GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202103636
Vonnis van 3 juni 2024
in de zaak van
de naamloze vennootschap APOGEE PROPERTY DEVELOPMENT N.V., gevestigd in Curaçao, eiseres in conventie, gedaagde in reconventie, gemachtigde: mr. N.A. Evertsz,
tegen
[Gedaagde] h.o.d.n. Wipochem,
wonend in [woonplaats], gedaagde in conventie, eiser in reconventie, gemachtigde: mr. S.C. Larmonie.
Partijen zullen hierna Apogee en Wipochem worden genoemd.
1. Het verdere procesverloop
Het verdere procesverloop blijkt uit:
- het vonnis van 30 oktober 2023 (hierna: het tussenvonnis),
- de correspondentie tussen de rechter, de deskundige en de gemachtigden van partijen omtrent de (non-)betaling aan de deskundige;
- de conclusie na niet-gehouden deskundigenbericht van Apogee, ingediend op 5 februari 2024;
- de conclusie na niet-gehouden deskundigenbericht van Wipochem, ingediend op 22 april 2024
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De verdere beoordeling
in conventie en in reconventie
Bij het tussenvonnis heeft het gerecht een deskundigenbericht gelast en in dat verband onder meer de heer [deskundige 1] tot deskundige benoemd.
Wat betreft de kosten van het deskundigenbericht is in het tussenvonnis het volgende bepaald:
“3.5 bepaalt dat iedere partij de helft van het voorschot, gebaseerd op de door de deskundige gemaakte inschatting, ad NAf 1.880.- (exclusief omzetbelasting) voor zijn/haar rekening zal nemen. De deskundige zal daarom een factuur van NAf 940,- (exclusief omzetbelasting) aan elk van beide partijen toesturen.”.
En r.o. 3.6 van het tussenvonnis luidt aldus:
“3.6. bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden niet behoeft aan te vangen voordat de volledige voorschot door hem is ontvangen.”.
Bij e-mail van 19 januari 2024 heeft genoemde deskundige aan het gerecht het volgende bericht:
“Geachte heer Nijhuis,
Ondanks herhaalde verzoeken aan de gemachtigde dhr. S.C. Larmonie van de heer [gedaagde], handelende onder de naam Wipochem om contact op te nemen cq de voorschotnota te betalen, hebben wij (ondergetekende (afspraak en betaling) en mevr. N. Evertsz gemachtigde tegenpartij (afspraak)) geen contact kunnen maken met dhr. S.C. Larmonie. Ik heb in een dergelijk geval waarin een partij (Larmonie/Wipochem) niet het fatsoen heeft te reageren geen tijd en zin om daar verder energie in te blijven steken en afwachten wanneer dhr. Larmonie en zijn client het een keer behaagt om te reageren en wij ons dan in bochten moeten gaan wringen.
Mede gezien mijn verder drukke werkzaamheden als ook mijn privéomstandigheden […] wil ik u hierbij aangeven dat ik mij als deskundige in de zaak Apogee vs Wipochem terugtrek.
In vertrouwen u hierbij afdoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik met vriendelijke groet,
[deskundige 1]”
Nadien heeft de deskundige desgevraagd nog aan het gerecht bericht dat mr. Evertsz de betaling aan de deskundige wel heeft verricht.
Apogee heeft het voorschot van de deskundige dus wel voldaan en Wipochem niet. Doordat Wipochem het voorschot niet heeft voldaan, heeft het deskundigenonderzoek niet plaatsgevonden.
Artikel 174b lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bepaalt dat partijen verplicht zijn mee te werken aan een onderzoek door deskundigen en dat, indien aan deze verplichting niet wordt voldaan, de rechter daaruit de gevolgtrekking kan maken die hij geraden acht.
In haar conclusie na niet-gehouden deskundigenbericht stelt Apogee gemotiveerd – kort gezegd – dat zijzelf al het nodige heeft gedaan in verband met de benoeming van een deskundige en het gelaste deskundigenbericht en dat Wipochem daarentegen zich uitermate passief heeft opgesteld. Zij bepleit dat het gerecht aan het niet-meewerken door Wipochem het gevolg dient te verbinden dat de door Apogee gestelde tekortkoming zijdens Wipochem in rechte komt vast te staan.
Wipochem, althans diens gemachtigde namens hem, voert aan in zijn conclusie na niet-gehouden deskundigenbericht – kort gezegd – dat geen overleg tussen Wipochem en diens gemachtigde heeft plaatsgevonden, omdat Wipochem onbereikbaar is. Een betaling aan de benoemde deskundige is niet verricht. Wipochem refereert zich aan het oordeel van het gerecht. Wel verzoekt hij het gerecht alle belangen goed af te wegen, zodat een gerechtvaardigde beslissing tot stand komt.
