GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202400732
Vonnis in kort geding van 29 april 2024
in de zaak van
[Eiseres], wonend in [woonplaats], eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gemachtigde: mr. A.J. de Winter,
tegen
de naamloze vennootschap TOTAL HEALTH N.V. h.o.d.n. DENTAL CLINIC SUFFISANT N.V.,
gevestigd in Curaçao, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, gemachtigde: mr. Ir. I.F. Moeniralam.
Partijen zullen hierna [eiseres] en Dental Clinic worden genoemd.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 28 februari 2024 met producties,
de eis in reconventie met producties
de mondelinge behandeling op 15 april 2024, waar door partijen en hun gemachtigden het woord is gevoerd, door de gemachtigde van Dental Clinic aan de hand van spreekaantekeningen.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De feiten
eiseres] heeft vanaf 24 juli 2024 werkzaamheden verricht in dienst van en ten behoeve van Dental Clinic. Daarvoor heeft zij van Dental Clinic contante betalingen ontvangen.
Partijen hebben op 5 oktober 2024 een arbeidsovereenkomst (hierna: de arbeidsovereenkomst) ondertekend, waarin onder meer staat dat [eiseres] per 1 mei 2024 door Dental Clinic is aangenomen in de functie van tandarts (art. 1), dat de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd ingaande 1 september 2023 (art. 2), dat ongeacht het bepaalde in artikel 2 beide partijen de arbeidsovereenkomst tussentijds kunnen beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van 1 maand (art. 2a) en dat het brutosalaris wordt vastgesteld op NAf 8.206,75 per maand (art. 3).
eiseres] is in de Dominicaanse Republiek tot tandarts opgeleid en diende ingevolge de Verordening regelende de uitoefening van de tandheelkunst een examen als tansheelkundige afleggen alvorens als zodanig werkzaam te mogen zijn op Curacao. Zij heeft bedoeld examen afgelegd en op 6 december 2023 van de inspectie Volksgezondheid het volgende bericht ontvangen naar aanleiding van het door haar afgelegde examen:
“Dear Candidate,
Your dentistry exam grade is 48 %
70% is the passing grade”
Dental Clinic heeft [eiseres] op 8 dcember 2023 een berisping gegeven vanwege misleiding door [eiseres].
Dental Clinic heeft [eiseres] op 11 december 2023 een aangepaste arbeidsovereenkomst aangeboden. [eiseres] heeft deze niet aanvaard.
eiseres] heeft vanaf 15 december 2023 geen werkzaamheden meer voor Dental Clinic verricht.
Op verzoek van Dental Clinic heeft [eiseres] in de loop van januari 2024 haar bedrijfskleding ingeleverd.
3. De vorderingen en de standpunten van partijen
in conventie
eiseres] vordert
“om bij vonnis in kort geding, zoveel mogelijk uitvoerbaar:
A. Dental Clinic te veroordelen om het overeengekomen salaris van ANG 8,206.75 bruto per maand ingaande 1 januari 2024 door te betalen tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd;
B. Dental Clinic te veroordelen om het achterstallig salaris van ANG 8,206.75 voor december 2023 te betalen, zulks onder aftrek van hetgeen Dental Clinic in december reeds aan eiseres heeft voldaan;
C. Dental Clinic te veroordelen om het achterstallig salaris van ANG 8,206.75 in de periode 24 juli 2023 tot 1 oktober 2023 te betalen, zulks onder aftrek van hetgeen Dental Clinic in juli, augustus en september reeds aan eiseres heeft voldaan;
D. Het onder B en C gevorderde achterstallige salaris te verhogen met de wettelijke vertragingsrente ingevolge BW 7A:1614q;
E. Dental Clinic te veroordelen in de kosten van dit kort geding, waaronder mede begrepen de door eiser betaalde griffierechten en oproepingskosten en het salaris gemachtigde.”
In het licht van de feiten legt [eiseres] aan haar vordering ten grondslag dat zij met Dental Clinic een arbeidsovereenkomst voor de functie van tandarts heeft die niet is geëindigd.
Dental Clinic heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
in reconventie
Dental Clinic vordert een schadeloosstelling ten bedrage van één maand salaris alsmede terugvordering van het teveel genoten salaris ten bedrage van NAf 8.100,-, dus in totaal NAf 11.400,-
In het licht van de feiten legt Dental Clinic aan haar vordering het volgende ten grondslag. [eiseres] heeft op 15 december 2023 ontslag genomen bij Dental Clinic door niet de berisping en de aangeboden aangepaste arbeidsovereenkomst te ondertekenen en door niet door te werken. Bij die ontslagname heeft zij niet de overeengekomen opzegtermijn van één maand in acht genomen. De wet geeft Dental Clinic daarom aanspraak op een schadeloosstelling ten bedrage van één maand salaris. Als gevolg van misleiding en bedrog door [eiseres] heeft zij te veel salaris ontvangen. De daarop gebaseerde vordering van NAf 8.100,- onderbouwt Dental Clinic als volgt:
“Als we ervan uitgaan dat [eiseres] voor 1 september Naf. 150,-- per dag aan loon kreeg is dit Naf. 3.300,-- (netto) per maand. Ingaande 1 september 2023, kreeg zij een maand salaris van Naf. 6.000,-- (netto) per maand gedurende 3 maanden. Dental Clinic verzoekt U E.A. terugvordering van het verschil van het teveel uitbetaalde salaris zijnde NAf. 18.000,00 – NAf. 9.900,00 = NAf. 8.100,00.”
