ECLI:NL:OGEAC:2025:305

ECLI:NL:OGEAC:2025:305

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 03-07-2025
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer 555.00050/25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Opzettelijk brand stichten, poging doodslag meermalen gepleegd.

Uitspraak

Parketnummer: 555.00050/25

Uitspraak: 3 juli 2025 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring in Curaçao.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 13 juni 2025. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.M. Tromp, advocaat in Curaçao.

De benadeelde partijen [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], [benadeelde partij 3], [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 5] hebben zich, bij monde van mevrouw E.Z. Snijders, medewerkster van de Uitvoeringsorganisatie Justitiële Zorg, ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met vorderingen tot schadevergoeding.

De officier van justitie, mr. S.M. Scheer, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 primair, impliciet primair (het Gerecht begrijpt: de impliciet subsidiair ten laste gelegde poging tot doodslag, meermalen gepleegd), en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren, met aftrek van voorarrest.

Haar vordering behelst voorts:

- de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij:

o [benadeelde partij 1] tot een bedrag van Cg 50.000,-, de niet-ontvankelijkverklaring van die benadeelde partij in hetgeen zij overigens heeft gevorderd;

o [benadeelde partij 2] (2013) tot een bedrag van Cg 50.000,-, de niet-ontvankelijkverklaring van die benadeelde partij in hetgeen hij overigens heeft gevorderd;

- de volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij:

o [benadeelde partij 5];

o [benadeelde partij 2] (2001);

o [benadeelde partij 3]; en

o [benadeelde partij 4];

met de wettelijke rente en de oplegging van een bij de toewijsbare vordering behorende schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Ten aan zien van de vordering van de benadeelde partijen refereert zij zich aan het oordeel van het Gerecht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat:

FEIT 1

PRIMAIR. POGING DOODSLAG/ POGING MOORD

hij op of omstreeks 1 januari 2025 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, [benadeelde partij 1] (van [geboortedatum] 1976) en/of [benadeelde partij 2] (van [geboortedatum] 2013) en/of [benadeelde partij 5] (van [geboortedatum] 1957) en/of [benadeelde partij 4] (van [geboortedatum] 1997) en/of [benadeelde partij 2] (van [geboortedatum] 2001) en/of [benadeelde partij 3] (van [geboortedatum] 2011) en/of hun (overige) familieleden van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg:

waardoor in de woning, waarin voornoemde personen zich bevonden, brand is ontstaan en (deels) is afgebrand, terwijl de verdere uitvoering van dat door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf niet voltooid.

(artikel 2:259 jo 1:119 Wetboek van Strafrecht)

SUBISIDIAIR. ZWARE MISHANDELING

hij op of omstreeks 1 januari 2025 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan (een) perso(o)n(en), te weten [benadeelde partij 1] (van [geboortedatum] 1976) en/of [benadeelde partij 2] (van [geboortedatum] 2013) opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk Letsel heeft toegebracht, te weten (onder meer):

(aan [benadeelde partij 2])

en/of

(aan [benadeelde partij 1])

- meerdere brandwonden aan rechterhand en beide benen

door opzettelijk en al dan niet met voorbedachte rade:

- ( (een) zogenaamde vuurwerkbom(men)/brandbom(men) en/of een zelfgemaakt ontploffingsmiddel, te weten (een) fles(sen) en/of (een)spuitbus(sen) bevattende insecticidespray althans een (brandbare) stof, in aanraking te brengen met open vuur, althans een brandbaar materiaal en/of brandbare vloeistof op brandbaar materiaal en/of brandbare vloeistof op enigerlei vorm of wijze aan te brengen en/of door een raam van genoemde woning te gieten en/of te gooien en/of vervolgens dit materiaal en/of die vloeistof tot ontbranding te brengen en/of te laten komen.

waardoor in de woning, waarin voornoemde personen zich bevonden, brand is ontstaan en (deel) is afgebrand

(artikel 2:275/276 Wetboek van Strafrecht)

FEIT 2. BRANDSTICHTING

hij op of omstreeks 1 januari 2025 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/bij/in een woning gelegen te [adres 2], immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en aldaar opzettelijk:

in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan genoemde woning, geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor (alle goederen in en om) die woning en/of aangrenzende gebouwen en/of woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten is geweest, te weten voor (onder meer) [benadeelde partij 1] (van [geboortedatum] 1976) en/of [benadeelde partij 2] (van [geboortedatum] 2013) en/of [benadeelde partij 5] (van [geboortedatum] 1957) en/of [benadeelde partij 4] (van [geboortedatum] 1997) en/of [benadeelde partij 2] (van [geboortedatum] 2001) en/of [benadeelde partij 3] (van [geboortedatum] 2011) en/of hun (overige) familieleden.

