ECLI:NL:OGEAC:2025:292

ECLI:NL:OGEAC:2025:292, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 10-12-2025, CUR202501494

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 12-01-2026
Zaaknummer CUR202501494
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Bodemzaak

Samenvatting

Beslissing SVB onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Beroep gegrond. Betreden beschikking wordt vernietigd, maar rechtsgevolgen blijven in stand. Afwijzing van de aanvraag om toekenning ongevallengeld blijft in stand.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Uitspraak

in het geding tussen:

[eiseres],

eiseres,

wonende te Curaçao,

en

de directeur van de Sociale Verzekeringsbank,

verweerster,

gemachtigde: mr. N. Dare

Partijen worden in deze uitspraak hierna eiseres en de SVB genoemd.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt het Gerecht het beroep van eiseres tegen de beslissing van de SVB om haar geen ongevallengeld toe te kennen.

De SVB heeft de aanvraag van eiseres afgewezen bij een ongedateerde beschikking. Eiseres heeft deze beschikking ontvangen in de week van 7 april 2025 (de bestreden beschikking).

Eiseres heeft op 9 mei 2025 tegen de bestreden beschikking een beroepschrift ingediend. De SVB heeft op 22 augustus 2025 per email met een verweerschrift op het beroep gereageerd.

Het Gerecht heeft het beroep op 29 oktober 2025 ter zitting behandeld. Eiseres is verschenen. De SVB is vertegenwoordigd door haar gemachtigde, controlerend geneeskundige [naam controlerend geneeskundige], en medisch specialist [naam specialist]. De behandeling vond plaats met bijstand van de tolk mevrouw M. Troncon.

Na afloop van de zitting is eiseres in de gelegenheid gesteld om medische stukken behorende bij haar beroepschrift en een op te vragen verklaring van haar psycholoog alsnog in te dienen bij het Gerecht. De SVB heeft vervolgens gereageerd op de ingediende stukken.

Beoordeling door het Gerecht

Het Gerecht beoordeelt de bestreden beschikking aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

Het Gerecht komt tot het oordeel dat aan de bestreden beschikking een zorgvuldigheids- en een motiveringsgebrek kleeft. Het beroep is daarom gegrond. Dat leidt tot vernietiging van de bestreden beschikking. Het Gerecht ziet echter aanleiding om de rechtsgevolgen van de te vernietigen beschikking in stand te laten. Het Gerecht is namelijk van oordeel dat de SVB heeft kunnen oordelen dat er geen causaal verband bestaat tussen het incident op 9 november 2024 en de klachten van eiseres en verder dat de klachten niet leiden tot arbeidsongeschiktheid van eiseres voor haar normale werk.

Het Gerecht legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Wat is relevant om te weten in deze zaak?

3. Eiseres is werkzaam bij loterijkantoor “[naam loterijkantoor]”. Op 9 november 2024 heeft eiseres het kantoor aan de [adres loterijkantoor] afgesloten en daarbij raakte één van de drie ijzeren deurbladen los. Die is vervolgens tegen het hekwerk naast het loterijkantoor gevallen. Het deurblad heeft eiseres niet geraakt.

Eiseres heeft zich op 11 november 2024 en op 18 november 2024 arbeidsongeschikt gemeld. Zij is telkens na drie dagen vanaf deze meldingen weer gaan werken. Op 20 januari 2025 meldt eiseres zich arbeidsongeschikt wegens hoofdpijn, migraine en duizeligheid. Vervolgens meldt eiseres zich arbeidsongeschikt op 23 januari 2025 wegens rugpijn en op 25 januari 2025 met pijnklachten in andere lichaamsdelen en met vrees. De arbeidsongeschiktheidsmeldingen van januari zijn door telefonische onbereikbaarheid van eiseres niet geaccordeerd door de SVB en eiseres is door blijven werken.

Tijdens een consult met de controlerend geneeskundige op 5 februari 2025 dient eiseres een meldingsformulier bedrijfsongeval in, ter verkrijging van ongevallengeld.

Waarom heeft de SVB het verzoek van eiseres afgewezen?

4. Uit het verweerschrift blijkt dat de SVB de door eiseres en de werkgever ingevulde meldingsformulieren, de bevindingen van de controlerend geneeskundige en een onderzoeksrapport van de verzekeringsinspecteur aan haar beslissing ten grondslag heeft gelegd.

De SVB heeft de aanvraag van eiseres om ongevallengeld afgewezen, omdat er geen causaal verband bestaat tussen het incident op haar werk en de psychische en medische klachten van eiseres. Verder zijn de klachten volgens de SVB niet zodanig dat eiseres niet in staat is om haar normale werk te verrichten.

Ter onderbouwing wijst de SVB op het ontbreken van objectieve medische informatie die de gestelde psychische en medische klachten verklaart en relateert aan het incident. Daarbij neemt de SVB het tijdsverloop van de arbeidsongeschiktheidsmeldingen in aanmerking. Eiseres heeft direct na het incident doorgewerkt, op twee korte ziekmeldingen na, en zich pas in januari 2025 arbeidsongeschikt gemeld waarop zij een claim bedrijfsongeval heeft ingediend. Tot slot heeft de SVB rekening gehouden met de verklaring van de huisarts van eiseres van 13 november 2024 dat zij andere ‘stressful life events’ heeft meegemaakt in het verleden. Volgens de SVB betekent dat dat de klachten van eiseres mede het gevolg kunnen zijn van deze ‘stressful events’ en dat er dus geen sprake is van een duidelijke medische causaliteit tussen het incident en de klachten.

Wat voert eiseres aan en wat vindt het Gerecht daarvan?

