GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202202935
Vonnis van 3 juni 2024
in de zaak van
[Eiseres], wonend in [woonplaats], eiseres, gemachtigde: mr. S.C. Larmonie,
tegen
[Gedaagde],
wonend in [woonplaats], gedaagde, gemachtigde: S.S. Vierbergen.
Partijen zullen hierna de vrouw en de man worden genoemd.
1. Het verdere procesverloop
Het verdere procesverloop blijkt uit:
- het vonnis van 27 november 2023 (hierna: het tussenvonnis),
- de akte van de vrouw, ingediend op 4 maart 2024,
- de akte van de man, ingediend op 4 maart 2024,
- de antwoordakte van de vrouw, ingediend op 22 april 2024,
- de antwoordakte van de man, ingediend op 22 april 2024.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De verdere beoordeling
Het gerecht volhardt bij het tussenvonnis.
Bij het tussenvonnis is de zaak naar de rol verwezen voor uitlating door partijen omtrent hetgeen is overwogen in het tussenvonnis, wat betreft de vrouw omtrent hetgeen is overwogen in r.o. 2.26 en 2.30 en wat betreft de man omtrent hetgeen is overwogen in r.o. 2.9, 2.26, 2.29 en 2.30.
de huwelijksgoederengemeenschap
de inboedelgoederen
Vastgesteld dient te worden welke inboedelgoederen tot de huwelijksgoederengemeenschap (hierna ook: de gemeenschap) behoren.
Dit zijn allereerst de inboedelgoederen die op de peildatum aanwezig waren.
De man heeft na de peildatum en dus na de ontbinding van de gemeenschap inboedelgoederen die tot de gemeenschap behoren, verkocht en andere inboedelgoederen gekocht. Volgens de man behoren die laatste aan hem in eigendom toe en blijven die dus buiten de verdeling. Op grond van het bepaalde in artikel 167 Burgerlijk Wetboek (BW) gaat dat niet op. Dat artikel bepaalt namelijk dat goederen die geacht moeten worden in de plaats van een gemeenschappelijk goed te treden, tot de gemeenschap behoren. Gezien het debat tussen partijen strekken de inboedelgoederen die de man na de ontbinding heeft gekocht, tot vervanging van – naar hun aard vergelijkbare – verkochte inboedelgoederen die in de gemeenschap vielen. Die nieuwe inboedelgoederen moeten dan ook worden geacht in de plaats van de verkochte inboedelgoederen te zijn getreden.
De conclusie uit het vorenstaande is dat alle inboedelgoederen, de op de peildatum aanwezige en de – ter vervanging als hierboven bedoeld – nieuw gekochte, in de gemeenschap vallen.
De man stelt dat hij, omdat de woning zal moeten worden verkocht, niet langer wenst dat de inboedelgoederen aan hem worden toegedeeld, maar dat deze zullen moeten worden verkocht, met verdeling van de verkoopopbrengst bij helfte.
De vrouw gaat daarmee akkoord.
Dienovereenkomstig zal worden beslist, met dien verstande dat in het kader van de verdeling de verkoopsom van de inboedelgoederen zal moeten worden verminderd met de kosten die in onderling overleg in verband met de verkoop zullen worden gemaakt, zoals de kosten van een eventueel in te schakelen derde. Partijen zullen zelf de verkoop ter hand dienen te nemen althans daartoe een derde moeten inschakelen.
de saldi van de bankrekeningen
De saldi van de bankrekeningen bij MCB-Bank en Orco Bank zullen worden verdeeld als hierna omschreven.
In het tussenvonnis, r.o. 2.21, is reeds overwogen en beslist dat de opnames die na de peildatum zijn gedaan van de rekening bij MCB-Bank, voor de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap niet relevant zijn. En voorts dat niet valt in te zien op welke juridische grondslag een eventuele vordering van de man op de vrouw in verband met die opnames toewijsbaar zou kunnen zijn (r.o. 2.22).