(artikel 2:98 sub a en b Wetboek van Strafrecht)

1. Op 1 januari 2025 omstreeks 03:15 uur, werden de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar aanleiding van een melding van een woning die in brand stond gedirigeerd naar [adres 2]. Zij hebben het volgende gerelateerd:

2. [benadeelde partij 1] deed op 1 januari 2025 aangifte van poging tot moord/doodslag. Zij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:

3. Een schrijven van het Curaçao Medical Center, opgesteld door [verbalisant 3], namens [verbalisant 4], waarin de volgende medische verklaring is opgenomen:

4. Op 15 mei 2025 omstreeks 14:56 uur werd de getuige/ het slachtoffer [benadeelde partij 2] middels een studioverhoor, verhoord. Hij heeft bij die gelegenheid het volgende verklaard:

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

v rijspraak

Poging tot moord

Met de officier van justitie (en de raadsvrouw) is het Gerecht van oordeel dat de verdachte van de onder feit 1 primair, impliciet primair ten laste gelegde poging tot moord dient te worden vrijgesproken, vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Het Gerecht overweegt daartoe dat geen sprake is van voorbedachten rade. Van voorbedachten rade is sprake indien de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt niet voldoende wat zich precies voorafgaand aan de brandstichting heeft afgespeeld. Het Gerecht kan dan ook niet vaststellen dat sprake is geweest van een tevoren genomen en doordacht besluit. Het Gerecht zal dienovereenkomstig beslissen.

Medeplegen

Voor een bewezenverklaring van medeplegen van een strafbaar feit in de zin van artikel 1:123, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat de verdachte daartoe met een of meer andere personen nauw en bewust samenwerkt. Uit het dossier blijkt niet van zodanige samenwerking of een gezamenlijk plan. Het Gerecht acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van medeplegen.

Ook in zoverre zal de verdachte derhalve partieel worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, impliciet subsidiair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1 primair, impliciet subsidiair – poging doodslag

hij op of omstreeks 1 januari 2025 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, [benadeelde partij 1] (van [geboortedatum] 1976) en/of [benadeelde partij 2] (van [geboortedatum] 2013) en/of [benadeelde partij 5] (van [geboortedatum] 1957) en/of [benadeelde partij 4] (van [geboortedatum] 1997) en/of [benadeelde partij 2] (van [geboortedatum] 2001) en/of [benadeelde partij 3] (van [geboortedatum] 2011) en/of hun (overige) familieleden van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg:

waardoor in de woning, waarin voornoemde personen zich bevonden, brand is ontstaan en (deels) is afgebrand, terwijl de verdere uitvoering van dat door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Feit 2 - brandstichting

hij op of omstreeks 1 januari 2025 te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht aan/bij/in een woning gelegen te [adres 2], immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en aldaar opzettelijk:

in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan genoemde woning, geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor (alle goederen in en om) die woning en/of aangrenzende gebouwen en/of woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten is geweest, te weten voor (onder meer) [benadeelde partij 1] (van [geboortedatum] 1976) en/of [benadeelde partij 2] (van [geboortedatum] 2013) en/of [benadeelde partij 5] (van [geboortedatum] 1957) en/of [benadeelde partij 4] (van [geboortedatum] 1997) en/of [benadeelde partij 2] (van [geboortedatum] 2001) en/of [benadeelde partij 3] (van [geboortedatum] 2011) en/of hun (overige) familieleden.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

Daarbij wordt opgemerkt dat ieder bewijsmiddel, ook in zijn onderdelen, slechts wordt gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e Sv betreft, telkens slechts wordt gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Curaçao.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

“(…) Bij onze aankomst waren er nog vlammen en rookontwikkeling in de woning.

De slachtoffers

In totaal werden er vijf (5) slachtoffers met de Ambulance naar het Curaçao Medical Center gebracht voor verdere medische (…) behandeling (…):

(…)

Noot verbalisant [verbalisant 1]:

Tijdens het afhandelen van de brandstichting, hoorde ik, (…) een voor mij, verbalisant, onbekende persoon, vermoedelijk zijnde een familielid dat aan zijn mobiele telefoon met een andere persoon sprak. (…) Hun uitlatingen hadden in het bijzonder mijn aandacht getrokken. (…) “ Kasi sigur [verdachte] no a keda kontentu ku [benadeelde partij 4] no ta hode kune mas, p’sei ela hasi e koi pendeu aki.” Vrije vertaling verbalisant: Met alle zekerheid is [verdachte] niet blij dat de liefdesrelatie tussen zijn persoon en [benadeelde partij 4] tot een einde is gekomen, daarom had hij dit gedaan. (…)”

“(…) Op 1 januari 2025 was ik zelf om half twee thuis aangekomen. (…) mijn man en ik zijn buiten gaan zitten. (…) We bleven buiten zitten en hoorden plotseling dat iets binnen in de woning was gevallen. (…) ik hoorde en zag dat het via het achterraam naar binnen kwam.

