat hij weliswaar op 5 september 2023 een schuld van NAf 10.006.76 aan wijlen [overledene] had in verband met een lening bij Island Finance, maar dat deze schuld met het overlijden van [overledene] is komen te vervallen. [gedaagde] licht dit als volgt toe. Omdat hij zelf geen lening kon krijgen bij Island Finance, hadden hij en wijlen [overledene] afgesproken dat laatstgenoemde op eigen naam een lening zou afsluiten bij Island Finance, hij het van Island Finance te ontvangen leenbedrag zou doen toekomen aan [gedaagde], en dat [gedaagde] de maandtermijnen aan wijlen [overledene] zou betalen, opdat deze op zijn beurt dat bedrag aan Island Finance kon betalen. Bij iedere lening bij Island Finance is de geldlener verplicht een levensverzekering af te sluiten die in geval van overlijden de openstaande hoofdsom volledig aflost. Dat betekent dat nu [overledene] is komen te overlijden, de lening bij Island Finance vanwege de levensverzekering is afgelost. Onder deze omstandigheden is de grondslag in zoverre aan de vordering komen te ontvallen, aldus [gedaagde].

Tussen partijen is niet in geschil dat het bedrag van NAf 10.006,76 ziet op het openstaande bedrag bij Island Finance per 5 september 2023 van de lening die wijlen [overledene] op eigen naam ten behoeve van [gedaagde] heeft afgesloten. Dit is door partijen ook zo omschreven in de akte van 7 september 2023 (zie 2.1.).

In reactie op de stelling van [gedaagde] dat de schuld van wijlen [overledene] bij Island Finance vanwege de levensverzekering is afgelost, heeft [eiseres] ter zitting te kennen gegeven dat zij dit wenst te verifiëren bij Island Finance. Het gerecht zal haar die gelegenheid bieden en daartoe de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van een akte, waarbij [eiseres] zich uit kan laten over de vraag of er een openstaande schuld is op naam van wijlen [overledene] bij Island Finance, en, zo nee, welke betekenis dat heeft voor de vordering in deze procedure in zoverre. Daarna kan [gedaagde] bij antwoordakte reageren.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

Het gerecht:

verwijst de zaak naar de rolzitting van 19 augustus 2024 voor akte zijdens [eiseres] over hetgeen hiervoor onder 4.8. is overwogen;

bepaalt dat [gedaagde] op een door de rolrechter te bepalen datum vervolgens een antwoordakte zal kunnen nemen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth rechter, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.E.B. de Haseth

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?