GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202503385
Vonnis in kort geding van 3 oktober 2025
in de zaak van
[Eiser], wonende in [woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. A. Barendregt,
tegen
DYNAMIC MARINE SURVEY & SOLUTIONS SOUTH AMERICA B.V.,
gevestigd in Curaçao, gedaagde, vertegenwoordigd door [mede-directeur 1] en [belanghebbende 1].
Partijen worden hierna [eiser] en Dynamic genoemd.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 1 september 2025,
de mondelinge behandeling van 18 september 2025,
de pleitnotitie aan de zijde van [eiser].
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De feiten
eiser] (geboren op [geboortedatum] 1995) is op 1 maart 2023 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Dynamic in de functie van Service Engineer voor thans een bruto basissalaris van Cg 9.000 per maand. In de (concept) arbeidsovereenkomst is overeengekomen dat [eiser] ingeval van overuren een vergoeding ontvangt van tussen de 150% en 200%. In de (concept) arbeidsovereenkomst is verder onder meer het volgende opgenomen:
“ (…) 3 Proeftijd en (tussentijdse) opzegging
Er is geen sprake van een proeftijd.
De Arbeidsovereenkomst kan door beide Partijen (tussentijds) worden opgezegd met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn. Deze (tussentijdse) opzegging dient schriftelijk te geschieden en kan alleen plaatsvinden tegen het einde van een kalendermaand. (…)”
eiser] heeft Dynamic op 3 juni 2025 een e-mail gestuurd. In de e-mail staat onder meer het volgende:
“ (…) Middels deze email neem ik ontslag. Na het door het contract aangeven opzegtermijn zal ik vertrekken bij DMSS. (…)”
eiser] en [mede-directeur 1](mede-directeur van Dynamic) hebben Whatsappgesprekken gevoerd. Daarin staat onder meer het volgende:
“ (…) [eiser]: Ik neem aan dat om mijn nieuwe afgesproken salaris dan gaat toch?
[mede-directeur 1]: Nee je verhoging word doorgevoerd als je de brief ontvangen hebt.
[eiser]: Dat meen je niet…in ons gesprek heb je duidelijk aangegeven dat dit volgende maand in zou gaan. Dat is gesprek is inmiddels 6 weken geleden.
[mede-directeur 1]: Ja correct. Heb ik alleen niet gehaald. Kunnen we altijd nog naar kijken. Maar voor nu is je oude salaris overgeboekt. (…)”
Op 15 juli 2025 heeft Dynamic op verzoek van [eiser] ten behoeve van de MCB-bank een werkgeversverklaring afgegeven waaruit onder meer volgt dat [eiser] in vaste dienst is van Dynamic.
Dynamic heeft [eiser] op 29 juli 2025 een e-mail gestuurd. In de e-mail staat onder meer het volgende:
“ (…) Hierbij de acceptatie van jouw ontslag, je laatste werkdag is 29 july 2025. Gaarne alle bedrijfseigendommen deze week inleveren. Zoals besproken betaling zal uitgevoerd worden na het inleveren van bedrijfs eigendommen. Betaling van vrije dagen Pensioen zal berekend worden en uitbetaald zoals aangeven in contract. (…)”
Bij monde van zijn gemachtigde heeft [eiser] op 2 augustus 2025 een e-mail naar Dynamic gestuurd waarin hij zich – kort gezegd – onder meer op standpunt stelt dat zijn opzegging van de arbeidsovereenkomst van tafel is en hij een voorstel heeft gedaan om tot een oplossing te komen.
Op 12 augustus 2025 heeft de gemachtigde van [eiser] een herinnering gestuurd naar Dynamic.
Dynamic heeft niet gereageerd.
