Parketnummer: 555.00214/23
Uitspraak : 22 maart 2024 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 maart 2024. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. U.F. Dickens, advocaat in Curaçao.
De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] hebben zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.
De officier van justitie, mr. V. Girigoria-Hernandez, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder feit 1, eerste cumulatief/alternatief (diefstal met geweld) en het onder feit 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van voorarrest.
De raadsman heeft een strafmaatverweer gevoerd. Voorts heeft hij verweer gevoerd ten aanzien van de vordering van de benadeelde partijen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
FEIT 1: DIEFSTAL MET GEWELD C.Q. AFPERSING GEPLEEGD OP 11 AUGUSTUS 2023
dat hij op 11 augustus 2023, althans in of omstreeks de maand augustus 2023 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,
Een motorfiets;
in elk geval (enig) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,
en/of,
hij op of omstreeks 11 augustus 2023, althans in of omstreeks de maand augustus 2023 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van,
Een bromfiets
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk,
(artikel 2:294 jo 2:291 jo 1:123 van het Wetboek van Strafrecht)
SUBSIDIAIR: MEDEPLICHTIGHEID
dat [MEDEVERDACHTE 1] en/of [MEDEVERDACHTE 2] op of omstreeks 11 augustus 2023, althans in of omstreeks de maand augustus 2023 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen,
Een bromfiets,
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] in elk geval aan een ander of anderen dan hen en/of hun mededader(s) welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk,
bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door,
En/of
dat [MEDEVERDACHTE 1] en/of [MEDEVERDACHTE 2] op of omstreeks 11 augustus 2023, althans in of omstreeks de maand augustus 2023 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van,
een bromfiets
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of hun mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat, verdachte en of diens mededader(s),
bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door,
(artikel 2:294 jo 2:291 jo 1:124 onder a/b van het Wetboek van Strafrecht)
FEIT 2: VOORHANDEN HEBBEN VAN VUURWAPEN/MUNITIE
hij op of omstreeks 11 augustus 2023 althans in of omstreeks de maand augustus 2023, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s), althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, en/of een voor bedreiging en/of afdreiging geschikt voorwerp in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, en/of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad;
(artikel 3 jo 11 van de Vuurwapenverordening 1930)
1. [benadeelde partij 1] deed op 11 augustus 2023 aangifte van beroving. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
2. [benadeelde partij 2] deed op 11 augustus 2023 aangifte van beroving. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
3. Op 2 september 2023 omstreeks 11:35 uur werd de getuige [benadeelde partij 2] verhoord. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
4. Op 20 oktober 2023 omstreeks 17:58 uur werd de verdachte voor de eerste keer verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
5. De politie heeft camerabeelden verkregen die zijn opgenomen op 11 augustus 2023 op de plaats delict. Het Gerecht heeft ter terechtzitting op die beelden het volgende waargenomen:
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 primair, tweede cumulatief/ alternatief en het onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Feit 1 primair (afpersing)
hij op of omstreeks 11 augustus 2023, althans in of omstreeks de maand augustus 2023 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld, [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van,
een brommotorfiets
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk,
Feit 2
hij op of omstreeks 11 augustus 2023 althans in of omstreeks de maand augustus 2023, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s), althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, geschikt en/of een voor bedreiging en/of afdreiging geschikt voorwerp in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, en/of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn omwille van de leesbaarheid in de bewezenverklaring (cursief) verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.
Ten aanzien van feit 1 primair en feit 2
“(…) Vanmiddag, vrijdag 11 augustus 2023 omstreeks 16:00 uur, zag ik [medeverdachte 2] voor mijn woning staan in zijn personenauto van het merk [automerk/model]. Ik zag [medeverdachte 2] vanuit het rechter voorportier uitstappen en een andere man die ik niet ken, stapte uit vanuit het rechter achterportier van de auto. Ik zag dat beide mannen zonder toestemming mijn erf betraden. Ik zei tegen hen om naar buiten te gaan. Zij bleven op mij afkomen. (…) [medeverdachte 2] zei tegen mij om op mijn honden te passen, anders zal hij ze doodschieten. (…) Hierna heb ik tegen hem gezegd dat ik niet uit ben op problemen. Ik ging in mijn woning en deed de voordeur op slot. Ik zag dat [medeverdachte 2] bij het raam van de woonkamer ging staan. Hij stak zijn hand via de raamopening en duwde mijn nieuwe televisietoestel dat op de grond kwam te vallen en stuk raakte. Ik ging direct naar buiten. Er ontstond een woordenwisseling tussen ons. Op dat moment trok [medeverdachte 2] een grijs/zwart vuurwapen tevoorschijn (…) en richtte het op mij. Dit vuurwapen is een pistool, doordat het een houder heeft (…). De andere man trok ook een grijs, klein vuurwapen tevoorschijn en plaatse dat in mijn rug. Dit vuurwapen was een revolver door zijn cilinder. [medeverdachte 2] zei tegen mij om stil te blijven anders zal dit hier eindigen. (…) Hierna zei [medeverdachte 2] tegen mij om hem de sleutel van de motorfiets te geven zodat hij weg van hier kon gaan. De andere man werd woedend, duwde het vuurwapen hard tegen mijn rug aan en zei tegen mij: “hoor je niet wat de man tegen jou zei? Geef mij de sleutel van de motorfiets.” Hij werd kwaad en vroeg weer op een brutale manier voor de sleutel van de motorfiets. (…) Op dat moment ging mijn vrouw [benadeelde partij 2] de sleutel van de motorfiets halen en gaf die aan [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] gaf de sleutel aan de andere man. Die startte mijn motorfiets en reed met deze weg. [medeverdachte 2] stapte in zijn auto aan de passagierszijde vooraan en zij reden weg. (…)
Weggenomen goed: een motorfiets van het merk, zwart [motorfietsmerk/model] gelakt met een grijze/rode streep op de benzinetank, VIN-nummer [vin-nummer] en voorzien van het kentekenplaatnummer [kentekennummer].”
