ECLI:NL:OGEAC:2025:316

ECLI:NL:OGEAC:2025:316

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 17-10-2025
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 500.00269/24 en 500.00127/25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Sky-account, versluierend taalgebruik, voorbereidingshandelingen gericht op de in- of uitvoer van verdovende middelen, uitvoer cocaine.

Uitspraak

Stemherkenning

Na het beluisteren van bovenstaand gesprek werd er teruggerechercheeerd naar de opgenomen Sky-audioberichten. Het doel hiervan was om de stemmen te vergelijken met het gesprek van 7 augustus 2024 alwaar Nn-man met telefoonnummer [nummer], [verdachte] werd genoemd.

Door ons, verbalisanten, werd de stem van de mannelijke persoon in eerder vermeld gesprek (…) vergeleken met de stem van de gebruiker van het Sky-account [account]. Nadat bedoeld gesprek met enkele audioberichten afkomstig van het Sky-account [account] vergeleken werd, kan redelijkerwijs worden aangenomen dat het om dezelfde stem gaat. Dit wordt gebaseerd aan de hand van de klank van de stem, de manier van articulatie en het tempo waarop gesproken werd.

Derhalve kan worden vastgesteld dat de stem van de gebruiker van het Sky-account [account] geïdentificeerd wordt als die van [verdachte]. (…)”

2. Een proces-verbaal bevestiging stemherkenning van 17 oktober 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

“(…) Stemherkenning naar aanleiding van de verhoren

3. Een proces-verbaal van relevante berichten van het Sky-account [account] van 16 juli 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 7]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

4. Een proces-verbaal van relevante berichten van het Sky-account [account] van 15 juli 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 7]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

5. Een proces-verbaal van relevante berichten van het Sky-account [account] van 18 juli 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 7]. Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 24 september 2024 te 05:00 uur werd [verdachte] aangehouden en inmiddels is hij acht keer verhoord. De verhoren vonden plaats door mij, [verbalisant 4], en de verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6].

Wij, het verhorende koppel, hebben zowel tijdens het verhoor met [verdachte] gesproken als samen met hem de betreffende audiofragmenten beluisterd. Voor ons staat onomstotelijk vast dat het om dezelfde stem gaat. Ook hier is de toon, de intonatie, articulatie en tempo van [verdachte] gelijk aan de stem van de gebruiker van Sky-account [account].

Enkele voicenotes van de gebruiker van Sky-account [account] werden niet in het Papiaments, maar in het Nederlands ingesproken. Wanneer [verdachte] mij, [verbalisant 4], in het Nederlands iets probeerde uit te leggen, was ook deze stem identiek aan die van de voicenotes welke in het Nederlands zijn ingesproken. Het Nederlandstalig accent, de toon en het tempo welke door [verdachte] gebruikt werd kwam op dezelfde wijze overeen. (…)”

“(…) A: Algehele smokkel verdovende middelen

(…)

Opmerking verbalisant: Het is bij het onderzoeksteam ambtshalve bekend dat er middels versluierd taalgebruik gesproken wordt over de smokkel van verdovende middelen. Binnen de berichten van gebruiker [account] worden er verschillende termen gebruikt waarmee vermoedelijk verdovende middelen bedoeld wordt. (…) Opvallend is dat gebruiker [account] voornamelijk het woord ‘Gutu’ gebruikt voor de handel van verdovende middelen. Met ‘Gutu’ wordt de Papegaaivis in Curaçao aangeduid. Gezien de handelsroutes (veelal vanuit Colombia, Venezuela naar Europa) en de prijs, wordt met de benaming ‘Gutu’ vermoedelijk specifiek cocaïne bedoeld. (…)

Op 1 juli 2019 te 02:34 uur stuurt [account] aan [account 1] het vervolgbericht:

(…)

Op 17 juli 2019 te 17:14 uur stuurt [account] aan [account 1] het vervolgbericht:

(…)

Op 17 juli 2019 te 17:23 uur stuurt [account] aan [account 1] het volgende bericht:

(…)

Op 20 september 2019 te 14:41 uur stuurt [account] aan [account 1] het vervolgbericht:

(…)

Op 2 oktober 2019 te 16:22 uur stuurt [account] aan [account 1] het volgende bericht:

(…)

Op 11 oktober 2019 te 15:42 uur stuurt [account] aan [account 1] het volgende bericht:

(…)

Op 30 oktober 2019 te 15:46 uur en 15:48 uur stuurt [account] aan [account 1] de volgende afbeeldingen:

Opmerking verbalisant: Op de linker afbeelding is een container zichtbaar. Op de rechterafbeelding zijn diverse pakketten zichtbaar. Ambtshalve is bekend dat in soortgelijke kilo pakketten veelal verdovende middelen worden vervoerd.

Op 30 oktober 2019 te 15:47 uur stuurt [account] aan [account 1] het volgende audiobericht:

Opmerking verbalisant: Gebruiker [account] zegt dat hij uithaal heeft in Taiwan, Beijing, Zeeland, Cameroon, Polen. Opvallend is dat het schip van de eerdere afbeeldingen Taiwan als eindbestemming heeft. Gezien de genoemde reisroute, de container- en zegelnummers, en de afbeeldingen van een container en kilopakketten, bestaat het vermoeden dat gebruiker [account] ook verdovende middelen naar Azië laat versturen.

Op 31 oktober 2019 te 14:51 uur stuurt [account] aan [account 1] het vervolgbericht:

Opmerking verbalisant: Uit het bovenstaande is op te maken dat ene [persoon 2] 150 Gutu’s gezet heeft naar Santo, vermoedelijk Santo Domingo, Dominicaanse Republiek. Gebruiker van [account] geeft aan dat hij van [persoon 2] ook vracht heeft naar Santo.

Op 11 november 2019 te 14:51 uur stuurt [account] aan [account 1] het vervolgbericht:

(…)

Op 11 november 2019 te 15:38 uur stuurt [account] aan [account 1] het vervolgbericht:

Opmerking verbalisant: [persoon 2] vraagt $500,- voor de klus naar Santo Domingo. Dit is goedkoper dan de rest. Uit ervaring binnen een ander onderzoek is het mij, verbalisant, bekend dat er toen ongeveer 1500 Antilliaanse guldens werd gevraagd per blok cocaïne die gezet moest worden op de haven van Curaçao. Omgerekend ongeveer 750 dollar. Daar waar [persoon 2] het schijnbaar een stuk goedkoper doet dan de rest, is die $500,- mogelijk de prijs wat [persoon 2] ontvangt voor eenzelfde soort transactie.

Op 11 november 2019 te 16:03 uur stuurt [account] aan [account 1] het vervolgbericht:

(…)

Op 16 november 2019 te 19:55 uur stuurt [account] aan [account 1] het volgende audiobericht:

(…)

Op 16 november 2019 te 19:56 uur stuurt [account] aan [account 1] het volgende audiobericht:

(…)

Op 16 november 2019 te 19:58 uur stuurt [account] aan [account 1] het volgende audiobericht:

Opmerking verbalisant: Gebruiker [account] gaat het niet meer via land doen, maar over zee. Transport gaat van Bogota naar Maicao, wat een plaats is in Colombia in de buurt van de Venezolaanse grens. Vandaar moet het transport naar Venezuela vanwaar het naar Curaçao wordt verstuurd.

Op 21 november 2019 te 13:44 uur en 21 november 2019 te 13:47 uur stuurt [account] aan [account 1] de volgende afbeeldingen:

Opmerking verbalisant: Op de afbeelding zijn zogenaamde kilopakketten cocaïne zichtbaar met verschillende opdrukken.

Op 23 november 2019 te 22:58 uur stuurt [account] aan [account 1] het volgende bericht:

Opmerking verbalisant: (…) Ambtshalve is bekend dat er op Curacao en omstreken kilopakketten cocaïne in omloop zijn met de opdruk van Rolls Royce. Vermoedelijk worden dit soort pakketten bedoeld als er gesproken wordt over Gutu’s van Roys Roya. (…)

Op 26 november 2019 te 19:05 uur stuurt [account] aan [account 1] de volgende afbeelding:

Opmerking verbalisant: Op de afbeelding staan pakketten afgebeeld die veelal op dezelfde wijze gebruikt worden in de smokkel van verdovende middelen.

