Parketnummer: 555.00167/23
Uitspraak : 22 maart 2024 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres 1],
thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 maart 2024. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.O. Gomes, advocaat in Curaçao.
De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] hebben zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.
De officier van justitie, mr. V. Girigoria-Hernandez, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder feiten 1, 2 primair, eerste cumulatief/alternatief (diefstal met geweld) en 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van voorarrest.
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder feiten 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde. Voorts heeft zij verweer gevoerd ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd:
FEIT 1: HELING
dat hij op of omstreeks 9 augustus 2023, althans in of omstreeks de maand augustus 2023 te Curaçao,
een (blauwe en zwarte) noodstroomaggregaat (van het merk [merk] van 10.000 watt),
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die noodstroomaggregaat,
wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
(artikel 2:397-la/399-la Wetboek van Strafrecht)
FEIT 2: DIEFSTAL MET GEWELD C.Q. AFPERSING GEPLEEGD OP 11 AUGUSTUS 2023
dat hij op 11 augustus 2023, althans in of omstreeks de maand augustus 2023 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen,
Een motorfiets;
in elk geval (enig) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit,
en/of,
hij op of omstreeks 11 augustus 2023, althans in of omstreeks de maand augustus 2023 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van,
Een bromfiets
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk,
(artikel 2:294 jo 2:291 van het Wetboek van Strafrecht)
SUBSIDIAIR: MEDEPLICHTIGHEID
dat N.N. personen op of omstreeks 11 augustus 2023, althans in of omstreeks de maand augustus 2023 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen,
Een bromfiets,
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] in elk geval aan een ander of anderen dan hen en/of hun mededader(s) welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk,
bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door,
het plan te beramen om de diefstal en/of afpersing te plegen en/of,
op de uitkijk te gaan staan en/of te blijven staan zodat de medeverdachte (n) personen de diefstal met geweld konden plegen en/of,
een auto ter beschikking te stellen als vluchtauto en/of een of meer dader(s) van de plaats delict weg te voeren;
En/of
dat NN personen op of omstreeks 11 augustus 2023, althans in of omstreeks de maand augustus 2023 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van,
een bromfiets
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of hun mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat, verdachte en of diens mededader(s),
bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door,
(artikel 2:291 jo 1:124 onder a/b Wetboek van Strafrecht)
FEIT 3:
VOORHANDEN HEBBEN VAN VUURWAPEN/MUNITIE
hij op of omstreeks 11 augustus 2023 althans in of omstreeks de maand augustus 2023, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s), althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, en/of een voor bedreiging en/of afdreiging geschikt voorwerp in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, en/of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad;
(artikel 3 jo 11 van de Vuurwapenverordening 1930)
1 [persoon 1] deed op 11 augustus 2023 aangifte van diefstal. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
2. Op 13 augustus 2023 werd [persoon 1] nader verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
3. Op 13 augustus 2023 werd de getuige [persoon 2] verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
4. Op 13 augustus 2023 werd de verdachte [medeverdachte 1] verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
5. De verdachte werd op 14 augustus 2023 verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
6. [benadeelde partij 1] deed op 11 augustus 2023 aangifte van beroving. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
7. [benadeelde partij 2] deed op 11 augustus 2023 aangifte van beroving. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
8. Op 2 september 2023 omstreeks 11:35 uur werd de getuige [benadeelde partij 2] verhoord. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
9. Op 20 oktober 2023 omstreeks 17:58 uur werd de verdachte [medeverdachte 2]. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
10. Op 26 augustus 2023 omstreeks 11:25 uur werd de verdachte verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
11. Op 23 september 2023 omstreeks 11:27 uur werd de verdachte verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:
12. De politie heeft camerabeelden verkregen die zijn opgenomen op 11 augustus 2023 op de plaats delict. Het Gerecht heeft ter terechtzitting op die beelden het volgende waargenomen:
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Bewezenverklaring
Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feiten 1, 2 primair, tweede cumulatief/alternatief en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:
Feit 1
dat hij op of omstreeks 9 augustus 2023, althans in of omstreeks de maand augustus 2023 te Curaçao,
een (blauwe en zwarte ) noodstroomaggregaat (van het merk [merk] van 10.000 watt),
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat noodstroomaggregaat,
wist of begreep, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.;
Feit 2 primair (afpersing)
dat hij op of omstreeks 11 augustus 2023, althans in of omstreeks de maand augustus 2023 in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld en/of bedreiging met geweld, [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van,
een brommotorfiets
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld uit het opzettelijk,
Feit 3
dat hij op of omstreeks 11 augustus 2023 althans in of omstreeks de maand augustus 2023, in Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer vuurwapen(s), althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, geschikt en/of een voor bedreiging en/of afdreiging geschikt voorwerp in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, en/of munitie, in de zin van de Vuurwapenverordening 1930, voorhanden heeft gehad.
Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn omwille van de leesbaarheid in de bewezenverklaring (cursief) verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.
Ten aanzien van feit 1
“Ik ben mijn woning aan het adres te [adres 2] aan het bouwen. (…) Op vrijdag 4 augustus 2023 omstreeks 18:00 uur had de aannemer de container dichtgemaakt en had het hangslot aan de deur van de container op slot gedaan. (…) Op zaterdag 5 augustus 2023 omstreeks 08:00 uur had de aannemer mij gebeld. Hij vertelde mij dat men in de container had ingebroken. Kort hierna ging ik naar mijn woning in aanbouw en zag dat het hangslot met een betonschaar of nijptang geknipt was en dat men in de container is geweest en verschillende goederen had weggenomen. Bedoelde goederen zijn: een blauwe en zwarte ‘generator’ van het merk [merk] van 10.000 Watt, (…). Voornoemde goederen zijn van mij. (…)”
“(…) Op 12 augustus 2023 omstreeks 20:45 uur heb ik op de Facebookpagina ‘Vraag en Aanbod Curaçao’ mijn ‘generator’ te koop gezien. (…) de verkoper stond onder de naam [medeverdachte 1](…). Ik merkte onder andere aan de stickers en de accukabel dat het om mijn ‘generator’ ging. (…) Op zondag 13 augustus 2023 heb ik om 08:30 uur in de ochtenduren met hem afgesproken om de ‘generator’ te bezichtigen. Bij mijn aankomst merkte ik direct dat het om de mijne ging, ook omdat de startknop kapot was. (…)[medeverdachte 1] gaf mij aan dat hij de ‘generator’ via via had gekocht. Een kennis van hem genaamd [persoon 2] had aan hem aangegeven dat iemand hem een ‘generator’ had aangeboden en verteld dat deze er goed uitzag. Later bleek die iemand te zijn genaamd: [verdachte]– Kandela Grandi. (…)”
“(…) Op dinsdag 8 augustus 2023 tussen 17:00 uur en 18:30 uur werd ik thuis benaderd door een ex-buurman genaamd [persoon 3]. (…) Hij kwam samen met een voor mij onbekende man die later opgaf te zijn ‘[verdachte]’. Zij kwamen in een donkerblauwe [automerk/model], (…) voorzien van het kentekennummer [kentekennummer].(…) [persoon 3] zei tegen mij dat de man [veradachte] een noodstroomaggregaat te koop aanbiedt. (…) Ik zei tegen hen dat ik de klant hun aansluitingsnummer zal geven (…). Op donderdag 10 augustus 2023 had ik een appbericht gekregen van de klant die ik onder de naam [medeverdachte 1] ken. [medeverdachte 1] zei tegen mij dat hij het noodstroomaggregaat had gekocht. Op zondag 13 augustus 2023 omstreeks 08:44 uur had ik een telefoon ontvangen van [medeverdachte 1] die mij had gezegd dat het noodstroomaggregaat van diefstal afkomstig was. (…)”
“(…) Vervolgens heb ik [ verdachte] bericht om meer informatie op te vragen over de ‘generator’. Hij gaf me een koopbedrag van NAf 2.500,- (…) Na onderhandeling zijn we uitgekomen op een prijs van NAf 1.100,-. (…) Ik vertrouwde [verdachte] omdat hij een referentie van het gerenommeerde bedrijf Dynaf was en omdat hij aangaf dat hij de volgende dag, vrijdag 11 augustus 2023, naar Nederland zou verhuizen. Op woensdag 9 augustus 2023 omstreeks 20:00 uur had ik een afspraak met [verdachte] om de ‘generator’ (…) te kopen. (…) [verdachte] kwam in een jeep [automerk]…), kleur donkerblauw of groen, [verdachte] was alleen. (…) Ik heb geen kwitantie van [verdachte] gekregen. (…) op zaterdag 12 augustus 2023 heb ik ondervonden dat de ‘generator’ niet is wat ik zocht. Ik heb de ‘generator’ op Facebook te koop geplaatst. Ik kreeg een uur later bericht van een geïnteresseerde koper (…). Toen de geïnteresseerde koper vanmorgen aankwam, heeft hij de ‘generator’ bekeken met zijn partner en geconcludeerd dat deze zijn gesloten ‘generator’ is. (…)”
