ECLI:NL:OGEAC:2025:334

ECLI:NL:OGEAC:2025:334

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 09-12-2025
Datum publicatie 03-06-2026
Zaaknummer CUR202204235 en CUR202204236
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Familiezaak.eenhoofdig gezag en wijziging omgangsregeling.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202204235 en CUR202204236

Beschikking van 9 december 2025

in de zaak van:

[de moeder],

wonend in [woonplaats],

verzoekster, hierna te noemen: de moeder,

gemachtigde: mr. D.I.E.I. Lichtenberg,

tegen

[de vader],

wonend in [woonplaats],

verweerder, hierna te noemen: de vader,

gemachtigde: mr. A.J. de Winter,

hierna tevens gezamenlijk te noemen: de ouders,

betreffende de minderjarige:

[de minderjarige],

geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [de minderjarige].

1. De beschikking van 29 augustus 2024

Bij beschikking van 29 augustus 2024 is bepaald dat [de minderjarige] de ene week bij de vader verblijft en de andere week bij de moeder en de wisseldag onderling tussen de ouders wordt bepaald. Voorts is bepaald dat de begeleiding van mevrouw Siliee, de gezinsvoogd in het vrijwillig kader, en de inzet van de WhatsAppgroep van kracht blijft voor zolang mevrouw Siliee dat nodig acht. Ook is bepaald dat de mondelinge behandeling zal worden voortgezet op een nader te bepalen datum in het najaar van 2025.

2. Het verdere verloop van de procedure

De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:

de moeder, bijgestaan door haar gemachtigde;

de vader, bijgestaan door zijn gemachtigde;

mevrouw Hortencia namens de Voogdijraad;

mevrouw Siliee, de begeleider van de ouders, werkzaam bij de gezinsvoogdij-instelling;

mevrouw Schoop, tevens werkzaam bij de gezinsvoogdij-instelling.

Het gerecht heeft [de minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt en de rechter heeft op 7 november 2025 in het bijzijn van de griffier met [de minderjarige] gesproken.

Na de mondelinge behandeling heeft het gerecht kennisgenomen van:

het bericht van de Voogdijraad van 3 november 2025, met als bijlage het rapport van de psycholoog van [de minderjarige];

het bericht van de Voogdijraad van 4 november 2025, waarin het ter zitting uitgebrachte advies op schrift is gesteld.

Het gerecht heeft partijen in de gelegenheid gesteld te reageren op het tijdens de mondelinge behandeling uitgebrachte advies van de Voogdijraad, inclusief de door de Voogdijraad voorgestelde en nader uitgewerkte zorg- c.q. omgangsregeling. De gemachtigde van de moeder heeft op 4 november 2025 uitstel hiervoor verzocht, hetgeen is verleend. Vervolgens heeft de gemachtigde van moeder op 6 november 2025 een bericht verstuurd, waarop de gemachtigde van de vader heeft gereageerd op 6 november 2025. Nadien is op 2 december 2025 zijdens de moeder de akte uitlating reactie Voogdijraad ingediend en is op 3 december 2025 zijdens de vader een reactie ingediend.

De uitspraak is bepaald op vandaag.

3. De (verdere) beoordeling

intrekking

De moeder heeft in haar bericht van 6 november 2025 naar voren gebracht dat zij haar verzoeken intrekt. Als reden hiervoor geeft zij aan dat de vader enkel de laatste behandeling is verschenen en er slechts een aanvang is gemaakt in de inhoudelijke behandeling van de zaak.

De vader heeft bezwaar gemaakt tegen de intrekking. Volgens de vader trekt de moeder de verzoeken in om een eventueel haar onwelgevallige beschikking te voorkomen. De intrekking zal uitsluitend leiden tot vertraging en additionele kosten.

Op grond van artikel 429i, in samenhang met artikel 109 van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) kan, zolang de rechter nog geen eindbeschikking heeft gegeven, het verzoek of de gronden daarvan worden verminderd (waaronder mede moet worden begrepen een intrekking van het verzoek), gewijzigd of vermeerderd en is verweerder bevoegd daartegen bezwaar te maken. In verzoekschriftprocedures bepaalt de rechter na afloop van de mondelinge behandeling de dag waarop zij uitspraak zal doen. Na die dagbepaling is vermindering, verandering of vermeerdering in beginsel op grond van de goede procesorde niet meer mogelijk.