Toen rende mijn zoon [benadeelde partij 2] en kreeg hij met het ontstane vuur te maken. Hierbij vatte mijn zoon vlam. Toen ik naar binnen rende om mijn kind te gaan halen, vatte ook ik vlam. Ik zag vuur in de keuken. (…)

Ik ging vervolgens naar mijn slaapkamer toe om mijn dertien (13) jarige zoon ([benadeelde partij 3]) wakker te maken en om hem uit het huis te sturen, om te voorkomen dat hij ook verwondingen zou oplopen. (…) De andere zoon van mij van drieëntwintig (23) jaar oud ([benadeelde partij 2]), werd ook wakker en hij vroeg mij wat er gaande was. Ik zei tegen hem, ga naar buiten, ga naar buiten, brand, brand.

Mijn dochter ([benadeelde partij 4]) was aan het slapen, in de omgeving alwaar het vuur was ontstaan. De slaapkamerdeur alwaar mijn dochter sliep mondt uit in de keuken. (…) De brandvlammen waren zo heftig voor haar slaapkamerdeur, dat zij (…) via het slaapkamerraam naar buiten moest springen. (…)

“(…) Patiënt: Mevr. [benadeelde partij 1]

(…) Geboren: 21-10-1976

(…)

Beloop

Patiënte werd op 1-1-2025 opgenomen ter observatie van haar brandwonden na een explosietrauma. De brandwonden bevonden zich bij haar onderste extremiteiten en rechterarm (ca 30%). De wonden waren zowel 1e als 2e graads. (…)

“(…) [verbalisant 5]: wat is er met jou gebeurd?

[benadeelde partij 2]: de brandstichting van onze woning.

(…)

[verbalisant 5]: vertel eens wat er gebeurde.

[benadeelde partij 2]: mijn broers waren aan het slapen. Mijn moeder en mijn vader zaten op het balkon. Ik was in de badkamer bezig mijn gezicht aan het schoonmaken. Ik hoorde het keukenraam kapotgaan. Ik ging kijken waarom het keukenraam kapotging. Er was iets gevallen.

Er was iets gevallen en het ontplofte. Ik rende naar buiten in brand. (…)

[verbalisant 5]: de dag dat je naar de badkamer ging, kan je je nog herinneren welke dag dat was?

[benadeelde partij 2]: dat was drie uur ’s nachts 1 januari.

(…)

[verbalisant 5]: je zei tegen mij dat je een ontploffing hoorde. Je hoorde een ontploffing.

[benadeelde partij 2]: nee, maar eerder wanneer het raam kapotging liep ik naar de koelkast. Ik ging kijken waarom het keukenraam kapotging, er was iets gevallen en het ontplofte.

[verbalisant 5]: toen je ging kijken waarom het raam kapotging, was er iets gevallen.

[benadeelde partij 2]: ja.

[verbalisant 5]: kon je zien wat er viel?

5. Het ontslagrapport van ‘Hospital Universitario Fundación Santa Fe de Bogotá’ van 2 mei 2025. De behandelend arts, [arts], heeft het volgende in het ontslagrapport gerelateerd:

6. Op 1 januari 2025 omstreeks 09:30 uur heeft de verbalisant [verbalisant 6], inspecteur en forensisch specialist bij het Korps Politie Curaçao, een forensisch onderzoek te [adres 2] verricht. Hij heeft het volgende gerelateerd:

7. Op 3 en 4 januari 2025 werd de Centrale Meldkamer van politie (911) door een man via een anoniem nummer (‘unknown number’) gebeld. De verbalisanten [verbalisant 7], [verbalisant 8] en [verbalisant 9] hebben het volgende gerelateerd:

8. De verbalisanten [verbalisant 7], [verbalisant 8] en [verbalisant 9] hebben voormelde gesprekken afgeluisterd. Zij hebben het volgende gerelateerd:

9. Op 9 maart 2025 omstreeks 11:44 uur heeft het onderzoeksteam een sms-bericht van het aansluitingsnummer [nummer] ontvangen. De verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] hebben het volgende gerelateerd:

10. Op 6 mei 2025 heeft de getuige [getuige], bijgenaamd [getuige], het volgende verklaard:

11. Op 11 maart 2025, tijdens zijn eerste verhoor, heeft de verdachte het volgende verklaard:

12. Op 11 maart 2025, tijdens zijn tweede verhoor, heeft de verdachte het volgende verklaard:

13. Op 18 maart 2025, tijdens zijn vijfde verhoor, heeft de verdachte het volgende verklaard:

[benadeelde partij 2]: nee, nee ik kon het niet zien. Ik, ik stond net voor de koelkast (…). Ik hoorde iets vallen en de keuken volledig ontplofte. (…)”