3. De vorderingen
eiser] vordert – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – om:
1. Dynamic te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis en tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen het netto equivalent van Cg 26.075,89 bruto over juni 2025 en een bedrag van Cg 17.678,64 over juli 2025 aan vervallen loonaanspraken, alsmede een bedrag van Cg 927,37 aan onbetaalde zakelijke declaraties;
2. Dynamic te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis en tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] een maandelijks bedrag van Cg 19.951,59 bruto aan salaris te betalen, zulks tot en met de dag waarop de arbeidsovereenkomst alsnog rechtsgeldig zal zijn geëindigd;
3. Dynamic te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7A:1614q BW over het gevorderde onder één en twee voor zover het betreft reeds vervallen loonaanspraken;
4. Dynamic te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, (een) deugdelijke specificatie(s) (loonstroken) van de bij de voormeld onderdeel verrichte betalingen aan [eiser] te verstrekken, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van Cg 250,- voor iedere dag dat Dynamic in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van Cg 10.000 althans zodanige dwangsommen en maxima als het gerecht in goede justitie zal vermenen te behoren;
5. Dynamic te veroordelen tot afdracht van pensioengelden over al het loon dat gedurende de arbeidsovereenkomst is betaald en nog betaald zal worden, e.e.a. conform de CAO voor het Metaalbewerkingsbedrijf, althans - indien onmogelijk - o.b.v. een gelijkwaardige pensioenvoorziening bij een ander pensioenfonds of pensioenverzekeraar, waarbij tenminste 70% van de pensioenpremies voor rekening van Dynamic komen en de rest voor rekening van [eiser], en wel binnen 60 dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis en tegen behoorlijk bewijs van kwijting;
6. Dynamic te veroordelen in de kosten van dit geding, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van de ten deze te wijzen vonnis, en — voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt — te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;
7. althans zodanige beslissingen te nemen als het gerecht in goede justitie vermeent te behoren.
4. De beoordeling
De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. Het gerecht is van oordeel dat dat het geval is, omdat het hier gaat om een loonvordering.
Verder is voor toewijzing van de vordering in dit kort geding vereist dat de aan die vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk zijn en dat het ook in voldoende mate waarschijnlijk is dat die vordering in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zal worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
Achterstallig loon en onkosten
eiser] heeft onweersproken gesteld dat Dynamic zijn salaris over de maand juni 2025 ten bedrage van Cg 26.075,89 bruto onbetaald heeft gelaten alsmede het salaris over de maand juli 2025 van Cg 17.678,64 bruto.
Dynamic heeft aangevoerd dat zij het salaris niet heeft betaald omdat [eiser] nog diverse bedrijfseigendommen dient in te leveren. Het gerecht is voorshands van oordeel dat het beroep van Dynamic op loonopschorting niet slaagt. Loonopschorting is een zeer ingrijpende maatregel en daarom alleen in zeer uitzonderlijke gevallen toegestaan zoals in het geval als een zieke werknemer niet voldoet aan zijn re-integratieverplichtingen. Het niet inleveren van bedrijfseigendommen betreft niet zo’n uitzonderlijk geval dat loonopschorting gerechtvaardigd zou zijn.
Dit betekent dat Dynamic zal worden veroordeeld tot betaling van de hierboven gemelde bedragen aan achterstallig salaris. Voldoende aannemelijk is geworden dat dit in een bodemprocedure ook zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke verhoging zal eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat het gerecht het redelijk en billijk acht om die verhoging te maximeren tot 15% over het achterstallige salaris. Dynamic zal eveneens worden bevolen om – zoals gevorderd - een deugdelijke loonspecificaties over te leggen voor zover zij dat niet heeft gedaan. Het gerecht ziet geen aanleiding om zoals ook is gevorderd, hieraan een dwangsom te verbinden omdat Dynamic de juistheid van de bedragen aan achterstallig salaris niet heeft weersproken. Zonder nadere toelichting die [eiser] niet heeft gegeven, ziet het gerecht niet in waarom een (forse) dwangsom moet worden verbonden aan de afgifte van de loonstroken.
eiser] heeft verder gesteld dat Dynamic hem nog een bedrag van Cg 927,37 aan onbetaalde zakelijke declaraties verschuldigd is. Nu Dynamic dit niet heeft weersproken, zal deze vordering eveneens worden toegewezen. Voldoende aannemelijk is geworden dat dit in een bodemprocedure ook zal worden toegewezen.
