ECLI:NL:OGEAC:2025:300

ECLI:NL:OGEAC:2025:300

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 03-02-2025
Datum publicatie 28-01-2026
Zaaknummer CUR202302769
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Erkenning buitenlandse vonnissen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202302769

Vonnis van 3 februari 2025

in de zaak van

de naamloze vennootschap RAGING RHINO N.V., gevestigd in Curaçao, eiseres, gemachtigde: mrs. R.F. van den Heuvel en N. Blokland,

tegen

[Gedaagde],

wonend in [woonplaats], gedaagde, gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk.

Partijen worden hierna Raging Rhino en de speler genoemd.

Inleiding

Het gerecht heeft eerder in soortgelijke zaken als de onderhavige, bij vonnissen van 26 augustus 2024 en van 18 november 2024, de vordering van Raging Rhino afgewezen en de vorderingen van de speler toegewezen. In de onderhavige zaak heeft Raging Rhino betoogd dat de vonnissen geen stand kunnen houden. Het gerecht oordeelt echter gelijkluidend als in de eerdere vonnissen.

Raging Rhino is in Oostenrijk bij vonnis, dat in hoger beroep is bekrachtigd, jegens de speler veroordeeld tot terugbetaling van de inleggelden van de speler bij een online casino van Raging Rhino, omdat Raging Rhino in Oostenrijk niet over de voor het aanbieden van gokdiensten benodigde vergunning beschikt en de met de speler gesloten kansspelovereenkomsten daarom nietig zijn. In deze zaak speelt de vraag of deze Oostenrijkse vonnissen in Curaçao kunnen worden erkend. Geoordeeld wordt dat dat kan, omdat - anders dan Raging Rhino stelt - is voldaan aan het in het Gazprombank-arrest geformuleerde vereiste dat de erkenning van de Oostenrijkse vonnissen niet in strijd is met de Curaçaose openbare orde.

1. Het procesverloop in conventie en in reconventie

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift van 29 augustus 2023,

de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie,

de conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie,

de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie,

de conclusie van dupliek in reconventie.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten in conventie en in reconventie

Raging Rhino exploiteert online casino’s op basis van een sublicentie verkregen van een vergunninghouder in Curaçao.

De speler heeft in een online casino van Raging Rhino in Oostenrijk gespeeld. Nadat hem is gebleken dat het casino in Oostenrijk niet over de voor het aanbieden van gokdiensten benodigde vergunning beschikt, is hij in Oostenrijk een procedure gestart tegen Raging Rhino om het geld dat hij heeft ingelegd terug te vorderen.

Bij vonnis van de rechtbank van Wenen van 7 december 2022 is de vordering van de speler toegewezen en is Raging Rhino veroordeeld de speler een bedrag van € 47.348 te betalen, vermeerderd met € 7.011,08 aan proceskosten. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de met de speler gesloten kansspelovereenkomsten nietig zijn omdat Raging Rhino niet over de benodigde vergunning beschikt en de betalingen door de speler daarom aan de speler moeten worden terugbetaald.

Het Hof van Wenen heeft het door Raging Rhino ingestelde hoger beroep bij vonnis van 13 februari 2023 verworpen en Raging Rhino veroordeeld in de proceskosten van de speler van € 3.092,52.

3. De vorderingen in conventie en in reconventie

Raging Rhino vordert in conventie dat het gerecht voor recht verklaart dat het vonnis van de rechtbank van Wenen van 7 december 2022 en het vonnis van het Hof van Wenen van 13 februari 2023 (hierna samen: de Oostenrijkse vonnissen) zich hier te lande niet voor erkenning lenen, met veroordeling van de speler in de proceskosten.

De speler vordert in reconventie dat het gerecht Raging Rhino op de voet van artikel 431 lid 2 Rv veroordeelt al hetgeen waartoe zij in de Oostenrijkse vonnissen is veroordeeld aan de speler te betalen, met een op de wet berustende proceskostenveroordeling.

Partijen voeren over en weer verweer tegen elkaars vordering en concluderen tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing daarvan.

4. De beoordeling in conventie en in reconventie

In deze zaak is aan de orde de vraag of de vorderingen uit de Oostenrijkse vonnissen kunnen worden erkend in Curaçao. Daartoe geldt het bepaalde in artikel 431 lid 2 Rv.