“(…) Op dezelfde dag omstreeks 20:00 uur had ik een afspraak met de Nederlandse man om de ‘generator’ (…) te verkopen. (…) Ik ging in mijn donkerblauwe Jeep van het merk [automerk/model], voorzien van de kentekenplaat [kentekennummer]. Hij gaf mij (…) NAf 1.100,-.(…)”
Ten aanzien van feit 2 primair, tweede cumulatief/alternatief en feit 3
“(…) Vanmiddag, vrijdag 11 augustus 2023 omstreeks 16:00 uur, zag ik [verdachte] voor mijn woning staan in zijn personenauto van het merk [automerk/model]. Ik zag [verdachte] vanuit het rechter voorportier uitstappen en een andere man die ik niet ken, stapte uit vanuit het rechter achterportier van de auto. Ik zag dat beide mannen zonder toestemming mijn erf betraden. Ik zei tegen hen om naar buiten te gaan. Zij bleven op mij afkomen. (…) [verdachte] zei tegen mij om op mijn honden te passen, anders zal hij ze doodschieten. (…) Hierna heb ik tegen hem gezegd dat ik niet uit ben op problemen. Ik ging in mijn woning en deed de voordeur op slot. Ik zag dat [verdachte] bij het raam van de woonkamer ging staan. Hij stak zijn hand via de raamopening en duwde mijn nieuwe televisietoestel dat op de grond kwam te vallen en stuk raakte. Ik ging direct naar buiten. Er ontstond een woordenwisseling tussen ons. Op dat moment trok [verdachte] een grijs/zwart vuurwapen tevoorschijn (…) en richtte het op mij. Dit vuurwapen is een pistool, doordat het een houder heeft (…). De andere man trok ook een grijs, klein vuurwapen tevoorschijn en plaatse dat in mijn rug. Dit vuurwapen was een revolver door zijn cilinder. [verdachte] zei tegen mij om stil te blijven anders zal dit hier eindigen. (…) Hierna zei [verdachte] tegen mij om hem de sleutel van de motorfiets te geven zodat hij weg van hier kon gaan. De andere man werd woedend, duwde het vuurwapen hard tegen mijn rug aan en zei tegen mij: “hoor je niet wat de man tegen jou zei? Geef mij de sleutel van de motorfiets.” Hij werd kwaad en vroeg weer op een brutale manier voor de sleutel van de motorfiets. (…) Op dat moment ging mijn vrouw [benadeelde partij 2] de sleutel van de motorfiets halen en gaf die aan [verdachte]. [verdachte] gaf de sleutel aan de andere man. Die startte mijn motorfiets en reed met deze weg. [verdachte] stapte in zijn auto aan de passagierszijde vooraan en zij reden weg. (…)
Weggenomen goed: een motorfiets van het merk [motormerk/model], zwartgelakt met een grijze/rode streep op de benzinetank, VIN-nummer [VIN-nummer] en voorzien van het kentekenplaatnummer [motorplaat].”
“(…) Vandaag 11 augustus 2023 werden mijn man en ik beroofd door onze buurman genaamd [verdachte]. (…) Hij heeft een motorfiets van het merk [motormerk] van mijn man meegenomen. Hij kwam met een andere man, beiden hadden een vuistvuurwapen. (…) Hij kwam plotseling in een jeep samen met twee mannen. Een zat achter het stuur en hij en de andere man liepen ons terrein naar binnen. De man eiste geld van [benadeelde partij 1], of de motor. (…) Doordat hij het vuurwapen aan de linkerkant van de romp van [benadeelde partij 1] had gezet, ging ik de sleutel van de motor pakken. (…) Tevens heeft [verdachte] een flatscreen vernield. (…) Hij heeft zijn arm in het raam gestopt en de televisie omver geduwd.”