Einde arbeidsovereenkomst?
eiser] heeft verder gevorderd dat zijn salaris van Cg 19.951,59 bruto per maand wordt doorbetaald tot en met de dag waarop de arbeidsovereenkomst alsnog rechtsgeldig zal zijn geëindigd. [eiser] heeft hieraan ten grondslag gelegd dat hij weliswaar op 3 juni 2025 zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, maar dat uit de daarna over en weer geuite verklaringen en gedragingen volgt dat partijen hebben afgesproken dat de arbeidsovereenkomst toch zou worden voortgezet. Dynamic heeft dit gemotiveerd weersproken.
Het gerecht is voorshands van oordeel dat [eiser] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de arbeidsovereenkomst ondanks zijn schriftelijke opzegging op 3 juni 2025 (r.o. 2.2.) tóch zou worden voortgezet. Hiervoor is onder meer redengevend dat het gerecht [eiser] in zijn stelling dat hij na de (vermeende) beëindiging van de arbeidsovereenkomst nog heeft gewerkt, niet kan volgen. Volgens [eiser] heeft hij de arbeidsovereenkomst tegen 3 juli 2025 opgezegd, maar het gerecht is van oordeel dat dit 1 augustus 2025 betreft. In de (concept) arbeidsovereenkomst is namelijk bepaald dat kan worden opgezegd tegen het einde van de maand. Dit heeft tot gevolg dat [eiser] bij brief van 3 juni 2025 de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd tegen 1 augustus 2025. Dat [eiser] ook na die datum nog heeft gewerkt, is niet gesteld of gebleken.
Verder overweegt het gerecht dat uit de Whatsappcorrespondentie (r.o. 2.3) kan worden afgeleid dat partijen overeenstemming hebben bereikt over een salarisverhoging. Het gerecht is echter van oordeel dat dit gelet op de gemotiveerde betwisting aan de zijde van Dynamic en de ondubbelzinnige verklaring van [eiser] op 3 juni 2025 onvoldoende is om tot het oordeel te komen dat het aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst toch is voortgezet. Dat Dynamic in juli nog een werkgeversverklaring heeft afgegeven, maakt dat niet anders nu daaruit enkel volgt dat [eiser] voor onbepaalde tijd in dienst was bij Dynamic. Voordat de juistheid van de stellingen van [eiser] komen vast te staan, is nader onderzoek en (mogelijk) nadere bewijslevering nodig en daarvoor is in een kortgeding procedure zoals de onderhavige, geen plaats. De conclusie van het bovenstaande is dat de vordering onder twee zal worden afgewezen.
Pensioenafdracht?
Ten slotte heeft [eiser] verzocht om Dynamic te veroordelen tot – kort gezegd – afdracht van pensioengelden. Deze vordering zal worden afgewezen omdat het spoedeisende karakter voor toewijzing van de vordering ontbreekt en de vordering niet voldoende is gespecificeerd. Nog daargelaten dat de vordering te complex is voor een beoordeling in kort geding.
Proceskosten en uitvoerbaar bij voorraad
Omdat Dynamic (grotendeels) in het ongelijk wordt gesteld, wordt Dynamic veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiser] worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 450 aan griffierecht, Cg 449,96 aan oproepingskosten en Cg 1.500 aan gemachtigdensalaris.
De gevorderde wettelijke rente en de nakosten worden toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld.
De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.
5. De beslissing in kort geding
Het gerecht:
veroordeelt Dynamic tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Cg 26.075,89 bruto loon over de maand juni 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 15%;
veroordeelt Dynamic tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Cg 17.678,64 aan salaris over juli 2025, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 15%;
veroordeelt Dynamic om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis deugdelijke loonstroken aan [eiser] te verstrekken ten aanzien van het salaris over de maand juni en juli 2025;
veroordeelt Dynamic tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Cg 927,37 aan onbetaalde zakelijke declaraties;
veroordeelt Dynamic in de proceskosten van [eiser] van Cg 450 aan griffierecht, Cg 449,96 aan oproepingskosten en Cg 1.500 aan gemachtigdensalaris, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;
bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. M.R. Hoekstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken.