GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202503725
Beschikking d.d. 4 november 2025
inzake
de naamloze vennootschap
INTERNISTENPRAKTIJK ALEXAN N.V.,
gevestigd in Curaçao,
verzoekster,
gemachtigden: mrs. M.F. Bonapart en L.J.C. Frias,
tegen
[Verweerster],
wonend in [woonplaats],
verweerster,
gemachtigde: mr. A.K.E. Henriquez.
Partijen zullen hierna Alexan en [verweerster] worden genoemd.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 10 september 2025, met de daarbij overgelegde
producties;
- de aanvullende producties zijdens Alexan;
- het verweerschrift;
- de mondelinge behandeling gehouden op 30 september 2025, waar namens [directeur 1] (directeur) via videoverbinding is verschenen, bijgestaan door de gemachtigden voornoemd. [verweerster] is in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd;
De uitspraak is bepaald op heden.
2. De feiten
verweerster], thans 68 jaar, is sinds 1 januari 1997 als “doktersassistente” in dienst van Alexan, oorspronkelijk in een fulltime dienstverband en tegen een brutoloon van Cg 2898,56.
Uit de overgelegde loonstroken kan worden opgemaakt dat [verweerster] sinds juli 2024 4 keer per week een halve dag heeft gewerkt en een brutoloon van
Cg 1.855,08 heeft ontvangen.
Alexan heeft een betalingsbewijs overgelegd waaruit blijkt dat zij op 25 juli 2024 een bedrag van Cg 22.525,32 op de rekening van [verweerster] heeft overgemaakt. In de omschrijving van deze overboeking staat: Cessantia & Salaris juli 2024.
Bij brief van 2 maart 2024 heeft de bij Alexan werkzaam zijnde internist [directeur 1] (hierna: [directeur]) bij SVB aangekondigd dat hij zijn praktijk per 1 juni 2024 gaat sluiten.
Alexan heeft op 17 april 2025 bij de Directeur Sector Arbeid (hierna: de directeur) een ontslagvergunning aangevraagd voor het beëindigen van de arbeidsovereenkomst van [verweerster].
Bij brief van 2 mei 2024 heeft de SVB de inschrijving van [directeur] als medewerkend specialist per 1 juni 2024 beëindigd.
Bij beschikking van 18 juni 2025 is het verzoek van Alexan tot het verkrijgen van een ontslagvergunning voor [verweerster] afgewezen. Daarbij overwoog de directeur dat er onvoldoende bewijs is overgelegd van de noodzaak tot sluiting op korte termijn en dat er geen concrete sluitingsdatum was genoemd.
Op 27 juni 2025 heeft Alexan in het Antilliaans Dagblad aangekondigd dat zij per 1 oktober 2025 permanent zal worden gesloten. Patiënten die nog in behandeling waren werden verzocht om hun medisch dossier te komen ophalen en hun behandeling voort te zetten bij hun huisarts of de specialisten in het Curaçao Medical Center.
verweerster] is momenteel de enige resterende werknemer van Alexan. Alexan neemt geen nieuwe patiënten meer aan en er zijn sinds 1 oktober 2025 geen bedrijfsactiviteiten meer.
3. Het geschil
Alexan verzoekt het gerecht om bij beschikking de arbeidsovereenkomst tussen Alexan en [verweerster] te ontbinden primair zonder toekenning van een vergoeding althans subsidiair met een gematigde billijke vergoeding, met veroordeling van [verweerster] in de proceskosten.
Alexan legt - kort samengevat - aan haar verzoek ten grondslag dat er sprake is gewichtige redenen zijnde veranderingen in de omstandigheden waardoor de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen.
verweerster] heeft gemotiveerd verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. In het geval besloten wordt tot ontbinding over te gaan, maakt [verweerster] aanspraak op een billijke vergoeding conform artikel 7A:1615 w lid 5 BW.
Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover voor de te nemen beslissing van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Opzegverbod
Naar het oordeel van het gerecht houdt het verzoek van Alexan geen verband met enig opzegverbod zodat dit een mogelijke ontbinding niet in de weg staat.
Ontbinding
Uitgangspunt bij de beoordeling van het ontbindingsverzoek is dat de werkgever ingevolge artikel 7A:1615w lid 1 BW te allen tijden bevoegd is zich wegens gewichtige redenen tot de rechter te wenden met het schriftelijk verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Als gewichtige redenen worden beschouwd omstandigheden, welke een dringende reden, als bedoeld in artikel 7A:1615o eerste lid BW zouden hebben opgeleverd, alsook veranderingen in de omstandigheden welke van dien aard zijn, dat de dienstbetrekking billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.