5. Eiseres betoogt dat de beslissing van de SVB onjuist en onbegrijpelijk is. Als gevolg van het incident op haar werk op 9 november 2024 heeft eiseres een posttraumatische stressstoornis (PTSS) opgelopen. Ook heeft zij sindsdien last van slapeloosheid, benauwdheid en pijn in haar rechterarm. Daardoor kan zij met veel moeite haar werkzaamheden uitoefenen.

6. De beroepsgrond slaagt in zoverre dat aan de beslissing van de SVB een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek kleeft. Daarom was de beslissing voor eiseres onvoldoende begrijpelijk. Het Gerecht motiveert dat als volgt.

In deze zaak geldt voor zover van belang het volgend wettelijk kader.

Onder arbeidsongeschiktheid in de zin van de Landsverordening Ongevallenverzekering (LvO) wordt verstaan -kort gezegd- de toestand waarin de werknemer verkeert, die als gevolg van een ongeval gedurende een etmaal of langer, niet in staat is om zijn normale werk te verrichten.

Op grond van artikel 3 van de LvO heeft een werknemer aan wie een ongeval is overkomen krachtens de bepalingen van de LvO en ongeacht het voortduren van het dienstverband tegenover de bank recht op een tegemoetkoming, bestaande uit geneeskundige behandeling en verpleging, en uitkeringen in geld.

Het Gerecht is van oordeel dat de bestreden beschikking onzorgvuldig en onvolledig is opgesteld en geformuleerd. Het betreft een automatisch gegenereerde verklaring zonder datum en ondertekening en met een zeer summiere weergave van de motivering. Er staat slechts: “De BO (het Gerecht begrijpt: bedrijfsongeval) claim is niet akkoord. Het is niet aannemelijk dat er een verband staat tussen het incident met het hekwerk en de klachten van verzekerde!!!!”

De SVB heeft ter zitting toegelicht dat de procedure is dat de verzekerde opgeroepen wordt voor een uitgebreide toelichting op de beslissing en dat het formulier daarbij als hulpmiddel dient. Eiseres is volgens de SVB ten onrechte niet opgeroepen voor een uitleggesprek op 7 april 2025. De SVB erkent dat op het formulier een datum ontbreekt en dat de vier uitroeptekens er niet hadden moeten staan.

Deze wijze van bekendmaking van de beslissing leidt ertoe dat de beroepsgrond in zoverre doel treft. Het is immers van belang dat een bestuursorgaan een beslissing die de burger in zijn of haar rechtstoestand raakt zorgvuldig en voorzien van een begrijpelijk geformuleerde motivering op schrift stelt. De bestreden beschikking zal wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel worden vernietigd. Het Gerecht ziet echter aanleiding om -ter finale beslechting van het geschil- de rechtsgevolgen van de te vernietigen bestreden beschikking in stand te laten. De onzorgvuldigheden maken namelijk de conclusies van de SVB niet anders. De SVB heeft in het verweerschrift en ter zitting alsnog toegelicht op welke motivering haar beslissing berust. Wat eiseres aanvoert geeft het Gerecht geen aanleiding om het medisch oordeel van de controlerend geneeskundige in twijfel te trekken. Ook de na de zitting door eiseres overgelegde stukken bieden geen aanknopingspunt voor mogelijke twijfel aan dat medisch oordeel. Deze stukken omvatten een verwijsbrief van de huisarts van eiseres naar een psycholoog, een al eerder overgelegde verwijsbrief naar een fysiotherapeut, een aanvraagformulier radiologie van het CMC betreffende eiseres, drie arbeidsongeschiktheidsmeldingen van eiseres, een afsprakenkaart van een psychologisch adviesbureau zonder naam van eiseres en nog een (vaag geprinte) afsprakenkaart met daarop de naam van eiseres maar zonder naam van een hulpverlener of arts. Geen van deze stukken bevat inhoudelijke medische informatie over de fysieke of psychische gezondheidssituatie van eiseres. In deze stukken vindt het Gerecht dus geen steun voor het standpunt van eiseres dat er wel een causaal verband is tussen het incident en de klachten van eiseres of dat eiseres meer beperkt is om arbeid te verrichten. Deze stukken doen het Gerecht dus niet twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling van de controlerend geneeskundige van de SVB.

De SVB heeft in de bestreden beschikking kunnen concluderen dat niet is komen vast te staan dat de klachten van eiseres zijn veroorzaakt door het incident op haar werk op 9 november 2024 en dat de klachten niet zodanig zijn dat eiseres niet geschikt is voor het verrichten van haar normale werk.

Conclusie en gevolgen

7. De beroepsgrond van eiseres slaagt in die zin dat de beslissing van de SVB onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat de bestreden beschikking moet worden vernietigd. Het Gerecht ziet aanleiding om de rechtsgevolgen van de te vernietigen beschikking in stand te laten omdat de SVB heeft kunnen oordelen dat causaal verband tussen het incident en de klachten van eiseres ontbreekt en dat de klachten niet zodanig zijn dat eiseres niet in staat is haar normale werk te verrichten. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om toekenning van ongevallengeld in stand blijft.

8. Omdat het beroep gegrond is, zal het Gerecht bepalen dat de SVB het door eiseres betaalde griffierecht van Cg 50,- aan haar moet vergoeden.

Beslissing

Het Gerecht:

Aldus vastgesteld door mr. drs. S. Lanshage, voorzitter, mr. P. Klik en

mr. M.A. Evertsz, leden, en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025, in tegenwoordigheid van mr. C. Anselma-Bernsen, griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Het hoger beroep moet worden ingediend bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan.

De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:

Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment worden ingediend.

Voor het instellen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. drs. S. Lanshage
  • mr. P. Klik
  • mr. M.A. Evertsz

Griffier

  • mr. C. Anselma-Bernsen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?