eiseres] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.
voorts in conventie en in reconventie
Op de stellingen van partijen, voor zover van belang, zal onder de beoordeling worden ingegaan.
4. De beoordeling
in conventie
de ontvankelijkheid
Het ontvankelijkheidsverweer van Dental Clinic wordt op grond van het navolgende verworpen.
De spoedeisendheid van de vordering volgt uit de aard daarvan.
Bovendien heeft [eiseres] de niet-onderbouwde stelling van Dental Clinic dat zij inmiddels in een andere tandheelkundige praktijk werkzaam is, weersproken.
eiseres] kan daarom in haar vorderingen worden ontvangen.
de vorderingen sub A, B en C tot salarisbetaling
Partijen zijn het erover eens dat [eiseres] per 24 juli 2024 haar werkzaamheden in dienst van en ten behoeve van Dental Clinic is aangevangen.
Zij verschillen echter van mening over de aard van de door haar verrichte werkzaamheden. Volgens [eiseres] heeft zij gewerkt als tandarts en volgens Dental Clinic als mondhygiëniste c.q. tandartsassistente/stagiaire. Daaromtrent wordt het volgende overwogen. Volgens de arbeidsovereenkomst is [eiseres] per 1 mei 2023 dan wel 1 september 2023 als tandarts in dienst getreden van Dental Clinic. De arbeidsovereenkomst is een ondertekend geschrift, bestemd om tot bewijs te dienen, dus een akte als bedoeld in art. 135 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Het betreft geen authentieke akte, dus een onderhandse akte (art. 135 lid 3 Rv). Volgens art. 136 lid 2 Rv levert een onderhandse akte “ten aanzien van de verklaring van een partij omtrent hetgeen de akte bestemd is ten behoeve van de wederpartij te bewijzen, tussen partijen dwingend bewijs op van de waarheid van die verklaring”, behoudens een uitzondering die in deze zaak niet aan de orde is.
Tegen dat dwingend bewijs staat tegenbewijs open, maar dat heeft Dental Clinic niet geleverd noch aangeboden. De verklaring die Dental Clinic heeft gegeven voor het aangaan van de arbeidsovereenkomst van 5 oktober 2023 – te weten dat [eiseres] haar informeerde voor het bevoegdheidsexamen te zijn geslaagd en dat zij [eiseres] wilde stimuleren – kan niet als zodanig tegenbewijs gelden, reeds niet omdat [eiseres] weerspreekt dat zij Dental Clinic heeft medegedeeld dat zij voldoende punten voor het bevoegdheidsexamen had behaald.
Daarmee staat, voorshands geoordeeld, in rechte vast dat [eiseres] als tandarts in dienst was van Dental Clinic. Er zijn onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen oordelen dat zij niet als zodanig heeft gewerkt. Omdat partijen het erover eens zijn dat [eiseres] haar werkzaamheden per 24 juli 2023 is aangevangen, moet die datum als de aanvangsdatum worden beschouwd. Het haar toekomende salaris was, zoals bepaald in de arbeidsovereenkomst, NAf 8.206,75.
Het feit dat [eiseres] niet bevoegd was als tandarts op Curacao werkzaam te zijn, maakt dat niet anders omdat die onbevoegdheid de geldigheid van de arbeidsovereenkomst en daarmee de verplichting van Dental Clinic het overeengekomen salaris te betalen niet aantast. Dental Clinic voert wel aan dat sprake was van misleiding en bedrog, maar heeft niet op die gronden (of enige ander grond) de arbeidsovereenkomst aangetast of zulks geprobeerd.
Hierna zullen de specifieke salarisvorderingen van [eiseres] worden beoordeeld.
de vordering sub A van [eiseres] tot salarisbetaling
De vordering sub A strekt tot doorbetaling van het salaris vanaf 1 januari 2024.
Overwogen wordt dat [eiseres] volgens de arbeidsovereenkomst in dienst is als tandarts. [eiseres] is echter op grond van de wet niet bevoegd op Curacao een zodanige functie uit te oefenen zolang als zij niet is geslaagd voor het verplichte examen. Zij mag de bedongen arbeid voor Dental Clinic dan ook niet verrichten. De omstandigheid dat [eiseres] niet bevoegd is werkzaam te zijn als tandarts, ligt in haar risicosfeer. Op grond van het bovenstaande heeft zij geen aanspraak op loon vanaf 1 januari 2024.