Alexan legt aan haar verzoek ten grondslag dat er sprake is van veranderingen in de omstandigheden. Deze veranderde omstandigheden zijn volgens Alexan dat zij genoodzaakt was om haar bedrijfsactiviteiten te beëindigen. Ter onderbouwing van haar stelling heeft Alexan betoogd dat de afbouw van haar bedrijfsvoering al langer in gang is gezet, dat de inschrijving van de internist als medewerkend specialist bij de SVB inmiddels is beëindigd, dat de sluiting van de onderneming per 1 oktober 2025 intussen publiekelijk is aangekondigd en dat [verweerster] de enige resterende medewerker is van de praktijk. Nu Alexan sinds 1 oktober 2025 ook daadwerkelijk is opgehouden te bestaan, ontbreekt er volgens Alexan iedere mogelijkheid tot handhaving van [verweerster] in haar functie.
verweerster] betwist dat er sprake is van veranderingen in de omstandigheden die een ontbinding rechtvaardigen. Hoewel zij onderkent dat Alexan inmiddels geen bedrijfsactiviteiten ontplooit, is [verweerster] van mening dat er geen sprake was van bedrijfseconomische reden voor de sluiting. Volgens [verweerster] heeft Alexan zelf en niet de SVB besloten om de praktijk te sluiten. Bovendien is de aan de praktijk verbonden internist sinds 1 juni 2024 inderdaad uitgeschreven uit de SVB maar is hij volgens [verweerster] daarna gewoon blijven doorwerken voor Alexan. Een noodzaak om per 1 oktober 2025 te sluiten was er naar de mening van [verweerster] dan ook niet aanwezig.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, is genoegzaam duidelijk geworden dat Alexan haar praktijk vanaf 1 oktober 2025 heeft gesloten en dat er dus sprake is van staking van de onderneming. Dat komt, naar het oordeel van het gerecht, inderdaad neer op een verandering in de omstandigheden die de ontbinding van de arbeidsovereenkomsten met [verweerster] rechtvaardigt. Er is immers geen werk meer voor [verweerster], daarmee is met voortzetting van haar dienstverband geen redelijk doel meer gediend. Het verzoek tot ontbinding zal dan ook worden toegewezen. De arbeidsovereenkomst zal per 10 november 2025 door het gerecht worden ontbonden.
Billijke vergoeding
Vervolgens staat ter beoordeling de vraag of met het oog op de omstandigheden van het geval het billijk voorkomt dat aan [verweerster] op grond van artikel 7A:1615w lid 5 BW een vergoeding wordt toegekend, en zo ja, wat de hoogte van die vergoeding zal moeten zijn.
Alexan stelt zich op het standpunt dat aan [verweerster] geen ontbindingsvergoeding dient te worden toegekend. In verband hiermee heeft Alexan gesteld dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst gelegen is in de staking van de bedrijfsactiviteiten en niet in enig verwijtbaar handelen van Alexan. Verder heeft Alexan betoogd dat [verweerster] een bedrag van Cg 24.414,79 aan Cessantia heeft ontvangen en dat daarmee in de primaire vergoeding bij beëindiging van haar arbeidsovereenkomst in juli 2024 reeds volledig en adequaat is voorzien. Alexan is voorts van mening dat in het geval het gerecht toch van oordeel is dat een billijke vergoeding op zijn plaats is, dan dient er rekening te worden gehouden met het feit dat [verweerster] reeds de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en dat zij sinds 1 juli 2024 een nieuw parttime dienstverband is aangegaan tegen een maandelijkse loon Cg 1.855,08.
verweerster] heeft het gerecht verzocht om, in geval van ontbinding, een geldelijke vergoeding toe te kennen die conform de kantonrechtersformule wordt vastgesteld, met toepassing van correctiefactor C=2. Volgens [verweerster] valt de ontbinding in de risicosfeer van Alexan. Immers de noodzaak tot ontbinding bestaat niet, het is volgens [verweerster] gecreëerd door Alexan. Zij heeft zelf ervoor gekozen om haar deuren te sluiten. Verder voert [verweerster] aan dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen in juli 2024 niet rechtsgeldig is geëindigd. Naar de mening van [verweerster] dient het gerecht bij het bepalen van de ontbindingsvergoeding derhalve uit te gaan van een dienstverband dat vanaf 1997 reeds voortduurt en waarvan het laatstgenoten loon Cg 2.898,56 bedraagt. Ook de stelling van Alexan dat er een bedrag aan Cessantia destijds is uitbetaald, wordt door [verweerster] betwist. Zij beschouwt die betaling als een verrekening van het bedrag dat Alexan ten onrechte sinds juli 2024 op haar salaris heeft ingehouden. Ten slotte heeft [verweerster] nog aangevoerd dat zij geen pensioenvoorziening bij Alexan heeft opgebouwd, dat zij de ontbindingsvergoeding nodig zal hebben om daarna een andere baan te kunnen vinden en dat zij altijd naar behoren heeft gefunctioneerd.
Hoewel het Alexan vrij staat om over te gaan tot bedrijfssluiting als dat haar (gegeven de omstandigheden) juist voorkomt, betekent dit, naar het oordeel van het gerecht, niet dat de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] zonder toekenning van een billijke vergoeding gepaard dient te gaan. Het gerecht acht bij die beslissing van doorslaggevend belang dat het besluit om haar deuren te sluiten een omstandigheid is die geheel in de risicosfeer van Alexan ligt en ook dat [verweerster] ten aanzien van de bedrijfssluiting op geen enkel wijze verwijt treft. Gelet hierop acht het gerecht het gerechtvaardigd om [verweerster] een billijke vergoeding ten laste van Alexan toe te kennen.