“(…) Analyse:

[benadeelde partij 2], een patiënt van 11 jaar oud, zonder voorgeschiedenis, voorheen gezond met klinisch beeld van thermische laesie met verbranding van een groot oppervlak, 53% van het lichaamsoppervlak met betrokkenheid van de volgende gebieden in het bijzonder: gezicht - handen – knieholteplooien – enkels, voeten, brandwonden rondom. Diepte: oppervlakkige en diepe tweedegraadsbrandwonden en derdegraadsbrandwonden. Gebied van ongeveer 53% van het totale lichaamsoppervlak bij opname, te herberekenen met de verbranding van de luchtwegen als factor die het overlijdensrisico vergroot. (…)

Diagnoses bij ontslag

(…)

Brandwonden met betrokkenheid van de volgende gebieden in het bijzonder: gezicht, bovenste ledematen en onderste ledematen.

* Diepte:

(…)”

“(…) Bij een door mij, verbalisant, ingesteld onderzoek ter plaatse zag ik dat het ophaalraam van de keuken gelegen aan de zuidelijke zijde vernield was. (…) Op de vloer in de keuken zag ik (…) drie (3) spuitbussen, een witte, plastic fles, zilvertape en de achterzijde van een spuitbus. Deze werden door mij (…) fotografisch vastgelegd en inbeslaggenomen (…). (…)

Nader onderzoek spuitbussen en witte, plastic fles

Op woensdag 8 januari 2025 werd door mij (…) een forensisch onderzoek verricht naar de drie (3) spuitbussen en een witte, plastic fles. Twee spuitbussen zijn voorzien van het merk ‘BOP’-insecticidespray. (…) Een van de spuitbussen is aan de achterzijde door de hitte gebogen en gebroken (...). De andere spuitbus van hetzelfde merk is compleet en had een zilverkleurig plakband eromheen gewikkeld. (…) De derde spuitbus is voorzien van het merk Johnsen’s met het opschrift “Limpia Carburador y Cuerpo de Aceleracion” (…). Bedoelde spuitbus had een zwart plakband eromheen gewikkeld. (…)”

“(…) 1ste gesprek 3 januari 2025 om 12:50:43

(…) 2de gesprek 3 januari 2025 om 13:58:15

(…) Gesprek 4 januari 2025 om 14:00:18

“(…) Bij het afluisteren van bedoelde gesprekken herkenden wij (…) de mannelijke stem die de Centrale Meldkamer 911 belde als die van de man [verdachte], bijgenaamd “[verdachte].” (…) Het onderzoeksteam had veel contact met [verdachte] voor, tijdens en na het geval van brandstichting. Tevens was er een onderzoek alwaar wij (…) ook contact hadden met [verdachte].”

“Het sms-bericht is (…) in het Papiaments, hetwelk door mij, verbalisant [verbalisant 7], in het Nederlands is vertaald en op schrift gesteld (…):

Papiaments

“Bondia mener mita ke bisa algu mita dispuesto pami por entrega riba e kaso di [benadeelde partij 4]. Pero e kos ta ku tin papia ku [benadeelde partij 4] prome iii detene nan kaba mita bin entrega paso ta su frei a ponemi tabata tin ku hasi kos nan ku nota tin ku hasi un ta kita tel foi [verdachte] iii tin mas kos si”

Nederlands

“Goedemorgen meneer ik wil iets zeggen. Ik ben bereid om mezelf over te geven over de zaak van [benadeelde partij 4]. Maar het ding is dat er eerst met [benadeelde partij 4] gesproken moet worden en en en hen aanhouden en dan ga ik mezelf overgeven want haar vriend heeft mij bewogen om dingen te doen die niet gedaan moesten worden. De telefoon van [verdachte] wordt niet afgepakt en en en er zijn meer dingen ja”.”

“(…) VV=vraag verbalisanten

AG=antwoord getuige

(…)

VV: Is de man bijgenaamd [verdachte] of [verdachte] voor uw persoon bekend?

AG: Ja, ik ken [verdachte]. Ik noem hem [verdachte].

CV: De verdachte voor uw persoon bekend onder de bijnaam [verdachte], had tijdens zijn verhoor als verdachte verklaard dat hij op 1 januari 2025 tijdens de nachtelijke uren bij uw persoon thuis was.

VV: Kan u hetgeen [verdachte] verklaarde bevestigen?

AG: Ja, zeker.

VV: Kunt u een uitleg geven wanneer en in welke omstandigheid [verdachte] was toen hij bij u thuiskwam?