“Op 11 augustus 2023 zag ik [verdachte] het erf oplopen. (…) [verdachte] was vergezeld van een andere man. (…) Ik zag dat [verdachte] telkens handsignalen deed met de andere man. Hij bleef schreeuwen dat [benadeelde partij 1] moet betalen. (…) Op dat moment zag ik dat ze naar [benadeelde partij 1] toeliepen en richtten het vuurwapen in zijn richting. (…) [benadeelde partij 1] zei tegen mij om hen de sleutel van de motorfiets te geven. (…) Ik deed de deur open en nam de sleutel van de motorfiets. Ik gaf die aan [verdachte]. [verdachte] gaf de sleutel aan de man.(…)”
“(…) Op 11 augustus 2023 nadat [verdachte] mij op mijn werk had opgehaald, vroeg hij mij of ik motorfiets kon rijden, en ik zei tegen hem ‘ja’. (…) daarna reden we naar de woning van deze man. Aldaar aangekomen stapten [verdachte] en ik uit de auto en liepen wij het erf van deze man op (…). (…) nadat ik de sleutel kreeg stapte ik op de motorfiets en reed ik met deze vandaar weg. Ik moet aan u verklaren dat voordat ik vandaar wegreed, ik het vuurwapen aan [verdachte] heb gegeven. (…) We waren met z’n drieën in de SUV toen wij naar de woning van deze man reden. Het waren [verdachte], [persoon] en ik. (…)”
“(…) Op 11 augustus 2023 was de woordenwisseling over een persoonlijk probleem tussen die buurman en mij. (…)”
“(…) Op het moment dat de andere persoon op de motorfiets stapte, nam ik het vuurwapen van hem over. (…) De blauwe SUV Nativa die op de beelden te zijn is, waarin wij aan kwamen rijden en mee wegreden, is van mij. (…)”
“Op de fragmenten is te zien dat de verdachte samen met de verdachte [medeverdachte 2] het erf van [benadeelde partij 1] betreden. De verdachte roept bij het binnentreden luidkeels tegen [benadeelde partij 1] om op zijn honden te passen anders schiet hij ze dood. Voorts is te horen dat de verdachte tegen [benadeelde partij 1] zei om ervoor te zorgen dat de camerabeelden niet ‘op straat komen’ en dat indien de politie er bij betrokken wordt hij de motorfiets niet terug zal krijgen.”
Bewijsoverwegingen
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van de onder 1 impliciet primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat ten aanzien van feit 1 niet blijkt dat de verdachte wetenschap had over de criminele herkomst van het noodstroomaggregaat. Ten aanzien van feiten 2 en 3 bepleit zij dat er geen sprake was van diefstal met geweld dan wel van afpersing, daar het wegnemen en het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbreken. Ook had de verdachte [benadeelde partij 1] op geen enkel moment met een vuurwapen bedreigd. Het is de medeverdachte [medeverdachte 2] juist gelukt om het vuurwapen van [benadeelde partij 1] af te pakken. Het was ook toen dat zij merkten dat het vuurwapen nep was. Op dat moment werd tussen [benadeelde partij 1] en de verdachte afgesproken dat [benadeelde partij 1] zijn motorfiets aan de verdachte als garantie/pand zou geven, totdat [benadeelde partij 1] zijn schuld aan de verdachte zou hebben afbetaald. Voorts zijn de verklaringen van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] aantoonbaar leugenachtig en niet bruikbaar voor het bewijs, aldus nog steeds de raadsvrouw.
Het Gerecht overweegt als volgt.
Verkoop van het noodstroomaggregaat
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij het noodstroomaggregaat van de verdachte – door tussenkomst van [persoon 2] – had gekocht. [persoon 2] heeft verklaard dat hij door zijn ex-buurman [persoon 3], vergezeld van de verdachte, werd benaderd waarbij de verdachte [persoon 2] een stroomaggregaat te koop aanbood. De verdachte geconfronteerd met deze verklaringen, heeft op zijn beurt verklaard dat hij van ene ‘ [persoon]’, wiens echte naam hij niet kent, het noodstroomaggregaat voor de verkoop heeft gekregen en dit vervolgens – door tussenkomst van [persoon 2]– aan een Nederlandse man heeft verkocht.
Het eenvoudigweg aannemen van een goed, in casu een noodstroomaggregaat, van iemand die verder – naar zijn zeggen – onbekend blijkt te zijn om verder te verkopen kennelijk zonder nadere vragen te stellen of enig ander onderzoek naar het goed en de herkomst daarvan te hebben gedaan, maken dat de verdachte bij het verwerven of voorhanden krijgen van het desbetreffende noodstroomaggregaat minst genomen redelijkerwijze had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan schuldheling. Daarbij is redengevend dat de verdachte het noodstroomaggregaat in eerste instantie voor het bedrag van NAf 2.500,- te koop had aangeboden om uiteindelijk genoegen te nemen met een koopsom van slechts NAf 1.100,-. Daarbij neemt het Gerecht ook in aanmerking dat de verdachte in verband met de verkoop van het noodstroomaggregaat ook een motorfiets afkomstig van een door hemzelf gepleegd misdrijf te koop aanbood. Derhalve kan de tenlastegelegde schuldheling wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.
