ECLI:NL:OGEAC:2025:329

ECLI:NL:OGEAC:2025:329

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 15-09-2025
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer CUR202403609
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Geldvordering, afwijzing verklaring voor recht wegens onvoldoende belang, verrekening onvoldoende oderbouwd, 843a Rv niet in petitum en onvoldoende belang.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202403609

Vonnis van 15 september 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap FORTAUNSA B.V., gevestigd in Curaçao, eiseres in conventie,

verweerster in reconventie, gemachtigde: mr. R.F. van den Heuvel, mr. R.L. Mogen,

tegen

de naamloze vennootschap CAPITAL TRUST CORPORATION N.V.,

gevestigd in Curaçao, gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie, gemachtigde: mr. A.C. Small.

Partijen worden hierna Fortaunsa en CTC genoemd.

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het vonnis in incident van 24 maart 2025;

de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie van 28 april 2025;

de akte overlegging producties aan de zijde van CTC van 18 augustus 2025;

de mondelinge behandeling van 21 augustus 2025, waar mr. Van den Heuvel en mr. Mogen voor Fortaunsa zijn verschenen en de heer [belanghebbende 1] namens CTC, bijgestaan door mr. Small;

de pleitnotities.

Vonnis is bij vervroeging bepaald op vandaag.

2. De feiten

Fortaunsa houdt zich bezig met de wereldwijde handel in grondstoffen, inkoop, import, export, verkoop van diverse goederen en activa, het optreden als handelsagent en het assisteren van bedrijven en/of personen bij financiële transacties.

CTC was vanaf 15 maart 2021, de oprichtingsdatum van Fortaunsa, de enige bestuurder van Fortaunsa. De heer [belanghebbende 1] is aangesteld als managing director.

Fortaunsa had een bankrekening in de Verenigde Staten. Deze rekening is eind 2021 opgeheven. Partijen zijn overeengekomen dat CTC voor Fortaunsa een bedrag van USD 115.294, afkomstig van deze Amerikaanse bankrekening, in escrow zou houden op haar rekening bij de MCB. In januari 2022 is het bedrag op de betreffende MCB-rekening gestort.

Op 2 mei 2023 is Fortaunsa door de rechtbank te Dubai veroordeeld tot betaling van USD 17.386.475,25, met rente.

Fortaunsa heeft CTC bij e-mail van 4 mei 2024 verzocht om het bedrag in escrow over te maken op de derdengeldrekening van haar gemachtigde.

Bij e-mail van 7 mei 2024 reageert CTC:

“We understand your request for the transfer of funds held on behalf of Fortaunsa B.V. into your third-party account. However we regret to inform you that at present, we are unable to process the transfer directly to the third-party account due to banking regulations and procedures.”

Tijdens de aandeelhoudersvergadering van 5 juni 2024 is CTC als bestuurder ontslagen.

Bij e-mail van 24 juli 2024 heeft Fortaunsa CTC nogmaals verzocht om het bedrag van USD 115.294 over te maken op de derdengeldrekening van haar gemachtigde. Op 25 juli 2024 is een herinnering gestuurd, waarbij een uiterste betaaldatum is gesteld op 26 juli 2024.

CTC heeft het bedrag niet overgemaakt.

3. De vorderingen

In conventie

Fortaunsa vordert in conventie dat CTC wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van USD 115.294, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 4 mei 2024, met veroordeling van CTC in de proceskosten en de nakosten.

In reconventie

CTC vordert in reconventie dat het gerecht voor recht verklaart dat CTC niet heeft gehandeld in strijd met haar bestuurderstaken en verantwoordelijkheden, dat zij een behoorlijke taakvervulling heeft gepleegd (art. 2:9 BW) en niet onrechtmatig heeft gehandeld (6:162 BW), en dat zij gerechtigd is tot verrekening van haar kosten met de onder haar gehouden gelden. Voorts vordert CTC op grond van artikel 843a Rv een afschrift van het AVA-besluit van 5 juni 2024 en de notulen. Kosten rechtens.

4. De beoordeling

In conventie

Niet in geschil is dat CTC gehouden is om het bedrag van USD 115.294 aan Fortaunsa terug te betalen. Ter zitting zijn partijen overeengekomen dat het bedrag dient te worden gestort op de derdengeldrekening van de gemachtigde van Fortaunsa. De vordering in conventie zal aldus worden toegewezen.

De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 26 juli 2024, omdat het verzuim eerst op die datum is ingetreden.

Omdat CTC (grotendeels) in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van Fortaunsa worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 2.100 aan griffierecht, Cg 384,18 aan oproepingskosten en Cg 4.000 (2 punten x tarief 7) aan gemachtigdensalaris.

In reconventie

Verklaring voor recht

CTC heeft in reconventie gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat zij haar taken als bestuurder naar behoren heeft vervuld.

