ECLI:NL:OGEAC:2025:276

ECLI:NL:OGEAC:2025:276, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 18-08-2025, 500.00138/25

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 18-08-2025
Datum publicatie 30-12-2025
Zaaknummer 500.00138/25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Verdachte is veroordeeld wegens het niet tijdig doen van meerdere aangiften winstbelasting door een rechtspersoon en het niet, onjuist of onvolledig verstrekken van gevraagde fiscale informatie, terwijl verdachte feitelijk leiding gaf aan deze gedragingen. Aan verdachte is een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden opgelegd met een proeftijd van drie jaar, met bijzondere voorwaarden dat hij binnen tien maanden de openstaande aangiften indient, een betalingsregeling treft en er zorg voor draagt dat toekomstige aangiften en betalingen tijdig worden gedaan.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2025. De verdachte is verschenen.

De officier van justitie mr. C. Janssen heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht de ten laste gelegde feiten bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

Ten aanzien van feit 1: dat [bedrijf]. in of omstreeks de periode van 25 februari 2019 tot en met 16 juni 2025 te Curacao, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) bij de Belastingverordening voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene landsverordening Landsbelastingen, te weten:

- (een) aangifte(n) voor de winstbelasting over de/het jaar/jaren 2018, 2019, 2020, 2021 of 2022,

niet binnen de door de Inspecteur der belastingen gestelde termijn heeft gedaan,

tot het plegen van welke bovengenoemde strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Ten aanzien van feit 2:

dat [bedrijf]. in de periode van 24 januari 2025 tot en met 16 juni 2025 te Curacao, (telkens) tezamen in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, bij de Belastingverordening voorziene inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, als bedoeld in de Algemene landsverordening Landsbelastingen, te weten:

- (een) aangifte(n) voor de winstbelasting over de/het jaar/jaren 2018, 2019, 2020, 2021 en/of 2022,

niet, onjuist of onvolledig heeft verstrekt,

tot het plegen van welke bovengenoemde strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven.

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmiddelen

1. Een schriftelijk bescheid, houdende een brief van de Stichting Belasting Accountants Bureau gedagtekend 16 januari 2024, met voor zover van belang de volgende inhoud (los stuk):

2. Een schriftelijk bescheid, houdende een brief van de Stichting Belasting Accountants Bureau gedagtekend 2 april 2024, met voor zover van belang de volgende inhoud (los stuk):

3. Een schriftelijk bescheid, houdende een brief van de Stichting Belasting Accountants Bureau gedagtekend 21 mei 2024, met voor zover van belang de volgende inhoud (los stuk):

4. Een schriftelijk bescheid, houdende een brief van de Inspecteur der Belastingen gedagtekend 24 januari 2025, met voor zover van belang de volgende inhoud (los stuk):

6. Een schriftelijk stuk, houdende een uittreksel uit het Handelsregister van Curaçao, met onder meer de navolgende inhoud (los stuk):

5. De verdachte heeft ter terechtzitting het volgende verklaard:

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte de bewezen verklaarde feiten heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Opgemerkt zij dat in de bewijsmiddelen geen expliciete landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.

“[bedrijf]

Att.: [verdachte]

[adres]

Onderwerp: indiening aangifte(n) en/of betaling(en)

Ons nummer: 2024/00715

Geachte heer/mevrouw,

Uit informatie van de inspectie blijkt dat uw onderneming, handelend onder de naam [bedrijf] niet alle aangifte(n) en/of betaling(en) heeft gedaan. Ik verwijs hiervoor naar de volgende pagina.

Op grond van de artikelen 6 lid 4, 14 lid 1, en 15 lid 4 van de ALL bent u verplicht om uw aangiften duidelijk, stellig en zonder voorbehoud ingevuld en ondertekend in te dienen bij de Inspecteur der Belastingen. Het niet of onjuist doen van de aangifte(n) is strafbaar gesteld bij de genoemde landsverordening.

U krijgt tot drie (3) weken na de datum van ontvangst van deze brief de gelegenheid om de door u in te dienen aangifte(n) voor het/de bovengenoemde middel(en) over de hierna genoemde periode(n) in te dienen bij de Inspecteur der Belastingen.

Indien u van mening bent dat het bovenstaande niet op u van toepassing is, dan verzoek ik u vriendelijk doch dringend om zo spoedig mogelijk contact op te nemen op onderstaand telefoonnummer of via onderstaand adres.

Hoogachtend,

[ondertekend door [persoon 1]]

Hierbij verklaart ondergetekende een enveloppe met als inhoud brief nummer 2024/00715 in ontvangst te hebben genomen op vrijdag 16 januari 2024.

