GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummers: CUR202504291 & CUR202504416
Beschikking van 31 oktober 2025
op het verzoek van:
[de tante],
wonend in [woonplaats],
hierna te noemen: de tante,
procederend in persoon, en
de VOOGDIJRAAD,
gevestigd te Curaçao,
betreffende:
[de minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [de minderjarige],
als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de grootmoeder moederszijde],
wonend in [woonplaats],
hierna te noemen: de grootmoeder moederszijde,
als informant wordt aangemerkt:
[de echtgenoot van de grootmoeder],
wonend in [woonplaats],
hierna te noemen: de echtgenoot van de grootmoeder.
1. Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van de tante, op 23 oktober 2025 ingediend;
de aanvullende stukken zijdens de tante, op 24 oktober 2025 per e-mail ingediend;
de mondelinge behandeling op 27 oktober 2025, waarbij aanwezig waren: de tante, de grootmoeder moederszijde, de echtgenoot van de grootmoeder en een vertegenwoordiger van de Voogdijraad. Ook was een vriendin van de familie aanwezig bij de behandeling;
het concept familieplan, overgelegd ter zitting door de tante;
het verzoekschrift van de Voogdijraad, ingediend op 29 oktober 2025.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De feiten
De moeder van [de minderjarige] is [de moeder](hierna te noemen: de moeder). Verzoekster is de tante van [de minderjarige] (moederszijde).
De moeder is op [datum] 2025 overleden. De ex-partner van de moeder wordt ervan verdacht haar om het leven te hebben gebracht.
De moeder was van rechtswege met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] belast. De biologische vader van [de minderjarige] is niet in beeld en is niet betrokken in het leven van [de minderjarige].
[de minderjarige] heeft sinds zijn geboorte samengewoond met zijn moeder, zijn oom en zijn grootmoeder en haar echtgenoot. Sinds het overlijden van de moeder verblijft [de minderjarige], nadat hij tijdelijk met de grootmoeder in een safehouse heeft verbleven, nog steeds bij de grootmoeder en haar echtgenoot.
3. Het verzoek en de beoordeling
De tante verzoekt haar te belasten met de voogdij over [de minderjarige]. Ter zitting vertelt de tante dat zij sinds de geboorte van [de minderjarige] nauw is betrokken bij hem en dat zij een hechte band hebben. Daarnaast geeft ze aan dat zij een vangnet heeft in Nederland die haar kan ondersteunen rondom de zorg voor [de minderjarige]. Dit vangnet omvat familie, waaronder de oom van [de minderjarige], kennissen, vrienden en de stichting Organisatie New Song.
Ter zitting brengen de grootmoeder en haar echtgenoot naar voren dat zij het verzoek ondersteunen. Als [de minderjarige] naar Nederland gaat, zal de grootmoeder ook (tijdelijk) met [de minderjarige] meegaan naar Nederland. De echtgenoot van de grootmoeder geeft aan dat het voor [de minderjarige] en de grootmoeder van groot belang is om te vertrekken naar Nederland, omdat zij in Curaçao iedere dag worden herinnerd aan de pijn en het verdriet rondom het overlijden van de moeder. Daarnaast heeft de grootmoeder te kennen gegeven dat zij, indien nodig, bereid is de (tijdelijke) voogdij over [de minderjarige] op zich te nemen.
De Voogdijraad heeft te kennen gegeven het verzoek en de intentie van de familie te begrijpen. Wel acht de Voogdijraad het noodzakelijk dat, aangezien de tante in Nederland woont, de Raad voor de Kinderbescherming in Nederland de situatie van de tante zal onderzoeken en zal beoordelen of het in het belang van [de minderjarige] is om de tante met de voogdij over hem te belasten. De Voogdijraad zal de Raad voor de Kinderbescherming verzoeken dit onderzoek uit te voeren en zal ondertussen een onderzoek uitvoeren in Curaçao, waarbij de Voogdijraad onder andere de psycholoog van [de minderjarige] zal raadplegen en met [de minderjarige] een gesprek zal voeren om zijn mening te horen. De grootmoeder moederszijde zou dan, in afwachting van de uitkomst van het onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming, kunnen worden belast met de tijdelijke voogdij over [de minderjarige].