Het gerecht is van oordeel dat deze vordering moet worden afgewezen. Een verklaring voor recht is naar haar aard bedoeld om duidelijkheid te verschaffen over een bestaande rechtsverhouding tussen partijen. Toewijzing vereist dat sprake is van een voldoende concreet, actueel en rechtens relevant belang. CTC wenst de verklaring voor recht in verband met een mogelijke toekomstige procedure. Het gerecht acht dit een onvoldoende rechtens te respecteren belang voor toewijzing van de vordering. Nog daargelaten dat de vordering te algemeen is geformuleerd, geldt dat het gerecht geen verklaring voor recht kan geven die betrekking heeft op eventuele toekomstige of onzekere rechtsverhoudingen. Daar komt bij dat, in het licht van de betwisting van de vordering door Fortaunsa, met de onderbouwing van de vordering – middels een omvangrijk aantal e-mails en WhatsApp-berichten, die eerst ter zitting zijn toegelicht – onvoldoende concrete aanknopingspunten zijn aangedragen voor toewijzing van de vordering.

Verrekening

CTC heeft verzocht te bepalen dat zij gerechtigd is de kosten voor haar bestuurderswerkzaamheden te verrekenen met het verschuldigde bedrag van

USD 115.294. Nu CTC de betreffende kosten niet heeft gespecificeerd en onderbouwd, zal het gerecht dit verzoek afwijzen.

Artikel 843a Rv

CTC heeft voorts (ter zitting) een beroep gedaan op artikel 843a Rv en verzocht om afgifte van het besluit en de volledige notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders van 5 juni 2024, waarin haar ontslag als bestuurder is besproken. CTC stelt belang bij de genoemde stukken te hebben in het kader van een eventuele aansprakelijkheidsprocedure. Volgens CTC is haar tijdens de vergadering de toezegging gedaan dat haar decharge zou worden verleend.

Het gerecht stelt voorop dat deze vordering in reconventie niet in het petitum is opgenomen en dat er ook geen schriftelijke eiswijziging (109 Rv) is ingediend. Voor zover CTC ter zitting alsnog heeft getracht de vordering op grond van artikel 843a Rv aan haar verzoek ten grondslag te leggen, geldt dat de rechter de rechtsstrijd niet ambtshalve mag uitbreiden. Daarmee is de vordering niet ingesteld, zodat het gerecht hieraan niet toekomt.

Ten overvloede overweegt het gerecht hierover nog het volgende.

Fortaunsa heeft ter zitting de notulen van de aandeelhoudersvergadering overgelegd. In deze notulen wordt verwezen naar een e-mail van 5 juni 2024, waarvan tussen partijen niet in geschil is dat zij beiden hierover beschikken. Fortaunsa stelt dat er geen verdere stukken zijn, zodat tegemoet is gekomen aan het verzoek van CTC en daarbij geen belang meer bestaat. CTC heeft hiertegen aangevoerd dat de notulen summier zijn en geen volledig beeld geven van hetgeen tijdens de vergadering is besproken. Tevens heeft CTC het vermoeden uitgesproken dat de notulen pas geruime tijd na de vergadering zijn opgemaakt. Fortaunsa heeft daar tegenin gebracht dat de notulen direct na de vergadering zijn opgesteld, dat er slechts één agendapunt was, namelijk het ontslag van de bestuurder, en dat de notulen zich daarom uitsluitend daarop richten. De jaarstukken stonden niet op de agenda. Volgens Fortaunsa hoefden de notulen daarom niet méér te bevatten dan hetgeen onder het enige agendapunt is besproken.

Het gerecht overweegt dat de stelling van CTC dat de notulen mogelijk niet juist of volledig zijn, ziet op de inhoudelijke juistheid van dat stuk, hetgeen in het kader van deze procedure – die ziet op afgifte van stukken – niet ter beoordeling staat. Een geschil over de inhoud van reeds overgelegde stukken rechtvaardigt op zichzelf nog geen toewijzing van een vordering tot afgifte van aanvullende documenten. Dat geldt te meer nu het bestaan van nadere documenten ook niet nader door CTC is onderbouwd met concrete en verifieerbare aanwijzingen. Daar komt bij dat de heer [belanghebbende 1]ter zitting, namens CTC, heeft verklaard dat tijdens de aandeelhouders-vergadering weliswaar een decharge is gevraagd, maar dat deze toen niet is verleend. Dat er toezeggingen zouden zijn gedaan is door Fortaunsa betwist. Gelet hierop heeft CTC onvoldoende belang bij nadere inzage of afgifte van (eventuele) aanvullende stukken.

De conclusie is dat de reconventionele vorderingen worden afgewezen.

CTC zal in reconventie als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten worden aan de zijde van Fortaunsa begroot op Cg 1.250 (1 punt x tarief 5).

De gevorderde wettelijke rente en de nakosten worden toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld.

De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

5. De beslissing

Het gerecht:

In conventie

veroordeelt CTC tot betaling aan Fortaunsa van een bedrag van USD 115.294, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2024 tot aan de dag van betaling, te storten op de derdenrekening van de gemachtigde van Fortaunsa;

veroordeelt CTC in de proceskosten van Fortaunsa van Cg 6.484,18, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;

bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat verder is gevorderd.

In reconventie

wijst de vorderingen af.

veroordeelt CTC in de proceskosten van Fortaunsa van Cg 1.250, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;

bepaalt dat de proceskosten moeten worden betaald binnen veertien dagen en dat die kosten worden verhoogd met de wettelijke rente als niet op tijd wordt betaald;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.W.J Vinkes, rechter, bijgestaan door

mr. M.R. Hoekstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. D.W.J Vinkes

Griffier

  • mr. M.R. Hoekstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?