Daaraan wordt nog toegevoegd dat de vrouw de stellingen van de man met betrekking tot de besteding van de aan haar ter beschikking gestelde gelden heeft betwist, waartegenover de man die stellingen niet heeft onderbouwd.
de pensioenrechten
Met betrekking tot zijn pensioenrechten heeft de man in het geding gebracht een tweetal brieven van Guardian Group. De brief van 5 september 2018 geeft geen aanknopingspunt voor de conclusie dat pensioenrechten van de man tussen partijen moeten worden verdeeld: volgens die brief heeft de man geen weduwenpensioen opgebouwd voor de vrouw; de brief rept niet van te verdelen ouderdomspensioen. Volgens de brief van 19 mei 2022 bedraagt het jaarlijks OOP (ongehuwde oudedagspensioen) NAf 1.185,29, zijnde NAf 98,77 per maand.
Uit de stellingen van partijen en hetgeen het gerecht overigens is gebleken, volgt niet dat nog andere pensioenrechten zijn opgebouwd.
De door de man opgebouwde in r.o. 2.12, laatste zin, bedoelde pensioenrechten zullen tussen partijen bij helfte worden verdeeld.
de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap
In aansluiting op r.o. 2.33 van het tussenvonnis kan thans nader worden vastgesteld dat de gemeenschap bestaat uit de pensioenrechten conform de brief van 19 mei 2022 (r.o. 2.12), alsmede uit:
inboedelgoederen p.m.
auto NAf 2.000,00
saldo MCB-Bank NAf 23.053,51
saldo Orco Bank (minus Naf 65.000,-) NAf 88.102,89
totaal NAf 113.156,40 + p.m.
Beide partijen zijn dus gerechtigd in die pensionrechten alsmede in de huwelijksgoederengemeenschap voor een bedrag van NAf 56.578,20 + p.m.
de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap
De huwelijksgoederengemeenschap zal als volgt worden verdeeld.
Aan de vrouw zullen worden toegedeeld:
- de helft van de pensioenrechten (r.o. 2.14) p.m.
- de helft van de waarde van de inboedelgoederen (r.o. 2.7-2.9) p.m.
- saldo rekening bij MCB Bank (tussenvonnis r.o. 2.17) NAf 23.053,51
- saldo rekening Orco Bank (tussenvonnis 2.23) NAf 33.524,69
NAf 56.578,20 + p.m.
Aan de man zullen worden toegedeeld:
- de helft van de pensioenrechten (r.o. 2.14) p.m.
- de helft van de waarde van de inboedelgoederen (r.o. 2.7-2.9) p.m.
- de auto, een Pick-up (tussenvonnis r.o. 2.11) NAf 2.000,-
- saldo rekening Orco Bank (tussenvonnis 2.23) NAf 54.578,20
NAf 56.578,20
+ p.m.
onzijdig persoon
De vordering tot benoeming van een onzijdig persoon zal worden toegewezen als hierna omschreven.
authentieke bewijsstukken
De vordering de man te veroordelen authentieke bewijsstukken in het geding te brengen, is onvoldoende onderbouwd, waardoor niet duidelijk is op welke bewijsstukken de vrouw doelt. De vordering zal daarom worden afgewezen.
benoeming van notaris
Naar het oordeel van het gerecht behoeft de afwikkeling van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap niet ten overstaan van een notaris plaats te vinden, zodat de vrouw geen belang heeft bij de benoeming van een notaris als zodanig. De daartoe strekkende vordering zal worden afgewezen.
de beperkte gemeenschap bestaande uit de woning te [adres]
taxatie en verkoop
In het tussenvonnis is overwogen dat beide partijen tijdens de mondelinge behandeling het gerecht hebben verzocht een makelaar voor te stellen. Het gerecht heeft als makelaar Top Makelaar Curaçao voorgesteld.
De vrouw gaat daarmee akkoord.