“(…) Vandaag 11 augustus 2023 werden mijn man en ik beroofd door onze buurman genaamd [medeverdachte 2]. (…) Hij heeft een motorfiets van het merk [motorfietsmerk] van mijn man meegenomen. Hij kwam met een andere man, beiden hadden een vuistvuurwapen. (…) Hij kwam plotseling in een jeep samen met twee mannen. Een zat achter het stuur en hij en de andere man liepen ons terrein naar binnen. De man eiste geld van [benadeelde partij 1], of de motor. (…) Doordat hij het vuurwapen aan de linkerkant van de romp van [benadeelde partij 1] had gezet, ging ik de sleutel van de motor pakken. (…) Tevens heeft [medeverdachte 2] een flatscreen vernield. (…) Hij heeft zijn arm in het raam gestopt en de televisie omver geduwd.”
“Op 11 augustus 2023 zag ik [medeverdachte 2] het erf oplopen. (…) [medeverdachte 2] was vergezeld van een andere man. (…) Ik zag dat [medeverdachte 2] telkens handsignalen deed met de andere man. Hij bleef schreeuwen dat [benadeelde partij 1] moet betalen. (…) Op dat moment zag ik dat ze naar [benadeelde partij 1] toeliepen en richtten het vuurwapen in zijn richting. (…) [benadeelde partij 1] zei tegen mij om hen de sleutel van de motorfiets te geven. (…) Ik deed de deur open en nam de sleutel van de motorfiets. Ik gaf die aan [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] gaf de sleutel aan de man.(…)”
“(…) Op 11 augustus 2023 nadat [medeverdachte 2] mij op mijn werk had opgehaald, vroeg hij mij of ik motorfiets kon rijden, en ik zei tegen hem ‘ja’. (…) daarna reden we naar de woning van deze man. Aldaar aangekomen stapten [medeverdachte 2] en ik uit de auto en liepen wij het erf van deze man op (…). (…) nadat ik de sleutel kreeg stapte ik op de motorfiets en reed ik met deze vandaar weg. Ik moet aan u verklaren dat voordat ik vandaar wegreed, ik het vuurwapen aan [medeverdachte 2] heb gegeven. (…) We waren met z’n drieën in de SUV toen wij naar de woning van deze man reden. Het waren [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en ik. (…)”
“Op de fragmenten is te zien dat de verdachte samen met de verdachte [verdachte] het erf van [benadeelde partij 1] betreden. De verdachte roept bij het binnentreden luidkeels tegen [benadeelde partij 1] om op zijn honden te passen anders schiet hij ze dood. Voorts is te horen dat de verdachte tegen [benadeelde partij 1] zei om ervoor te zorgen dat de camerabeelden niet ‘op straat komen’ en dat indien de politie er bij betrokken wordt hij de motorfiets niet terug zal krijgen.”
Bewijsoverwegingen
De verdachte heeft verklaard dat hij door de verdachte [medeverdachte 1] werd benaderd met de vraag of hij motorfiets kon rijden, zodat zij een motorfiets konden gaan halen. Dit aangezien aangever [benadeelde partij 1] met de verdachte [medeverdachte 1] een regeling had gesloten waarbij [benadeelde partij 1] zijn motorfiets aan de verdachte [medeverdachte 1] zou geven in afwachting van [benadeelde partij 1]’s schuldbetaling.
Vaststaat dat de aangever [benadeelde partij 1] op 11 augustus 2023 van zijn motorfiets is beroofd. Dat gebeurde bij hem thuis. Daarbij waren ook aanwezig zijn partner, [benadeelde partij 2], en hun twee minderjarige kinderen. In dat verband zijn de verdachte en twee medeverdachten, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], als verdachten aangemerkt. Tijdens de beroving waren drie verdachten aanwezig. Met onder meer de camerabeelden als steunbewijs kan zonder enige twijfel worden vastgesteld dat de verdachte en de verdachte [medeverdachte 1] zich op het erf van de aangever hebben begeven en aldus bij de beroving betrokken waren. De derde verdachte die als chauffeur optrad bleef in de blauwe SUV achter.