Het verzoek van [verweerster] om bij de bepaling van die vergoeding correctiefactor C=2 toe te passen, zal niet door het gerecht worden gehonoreerd. Dit omdat tussen partijen onbetwist vaststaat dat de internist van Alexan reeds in 2024 de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar had bereikt en Alexan daarmee een gerechtvaardigd belang had om met de bedrijfsvoering te stoppen. Bovendien had Alexan de bedrijfssluiting al vóór juli 2024 aangekondigd waardoor dit niet als een verrassing voor [verweerster] kon komen.
Het gerecht zal verder bij het bepalen van de vergoeding, anders dan Alexan heeft betoogd, niet alleen de dienstjaren vanaf juli 2024 meetellen. Reden hiervoor is dat in deze procedure, waarbij er geen ruimte is voor nadere bewijslevering, niet vast is komen te staan dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen destijds rechtsgeldig is beëindigd. Maar zelfs indien daarvan uit zou moeten worden gegaan, is het gerecht van oordeel dat gelet op artikel 7A:1615 e lid 7 BW, de duur van het dienstverband van [verweerster] dient te worden beschouwd als de duur van de “ketting” van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten. Het gerecht gaat dan ook uit van een dienstverband dat sinds 1997 voortduurt.
Ten aanzien van de hoogte van haar loon, zal het gerecht uitgaan van het laatst verdiende loon van [verweerster] zijnde het bedrag van Cg 1.855,08. Dat [verweerster] vanaf juli 2024 dat bedrag heeft ontvangen is niet door haar betwist en blijkt overigens uit de overgelegde loonstroken. Indien [verweerster] van mening is dat er sprake is geweest van een eenzijdige wijziging van haar arbeidsvoorwaarden en dat zij daardoor ten onrechte steeds te weinig betaald heeft gekregen, dient zij daarover een loonvorderingsprocedure te voeren. Bij het bepalen van de vergoeding zal het gerecht tevens rekening houden met het reeds door Alexan aan [verweerster] betaalde bedrag van Cg 22.525,32. Dat dit bedrag als een verrekening voor ten onrechte ingehouden loon moet worden beschouwd is, gelet op de betwisting van Alexan, onvoldoende door [verweerster] nader onderbouwd en daardoor niet komen vast te staan.
Voorts zal het gerecht het feit dat [verweerster] 68 jaar is en al de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, bij haar beslissing betrekken. Het is alleszins gebruikelijk dat werknemers bij het bereiken van de AOV- gerechtigde leeftijd stoppen met werken waardoor het, naar het oordeel van het gerecht, billijk is om ten aanzien van de toe te kennen vergoeding een correctie toe te passen. Het doel van een dergelijke vergoeding is namelijk om te voorzien in een uitkering gedurende een voor de werknemer redelijk geachte termijn waarin zij de gelegenheid heeft een andere dienstbetrekking te vinden.
Ten slotte laat het gerecht meewegen dat niet is gebleken dat Alexan in een slechte financiële situatie verkeert, dat [verweerster] al haar dienstjaren tot tevredenheid van Alexan heeft gefunctioneerd, dat zij zich steeds flexibel voor Alexan heeft opgesteld en dat zij een zeer loyale werknemer is geweest. Hetgeen alleen al blijkt uit het feit dat [verweerster] ook na het bereiken van haar pensioengerechtigde leeftijd bij Alexan is blijven doorweken. Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, acht het gerecht een billijke vergoeding ten bedrage van Cg 32.500,- bruto aangewezen.
Nu aan de ontbinding een billijke vergoeding wordt verbonden, zal Alexan, gelet op artikel 7A:1615w lid 6 BW, in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in te trekken binnen de hierna genoemde termijn.
Proceskosten
Alexan zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [verweerster] worden tot op heden begroot op Cg 1.250,- aan salaris voor de gemachtigde.
5. De beslissing
Het gerecht:
stelt partijen in kennis van haar voornemen de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 10 november 2025 te ontbinden wegens veranderingen in de omstandigheden, onder toekenning van na te melden billijke vergoeding ten laste van Alexan;
stelt Alexan in de gelegenheid om schriftelijk, uiterlijk vrijdag 7 november 2025, tegenover [verweerster] het verzoek in te trekken en daarvan aan de griffier van het gerecht mededeling te doen;
veroordeelt Alexan in de proceskosten, die aan de zijde van [verweerster] worden begroot op Cg 1.250;
en, voor het geval dat Alexan niet vóór 7 november 2025 tot intrekking van het ontbindingsverzoek zal overgaan:
ontbindt de tussen Alexan en [verweerster] bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 10 november 2025;
kent ter zake van die ontbinding aan [verweerster] ten laste van Alexan een vergoeding toe van Cg 32.500,- bruto, waarop een eventueel nog toe te kennen cessantia-uitkering in mindering strekt;
veroordeelt Alexan in de proceskosten, die aan de zijde van [verweerster] worden begroot op Cg 1.250;
verklaart deze beschikking, voor wat betreft de beslissingen onder 5.3., 5.5. en 5.6. uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en op 4 november 2025 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.