De vordering sub A zal daarom worden afgewezen.
de vordering sub B van [eiseres] tot salarisbetaling
Tussen partijen staat vast dat [eiseres] vanaf 15 december 2023 feitelijk niet meer voor Dental Clinic heeft gewerkt. Volgens [eiseres] heeft Dental Clinic haar weggestuurd, maar laatstgenoemde ontkent dat. [eiseres] heeft deze stelling niet onderbouwd, zodat de juistheid daarvan niet is komen vast te staan.
Daarom moet voorshands worden geconcludeerd dat [eiseres] aanspraak heeft op haar salaris tot 15 december 2023, onder aftrek van hetgeen Dental Clinic reeds aan haar heeft voldaan. Het gerecht acht in het belang van partijen, met name ter voorkoming van eventuele toekomstige executiegeschillen, de omvang van de vordering van [eiseres] op Dental Clinic exact te bepalen.
Wat betreft de bedragen die Dental Clinic al aan [eiseres] heeft voldaan, geldt dat de omvang daarvan in het vage is gebleven.
eiseres] stelt daaromtrent in haar verzoekschrift:
“[…] eiseres werd in contanten een bedrag van ANG 100 tot 150 per dag betaald […] (randnummer 1)
en
“[…] Dental Clinic zal moeten aantonen welke bedragen zij eiseres in contacten heeft betaald, eiseres heeft daarvan geen administratie bijgehouden” (randnummer 3)
Dit heeft zij tijdens de behandeling bevestigd, waarbij zij tevens heeft verklaard tussen NAf 2000,- en NAf 3.000,- per maand te hebben gekregen.
Hoewel aan Dental Clinic dus bekend was dat [eiseres] volgens haar verklaring niet wist hoeveel zij van Dental Clinic had ontvangen en hoewel Dental Clinic die betalingen administratief moet hebben verwerkt en deze dus, naar moet worden aangenomen, op eenvoudige wijze in haar administratie moet kunnen terugvinden, heeft Dental Clinic slechts bloot gesteld dat zij [eiseres] gemiddeld NAf 3.300,- per maand betaalde.
Daaromtrent wordt overwogen dat, gezien het vorenstaande en mede gezien het feit dat niet is gesteld of gebleken dat Dental Clinic aan [eiseres] salarisspecificaties heeft verstrekt, dit gebrek aan duidelijkheid voor risico van Dental Clinic komt, in die zin dat het gerecht wat betreft de hoogte van de contant betaalde bedragen zal aansluiten bij de stellingen van [eiseres]. Op basis van haar stellingen dat zij NAf 100,- tot NAf 150,- per dag respectievelijk NAf 2000,- en NAf 3.000,- per maand heeft ontvangen, zal het gerecht ervan uitgaan dat van 24 juli 2023 tot 1 oktober 2023 NAf 2.500,- per maand is betaald.
Ervan uitgaande dat [eiseres] tot en met 14 december 2023 feitelijk werkzaamheden heeft verricht, bedraagt haar aanspraak op salaris over december 2023 (14/31 x NAf 8.206,75 =) NAf 3.706,27 minus (14/31 x NAf 2.500,- =) NAf 1.129,03 = NAf 2.577,24.
de vordering sub C van [eiseres] tot salarisbetaling
Uit hetgeen hiervoor in r.o. 4.4. is overwogen en beslist, volgt dat [eiseres] aanspraak heeft op het achterstallig salaris van NAf 8.206,75 bruto per maand over de periode van 24 juli 2023 tot 1 oktober 2023, zulks onder aftrek van hetgeen Dental Clinic in juli, augustus en september aan [eiseres] heeft voldaan.
De aanspraak van [eiseres] op salaris over die periode bedraagt:
voor juli: (8/31 x NAf 8.206,75 =) 2.117,87 minus (8/31 x NAf 2.500,- =) NAf 645,16 = NAf 1.472,71,
voor augustus: NAf 8.206,75 minus NAf 2.500,- = NAf 5.706,75 en
voor september: NAf 8.206,75 minus NAf 2.500,- = NAf 5.706,75,
dus in totaal NAf 12.886,21.
de vordering sub D
Alle omstandigheden in aanmerking genomen, ziet het gerecht aanleiding de gevorderde verhoging te matigen tot 25% en deze dus in zoverre toe te wijzen en voor het overige af te wijzen.
de vordering sub E (de proceskosten)
Omdat Dental Clinic grotendeels in het ongelijk wordt gesteld, wordt Dental Clinic veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiseres] worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 450 aan griffierecht, NAf 396,64 aan oproepingskosten en NAf 1.000,- aan gemachtigdensalaris, dus in totaal NAf 1.846,64.
in reconventie
de schadeloosstelling
Dental Clinic baseert deze vordering op de stelling dat [eiseres] ontslag heeft genomen zonder de overeengekomen opzegtermijn van een maand in acht te nemen.
eiseres] betwist dat zij ontslag heeft genomen.