De Voogdijraad heeft kort na de zitting een (schriftelijk) verzoek ingediend om de grootmoeder moederszijde te belasten met de voogdij over [de minderjarige], in afwachting van het onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming naar de geschiktheid van de tante als voogdes.
Op grond van de artikelen 1:295 juncto 1:299 van het Burgerlijk Wetboek (BW) benoemt het gerecht een voogd over alle minderjarigen, die niet onder ouderlijk gezag staan en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien, op verzoek van bloed- of aanverwanten van de minderjarige, de Voogdijraad, schuldeisers of andere belanghebbenden, of ambtshalve.
Het gerecht stelt voorop dat hetgeen [de minderjarige] en de familie hebben meegemaakt, afschuwelijk is. De tante, de grootmoeder en haar echtgenoot hebben zich na het overlijden van de moeder enorm ingespannen om [de minderjarige] zo goed mogelijk te ondersteunen en een nieuw en liefdevol thuis te bieden. Dit is zeer bewonderingswaardig.
Het gerecht benadrukt dat het veel vertrouwen heeft in de tante en verwacht dat zij [de minderjarige] een warm nieuw thuis kan bieden. Het is echter ook belangrijk, zoals door de Voogdijraad naar voren is gebracht en is besproken ter zitting, dat de Raad voor de Kinderbescherming in Nederland onderzoek gaat doen en de Voogdijraad in Curaçao. De tante van [de minderjarige] heeft haar zus op afschuwelijke wijze verloren en moet dit verlies ook verwerken. Daar komt bij dat een verhuizing van Curaçao naar Nederland voor [de minderjarige], die zijn hele leven in Curaçao gewoond heeft, impactvol is. Gelet hierop en zoals besproken ter zitting, is het gerecht van oordeel dat het het meest in het belang van [de minderjarige] is als de Raad voor de Kinderbescherming en de Voogdijraad een kort onderzoek zullen verrichten. [de minderjarige] kan dan in de tussentijd bij de grootmoeder en haar echtgenoot blijven wonen, waarbij de grootmoeder zal worden belast met de tijdelijke voogdij over hem. Bij positief advies van de Raad voor de Kinderbescherming en de Voogdijraad zal het gerecht de tante belasten met de voogdij over [de minderjarige]. Ter zitting hebben de tante en de grootmoeder hiermee ingestemd.
Het gerecht merkt richting de Voogdijraad en de Raad voor de Kinderbescherming op dat het van groot belang is dat de onderzoeken spoedig worden uitgevoerd, zodat [de minderjarige] en de familie zo snel mogelijk duidelijkheid hebben en praktische zaken kunnen gaan regelen.
Gelet op het voorgaande zal het gerecht het advies van de Voogdijraad volgen en de grootmoeder (moederszijde) belasten met de tijdelijke voogdij over [de minderjarige], in afwachting van de onderzoeken door de Raad voor de Kinderbescherming en de Voogdijraad. De zaak zal voor het indienen van het rapport van de Voogdijraad en het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (door de Voogdijraad) worden verwezen naar de hierna vermelde datum. Het gerecht benadrukt hierbij dat, als de rapporten klaar zijn vóór deze datum, de rapporten al dienen te worden ingediend per e-mailbericht. De definitieve beslissing zal worden aangehouden.
4. De beslissing
Het gerecht:
benoemt [de grootmoeder moederszijde], geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats], als tijdelijk voogdes over [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats], met ingang van de datum van deze beschikking;
draagt de griffier op om aantekening van deze beschikking in het gezagsregister te doen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
verwijst de zaak voor het indienen van het rapport door de Voogdijraad en de Raad voor de Kinderbescherming (door de Voogdijraad) naar de familierol van 9 december 2025 om 8.30 uur;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. H.M. Contermans, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2025.