Voor ontvangst:

[ondertekend door [verdachte]]

Belastingmiddelen:

X= Aangifte(n) en betaling(en) ontbreken ”

“[bedrijf]

Att.: [verdachte]

[adres]

Onderwerp: indiening aangifte(n) en/of betaling(en)

Geachte heer/mevrouw,

Op 16/01/2024 heb ik met u besproken dat u een kopie van de aangifte(n) bij de Stichting Belasting Accountants Bureau moet indienen. De afspraak was dat u dit uiterlijk drie weken na datum van ontvangst van de eerste brief zou doen. Tot op heden heeft u dit echter niet gedaan.

In de tabellen op de volgende pagina wordt nogmaals aangegeven welke aangifte(n) ontbreken. Indien u de aangifte(n) niet binnen drie weken na datum van deze brief door u worden gedaan, kan ik u aanmelden bij het Team Inlichtingen en Opsporing en de Ontvanger.

Langs deze weg wil ik u nogmaals in de gelegenheid stellen om een kopie van de aangifte(n) bij mij in te leveren en wel uiterlijk binnen drie (3) weken na datum ontvangst van deze brief.

Indien u van mening bent dat het bovenstaande niet op u van toepassing is, dan verzoek ik u vriendelijk doch dringend om zo spoedig mogelijk contact op te nemen op onderstaand telefoonnummer of via onderstaand adres.

Hoogachtend,

[ondertekend door [persoon 2]]

Voor ontvangst:

[ondertekend door [persoon 3]]

Datum 2-4-2022

Belastingmiddelen:

X= Aangifte(n) en betaling(en) ontbreken”

“[bedrijf]

Att.: [verdachte]

[adres]

Onderwerp: indiening aangifte(n) en/of betaling(en)

Geachte heer/mevrouw,

Op 16/01/2024 en 02/04/2024 heb ik u medegedeeld dat u een kopie van de aangifte(n) bij de Stichting Belasting Accountants Bureau in moet dienen binnen een periode van drie (3) weken na ontvangst van de brief. Tot op heden heeft u hier niet aan voldaan.

Ik stel u hierbij voor de derde en laatste keer in de gelegenheid stellen om de kopie aangifte(n) bij mij in te dienen en wel binnen drie (3) weken na datum ontvangst van deze brief.

Op de volgende pagina wordt nogmaals aangegeven welke aangifte(n) ontbreken. Ik wijs u erop dat ik, indien ik op deze datum nog geen aangifte(n) van u heb ontvangen, de mogelijkheid heb om:

- de inspecteur voor te stellen om (taxatieve) aanslagen (een aanslag( op te laten leggen; danwel

- u aan te melden bij het Team Inlichtingen en Opsporing van de Stichting Belasting Accountants Bureau en bij de Ontvanger.

De aanmelding kan tot gevolg hebben dat u op grond van artikel 49 van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen strafrechtelijk wordt vervolgd. Een strafrechtelijke vervolging kan bij veroordeling door de rechter, leiden tot een gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaar of een geldboete van maximaal ANG 100.000 en/of, indien dit meer bedraagt, maximaal tweemaal het bedrag van de verschuldigde belasting.

Hoogachtend,

[ondertekend door [persoon 2]]

Voor ontvangst:

[ondertekend [verdachte]]

Belastingmiddelen:

(…)

X= Aangifte(n) en betaling(en) ontbreken”

“[bedrijf]

Att.: [verdachte]

[adres]

Onderwerp: Uitnodiging voor indiening aangiften WB

Laatste aanmaning voor indiening aangiften WB, dan wel verzoek inlichtingen voor de belastingheffing.

Geachte heer/mevrouw,

De Inspecteur der Belastingen heeft op de volgende data de uitnodiging tot indiening van de aangiften winstbelasting (WB), van de volgende tijdvakken, verstuurd:

U bent door de Stichting Belastingaccountantsbureau diverse malen aangemaand om de achterstallige winstbelastingen in te dienen middels brieven die rechtstreeks aan u zijn uitgereikt op 16-01-2024, 02-04-2024, 21-05-2024. Tot op heden is niet volledig voldaan aan de aangifteplicht WB.

U dient de aangifte WB van de jaren 2018 t/m 2022 in te dienen vóór 10-03-2025. Indien u deze deadline niet haalt, zal uw dossier conform het beleid aan de Officier van Justitie worden overgedragen ter strafrechtelijke vervolging.

U pleegt een misdrijf als u niet voldoet aan dit verzoek tot inlichtingen.”

5. Een proces-verbaal van het Team Inlichtingen en Opsporing van de Stichting Belasting Accountants Bureau van 23 juni 2025, op ambtseed opgemaakt door [verbalisant], met onder meer de navolgende inhoud:

“Voor de WB zijn taxatieve aanslagen met boetes opgelegd over de jaren 2018-2022.”