AG: (…) [verdachte] is een bekende van ons vanaf klein. (…) Ik wil verklaren wat ik met [verdachte] op 1 januari 2025 in de nachtelijke uren had meegemaakt. Op 1 januari 2025 was ik bij de woning van mijn buren samen met een vriendin van mij. Ik was net op weg naar mijn woning toen ik [verdachte], te voet, van mijn woning zag weggaan. Hij droeg (…) een zwart T-shirt, donkerblauwe jeansbroek en een zwarte schoen.

Bij de aankomst van [verdachte] bij mijn woning bevonden zich alleen mijn vriend en mijn kinderen thuis. Bij het benaderen van [verdachte] zag ik direct dat hij echt onrustig was. Dat zag ik direct. Hij kon niet eens zitten en bleef telkens op en neer op mijn erf rondlopen, en keek herhaaldelijk naar buiten, wat helemaal niet normaal was. Ik vroeg hem wat er met hem gebeurde.

[verdachte] antwoordde mij het volgende, dat hij iets heeft gedaan, maar dat hij niet wist wat er met hem was gebeurd. Hij zei dat hij dronken was en wist niet wat hij heeft gedaan. Hij rook naar alcohol, maar niet dat ik kan zeggen dat hij dronken was. Ik vroeg hem nogmaals wat er met hem gebeurde, want ik had hem nooit zo onrustig gezien. Ik had toen direct tegen [verdachte] gezegd dat als hij onrustig is kwam hij nooit bij mij thuis. (…) [verdachte] zat op een stoel binnen mijn woning. Plotseling hoorde hij de sirene van een ambulance richting Banda Bou gaan. [verdachte] schreeuwde mijn vriend: “un kos a pasa”. Vrije vertaling verbalisanten: “er is iets gebeurd”. (…) [verdachte] bleef (…) tot omstreeks 04:40 AM bij mijn woning. (…)

Op 1 januari 2025 kwam [verdachte] bij mijn woning en vroeg aan mij of ik [benadeelde partij 4] voor hem kon bellen. Ik had contact met [benadeelde partij 4] opgenomen via WhatsApp omtreeks 03:07 PM en vroeg aan [benadeelde partij 4] hoe het met haar ging. Zij antwoordde dat zij goed was, maar dat haar lichaam pijn deed. (…)

Ik vernam later van [verdachte] dat het voor hem ongelooflijk is dat de politie al zijn broers had aangehouden, behalve zijn persoon. Enige dagen later vernam ik van derden dat [verdachte] de woning in Banda Bou in brand had gestoken.”

“(…) V: Heb je een bijnaam?

A: [verdachte] of [verdachte]. (…)”

“V: Vraag verbalisant, A: Antwoord verdachte, C: Confrontatie verbalisant, O: Opmerking verbalisant (…)

C: De beller had op 3 januari 2025 twee (2) keren gebeld, om 12:50:43 uur en om 13:58:15 uur. Tevens had de beller op 4 januari 2025, drie (3) keren gebeld, om 14:00:18 uur, 14:01:47 uur en om 14:04:39 uur. (…)

V: Wat kan je verklaren aangaande de twee dagen en de tijdstippen dat zonet aan je persoon zijn voorgelegd, hiermee wordt bedoeld de dagen en tijdstippen dat de beller de centrale meldkamer had gebeld en bedoelde informatie had doorgegeven.

A: Bedoelde tijdstippen zijn de juiste tijdstippen die ik precies bij bedoeld Chinese restaurant gaat om mijn eten te kopen. (…)

CONFRONTEREN

Noot: Door het onderzoeksteam werd vervolgens de vijf (5) gevoerde gesprekken van de beller met het personeel van de spoedlijn 911 aan de verdachte [verdachte] afgespeeld.

V: Nu dat jij naar de gevoerde gesprekken heb geluisterd, herken jij de beller?

A: Ja, het is mijn stem. (…)

V: Wat denk je over de gesprekken die wij aan jou lieten horen?

A: (…) Ik dacht dat ik zelf de politie zal opbellen en doorgeven dat ik degene was die de woning van [benadeelde partij 4] in brand had gestoken, zodat ik door de politie kon worden aangehouden. (…)”

“(…) Papiaments

“Bondia mener mita ke bisa algu mita dispuesto pami por entrega riba e kaso di [benadeelde partij 4]. Pero e kos ta ku tin papia ku [benadeelde partij 4] prome iii detene nan kaba mita bin entrega paso ta su frei a ponemi tabata tin ku hasi kos nan ku nota tin ku hasi un ta kita tel foi [verdachte] iii tin mas kos si”

Nederlands

“Goedemorgen meneer ik wil iets zeggen. Ik ben bereid om mezelf over te geven over de zaak van [benadeelde partij 4]. Maar het ding is dat er eerst met [benadeelde partij 4] gesproken moet worden en en en hen aanhouden en dan ga ik mezelf overgeven want haar vriend heeft mij bewogen om dingen te doen die niet gedaan moesten worden. De telefoon van [verdachte] wordt niet afgepakt en en en er zijn meer dingen ja”.