De man is het met het voorstel van het gerecht niet eens. Hij wenste aanvankelijk dat de opdracht wordt gegeven aan Moret Real Estate, daarna heeft hij een voorkeur uitgesproken voor Coldwell Banker Curaçao Realty.
De vrouw maakt bezwaar tegen de voorkeur van de man voor Moret Real Estate; omtrent zijn gewijzigde voorkeur voor Coldwell Banker Curaçao Realty heeft zij zich niet kunnen uitlaten. Gezien de hierna geformuleerde beslissing op dit punt zal zij daartoe ook niet meer in de gelegenheid worden gesteld.
De man heeft voor zijn bezwaar tegen de door het gerecht voorgestelde makelaar en zijn aanvankelijke voorkeur voor Moret Real Estate als reden aangevoerd dat hij een makelaar van Curaçaose afkomst in de arm wenst te nemen. Naar het oordeel van het gerecht is dit geen valide reden, uitsluitend kwaliteit dient leidend te zijn. Bovendien is het gerecht niet bereid te discrimineren vanwege de afkomst van een makelaar. Omdat de man geen andere bezwaren dan diens afkomst tegen de voorgestelde makelaar Top Makelaar Curaçao aanvoert en de vrouw met die voorgestelde makelaar akkoord gaat, zal het gerecht bepalen dat deze de taxatie zal dienen te verrichten en de verkoopopdracht zal dienen te krijgen.
Omdat partijen niet met elkaar ‘on speaking terms’ zijn en dat het risico van stagnatie van het verkoopproces in zich draagt, zal het gerecht met betrekking tot de verkoop het volgende bepalen. Partijen zullen gezamenlijk Top Makelaar Curaçao, opdracht geven de onderhandse verkoopwaarde van de woning te taxeren en deze vervolgens te koop aan te bieden tegen die getaxeerde waarde.
Voor zover partijen als verkopers (en dus niet: kopers) de notaris die de transportakte zal passeren, mogen kiezen, zullen zij notaris Chatlein opdracht geven tot het passeren van die transportakte.
de gebruiksvergoeding
De vrouw stelt dat de gebruiksvergoeding in verband met het uitsluitend gebruik van de woning door de man moet worden bepaald aan de hand van de marktwaarde van de woning en dat zij er vanuit gaat dat de taxatie door de te benoemen makelaar daaromtrent voor duidelijkheid zal zorgen. Als de man instemt met de vergoeding van een gebruiksvergoeding van NAf 500,- per maand aan de vrouw, zal zij daarmee echter kunnen instemmen.
De man stelt daartegenover dat hij sinds oktober 2021 alle woonlasten voor zijn rekening heeft genomen en dat de vouw, die is ingetrokken bij derden, geen woonlasten heeft gehad. Zij lijdt dus geen schade en voor een gebruiksvergoeding is geen plaats, aldus de man.
De aanspraak op een gebruiksvergoeding vindt zijn grondslag in het uitsluitend gebruik van een goed dat tot de gemeenschap behoort, door de ene gerechtigde met uitsluiting van de andere gerechtigde. Schade aan de zijde van laatstgenoemde is daarvoor geen voorwaarde. Dat de vrouw geen schade heeft geleden, is dan ook niet van belang. Het gerecht gaat voorbij aan de stelling van de man dat alleen hij de woonlasten heeft betaald. Dat heeft hij immers niet onderbouwd, waardoor in het vage is gebleven op welke woonlasten de man exact doelt en welk bedrag hij heeft betaald.
In het licht van de onweersproken gebleven beschrijving door de vrouw van de woning (een woning met 2 slaapkamers, een woonkamer, een eetkamer, een keuken en een badkamer met toilet en een annex bestaande uit een appartement (‘studio-model’) met een slaapkamer, een eetkamer, een keuken, een zitkamer met een aparte badkamer en wc, met ca. 490 m² grond) komt het gerecht de door haar genoemde gebruiksvergoeding van NAf 500,- per maand (gebaseerd op een bedrag van NAf 1.000,- per maand, waarvoor het appartement volgens de vrouw minimaal aan derden kan worden verhuurd), waarmee zij akkoord zou kunnen gaan, alleszins redelijk voor en mede uit proces-economische overwegingen zal de gebruiksvergoeding op dat bedrag worden bepaald.