Op 28 november 2019 te 15:46 uur stuurt [account] aan [account 1] het vervolgbericht:

(…)

Op 21 oktober 2020 te 16:23 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende bericht:

Aansluitend stuurt [account] aan [account 3] op 21 oktober 2020 te 16:23 uur de volgende afbeelding:

Opmerking verbalisant: Op de afbeelding is een blok van een witte substantie met opdruk te zien, vermoedelijk betreft dit cocaïne.

(…)

Op 24 november 2020 te 14:15 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende bericht:

Opmerking verbalisant: (…) Ambtshalve is bekend dat de groothandelprijs van cocaïne om en nabij 31.000 Euro per kilo is. Vermoedelijk wordt de cocaïne aan hun aangeboden voor 28.000 Euro per kilo.

Op 24 november 2020 te 14:16 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende bericht:

(…)

Op 24 november 2020 te 14:19 uur stuurt [account] aan [account 3] de volgende afbeelding:

Opmerking verbalisant: Binnen dit gesprek wordt bevestigd dat de prijs 31 is. 31.000 Euro per kilo cocaïne. De ander krijgt ze voor 28, maar dan heeft hij nog niet gegeten. Daar wordt vermoedelijk mee bedoeld dat hij ook nog betaald wil worden.

(…)

Op 4 december 2020 te 15:40 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 4 december 2020 te 16:01 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 4 december 2020 te 16:01 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)“

(…) B: Transporten middels AKE’s en vliegtuigen

Op 1 juli 2019 te 00:46 uur stuurt [account] aan [account 1] het volgende bericht:

Opmerking verbalisant: In het proces-verbaal algehele smokkel verdovende middelen werd aangegeven waarom aangenomen mag worden dat "Gutu" versluierde taal is voor verdovende middelen. Met “Gutu” wordt de Papagaaivis op Curaçao aangeduid welke in de wateren van Curaçao leeft. Binnen bovenstaand gesprek heeft de gebruiker [account] het over “Carco”, wat een schelpdier betreft. Daar waar de “Carco” uit de “AKE” gehaald moet worden en het raakvlakken heeft met het woord Gutu, bestaat het vermoeden dat het hier gaat over drugs die uit de AKE gehaald moeten worden. Daarbij worden AKE-containers niet gebruikt voor gekoelde transporten. Derhalve is het überhaupt niet mogelijk daadwerkelijk Carco te versturen middels AKE-containers.

(…)

Op 1 oktober 2019 te 17:26 uur stuurt [account] aan [account 1] het volgende bericht:

(…)

Op 10 november 2019 te 23:47 uur, 23:48 uur, 23:51 uur en 23:52 uur stuurt [account] aan [account 1] de volgende afbeeldingen:

Opmerking verbalisant: Op de afbeeldingen zijn overzichten van de AKE-standplaatsen van een vliegtuig van [vliegtuig] voorzien van vluchtnummer [nummer] zichtbaar, welk op 10 november 2019 van Curaçao naar Frankfurt gevlogen is. Onderzoek op internet wijst uit dat [vliegtuig] in het winterseizoen 2018 en 2019 eenmaal per week retour vluchten uitvoerde tussen Curaçao en Frankfurt.

Op 10 november 2019 te 23:54 uur stuurt [account] aan [account 1] het vervolgbericht:

(…)

Op 11 november 2019 te 01:20 uur stuurt [account] aan [account 1] het vervolgbericht:

(…)

Op 15 oktober 2020 te 12:23 uur, 12:24 uur en 12:25:04 uur stuurt [account] aan [account 3] onder andere de volgende 3 afbeeldingen:

Opmerking verbalisant: Onderzoek heeft uitgewezen dat bovenstaande een gekoeld transport betrof.