V: Wat kan je hierover verklaren?

A: Ik had het sms-bericht voor de recherche [verbalisant 8] verstuurd. (…)”

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte stellig ontkent dat hij de brand heeft veroorzaakt en dat voorop moet staan dat hij op geen enkel moment een consistente en directe bekentenis heeft afgelegd. De door de verdachte wisselende afgelegde verklaringen kunnen in het licht van zijn beperkte intellectuele vermogens niet zonder meer als bewijs van schuld dienen. Er is verder geen direct, forensisch bewijs dat de verdachte de brand daadwerkelijk heeft gesticht. Er zijn echter geen ooggetuigen en geen sporen die onomstotelijk naar hem toe leiden, aldus nog steeds de raadsvrouw.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Algemeen

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting is het volgende buiten redelijke twijfel komen vast te staan.

In de nacht van 1 januari 2025 bevond moeder [benadeelde partij 1] zich samen met haar vier kinderen en haar partner [benadeelde partij 6] in hun woning te [adres 2]. De kinderen, met uitzondering van [benadeelde partij 2], lagen te slapen, terwijl moeder en [benadeelde partij 6] buiten op het balkon zaten.

Op een gegeven moment sneuvelde het keukenraam. [benadeelde partij 2], die zich op dat moment in de badkamer bevond, ging in de keuken kijken wat er aan de hand was. Op dat moment viel er een voorwerp op de grond dat direct ontplofte. Ook moeder hoorde hoe iets via het keukenraam naar binnen viel. Toen zij poolshoogte ging nemen, zag zij hoe [benadeelde partij 2] in brand stond.

In een poging haar kinderen uit de woning te redden, raakte ook zijzelf gewond door de alles verterende vlammen. Zowel moeder als de kinderen, in het bijzonder [benadeelde partij 2], moesten met spoed medisch worden behandeld. [benadeelde partij 2] liep zowel tweedegraads- als derdegraadsbrandwonden op en moest dringend voor specialistische medische zorg worden overgebracht naar Colombia.

De verdachte heeft ontkend betrokken te zijn geweest bij de brandstichting. Bij de politie heeft hij hierover telkens wisselende en innerlijk tegenstrijdige verklaringen afgelegd.

Het Gerecht ziet zich in de onderhavige zaak voor de volgende vragen gesteld:

Betrokkenheid van de verdachte

Het Gerecht komt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen tot de conclusie dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk veroorzaken van een brand, met als gevolg ernstig lichamelijk letsel bij twee van de slachtoffers. Het motief lijkt te liggen in een gekwetst gevoel na door [benadeelde partij 4] te zijn afgewezen ofwel nadat hun liefdesrelatie tot een einde is gekomen. Het Gerecht acht het door de verdachte geschetste scenario waarin hij zou zijn bedreigd of gemanipuleerd tot het zichzelf bij de politie als de dader opgeven, ongeloofwaardig, mede gelet op de inconsistenties in zijn verklaringen en het ontbreken van enige ondersteuning daarvoor in de verklaringen van de getuigen. De verklaringen van de betrokken getuigen, welke op meerdere punten indruisen tegen de verklaringen van de verdachte, ondergraven diens geloofwaardigheid in aanzienlijke mate.

Opzet op de dood

Het staat vast dat na het gooien van een zelfgemaakt ontploffingsmiddel er brand is ontstaan in de keuken van de woning waar familie [benadeelde partij 1] en de heer [benadeelde partij 6] verbleven en dat brandwonden bij [benadeelde partij 2] en moeder [benadeelde partij 1] zijn ontstaan. Door het eerst kapotmaken van het keukenraam en vervolgens door het ontstane gat gooien van een zelfgemaakt ontploffingsmiddel concludeert het Gerecht dat de opzet van de verdachte gericht is geweest op tot stand brengen van een brand in de woning. De verdachte wist dat de familie in de woning verbleef en het is feit van algemene bekendheid dat een brand in een woning kan leiden tot dodelijke slachtoffers. Daarmee heeft de verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat door de ontstane brand één of meer aanwezige personen in de woning dodelijk zouden worden getroffen. Het Gerecht concludeert hiermee dat er bij de verdachte sprake was van voorwaardelijk opzet op de dood van (één of meer van) de aanwezige personen.

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan brandstichting met voorwaardelijk opzet op de dood van meerdere personen.