De man is aan de vrouw een gebruiksvergoeding verschuldigd over de periode van augustus 2021 – in welke maand de vrouw de gemeenschappelijke woning heeft verlaten – tot heden en bedraagt dus 24 maanden x NAf 500,- = NAf 12.000,-.
de vergoeding van de kosten t.b.v. de woning
De man stelt dat hij kosten heeft moeten maken voor het onderhoud en de verbetering van de woning en dat hij van die kosten een overzicht heeft opgesteld. Dat overzicht komt uit op een bedrag van NAf 18.335,-. Hij heeft geen bonnen en kwitanties kunnen achterhalen.
De vrouw betwist dat de man een bedrag van NAf 18.335,- heeft besteed. Zij acht ongeloofwaardig dat de man geen bonnen of kwitanties heeft kunnen achterhalen, maar dat hij het bedrag wel tot op de gulden precies kan noemen.
Overwogen wordt dat de man zich beroept op een door hem opgesteld overzicht met een saldo van NAf 18.335,-, maar dat hij dit overzicht niet in het geding heeft gebracht. Ook heeft hij dat bedrag niet anderszins gespecificeerd. Evenmin zijn facturen, kwitanties o.i.d. door hem in het geding gebracht ter onderbouwing van dat bedrag. Dit maakt dat het door de man gestelde bedrag volstrekt ongespecificeerd en oncontroleerbaar is, waardoor de vrouw zich tegen de stelling van de man ook niet behoorlijk kan verweren. Gezien het vorenstaande heeft de man zijn aanspraak op een kostenvergoeding van NAf 18.335,- onvoldoende onderbouwd, zodat in rechte niet is komen vast te staan dat de man ter zake een vordering ter verrekening heeft.
Op grond van het bovenstaande zal tussen partijen geen verrekening plaatsvinden van door de man gestelde kosten in verband met de woning.
de verdeling van de beperkte gemeenschap bestaande uit de woning te [adres]
De gemeenschap bestaande uit de woning te [adres], zal tussen partijen worden verdeeld door de koopsom waarvoor de woning zal worden verkocht verminderd met de kosten in verband met de verkoop (van b.v. makelaar en notaris) bij helfte aan beide partijen toe te delen en onder verrekening van de gebruiksvergoeding van NAf 12.000,- ten laste van de man en ten gunste van de vrouw.
ten slotte
Omdat partijen voormalig echtelieden zijn, zullen de kosten van dit geding worden gecompenseerd als hierna onder “De beslissing” omschreven.
De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.
3. De beslissing
Het gerecht:
verleent zowel de vrouw als de man toestemming kosteloos te procederen;
de huwelijksgoederengemeenschap
stelt de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen partijen vast als overwogen in r.o. 2.17;
benoemt, voor het geval de man zijn medewerking aan de verdeling niet zou verlenen, de heer R.A. Ramazan, deurwaarder in Curaçao, tot onzijdig persoon om namens de man met de vrouw over te gaan tot de verdeling als in dit vonnis beslist;
de beperkte gemeenschap bestaande uit de woning te [adres]
bepaalt dat partijen opdracht zullen geven aan Top Makelaar Curaçao om de waarde van de woning te taxeren en vervolgens deze woning te verkopen conform de overweging en beslissing in r.o. 2.23;
bepaalt dat partijen, in het geval zij de notaris die de transportakte zal passeren, mogen kiezen als bedoeld in r.o. 2.23, notaris Chatlein opdracht zullen geven de tansportakte te passeren;
stelt de verdeling van de beperkte gemeenschap tussen partijen vast als overwogen in r.o. 2.31;
de huwelijksgoederengemeenschap en de beperkte gemeenschap
compenseert de kosten van dit geding, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.