Beroving van de motorfiets
Vaststaat dat de aangever [benadeelde partij 1] op 11 augustus 2023 van zijn motorfiets is beroofd. Dat gebeurde bij hem thuis. Daarbij waren ook aanwezig zijn partner, [benadeelde partij 2], en hun twee minderjarige kinderen. In dat verband zijn de verdachte en twee medeverdachten, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3], als verdachten aangemerkt. Tijdens de beroving waren drie verdachten aanwezig. Met onder meer de camerabeelden als steunbewijs kan zonder enige twijfel worden vastgesteld dat de verdachte en de verdachte [medeverdachte 2] zich op het erf van de aangever hebben begeven en aldus bij de beroving betrokken waren. De derde verdachte die als chauffeur optrad bleef in de blauwe SUV achter.
Zowel [benadeelde partij 1] als [benadeelde partij 2] hebben verklaringen bij de politie afgelegd. Hun verklaringen komen op belangrijke punten met elkaar overeen. Hoewel hun verklaringen op onderdelen afwijken, is er geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van hun verklaringen.
Dat de verdachte een beweerdelijke afspraak met [benadeelde partij 1] had, en dat deze afspraak door de verdachte [medeverdachte 2] wordt bevestigd, wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen. Zo blijkt uit de videobeelden dat de verdachte al dreigend dat hij de honden zou doodschieten het erf van [benadeelde partij 1] betrad, dat er een ruzie tussen hen plaatsvond, dat [benadeelde partij 1] zijnde onder een zekere dwang [benadeelde partij 2] heeft gemaand de sleutel van zijn motorfiets aan de verdachte te overhandigen, en dat de verdachte bij zijn vertrek aan [benadeelde partij 1] heeft bevolen om ervoor te zorgen dat de camerabeelden ‘niet op straat komen’ en dat indien de politie er bij betrokken wordt hij de motorfiets niet terug zal krijgen. In de omstandigheden van het geval is de verklaring van de verdachte dat er consensus was dat hij de motorfiets als onderpand voor de schuld van [benadeelde partij 1] meenam niet aannemelijk geworden en wordt deze terzijde geschoven.
Voor de verklaring van de verdachte dat [benadeelde partij 1] een vuurwapen voorhanden had en zij door een snelle manoeuvre van de verdachte [medeverdachte 2] dat vuurwapen hebben kunnen bemachtigen, biedt het dossier geen enkel aanknopingspunt. Ook die verklaring wordt terzijde geschoven.
Medeplegen
Voor een bewezenverklaring van medeplegen dient volgens vaste rechtspraak vast komen te staan dat bij het begaan van het strafbare feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De vraag wanneer de samenwerking zo nauw en bewust is geweest dat sprake is van medeplegen kan niet in algemene zin worden beantwoord, maar vergt een beoordeling van de concrete omstandigheden van het geval. Hierbij dient rekening gehouden te worden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering van de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
De verdachte heeft bekend dat hij op 11 augustus 2023 bij [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] thuis was en daarbij vergezeld werd van onder anderen de verdachte [medeverdachte 2]. Op de camerabeelden zijn deze twee verdachten met [benadeelde partij 1] te zien en te horen. Het Gerecht is van oordeel dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de verdachte [medeverdachte 2]. Zij hebben [benadeelde partij 1] aangesproken en gezegd dat hij moet betalen. Toen daar niets van terechtkwam, hebben ze hem onder bedreiging van een vuurwapen gedwongen om de sleutel van zijn motorfiets te overhandigen. Vervolgens zijn de verdachten van het erf vetrokken; [medeverdachte 2] – nadat hij het vuurwapen aan de verdachte gaf – op de motorfiets en de verdachte in zijn auto die door een derde persoon bestuurd werd. Het Gerecht acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan een beroving en het voorhanden hebben van een vuurwapen, waarbij [benadeelde partij 1] met (bedreiging met) geweld is beroofd van zijn motorfiets.
De verweren worden verworpen.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het onder 1 impliciet subsidiair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:399 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Schuldheling.