Het gerecht in Curaçao is bevoegd en Curaçaos recht is van toepassing

Artikel 431 lid 2 Rv schept in beginsel rechtsmacht voor de Curaçaose rechter. Daaruit volgt immers dat het geding dat ten overstaan van de buitenlandse rechter heeft plaatsgevonden en tot diens beslissing heeft geleid, opnieuw bij de Curaçaose rechter kan worden behandeld en afgedaan. Dit geldt ongeacht of de Curaçaose rechter aanleiding ziet tot een inhoudelijke herbeoordeling van het geschil dan wel beoordeelt of aan een beslissing van een buitenlandse rechter gezag toekomt en zich in dat verband beperkt tot een toets aan de vereisten zoals door de Hoge Raad uiteen gezet in het zogenoemde Gazprombankarrest. In zijn algemeenheid geldt hierop als uitzondering het geval waarin de eisende partij met het voorleggen van de desbetreffende vordering aan de Curaçaose rechter op de voet van artikel 431 lid 2 Rv misbruik van procesrecht maakt. Dat daar in dit geval sprake van zou zijn, is niet gesteld of gebleken. Bovendien hebben beide partijen ter zitting de bevoegdheid van de Curaçaose rechter erkend. Het gerecht is dus bevoegd om van de vorderingen van de speler kennis te nemen.

Niet in geschil is dat de vraag naar de erkenning van de Oostenrijkse vonnissen een procesrechtelijke vraag is die naar Curaçaos recht wordt beoordeeld.

De Oostenrijkse vonnissen zijn niet in strijd met de Gazprombank-vereisten

Een Oostenrijks vonnis kan in Curaçao niet worden erkend en/of ten uitvoer gelegd op grond van een bepaling in een Curaçao bindend verdrag. Tussen Curaçao en Oostenrijk geldt namelijk geen verdrag waarin de wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen is geregeld.

Bij de beoordeling of aan een beslissing van de Oostenrijkse rechter gezag toekomt, moet daarom worden getoetst of aan de vereisten zoals door de Hoge Raad uiteen gezet in het Gazprombankarrest is voldaan. Als uitgangspunt geldt dat

een buitenlandse beslissing in Curaçao in beginsel wordt erkend indien (i) de bevoegdheid van de rechter die de beslissing heeft gegeven, berust op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is, (ii) de buitenlandse beslissing tot is stand gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging, (iii) de erkenning van de buitenlandse beslissing niet in strijd is met de Curaçaose openbare orde, en (iv) de buitenlandse beslissing niet onverenigbaar is met een tussen dezelfde partijen gegeven beslissing van de Curaçaose rechter, dan wel met een eerdere beslissing van een buitenlandse rechter die tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust, mits die eerdere beslissing voor erkenning in Curaçao vatbaar is (Gazprombank-arrest, HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838).

Wanneer is voldaan aan de vier hiervoor vermelde voorwaarden, kan het buitenlandse vonnis worden erkend en komt aan die beslissing gezag toe, in die zin dat de gebondenheid van partijen aan die buitenlandse beslissing tot uitgangspunt moet worden genomen.

In deze zaak is uitsluitend in geschil of is voldaan aan het vereiste als hiervoor vermeld onder iii, namelijk of de erkenning van de buitenlandse beslissing niet in strijd is met de Curaçaose openbare orde. Volgens Raging Rhino zijn de Oostenrijkse vonnissen in strijd met de Curaçaose openbare orde, omdat de daarin toegewezen vorderingen in Curaçao onder de regeling van artikel 7A:1807 en 7A:1810 BW vallen en die regeling, gelet op het dwingende karakter daarvan ex artikel 7A:1809 BW, van openbare orde is.

In artikel 7A:1807 BW is bepaald dat de wet geen rechtsvordering toestaat ter zake van een schuld uit spel of uit weddingschap voortgesproten. Artikel 7A:1809 bepaalt dat artikel 7A:1807 BW van dwingend recht is. In artikel 7A:1810 BW is bepaald dat hij die het verlorene vrijwillig betaald heeft, in geen geval hetzelfde kan terugeisen, tenware van de kant van degene die gewonnen heeft, bedrog, list of oplichting hebbe plaatsgehad.

