GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202500953 en CUR202500954
Beschikking van 26 juni 2025
in de zaak van:
[De vader],
wonend in [woonplaats],
verzoeker, hierna te noemen: de vader,
gemachtigde: mr. S.C. Larmonie,
tegen
[De moeder],
wonend in [woonplaats],
verweerster, hierna te noemen: de moeder,
procederend in persoon,
betreffende:
[De minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats],
en
[De minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats],
hierna gezamenlijk te noemen: de minderjarigen
1. Het verloop van de procedure:
Dat blijkt uit:
het verzoekschrift met producties, op 24 maart 2025 bij de griffie ingediend;
het verweerschrift, ingediend op de rolbehandeling van 15 april 2025;
producties zijdens de moeder, per e-mail ingediend op 9 mei 2025;
aanvullende producties zijdens de man, ingediend op 28 mei 2025;
de mondelinge behandeling op 5 juni 2025, waarbij aanwezig waren: de vader, bijgestaan door zijn gemachtigde, de moeder, en een vertegenwoordiger van de Voogdijraad.
De uitspraak is bepaald op heden.
2. De feiten
Partijen zijn de ouders van de minderjarigen en zijn gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen belast.
De minderjarigen wonen bij de moeder en worden door haar verzorgd en opgevoed.
Bij beschikking van 17 december 2024 heeft het gerecht bepaald dat de vader maandelijks een bedrag van Cg 756,88 ter voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen zal betalen.
3. Het verzoek en het verweer
De vader verzoekt het gerecht om de door hem te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding ten behoeve van de minderjarigen te wijzigen, dan wel in te trekken. Primair verzoekt hij de bijdrage op nihil te stellen op grond van een beoogde co-ouderschapsregeling, en subsidiair om de bijdrage te verlagen tot een bedrag van Cg 200,00 per kind per maand, ingaande de datum van deze beschikking. Daarnaast verzoekt de vader een co-ouderschapsregeling vast te stellen, met een wisselmoment op de vrijdagen na school of opvang, alsmede een verplichting voor beide ouders om de bijzondere kosten van de minderjarigen bij helfte te dragen.
De moeder voert gemotiveerd verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang voor de beoordeling, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De vader heeft ter zitting aangevoerd dat tussen partijen via tussenkomst van de Voogdijraad een zorgregeling is overeengekomen, doch dat de moeder zich niet aan deze regeling houdt en de minderjarigen met regelmaat voor langere periodes bij hem laat verblijven. Thans is er geen contact meer tussen de vader en de minderjarigen, aangezien de moeder volgens hem elk contact tussen hen verhindert. De vader benadrukt dat hij betrokken wil blijven bij het leven van de minderjarigen en verzoekt het gerecht dan ook om een co-ouderschapsregeling vast te stellen.
De moeder heeft ter zitting te kennen gegeven niet akkoord te gaan met de door vader voorgestelde co-ouderschapsregeling. Zij voert aan dat zij het contact tussen de vader en de minderjarigen beperkt, nu er sprake zou zijn van (fysiek) misbruik van de minderjarigen, gepleegd door de grootmoeder van vaderszijde. Nu de vader bij zijn moeder woont en de minderjarigen tijdens contactmomenten grotendeels bij de grootmoeder verblijven, acht de moeder dit onwenselijk. Zij verzoekt het gerecht om een zorgregeling vast te stellen onder supervisie, zodat de minderjarigen niet zonder toezicht bij de vader verblijven.
De Voogdijraad heeft ter zitting te kennen gegeven dat weliswaar de communicatie tussen de ouders moeizaam verloopt, maar dat de vader het recht heeft op contact met de minderjarigen en dat het, gelet op de jonge leeftijd van de minderjarigen, in hun belang is dat zij bij de vader kunnen verblijven. Vanuit de Voogdijraad is voorts het aanbod gedaan de grootmoeder van vaderszijde te zullen begeleiden en adviseren ten aanzien van de opvoeding van de minderjarigen. Indien het gerecht een zorgregeling vaststelt, adviseert de Voogdijraad om haar de bevoegdheid te geven om deze regeling aan te passen indien blijkt dat de regeling in de praktijk niet naar behoren functioneert.
Het gerecht acht zich gelet op de uiteenlopende stellingen van de ouders op dit moment onvoldoende geïnformeerd om een beslissing te nemen over het verzoek ten aanzien van de zorgregeling. Het gerecht zal deze beslissing daarom aanhouden. Het gerecht verzoekt de Voogdijraad een onderzoek te doen, waarbij de volgende vragen aan bod dienen te komen:
Welke zorgregeling is het meest in het belang van de minderjarigen en hoe dient de regeling qua aard, duur en frequentie vorm te krijgen?
Welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek van de Voogdijraad naar voren zijn gekomen en die niet in het kader van de voorgaande vragen aan de orde zijn gesteld, zijn wel van belang om te vermelden?
In afwachting van het onderzoek door de Voogdijraad zal het gerecht bij wijze van een voorlopige zorgregeling bepalen dat de minderjarigen gedurende de weekenden bij de vader verblijven. Dit is in lijn met hetgeen partijen, na gevoerd debat, ter zitting zijn overeengekomen. De moeder zal de minderjarigen op zaterdag om 13.00 uur overdragen aan de vader bij [locatie 1]. De vader brengt de minderjarigen op maandagochtend naar school dan wel naar de opvang, alwaar de moeder hen aan het einde van de dag zal ophalen. Van de zijde van de Voogdijraad wordt deze regeling gemonitord, waarbij de Voogdijraad ook de bevoegdheid heeft om deze regeling in het belang van de minderjarigen aan te passen.
De beslissing ten aanzien van de kinderalimentatie zal eveneens worden aangehouden in afwachting van de beslissing omtrent de zorgregeling en het indienen van nadere gegevens zijdens de moeder.
De zaak zal voor akte uitlating financiële gegevens zijdens de moeder, alsmede indiening rapport Voogdijraad worden verwezen naar de hierna onder de beslissing vermelde datum, waarna de mondelinge behandeling zal worden voortgezet.
Bij de akte financiële gegevens dient de volgende informatie in het geding te worden gebracht::
een kostenoverzicht per maand van de minderjarige, door de moeder in te dienen;
een kostenoverzicht per maand van de moeder;
specificaties van loon, uitkering en/of pensioeninkomen over de afgelopen drie maanden,
huurovereenkomst/-specificatie dan wel stukken waaruit de hoogte van de (hypothecaire) lening en de maandelijkse rente en/of aflossing blijken
overzicht schulden en afbetalingsregeling, met bewijs van de schuld, het aflossingsschema en bewijs van de laatste drie betalingen.
5. De beslissing
Het gerecht:
bepaalt ten aanzien van de minderjarigen, [De minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] en [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] een voorlopige zorgregeling, waarbij de minderjarigen gedurende de weekenden bij de vader verblijven. De moeder zal de minderjarigen op zaterdag om 13.00 uur overdragen aan de vader bij [locatie 1]. De vader brengt de minderjarigen op maandagochtend naar school dan wel naar de opvang, alwaar de moeder hen aan het einde van de dag zal ophalen;
verwijst de zaak voor overlegging akte financiële gegevens zijdens de moeder en voor indiening rapport zijdens de Voogdijraad naar de familierol van dinsdag 26 augustus 2025 om 8.30 uur;
verwijst de zaak voor voortzetting behandeling naar de zitting van donderdag 28 augustus 2025 om 9.00 uur;
iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, en op 19 juni 2025 in het openbaar uitgesproken, in aanwezigheid van de griffier.