Het verweer wordt verworpen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder 1 primair, impliciet subsidiair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:258 juncto artikel 1:119 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Poging doodslag, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:98, aanhef onder a en b van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

In dat verband kan aansluiting worden gezocht bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor een “poging doodslag zonder vuurwapen” waarbij er sprake is geweest van blijvende ernstige lichamelijke gevolgen/invaliditeit/hulpbehoevendheid, als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6-8 jaren gegeven.

In dit geval heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een buitengewoon ernstige poging tot doodslag op meerdere personen door het in brand steken van een woning te [adres 2], terwijl hij gelet op het tijdstip waarop hij dat deed – in de nachtelijke uren – wist dat zich daarin bewoners bevonden. Het betrof een doelgerichte, levensbedreigende daad, uitgevoerd met gebruik van een zelfgemaakt ontploffingsmiddel. In de keuken, waar het explosief naar binnen werd geworpen en de brand is ontstaan, bevond zich op dat moment de 11-jarige [benadeelde partij 2] [benadeelde partij 1]. Hij ging, nietsvermoedend, kijken naar de oorzaak van het geluid van brekend glas. In enkele minuten tijd werd hem op gruwelijke wijze de toekomst ontnomen die hij voor zich zag.

Zowel de poging tot doodslag als de opzettelijke brandstichting terwijl levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is, behoren tot de meest ernstige misdrijven die het Wetboek van Strafrecht kent. Het feit dat de slachtoffers, in het bijzonder [benadeelde partij 2], het incident hebben overleefd, is uitsluitend te danken aan voortvarend en intensief medisch handelen.

De gevolgen voor [benadeelde partij 2] zijn schrijnend en blijvend. Hij liep diepe tweedegraads- en derdegraadsbrandwonden op over 53% van zijn totale lichaamsoppervlak. Hij verbleef vier maanden in een gespecialiseerd ziekenhuis in Colombia, waarvan bijna een maand in coma. Zijn ontwaken wordt door de behandelaars en de vader als een medisch wonder omschreven. Desondanks is hij (blijvend) beperkt in zijn functioneren: hij kan niet meer zelfstandig lopen, rennen of langdurig staan. Zijn dominante hand functioneert niet naar behoren en hij ervaart voortdurende pijn en jeuk. Hij is afhankelijk van hulp van derden en zijn schoolgang heeft hij noodgedwongen moeten staken. De mogelijkheid dat hij zich tot een zelfstandig functionerende volwassene ontwikkelt, is ernstig aangetast.

Ook zijn moeder, [benadeelde partij 1], raakte zwaar gewond. Zij liep brandwonden op over 30% van haar onderste extremiteiten en rechterarm. Zowel [benadeelde partij 2] als zijn moeder zullen voor het leven getekend blijven, zowel lichamelijk als psychisch.

De overige bewoners, zijnde [benadeelde partij 6], [benadeelde partij 4], [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 5], zijn fysiek ongedeerd gebleven, maar hebben de schrik van hun leven gehad. Voor de familie [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 6] geldt dat hun gevoel van veiligheid in de eigen woning ernstig en blijvend is aangetast. Dat dit alles heeft plaatsgevonden op nieuwjaarsdag – een dag die normaal gesproken in het teken staat van hoop en nieuwe, positieve voornemens – maakt de impact des te schrijnender. Het Gerecht acht het aannemelijk dat deze ingrijpende gebeurtenis nog lange tijd in het geheugen van de betrokkenen gegrift zal blijven.

Dat zijn allemaal omstandigheden die naar het oordeel van het Gerecht strafverzwarend werken.

Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte is, zo blijkt uit zijn strafkaart van 14 maart 2025, niet eerder veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Wat betreft de persoon van de verdachte, heeft het Gerecht acht geslagen op het vroeghulpbericht van 3 april 2025, het psychiatrisch rapport van mei 2025 en het psychologisch rapport van 22 mei 2025. Beide deskundigen achten de verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar, met name gelet op zijn lage intelligentie. De psycholoog schat de recidivekans als verhoogd in. De verdachte heeft iedere betrokkenheid ontkend en daarmee geen openheid van zaken willen geven en geen verantwoordelijkheid willen nemen voor zijn daden. Naar het motief van deze laffe daad zullen de familie [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 6] hierdoor moeten blijven gissen.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat een gevangenisstaf, als na te melden, passend en geboden is. Daarbij houdt het Gerecht rekening met de licht verminderd toerekeningsvatbaarheid van de verdachte en zal het om die reden enigszins onder de eis van de officier van justitie blijven. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

Schadevergoeding

Na te noemen benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd met vorderingen tot schadevergoeding tot na te noemen bedragen:

[benadeelde partij 1] (geboren op [geboortedatum] 1976) tot een bedrag van Cg 105.994,47 ter zake van:

Vernielde huisraad Cg 4.837,-

Gemiste loonderving Cg 1.157,47

Immateriële schade Cg 100.000,-

[benadeelde partij 5] tot een bedrag van Cg 20.407,28 ter zake van:

Kosten i.v.m. medicatie voor [benadeelde partij 2] Cg 183,28

Noodpaspoort Cg 224,-

Immateriële schade Cg 20.000,-

[benadeelde partij 1], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [benadeelde partij 2] (geboren op [geboortedatum] 2013) tot een bedrag van Cg 100.000,- ter zake van immateriële schade.