Het onder feit 2 primair, tweede cumulatief/alternatief bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 1:123 juncto artikel 2:294 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplegen van afpersing.
Het onder feit 3 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930 en strafbaar gesteld in artikel 11 van die verordening. Het wordt als volgt gekwalificeerd:
Medeplegen van overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening 1930.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan heling, medeplegen van afpersing en aan het voorhanden hebben van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Het Gerecht tilt zwaar aan deze feiten.
Heling doet (andere vormen van) misdaad lonen. Schuldheling zorgt derhalve, even goed als andere vermogensdelicten, voor schade en brengt overlast met zich voor de slachtoffers. Voorts is het algemeen bekend dat afpersing, waarbij is gedreigd met een vuurwapen, een grote impact op de slachtoffers heeft en dat deze nog lange tijd gevoelens van angst en onveiligheid kunnen ervaren. De verdachte heeft zich in het geheel niet bekommerd om de gevolgen voor de slachtoffers. Uit de ter terechtzitting gegeven toelichting door de aangever [benadeelde partij 2] en mevrouw Snijders, medewerker slachtofferhulp, blijkt dat de beroving tot op heden nog gevolgen heeft in het dagelijks functioneren van vooral de minderjarige kinderen die het incident bij hen thuis hebben waargenomen. Daarnaast veroorzaakt een dergelijk feit gevoelens van onveiligheid en onrust in de samenleving.
Het verboden en ongecontroleerde bezit van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en vormt een inbreuk op de rechtsorde. Het Gerecht rekent de verdachte deze feiten aan.
Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde dan ook niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van aanzienlijke duur met zich brengt.
Het Gerecht houdt ook rekening met het feit dat de verdachte blijkens zijn strafkaart van 16 augustus 2023 al eerder onherroepelijk is veroordeeld, laatstelijk op 28 oktober 2022 voor verboden vuurwapenbezit tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. De verdachte liep ten tijde van het plegen van de onderhavige delicten nog in de proeftijd van die veroordeling. Dit alles heeft de verdachte er kennelijk niet van weerhouden wederom ernstige strafbare feiten te plegen. Het Gerecht weegt dit in het nadeel van de verdachte mee.
Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat na te melden straf passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.
Schadevergoeding
De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] hebben zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt NAf 13.500,-.
De gevorderde schade bestaat uit de volgende posten:
De verdediging heeft de vordering betwist.
De benadeelde partijen hebben schadevergoeding gevorderd in verband met de materiële schade aan de motorfiets. Het Gerecht is van oordeel dat de gevorderde materiële schade niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor beslissing in de strafzaak. Door de politie is aangegeven dat bij het aantreffen van de motorfiets, deze voorzien was van schade rondom het carrosserie en enkele onderdelen. Echter biedt het dossier onvoldoende informatie omtrent de staat van de motorfiets vóór en na de beroving. Dit maakt dat de gevorderde materiële schade onvoldoende onderbouwd is. De benadeelde partijen kunnen daarom in zoverre niet worden ontvangen en dat deel van hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De benadeelde partijen hebben ook schadevergoeding gevorderd voor de door hen geleden immateriële schade, waarbij zij een traumatisch incident hebben moeten meemaken. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] als gevolg van verdachtes onder feiten 2 en 3 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van NAf 2.000,- per persoon, in totaal NAf 4.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2023. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.
Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen. Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.
De proceskosten van de benadeelde partij zullen ten laste van de verdachte worden gebracht. Tot op heden zijn die proceskosten begroot op nihil.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op het artikel 1:19, 1:20, 1:21, 1:123 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 impliciet primair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 2 primair, eerste cumulatief/alternatief ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 impliciet subsidiair, 2 primair, tweede cumulatief/alternatief en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 42 (tweeënveertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;
bepaalt dat van deze straf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt;
wijst de gezamenlijke vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] geleden schade toe tot een bedrag van NAf 4.000,- (zegge: vierduizend Nederlands Antilliaanse gulden en nul cent), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte, die hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partijen;
verklaart de benadeelde partijen in hun vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;
legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van NAf 4.000,- (zegge: vierduizend Nederlands Antilliaanse gulden en nul cent), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening;
bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen;
bepaalt dat indien en voor zover een van de mededaders van de verdachte voormeld bedrag heeft betaald aan de benadeelde partijen of het Land, de verdachte in zoverre is bevrijd van voormelde verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen of aan het Land.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door mr. O.H.M. Leito, (zittingsgriffier), en op 22 maart 2024 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.