Omtrent het beoordelingskader wordt overwogen dat de vaste jurisprudentie met betrekking tot ontslagname door de werknemer er – kort gezegd – op neerkomt dat de opzegging van een arbeidsovereenkomst door een werknemer een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring vereist, die erop is gericht de beëindiging van de arbeidsovereenkomst te bewerkstelligen. Deze strenge maatstaf dient ertoe de werknemer te behoeden voor de ernstige gevolgen die vrijwillige beëindiging van het dienstverband voor hem of haar kan hebben. In verband met die ernstige gevolgen zal de werkgever niet spoedig mogen aannemen dat een verklaring van de werknemer is gericht op vrijwillige beëindiging van de dienstbetrekking. Onder omstandigheden kan op de werkgever een onderzoeksplicht rusten om na te gaan of de werknemer daadwerkelijk wilde opzeggen en een verplichting om de werknemer over de gevolgen van de opzegging voor te lichten. Daarbij is de context waarin de verklaring is afgelegd van groot belang. Een relevante omstandigheid kan zijn dat de werknemer na een verklaring die redelijkerwijs als opzegging mag worden geduid, niet meer op het werk verschijnt en ook overigens niet laat blijken dat hij op die opzegging wenst terug te komen.
Dental Clinic voert aan dat zij [eiseres] op 12 december 2023 de keuze heeft gegeven tussen:
- de berisping en de aangepaste arbeidsovereenkomst ondertekenen;
- naar huis gaan en die beide stukken de volgende dag ondertekend inleveren;
- “ als zij het er niet mee eens was en dus niet meer bij Dental Clinic en Lab Suffisant bleef werken dus haar ontslag nam bij Dental Clinic.”
De hiervoor (uit de spreekaantekeningen van de gemachtigde van Dental Clinic) geciteerde keuzemogelijkheid 3 begrijpt het gerecht aldus dat [eiseres] geacht werd ontslag te hebben genomen indien zij niet koos voor de ondertekening van de genoemde documenten. Daarmee is geen sprake van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van [eiseres], gericht op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dental Clinic heeft niet aangevoerd dat [eiseres] anderszins een dergelijke verklaring heeft afgelegd. [eiseres] heeft dan ook geen ontslag genomen.
Het feit dat [eiseres] na 15 december 2023 niet meer op haar werk is verschenen, maakt dat niet anders. Ook dat kan namelijk niet als een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring worden gekwalificeerd. In dit kort geding kan niet worden vastgesteld of Dental Clinic [eiseres] naar huis heeft gestuurd, zoals [eiseres] stelt, maar Dental Clinic ontkent dat. Wel had het op de weg van Dental Clinic als goed werkgeefster gelegen contact te zoeken met [eiseres] toen zij vanaf 15 december 2023 niet meer op het werk verscheen teneinde na te gaan of [eiseres] ontslag had genomen. Dit laatste is kennelijk niet gebeurd. Dental Clinic kon en mocht uit het wegblijven van [eiseres] niet en zeker niet zonder meer de conclusie trekken dat zij ontslag had genomen.
De inlevering door [eiseres] van haar uniform (bedrijfskleding) legt voor de beoordeling geen gewicht in de schaal. Daartoe is [eiseres] namelijk overgegaan op uitdrukkelijk verzoek van Dental Clinic.
De vordering tot schadeloosstelling zal worden afgewezen.
de vordering tot terugbetaling van teveel genoten salaris
Uit de beslissing in conventie volgt dat ook de vordering tot terugbetaling van het teveel genoten salaris niet toewijsbaar is. Hetgeen [eiseres] al heeft ontvangen, wordt in conventie in conventie immers al verrekend met het aan [eiseres] toekomende salaris.
de proceskosten
Dental Clinic zal worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiseres] worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 500,- aan gemachtigdensalaris.
ten slotte
De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.
5. De beslissing in kort geding
Het gerecht:
in conventie
veroordeelt Dental Clinic tot betaling aan [eiseres] van bedragen van NAf 2.577,24 en NAf 12.886,21, vermeerderd met de wettelijke verhoging daarover van 25%;
veroordeelt Dental Clinic in de proceskosten van [eiseres] van NAf 1.846,64;
verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd;
in reconventie
wijst de vordering af;
veroordeelt Dental Clinic in de proceskosten van [eiseres] van NAf 500,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis, rechter, bijgestaan door mr. M. Brown, griffier, en in het openbaar uitgesproken.