Op 15 oktober 2020 te 12:27 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 15 oktober 2020 te 12:33 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 20 oktober 2020 te 18:07 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende bericht:

(…)

Op 20 oktober 2020 te 18:09 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende bericht:

Opmerking verbalisant: (…) Ambtshalve is bekend dat cocaïne vloeibaar gemaakt kan worden om de kans van ontdekking bij smokkel te verkleinen.

Op 21 oktober 2020 te 19:03 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende bericht:

(…)

Op 23 oktober 2020 te 12:22 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 23 oktober 2020 te 12:35 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 29 oktober 2020 tussen 11:15 uur en 11:17 uur stuurt [account] aan [account 3] de volgende afbeeldingen:

Opmerking verbalisant: Op de afbeeldingen zijn postzakken van KLM zichtbaar met de daarbij behorende zegels. Opvallend is de afbeelding waarop de Curaçaose krant Extra zichtbaar is. Ambtshalve is bekend dat het toevoegen van de krant een aanduiding van een datum is, waardoor vastgesteld kan worden dat het een recente foto betreft. Op de laatste afbeelding is een KLM AKE-container met daarnaast een kar met gevulde zakken zichtbaar.

Op 29 oktober 2020 tussen 13:19 uur en 13:21 uur stuurt [account] aan [account 3] de volgende afbeeldingen:

Opmerking verbalisant: Bovenstaande afbeeldingen zijn van een KLM-trolley. Deze worden gebruikt voor de catering aan boord van vliegtuigen en zijn veelal gekoeld. Op de afbeelding wordt vermoedelijk een dubbele bodem geplaatst. (…)

Op 29 oktober 2020 te 13:26 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 29 oktober 2020 te 13:28 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 29 oktober 2020 te 13:43 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 30 oktober 2019 te 14:41 uur stuurt [account] aan [account 1] de volgende foto’s:

Opmerking verbalisant: Op de afbeelding is diverse vracht zichtbaar. Aan de ondergrond op de linker afbeelding betreft het vermoedelijk de binnenzijde van een vliegtuig.

Op 30 oktober 2019 te 14:43 uur stuurt [account] aan [account 1] het volgende audiobericht:

(…)

Op 9 november 2020 te 16:14 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 9 november 2020 te 16:15 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 9 november 2020 te 17:00 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

Opmerking verbalisant: Gebruiker [account] zegt dat hij een Modus Operandi hanteerde waarbij een luik van de airco geopend werd bij elke genummerde stoel. Hij heeft het steeds over een groep die ‘zet’ en een groep die ‘uithaalt’. Vermoedelijk bedoelt hij een groepering die de drugs op Curaçao of andere broneilanden in het vliegtuig zet en een groep die op de ontvangende luchthaven (…) uit het vliegtuig haalt.

(…)

Op 17 november 2020 te 12:37 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 21 november 2020 te 11:51 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 23 november 2020 te 16:07 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 25 november 2020 te 16:31 uur stuurt [account] aan [account 3] de volgende afbeelding:

(…)

Op 1 december 2020 tussen 11:43 uur en 11:43 stuurt [account] aan [ACCOUNT 4] de volgende foto’s:

Aansluitend stuurt [account] aan [ACCOUNT 4] op 1 december 2020 te 11:45 uur het volgende bericht:

(…)

Op 1 december 2020 tussen 11:43 uur en 11:43 stuurt [account] aan [ACCOUNT 4] de volgende foto’s:

Aansluitend stuurt [account] aan [ACCOUNT 4] op 3 december 2020 tussen 01:34 uur en 01:35 uur de volgende berichten:

(…)“

(…) C: Postpakketten

Op 15 oktober 2020 tussen 11:52 uur en 12:11 uur stuurt [account] aan [account 3] de volgende afbeeldingen van postpakketten:

Op 15 oktober 2020 te 12:18 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 15 oktober 2020 te 12:19 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 15 oktober 2020 te 12:19 uur stuurt [account] aan [account 1] het volgende audiobericht:

(…)