Dat de verdachte [medeverdachte 1] een beweerdelijke afspraak met [benadeelde partij 1] had, en dat deze afspraak door de verdachte wordt bevestigd, wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen. Zo blijkt uit de videobeelden dat de verdachte [medeverdachte 1] al dreigend dat hij de honden zou doodschieten het erf van [benadeelde partij 1] betrad, dat er een ruzie tussen hen plaatsvond, dat [benadeelde partij 1] zijnde onder een zekere dwang [benadeelde partij 2] heeft gemaand de sleutel van zijn motorfiets aan de verdachte [medeverdachte 1] te overhandigen, en dat de verdachte [medeverdachte 1] bij zijn vertrek aan [benadeelde partij 1] heeft bevolen om ervoor te zorgen dat de camerabeelden ‘niet op straat komen’ en dat indien de politie er bij betrokken wordt hij de motorfiets niet terug zal krijgen. In de omstandigheden van het geval is de verklaring van de verdachte dat er regeling ofwel een consensus tussen de verdachte [medeverdachte 1] en [benadeelde partij 1] was dat de motorfiets als onderpand voor de schuld van [benadeelde partij 1] zou worden gegeven, niet aannemelijk geworden. Indien al sprake was van een afspraak tussen de verdachte [medeverdachte 1] en [benadeelde partij 1], had de verdachte in die omstandigheden van het geval zich juist afzijdig moeten houden en zich van de situatie moeten distantiëren toen die uit de hand liep, hetgeen hij niet heeft gedaan. De verklaring van de verdachte wordt gelet op het voorgaande terzijde geschoven.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het onder feit 1 primair, tweede cumulatief/alternatief bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:294 juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplegen van afpersing.
Het onder feit 2 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930 en strafbaar gesteld in artikel 11 van die verordening. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van afpersing en van het voorhanden hebben van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Het Gerecht tilt zwaar aan deze feiten. Het is algemeen bekend dat afpersing, waarbij is gedreigd met een vuurwapen, een grote impact op de slachtoffers heeft en dat deze nog lange tijd gevoelens van angst en onveiligheid kunnen ervaren. De verdachte heeft zich in het geheel niet bekommerd om de gevolgen voor de slachtoffers. Uit de ter terechtzitting gegeven toelichting door de aangever [benadeelde partij 2] en mevrouw [mevrouw], medewerker slachtofferhulp, blijkt dat de beroving tot op heden nog gevolgen heeft in het dagelijks functioneren van vooral de minderjarige kinderen die het incident bij hen thuis hebben waargenomen. Daarnaast veroorzaakt een dergelijk feit gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving.
Het verboden en ongecontroleerde bezit van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en vormt een inbreuk op de rechtsorde. Het Gerecht rekent de verdachte deze feiten aan.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Het Gerecht houdt in het voordeel van de verdachte rekening dat hij niet eerder is veroordeeld ter zake van misdrijf. Ook houdt het Gerecht rekening met zijn persoonlijke omstandigheden.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat na te melden straf passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
Schadevergoeding
De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] hebben zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt NAf 13.500,-.
De gevorderde schade bestaat uit de volgende posten:
De verdediging heeft de vordering betwist.
De benadeelde partijen hebben schadevergoeding gevorderd in verband met de materiële schade aan de motorfiets. Het Gerecht is van oordeel dat de gevorderde materiële schade niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor beslissing in de strafzaak. Door de politie is aangegeven dat bij het aantreffen van de motorfiets, deze voorzien was van schade rondom het carrosserie en enkele onderdelen. Echter biedt het dossier onvoldoende informatie omtrent de staat van de motorfiets vóór en na de beroving. Dit maakt dat de gevorderde materiële schade onvoldoende onderbouwd is. De benadeelde partijen kunnen daarom in zoverre niet worden ontvangen en dat deel van hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De benadeelde partijen hebben ook schadevergoeding gevorderd voor de door hen geleden immateriële schade, waarbij zij een traumatisch incident hebben moeten meemaken. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] als gevolg van verdachtes onder feit 1 primair en feit 2 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van NAf 2.000,- per persoon, in totaal NAf 4.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2023. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.
Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.
De proceskosten van de benadeelde partij zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Tot op heden zijn die proceskosten begroot op nihil.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:19, 1:20, 1:21 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 primair, eerste cumulatief/alternatief ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, tweede cumulatief/alternatief en feit 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 36 (zesendertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt;
wijst de gezamenlijke vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] geleden schade toe tot een bedrag van NAf 4.000,- (zegge: vierduizend Nederlands Antilliaanse gulden en nul cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partijen;
verklaart de benadeelde partijen in hun vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;
legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van NAf 4.000,- (zegge: vierduizend Nederlands Antilliaanse gulden en nul cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;
bepaalt dat indien en voor zover een van de mededaders van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partijen of het Land, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen of aan het Land.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door mr. O.H.M. Leito, (zittingsgriffier), en op 22 maart 2024 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.