ECLI:NL:OGEAC:2025:294

ECLI:NL:OGEAC:2025:294, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 03-04-2025, 800.00001/25

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 03-04-2025
Datum publicatie 22-01-2026
Zaaknummer 800.00001/25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Gedeeltelijke toewijzing verzoek ex artikel 178 Sv strekkende tot vergoeding van door verzoeker geleden immateriële schade ten gevolge van jegens hem aangewende strafvorderlijke dwangmiddelen.

Uitspraak

Strafzaken over 2025Zaaknummer: 800.00001/25

Parketnummer: 555.00086/23

Uitspraak: 3 april 2025

Beschikking, gegeven op het verzoek ex artikel 178 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), ingediend door:

[verzoeker] (hierna: verzoeker),

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres],

gemachtigde: mr. S.N. Zahedi, advocaat in Curaçao.

1. Het verloop van de procedure

Namens verzoeker is op 6 januari 2025 een verzoek ex artikel 178 Sv ingediend. Het verzoek strekt tot vergoeding van door verzoeker geleden schade ten gevolge van jegens hem aangewende strafvorderlijke dwangmiddelen, ten bedrage van NAf 1.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag. Op 25 februari 2025 is dit verzoek aangevuld in die zin dat wordt verzocht een bedrag van NAf 750,00 te vergoeden voor de door verzoeker gemaakte kosten voor het doen opstellen en de behandeling van het onderhavige verzoek.

Het verzoek is behandeld in raadkamer van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 24 maart 2025. Verschenen zijn de gemachtigde van verzoeker, mr. Zahedi voornoemd, en de officier van justitie, mr. K. Hara.

De gemachtigde heeft het verzoekschrift mondeling toegelicht.

De officier van justitie heeft in raadkamer op het verzoek gereageerd.

Bij email van 26 maart 2025 heeft het Gerecht de officier van justitie gevraagd naar de precieze datum van invrijheidstelling van verzoeker. Op 27 maart 2025 heeft officier van justitie mr. Hara een reactie gegeven, waarna ook officier van justitie mr. Hato-Willems heeft gereageerd. Op 27 maart 2025 heeft mr. Zahedi een aanvullende reactie gegeven. Op haar beurt heeft officier van justitie mr. Hato-Willems op 28 maart 2025 een slotreactie gegeven.

Beslissing is (nader) bepaald op heden.

2. De ontvankelijkheid

Het verzoek is tijdig en op de juiste wijze ingediend, zodat verzoeker daarin kan worden ontvangen.

3. De beoordeling

Verzoeker werd op 17 april 2023 aangehouden en in verzekering gesteld ter zake van de verdenking van mishandeling (gepleegd met een wapen en zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbende) en openlijke geweldpleging. Tegen verzoeker is op 19 april 2023 een bevel tot verlenging van de inverzekeringstelling verleend. Op 19 april 2023 is verzoeker aan de rechter-commissaris voorgeleid. De rechter-commissaris heeft geoordeeld dat de voortzetting van de inverzekeringstelling onrechtmatig is en heeft de onmiddellijke invrijheidstelling van de verzoeker gelast. De rechter-commissaris heeft daartoe als volgt overwogen:

(…)

Het dossier bevat slechts getuigenverklaringen van personen die ofwel tot het kamp van verdachte en zijn vader behoren ofwel tot het kamp van het slachtoffer behoren. Gelet hierop moet behoedzaam met deze verklaringen worden omgegaan. Bovendien verklaren meerdere getuigen dat het, gelet op het tijdstip en stroomuitval, zo donker was buiten dat zij nauwelijks iets konden waarnemen. Dat er twee getuigen zijn die verklaren dat verdachte een bijdrage heeft geleverd aan het gevecht, bijvoorbeeld door het slachtoffer vast te houden, is dan ook niet zonder meer voldoende voor het aannemen van een redelijk vermoeden van schuld. In dit geval is het goed denkbaar dat de getuigen hebben gezien dat verdachte probeerde het gevecht te stoppen en het mes af te pakken, zoals hijzelf en andere getuigen verklaren. Gelet hierop bestond er onvoldoende verdenking om verdachte aan te houden en in verzekering te stellen.

(…)

De beschikking onmiddellijke invrijheidstelling is op 19 april 2023 om 17.33 uur aan verzoeker uitgereikt.

Verzoeker is van 17 april 2023 tot en met 19 april 2023 op het cellencomplex te [locatie] gedetineerd geweest.

Bij brief van 9 december 2024 heeft de officier van justitie aan verzoeker kennis gegeven dat hij hem vanwege onvoldoende wettig en overtuigend bewijs niet zal vervolgen.