[benadeelde partij 2] (geboren op [geboortedatum] 2001) tot een bedrag van Cg 2.500,- ter zake van immateriële schade.

[benadeelde partij 1], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [benadeelde partij 3] (geboren op [geboortedatum] 2011) tot een bedrag van Cg 2.500,- ter zake van immateriële schade.

[benadeelde partij 4] tot een bedrag van Cg 2.500,- ter zake van immateriële schade.

De verdediging heeft de vorderingen niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het Gerecht genoegzaam gebleken dat de hierna genoemde benadeelde partijen als rechtstreeks gevolg van het door de verdachte onder feit 1 primair, impliciet subsidiair, en feit 2 bewezen verklaarde handelen, schade hebben geleden. Het Gerecht stelt het toe te wijzen bedrag daarbij – per benadeelde partij – vast op:

telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.

De verdachte is tot vergoeding van die schades gehouden, zodat de vorderingen tot die bedragen toewijsbaar zijn.

Het Gerecht is van oordeel dat de vorderingen van de benadeelde partij [benadeelde partij 1], zowel in persoon (geboren op [geboortedatum] 1976) als in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [benadeelde partij 2] (geboren op [geboortedatum] 2013), zich voor het overige niet lenen voor behandeling binnen het kader van deze strafzaak. Zij kan in zoverre dan ook niet in haar vorderingen worden ontvangen. Voor dit deel van de vorderingen staat haar de weg naar de burgerlijke rechter open.

Het Gerecht ziet aanleiding daarbij een schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 1:78 van het Wetboek van Strafrecht aan de verdachte op te leggen.

Voor het geval volledige betaling of volledig verhaal van de verschuldigde bedragen niet volgt, zal vervangende hechtenis van na te melden duur worden opgelegd.

Het Gerecht beslist over de proceskosten als hierna te melden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 1:78 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, impliciet subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 12 (twaalf) jaren;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 1] geleden schade toe tot een bedrag van Cg 50.000,- (zegge: vijftigduizend Caribische gulden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 1], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [benadeelde partij 2] (geboren op [geboortedatum] 2013) geleden schade toe tot een bedrag van Cg 50.000,- (zegge: vijftigduizend Caribische gulden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [benadeelde partij 2] (geboren op [geboortedatum] 2013) in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 5] geleden schade toe tot een bedrag van Cg 20.407,28 (zegge: twintigduizendvierhonderdzeven Caribische gulden en achtentwintig centen), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (geboren op [geboortedatum] 2001) geleden schade toe tot een bedrag van Cg 2.500,- (zegge: tweeduizendvijfhonderd Caribische gulden), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 1], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [benadeelde partij 3] (geboren op [geboortedatum] 2011) geleden schade toe tot een bedrag van Cg 2.500,- (zegge: tweeduizendvijfhonderd Caribische gulden), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

wijst de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 4] geleden schade toe tot een bedrag van Cg 2.500,- (zegge: tweeduizendvijfhonderd Caribische gulden), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij;

veroordeelt de verdachte in de kosten door voornoemde benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag Cg 50.000,- (zegge: vijftigduizend Caribische gulden), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 285 (tweehonderdvijfentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [benadeelde partij 2] (geboren op [geboortedatum] 2013) de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Cg 50.000,- (zegge: vijftigduizend Caribische gulden), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 285 (tweehonderdvijfentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Cg 20.407,28 (zegge: twintigduizendvierhonderdzeven Caribische gulden en achtentwintig centen), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 137 (honderdzevenendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van de voldoening;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] (geboren op [geboortedatum] 2001) de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Cg 2.500,- (zegge: tweeduizendvijfhonderd Caribische gulden), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van de voldoening;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 1], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [benadeelde partij 3] (geboren op [geboortedatum] 2011) de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Cg 2.500,- (zegge: tweeduizendvijfhonderd Caribische gulden), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van de voldoening;

legt aan de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] de verplichting op tot betaling aan het Land van een bedrag van Cg 2.500,- (zegge: tweeduizendvijfhonderd Caribische gulden), bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2025 tot aan de dag van de voldoening;

bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan het Land daarmee zijn verplichting tot betaling aan voornoemde benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan voornoemde benadeelde partijen daarmee zijn verplichting tot betaling aan het Land in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door mr. O.H.M. Leito, (zittingsgriffier), en op 3 juli 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?