Op 20 oktober 2020 te 17:51 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 21 oktober 2020 te 15:13 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 21 oktober 2020 te 15:13 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 27 oktober 2020 te 18:40 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 27 oktober 2020 te 18:43 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 27 oktober 2020 te 18:45 uur stuurt [account] aan [account 3] het volgende audiobericht:

(…)

Op 14 november 2019 te 16:52 uur stuurt [account] aan [account 1] het vervolgbericht:

(…)“

Bewijsoverwegingen

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte eveneens van het onder 1 en 2 (parketnummer 500.00269/24) zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de berichten waarop de verdenking is gebaseerd niet als betrouwbaar bewijs kunnen dienen. Dit nu de inhoud van de Sky ECC-berichten door hem niet kan worden geverifieerd. Daarnaast kan niet worden vastgesteld dat één en dezelfde persoon – laat staan de verdachte – de gebruiker van het Sky-account was. Hierdoor kunnen ook de tekstberichten niet aan een persoon worden gelinkt.

Voorts zijn de berichten slechts een selectie waardoor enig context volledig ontbreekt. De gebruikers van het account spreken nooit over eigen handelingen. Dit wijst erop dat de handelingen waar het in de berichten over gaat niet aan de verdachte kunnen worden toegeschreven. Voorts blijkt ook nergens uit dat de verdachte iets te maken heeft gehad met de handelingen die door de persoon in het account worden genoemd.

Verwijzend naar de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 september 2022 (ECLI:NL:RBZWB:2022:5151) heeft de raadsman nog aangevoerd dat ook de verdenkingen tegen de verdachte enkel gebaseerd zijn op de in het dossier aanwezige Sky ECC-berichten, waardoor niet is voldaan aan het bewijsminimum en dus ontbreekt het wettig bewijs voor de ten laste gelegde feiten.

Het Gerecht overweegt als volgt.

Identificatie gebruiker van het Sky ECC-account [account]

De officier van justitie baseert de verdenking dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij meerdere drugstransporten en in dat kader voorbereidingshandelingen heeft verricht, in het bijzonder op een aantal berichten afkomstig van het SKY ECC-account met de gebruikerscode [account], welk account door de officier van justitie aan de verdachte wordt toegeschreven.

Het Gerecht dient allereerst de vraag te beantwoorden of de verdachte inderdaad als de gebruiker van voormeld SKY ECC-account kan worden aangemerkt.

Uit het procesdossier volgt dat het Sky ECC-account [account] in de periode van 30 juni 2019 tot en met 4 december 2020 actief is geweest. De verdachte heeft zich zowel tijdens de verhoren bij de politie als tijdens het onderzoek ter terechtzitting grotendeels op zijn zwijgrecht beroepen.

Het Gerecht stelt vast dat in meerdere audioberichten, in ieder geval alle audioberichten die als bewijsmiddel zijn gebezigd, de stem van de verdachte is herkend als de zijne. Deze herkenning is gebaseerd op specifieke en individuele kenmerken van het stemgeluid van de verdachte, waaronder klank, articulatie en spreektempo. De identificatie is verricht door meerdere verbalisanten die de verdachte eerder hebben verhoord, gesprekken met hem hebben gevoerd en de desbetreffende audioberichten hebben uitgeluisterd, en die derhalve in staat waren een betrouwbare stemvergelijking te doen.

Het Gerecht acht de stemherkenningen overtuigend en betrouwbaar en stelt op grond daarvan buiten redelijke twijfel vast dat de als bewijsmiddel gebezigde audioberichten door de verdachte zijn ingesproken.

Ten aanzien van de als bewijsmiddelen gebezigde tekstberichten, overweegt het Gerecht als volgt.