Het gerecht overweegt als volgt. Het staat vast dat Wipochem het door de deskundige gefactureerde voorschot niet heeft voldaan. Voor die niet-betaling heeft hij geen enkele uitleg verschaft aan de deskundige en/of het gerecht en evenmin aan zijn eigen gemachtigde, zo begrijpt het gerecht uit de door Wipochem ingediende conclusie. Wipochem wist althans had moeten begrijpen, zulks gezien r.o. 3.6 van het tussenvonnis, dat de deskundige zijn werkzaamheden niet zou aanvangen alvorens hij het volledige voorschot zou hebben ontvangen, dus inclusief het door Wipochem te betalen gedeelte. Dat het deskundigenbericht geen doorgang heeft gevonden, is dan ook uitsluitend te wijten aan Wipochem. Doordat het deskundigenbericht geen doorgang heeft gevonden, kan het gerecht het oordeel van de deskundige niet bij haar beoordeling betrekken. Uit het feit dat Wipochem in strijd met zijn wettelijke verplichting niet heeft meegewerkt aan het deskundigenonderzoek door het door hem te betalen gedeelte van het voorschot niet te voldoen, zal het gerecht de gevolgtrekking maken dat aan de zijde van Wipochem sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst, als door Apogee gesteld.
Dit betekent dat Apogee de overeenkomst op goede gronden heeft ontbonden.
Voor een belangenafweging als Wipochem bepleit is geen plaats.
voorts in conventie
In het vonnis van 4 juli 2022, r.o. 4.4, is het verweer van Wipochem dat zij nimmer in gebreke is gesteld, reeds verworpen. Daaraan wordt toegevoegd dat Apogee, anders dan Wipochem kennelijk meent, geen schadevergoeding vordert, maar ongedaanmaking, en wel door terugbetaling van hetgeen zij aan Wipochem heeft voldaan, na de ontbinding van de overeenkomst (inleidend verzoekschrift, randnummers 2.2 en 2.3). Niet is gesteld of gebleken dat Wipochem tegen die ontbinding heeft geprotesteerd.
Op grond van het bovenstaande is in conventie de vordering van NAf 50.633,35 toewijsbaar.
Wipochem betwist de verschuldigdheid van de gevorderde boete van NAf 19.250,-. Daartoe voert hij onder meer aan dat “niet waar” is dat hij het werk niet vakkundig genoeg heeft verricht en geleverd en dat het werk niet te laat heeft opgeleverd. Dit verweer wordt verworpen: wat betreft de wijze waarop het werk is verricht op grond van hetgeen is overwogen en beslist in r.o. 2.9 met betrekking tot het deskundigenbericht en overigens vanwege het ontbreken van voldoende feitelijke onderbouwing. De algemene verwijzing naar WhattsAppberichten (prod. 3 bij antwoord/eis) kan niet als zodanig worden beschouwd.
De boete is daarom toewijsbaar als gevorderd.
Wipochem heeft de vordering ten bedrage van NAf 4.473,20 onvoldoende gemotiveerd betwist. Zo heeft zij uitsluitend aangevoerd dat het gevorderde bedrag te hoog en niet realistisch is maar nagelaten dat te onderbouwen. Ook voornoemd bedrag zal daarom worden toegewezen.
De wettelijke rente is niet betwist en eveneens toewijsbaar als gevorderd.
Wipochem zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding aan de zijde van Apogee. Deze bedragen tot aan dit vonnis NAf 750,- aan griffierecht, NAf 371,45 aan betekeningskosten en NAf 5.250,- aan salaris gemachtigde, dus in totaal NAf 6.371,45.
voorts in reconventie
Overeenkomstig r.o. 4.3 van het vonnis van 4 juli 2022 zal, nu Apogee de overeenkomst tussen partijen op goede gronden heeft ontbonden, de vordering in reconventie worden afgewezen.
Wipochem zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding aan de zijde van Apogee. Daarbij zullen de aktes van de zijde van Apogee buiten beschouwing worden gelaten omdat deze uitsluitend althans voornamelijk betrekking hadden op het geschil in conventie. Het vorenstaande in aanmerking genomen, bedragen bedoelde kosten tot aan dit vonnis NAf 250,- voor salaris gemachtigde.
3. De beslissing
Het gerecht:
in conventie
veroordeelt Wipochem tot betaling aan Apogee van bedragen van NAf 50.633,35, NAf 19.250,- en NAf 4.473,20 vermeerderd met de wettelijke rente over die bedragen van 11 november 2021 tot de dag der algehele voldoening;
veroordeelt Wipochem in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van Apogee en tot aan dit vonnis vastgesteld op NAf 6.371,45;
verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad;
in reconventie
wijst de vordering af;
veroordeelt Wipochem in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van Apogee en tot aan dit vonnis vastgesteld op NAf 250,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.