Na verder debat heeft de officier van justitie zich per email op het standpunt gesteld dat verzoeker werd aangehouden naar aanleiding van de verklaring van de aangever dat verzoeker hem had vastgehouden zodat de vader van verzoeker de aangever kon steken. De aanhouding was rechtmatig en verzoeker komt niet voor schadevergoeding in aanmerking voor de twee dagen die hij in verzekering heeft doorgebracht, aldus de officier van justitie.

Op zijn beurt heeft de gemachtigde van verzoeker, eveneens per email, onder verwijzing naar voormelde beschikking van de rechter-commissaris, als zijn standpunt te kennen gegeven dat de inverzekeringstelling van verzoeker niet rechtmatig was. De rechter-commissaris heeft immers overwogen dat er onvoldoende verdenking bestond om verzoeker aan te houden en in verzekering te stellen, aldus nog steeds de gemachtigde van verzoeker.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Uit de stukken van het geding en het verhandelde in raadkamer blijkt dat verzoeker op 17 april 2023 op last van de officier van justitie buiten heterdaad is aangehouden. Verzoeker is vervolgens voor de hulp officier van justitie geleid en is verder onderzoek gedaan. Naderhand heeft de hulp officier van justitie de inverzekeringstelling van verzoeker bevolen. Daaraan voorafgaand is verzoeker gehoord. Het Gerecht tast echter nog altijd in het duister op grond waarvan en/of welke informatie precies verzoeker op 17 april 2023 buiten heterdaad is aangehouden. Ook na lezing van de processtukken in de strafzaak (ingescande versie opgeslagen in PRIEM), wordt dat niet duidelijk. In haar email van 28 maart 2025 verwijst de officier van justitie naar de aangifte van het slachtoffer [slachtoffer] en voert zij aan dat verzoeker werd aangehouden naar aanleiding van de verklaring van de aangever dat verzoeker hem had vastgehouden zodat de vader van verzoeker de aangever kon steken. De verklaring van [slachtoffer] bevindt zich echter niet bij de processtukken in de strafzaak van verzoeker. Uit het proces-verbaal van tweede verhoor van verzoeker, gedateerd 28 april 2023, maakt het Gerecht op dat aan verzoeker de – belastende – verklaring van [slachtoffer] van 19 april 2023 wordt voorgehouden. Ook die verklaring bevindt zich niet bij de processtukken in de strafzaak van verzoeker. Als met laatstgenoemde verklaring de aangifte van [slachtoffer] wordt bedoeld, dan is nog altijd onduidelijk en kan niet worden gecontroleerd op grond van welke informatie precies verzoeker reeds op 17 april 2023 buiten heterdaad werd aangehouden. Daarvoor kan geen verantwoording worden gevonden in de processenstukken in de strafzaak. Zulks is ook overigens uit de stukken van het geding en het verhandelde in raadkamer niet duidelijk geworden.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, is het Gerecht met de rechter-commissaris van oordeel dat er onvoldoende verdenking bestond om verzoeker aan te houden en in verzekering te stellen.

Aan verzoeker komt dan ook een vergoeding toe voor de dagen die hij in verzekering heeft doorgebracht in de politiecellen te [locatie] Het Gerecht zoekt voor de hoogte van de vergoeding aansluiting bij de vastgestelde normbedragen, te weten – in dit geval – NAf 100,00 per dag doorgebracht in een politiecel.

Met inachtneming van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het Gerecht een vergoeding ter zake van de door verzoeker ondergane inverzekeringstelling toekennen als volgt:

- Inverzekeringstelling: 2 x NAf 100,00 = NAf 200,00

Voor een vergoeding van de proceskosten ten bedrage van NAf 750,00 die verband houden met de voorbereiding, het indienen en de behandeling van het onderhavige verzoekschrift, als door de gemachtigde verzocht, ziet het Gerecht gelet op hetgeen de gemachtigde aan het verzoek ten grondslag heeft gelegd (kort gezegd: verzoeker heeft 10 dagen inverzekeringstelling ondergaan in het cellencomplex [locatie], waarna de officier van justitie had besloten geen bewaring van verzoeker te vorderen), wat te dien aanzien ten processe is komen vast te staan en de beslissing van het Gerecht, geen aanleiding.

De bedragen zijn verzocht in NAf. Omdat deze beschikking wordt gegeven na de invoering van de Caribische gulden (Cg), zal het toe te wijzen bedrag met Cg worden aangeduid.

Beslist wordt dan ook als volgt.

4. De beslissing

Het Gerecht:

- kent ten laste van het Land aan verzoeker een vergoeding toe van Cg 200,00 (zegge: tweehonderd Caribische guldens);

- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is op 3 april 2025 gegeven door mr. S.A. Carmelia, rechter in voornoemd Gerecht, in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.A. Carmelia

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?