“Registration number: [nummer](0)

In the Commercial Register of the Curaçao Chamber of Commerce & Industry is registered under number [nummer]: [bedrijf].

Trade name [bedrijf].

Legal form Limited liability company

Official name [bedrijf]

Statutory seat Curaçao

Date of incorporation April 19, 2001

Date established April 19, 2001

Address [adres]

Country Curacao

Mailing address (same as above)

Official(s)

Function Statutory director

Title description Managing Director

Name [verdachte]

Date of birth [geboortedatum], 1969

Country of birth [geboorteplaats]

“Ik ben directeur van [bedrijf]. Het klopt dat ik voor de in de tenlastelegging genoemde belastingjaren uitnodigingen heb ontvangen om aangifte winstbelasting te doen.”

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande:

Feit 1:

dat [bedrijf]. in of omstreeks de periode van 25 februari 2019 tot en met 16 juni 2025 te Curacao, bij de Belastingverordening voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene landsverordening Landsbelastingen, te weten:

- aangiften voor de winstbelasting over de jaren 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022,

niet binnen de door de Inspecteur der belastingen gestelde termijn heeft gedaan,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven;

Feit 2:

dat [bedrijf]. in de periode van 24 januari 2025 tot en met 16 juni 2025 te Curacao, bij de Belastingverordening voorziene inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, als bedoeld in de Algemene landsverordening Landsbelastingen, te weten:

- aangiften voor de winstbelasting over de jaren 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022,

niet, onjuist of onvolledig heeft verstrekt,

aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte telkens feitelijk leiding heeft gegeven.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij ervan uitgaat dat alle stukken altijd tijdig zijn ingediend omdat hij dit aan zijn accountant heeft gevraagd. Zonder nadere onderbouwing hiervan, acht het Gerecht dit onvoldoende om te betwisten dat verdachte niet aan voornoemde belastingverplichtingen heeft voldaan. Verdachte heeft verklaard, althans zo begrijpt het Gerecht hem, dat hij inmiddels aan alle belastingverplichtingen heeft voldaan. Ook indien dat het geval is – de officier van justitie was daarmee niet bekend - blijkt uit het dossier dat dit jarenlang anders is geweest. Mocht verdachte inmiddels aan alle verplichtingen hebben voldaan, dan zal het nakomen van de bijzondere voorwaarden voor hem ook minder belastend zijn.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 49 van de Algemene Landsverordening Landsbelastingen en wordt als volgt gekwalificeerd:

Feit 1: Het niet binnen de gestelde termijn doen van aangifte door een rechtspersoon, terwijl die daartoe ingevolge de belastingverordening was verplicht, aan welke verboden gedraging de verdachte feitelijke leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd.

Feit 2: Het niet verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en deze niet, onjuist, of onvolledig verstrekken door een rechtspersoon, terwijl die daartoe ingevolge de belastingverordening was verplicht, aan welke verboden gedraging de verdachte feitelijk leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijke strafmaximum.

De naamloze vennootschap [bedrijf]. heeft gedurende meerdere jaren de aangiften winstbelasting te laat ingediend. De verdachte is daarvoor als feitelijk leidinggevende verantwoordelijk te achten.

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte hiervoor te veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden die erop gericht dat de verdachte zijn verplichtingen op grond van de ALL voortaan nakomt.

Het Gerecht acht deze vordering passend en zal een straf overeenkomstig die vordering opleggen. De verdachte heeft gedurende meerdere jaren onvoldoende acht geslagen op de belastingverplichtingen van zijn onderneming, waardoor het Land Curaçao belastinginkomsten is misgelopen. Het innen van belastingen is van wezenlijk belang voor een gezonde samenleving, omdat hiermee publieke diensten en voorzieningen – zoals onderwijs en infrastructuur – worden bekostigd. Door zijn handelen heeft de verdachte het Land benadeeld. Om de verdachte te bewegen zijn verplichtingen alsnog en in de toekomst na te komen, zal het Gerecht aan de op te leggen geheel voorwaardelijke gevangenisstraf bijzondere voorwaarden verbinden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op artikelen 1:19, 1:20, 1:21, 1:127 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 3 maanden;

bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 jaren aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

als bijzondere voorwaarden worden gesteld dat

o bij de Ontvanger van Curaçao een betalingsregeling voor de openstaande schuld zal treffen en die zal nakomen;

o ervoor zal zorgdragen dat alle op de rechtspersoon betrekking hebbende aangiftes tijdig worden gedaan en dat de daarop verschuldigde betalingen tijdig zullen plaatsvinden.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. P.M. Leijten, bijgestaan door mr. H. van der Schaft, (zittingsgriffier), en op 18 augustus 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl CFN 2025/124 met annotatie van -
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?