Bij de beoordeling of het erkennen van een buitenlands vonnis in strijd is met de Curaçaose (materiële) openbare orde moet de rechter zeer terughoudend zijn. Niet snel zal sprake zijn van strijd met de openbare orde. Er moeten bijzondere omstandigheden zijn die de conclusie rechtvaardigen dat erkenning in het betreffende geval achterwege moet blijven. De openbare orde is alleen in het geding als de erkenning en tenuitvoerlegging in strijd komen met rechtsbeginselen die voor fundamenteel moeten worden gehouden in de Curaçaose rechtsorde.

Voor de vraag of de Oostenrijkse vonnissen in Curaçao kunnen worden erkend, is niet relevant hoe het recht in Curaçao luidt. Erkenning van een buitenlandse beslissing wordt niet onthouden als de Curaçaose rechter, op grond van Curaçaos recht, anders zou hebben beslist. Ook wanneer naar Curaçaos recht zou moeten worden geoordeeld dat de artikelen 7A:1807-1810 BW dwingendrechtelijk van toepassing zijn en ambtshalve moeten worden toegepast door de rechter, en, anders dan naar Oostenrijks recht, een kansspelovereenkomst niet nietig is als niet over de voor het aanbieden van gokdiensten benodigde vergunning wordt beschikt, betekent dat niet dat sprake is van strijd met de openbare orde van Curaçao die aan erkenning van de Oostenrijkse vonnissen in de weg staat. Dat naar het recht van een ander land een spelovereenkomst nietig is als de organisator van het gokspel niet over de vereiste vergunning beschikt, is immers niet aan te merken als in strijd met enig rechtsbeginsel dat in Curaçao voor fundamenteel valt te houden. Niet valt in te zien dat de artikelen 7A:1807-7A:1810 BW zelf van openbare orde zijn. Te meer niet, nu door het Curaçaose Gemeenschappelijke Hof van Justitie naar Curaçaos recht is geoordeeld, en door de Hoge Raad is bevestigd, dat de regulering van gokdiensten door de Landsverordeningen Hazardspelen meebrengt dat de artikelen 7A:1807 en 1810 BW buiten toepassing moeten worden gelaten, dat een spelovereenkomst ook naar het recht van Curaçao nietig is als de organisator geen vergunning heeft voor het aanbieden van de gokdiensten en dat de vordering uit onverschuldigde betaling van de speler, die van deze nietigheid het gevolg is, niet onder de artikelen 7A:1807- en 7A:1810 BW valt (vlg. ECLI:NL:OGHACMB:2023:68, ECLI:NL:HR:2024:295).

Overigens mag hierbij niet uit het oog worden verloren dat Raging Rhino een gokverbod heeft overtreden door gokdiensten in Oostenrijk aan te bieden zonder in Oostenrijk over de daarvoor benodigde vergunning te beschikken. Het niet kunnen terugvorderen van de inzet bij een illegaal opererend casino zou in strijd zijn met het doel van het gokverbod. Eventuele verstrekkende gevolgen van de erkenning van de Oostenrijkse vonnissen in die zin dat spelers dan ‘gratis’ kunnen spelen, waarvoor Raging Rhino stelt bang te zijn, kan zij voorkomen door niet zonder een in het buitenland vereiste vergunning, en dus illegaal, gokspelen aan te bieden.

Conclusie en proceskosten

Het voorgaande brengt mee dat de vordering in conventie wordt afgewezen en de vordering in reconventie wordt toegewezen.

Omdat Raging Rhino zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij in beide procedures veroordeeld in de proceskosten. De kosten van de speler worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 3.000 in conventie en NAf 1.500 in reconventie.

5. De beslissing

Het gerecht:

in conventie

wijst de vordering af;

veroordeelt Raging Rhino in de proceskosten van de speler van NAf 3.000;

in reconventie

veroordeelt Raging Rhino tot betaling aan de speler van een bedrag van € 47.348, te vermeerderen met een rente van 4% per jaar vanaf 4 oktober 2022 en € 7.011,08 en € 3.092,52, althans het equivalent van deze bedragen in Antilliaanse guldens;

veroordeelt Raging Rhino in de proceskosten, aan de zijde van de speler tot op heden begroot op NAf 1.500;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Christiaan, rechter, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.M. Christiaan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?