Vaststaat dat de verdachte de auteur is van de hiervoor vermelde audioberichten die als bewijsmiddel zijn gebruikt. Het daarin gehanteerde (versluierende) taalgebruik vertoont een duidelijke overeenstemming met het taalgebruik, de woordkeuze, formuleringen en stijl die in de desbetreffende tekstberichten worden aangetroffen. Het Gerecht acht deze overeenstemming voldoende redengevend om de tekstberichten, net als de audioberichten, aan de verdachte toe te rekenen. Dat geconstateerd is dat anderen via het Sky ECC-account [account] ook enkele audioberichten hebben verstuurd, doet daaraan niet af. Zonder enige door de verdachte afgelegde, ontzenuwende verklaring is niet aannemelijk geworden dat de samenhang tussen de audioberichten en de tekstberichten op toeval zou berusten. De verdachte heeft zich weliswaar op zijn zwijgrecht beroepen – hetgeen een de verdachte toekomend fundamenteel recht is – maar dat neemt niet weg dat de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien in zoverre overtuigend wijzen op één en dezelfde gebruiker.

Gelet op het voorgaande acht het Gerecht het buiten redelijke twijfel bewezen dat ook de als bewijsmiddelen gebezigde tekstberichten door de verdachte zijn verzonden, zodat ook deze berichten aan hem kunnen worden toegeschreven.

Voorbereidingshandelingen

Voorts dient het Gerecht te beoordelen of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen gericht op de in- of uitvoer van verdovende middelen.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat de verdachte via zijn Sky ECC-account in versluierende taal gesprekken voerde over de in-/uitvoer van onder meer ‘Gutu’, ‘vissen’, ‘stenen’, ‘carco’ en ‘Ice’ via zeevracht, vliegtuigen en postpakketten, alsmede over daarmee samenhangende termen als ‘manifest’, ‘boot’, ‘Porto’, ‘Colo’, ‘Chavez’, ‘Santo’ en ‘Jam’. Het doel van dit versluierende taalgebruik is, zo moet worden aangenomen, om te kunnen spreken over de handel in verdovende middelen zonder dat dit uit de concrete inhoud van de berichten blijkt, althans zou moeten blijken.

Bij de beoordeling of er sprake is van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 1:120 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is vereist dat met voldoende bepaaldheid moet kunnen worden vastgesteld op welk misdrijf de voorbereidingshandelingen en voorbereidingsmiddelen waren gericht, en dat het opzet van de verdachte op het begaan daarvan was gericht. Onder dit opzet is voorwaardelijk opzet begrepen.

Het Gerecht stelt vast dat de door de verdachte verzonden berichten niet slechts algemene of vrijblijvende opmerkingen bevatten, maar concrete, uitvoerbare aanwijzingen die zien op de organisatie en uitvoering van de in- dan wel uitvoer, verpakking, verzending en distributie van verdovende middelen. Zo geeft de verdachte onder meer:

De verdachte biedt tevens samenwerking aan en vraagt toestemming van mededaders voor specifieke handelingen: de verdachte vraagt aan [account 1] of de kapitein die zaken onder de boot kan plaatsen iets is wat ze kunnen gebruiken, en of [account 1] hem zijn zegen geeft zodat zijn Porto’s op verzoek van ‘Kabouw’ de Gutu’s van Colombia naar Venezuela kunnen doorsturen). Verder stuurt de verdachte ook foto’s van AKE-standplaatsen en voorbereide pakketten waarbij hij expliciet stelt dat het beelden zijn van handelingen die hij eigenhandig heeft verricht.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt niet slechts dat de verdachte sprak over drugstransporten, maar ook handelde als een organisator met operationele zeggenschap: hij deed mededeling van beschikbare Porto’s, geeft aangeboden prijzen door (bijvoorbeeld offerte van [persoon 2] om zendingen te verzorgen), bespreekt de verkoop van Gutu’s en geeft aan dat hij controle heeft over de lokale post (DHL) en over personen die relevante controles uitvoeren. Voorts meldt hij concreet dat hij een koffer voor Duitsland klaarmaakt en dat hij ruime ervaring heeft met het ‘zetten’ van Gutu’s in vliegtuigen. De verdachte noemt zichzelf ‘de professor van vliegtuigen’ en geeft aan dat hij dat al 29, 30 jaren doet.

Naar het oordeel van het Gerecht houden deze uitlatingen en de door hem verzonden afbeeldingen meer in dan louter voornemens of algemene beraadslagingen. De communicatie bevat concrete, uitvoerbare afspraken en aanwijzingen die – gelet op hun aard, en precisie en inhoud – gericht zijn op de voltooiing van een concreet in- dan wel uitvoerplan. Het Gerecht acht deze berichten en de bijbehorende afbeeldingen, ondanks dat beide afkomstig zijn van de verdachte zelf, twee zelfstandige, elkaar ondersteunende bewijsmiddelen.

Het Gerecht ziet in deze berichten en afbeeldingen voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 1:120 Sr: er is sprake van voorbereidingshandelingen en – middelen gericht op het internationaal verplaatsen en doen circuleren van verdovende middelen, waarbij de verdachte (i) het beoogde misdrijf voor ogen heeft, (ii) concrete middelen, personen en routes aanwijst en inzet, en (iii) operationele stappen ondernam en coördineerde.

Dat sommige termen in een versluierende taal zijn weergegeven doet geen afbreuk aan de inhoudelijke betekenis van de berichten. De context van deze berichten maakt voldoende duidelijk dat wordt gesproken over drugstransport en drugshandel. Zulks geldt temeer nu de verdachte zelf in de berichten uitvoerig technische en praktische kennis deelt die alleen aan daadwerkelijk voorbereidend handelen kan worden toegeschreven. De berichten verschaffen context en inhoud aan de afbeeldingen, terwijl de afbeeldingen de juistheid en werkelijkheid van de in de berichten beschreven handelingen bevestigen. Hun onderlinge samenhang versterkt de bewijswaarde en geeft daarmee een voldoende betrouwbaar en sluitend beeld van het voorbereidend handelen van de verdachte weer.

Voorts staat buiten redelijke twijfel vast dat met de termen ‘Gutu’, ‘vissen’ en ‘stenen’ wordt gedoeld op cocaïne. Dit volgt uit de uiterlijke kenmerken van de op de foto’s zichtbare witte stof en verpakkingen, de genoemde prijzen, de specifieke transportroutes (onder meer tussen Zuid-Amerika en Europa), en de gehanteerde verbergingsmethoden die kenmerkend zijn voor cocaïnetransporten.

Gelet op het voorgaande acht het Gerecht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte voorbereidingshandelingen heeft verricht, gericht op de in- dan wel uitvoer van verdovende middelen, waaronder cocaïne.

Daadwerkelijke uitvoer van cocaïne

Dat de verdachte daadwerkelijk cocaïne heeft uitgevoerd, leidt het Gerecht af uit de door hem op 10 november 2019 om 23:47 uur, 23:48 uur, 23:51 uur en 23:52 uur verzonden afbeeldingen en de daaropvolgende berichten, waarin hij aangeeft een koffer gereed te maken om die voor Duitsland met [vliegtuig] Airlines te regelen. Aangenomen moet worden dat het een feit van algemene bekendheid is dat vanuit Curaçao naar Europa doorgaans cocaïne wordt verzonden en niet andere verdovende middelen. Het Gerecht stelt dan ook vast dat het ook hier om cocaïne gaat. Daarnaast verwijst het Gerecht naar het op 1 december 2020 om 11:43 uur aan het Sky ECC-account [ACCOUNT 4] verstuurde bericht, inhoudende een zogenoemd manifest, en het daarop aansluitende bericht waarin wordt bevestigd dat ook hun ‘deel’ deel uitmaakte van de vracht bloemen die op die dag vanuit Aruba naar Nederland is vertrokken. Het Gerecht begrijpt deze berichten in onderlinge samenhang aldus dat de verdachte op dat moment betrokken was bij een concreet transport van verdovende middelen, vermomd als een reguliere bloemenexportzending. Deze berichten sluiten bovendien aan bij eerdere communicatie waarin de verdachte melding maakt van de mogelijkheid om “Gutu’s” – het Gerecht begrijpt: cocaïne – te verzenden met bloemen, een methode die volgens hem slechts periodiek beschikbaar is in verband met het bloemenseizoen. Gelet op deze context en de bewoordingen van de berichten acht het Gerecht het buiten redelijke twijfel dat het transport waarop de verdachte doelde, daadwerkelijk de uitvoer van cocaïne betrof.

De verweren worden verworpen.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Parketnummer 500.00269/24

Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel 3 van de Opiumlandsverordening 2024 en strafbaar gesteld in artikel 11 van die verordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van, om een feit, bedoeld in artikel 3 van de Opiumlandsverordening 2024, in, uit, door te voeren of te verkopen, zich en een of meer anderen gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen en voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat het bestemd is tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij artikel en strafbaar gesteld in artikel 3, eerste lid, aanhef onder c en A van de Opiumlandsverordening 2024 en strafbaar gesteld in artikel 11 van die verordening juncto artikel 1:123 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid, van de Opiumlandsverordening 2024, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de in- en uitvoer van cocaïne. Daarnaast heeft hij voorbereidingshandelingen gepleegd die eveneens gericht waren op het internationaal verhandelen en vervoeren van cocaïne. Uit de inhoud van de berichten blijkt dat de verdachte handelde met aanzienlijke hoeveelheden, kennelijk bestemd voor de grootschalige internationale handel. Evenwel kan uit het beschikbare bewijsmateriaal niet met de vereiste mate van zekerheid, ook niet bij benadering, worden vastgesteld op welke hoeveelheden de voorbereidingshandelingen, zoals bewezenverklaard onder feit 1, betrekking hadden, noch hoeveel verdovende middelen daadwerkelijk zijn uitgevoerd zoals bewezenverklaard onder feit 2. Wel staat vast dat de verdachte zich gedurende een ruime periode heeft ingelaten met de handel in cocaïne. Het betreft feiten van een zeer ernstige aard. De handel in en het internationaal vervoer van verdovende middelen vormen een groot maatschappelijk probleem en gaan gepaard met andere vormen van zware criminaliteit, waaronder geweld, witwassen en corruptie. Door zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van dit criminele circuit en de daarmee gepaard gaande ondermijning van de samenleving.

De verdachte vervulde daarin geen ondergeschikte rol. Uit de berichten blijkt dat hij beschikte over kennis, ervaring en een uitgebreid netwerk waarmee hij transporten kon organiseren, controleren en faciliteren. Hij presenteerde zich als een ervaren en gezaghebbende organisator met zeggenschap over de uitvoering van drugstransporten en de daarbij betrokken personen. Dat maakt zijn rol zwaarwegender dan die van een uitvoerder.

Het Gerecht rekent het de verdachte zwaar aan dat hij uitsluitend handelde uit financieel gewin, zonder zich te bekommeren om de schadelijke gevolgen die de verspreiding van en handel in cocaïne veroorzaken voor anderen en de maatschappij als geheel.

Blijkens een de verdachte betreffende strafkaart van 26 september 2024 is hij niet eerder door de strafrechter veroordeeld.

Het Gerecht heeft voorts acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze door en namens hem naar voren zijn gebracht.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Deze straf is lager dan gevorderd omdat het Gerecht de verdachte vrijspreekt van vier van de zes ten laste gelegde feiten.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat na te noemen straf passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld.

In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. In het dossier zit geen beslaglijst. In ieder geval zijn onder de verdachte het volgende inbeslaggenomen::

- een mobiele telefoon van het merk [telefoon 1]; en

- een mobiele telefoon van het merk [telefoon 2]

De in beslag genomen mobiele telefoons zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de onder parketnummer 500.00127/25 ten laste gelegde feiten. Uit het dossier blijkt dat in deze mobiele telefoons – zoals overwogen onder het kopje ’Vrijspraak’– belastend materiaal is aangetroffen. Gelet op de aard en inhoud daarvan is het Gerecht van oordeel dat voormelde mobiele telefoons kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, zodat zij vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op het artikel 1:136 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dit luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feiten 3 en 4 (parketnummer 500.00269/24) en onder feiten 1 en 2 (parketnummer 500.00127/25) ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 (parketnummer 500.00269/24) ten laste gelegde feiten heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten twee mobiele telefoons van het merk [telefoon 1] en [telefoon 2].

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door mr. O.H.M. Leito, (zittingsgriffier), en op 17 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?