Naar het oordeel van het gerecht is de intrekking in strijd met eisen van een goede procesorde. De moeder heeft pas na de mondelinge behandeling van 30 oktober 2025 naar voren gebracht dat zij haar verzoeken wil intrekken. Aan het einde van die mondelinge behandeling is ook een dag bepaald waarop de uitspraak zou plaatsvinden. Gelet hierop gaat het gerecht, mede in aanmerking genomen het door de vader daartegen gemaakte bezwaar, voorbij aan de intrekking van de verzoeken door de moeder.

verzoeken die nog voorliggen

Gelet op het voorgaande dient het gerecht een beslissing te nemen op het verzoek van de moeder om te bepalen dat het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] wordt beëindigd en dat het gezag over hem voortaan alleen aan haar toekomt, alsmede op haar verzoek om de omgangsregeling te wijzigen.

De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat hij wenst dat hij het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] krijgt, onder wijziging van de huidige omgangsregeling. Het gerecht duidt deze uitlatingen, gelet op het belang van [de minderjarige], als een zelfstandig verzoek. Zowel de vertegenwoordiger van de Voogdijraad als de medewerker van de gezinsvoogdij-instelling hebben tijdens de mondelinge behandeling benadrukt dat de situatie van [de minderjarige] schrijnend is en dat zij zich veel zorgen om hem maken. Het gerecht acht het daarom van groot belang dat er zo snel mogelijk duidelijkheid voor [de minderjarige] wordt gecreëerd. Daarnaast acht het gerecht het om redenen van proceseconomie wenselijk om in deze procedure op de uitlatingen van de vader als zelfstandig verzoek te beslissen. Doet het gerecht dit niet, dan ligt het – mede gelet op de stellingen van de vader – in de rede dat een nieuwe procedure wordt gestart, hetgeen zal leiden tot onnodige vertraging en extra kosten. Daar komt bij dat dit ook in het belang van [de minderjarige] is. Tussen de ouders hebben meerdere procedures gespeeld, waarvan de onderhavige procedure al in 2022 is aangevangen. Het gerecht zal dan ook een beslissing nemen op het zelfstandig verzoek van de vader om hem met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] te belasten en de omgangsregeling te wijzigen.

gezag

De moeder heeft ter zitting, kort samengevat, te kennen gegeven dat de belangrijkste zaken in het leven van [de minderjarige], zoals school, medische zorg en sport, niet goed verlopen, omdat het de ouders onvoldoende lukt om deze zaken in onderling overleg te regelen. Volgens de moeder heeft dit vooral ermee te maken dat de ouders geen goede afspraken hebben rondom de kosten van [de minderjarige]. In de reactie op het advies van de Voogdijraad om de vader met het eenhoofdig gezag te belasten heeft de moeder onder meer naar voren gebracht dat de Voogdijraad onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt waarom dit in het belang van [de minderjarige] zou zijn. De vader is in het verleden meerdere keren voor langere tijd verdwenen en de vader heeft nooit eerder alleen voor [de minderjarige] gezorgd. Daarnaast is de moeder bereid om, in het belang van [de minderjarige], mee te werken aan gezinstherapie.

De vader heeft, kort samengevat, naar voren gebracht dat er veel zaken zijn waar de ouders onderling niet uitkomen. Volgens de vader verloopt de communicatie tussen hem en de moeder niet op een gezonde manier en wordt [de minderjarige] soms gebruikt als middel in hun onderlinge strijd. De moeder richt zich niet op samenwerking, maar op het creëren van problemen.

De begeleider van de ouders geeft aan dat de communicatie tussen de ouders zeer moeizaam verloopt. De moeder is op enig moment uit de groepsapp gestapt, omdat zij hiervan de meerwaarde niet meer zag. Voorts heeft de betrokken psycholoog geadviseerd een mediator in te schakelen, maar was de moeder niet bereid om mee te betalen aan het mediationtraject.

De Voogdijraad adviseert om de vader te belasten met het eenhoofdig gezag. Het lukt de ouders niet om samen tot een oplossing te komen, ook niet met behulp van begeleiding. Daar komt bij dat het psychisch gezien niet goed gaat met [de minderjarige]. Dit blijkt onder andere uit het rapport van zijn psycholoog.

Het gerecht overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechter bepaalt dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien zij wijziging van het gezag in het belang van het kind wenselijk oordeelt.

Het gerecht is van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige] wenselijk is dat de vader voortaan alleen het gezag over hem krijgt. Het gerecht baseert deze beslissing op het volgende.

Tussen de ouders bestaat een ernstig communicatie- en vertrouwensconflict. Zij voeren al jarenlang strijd en er hebben gedurende 2016 tot heden verschillende procedures tussen hen gespeeld. De afgelopen jaren zijn de ouders, ondanks de inzet van begeleiding, niet in staat gebleken om in het belang van [de minderjarige] op behoorlijke wijze met elkaar samen te werken en te communiceren. Het is niet te verwachten dat de communicatie tussen de ouders binnen afzienbare tijd zo verbetert dat zij in gezamenlijk overleg en zonder strijd beslissingen over [de minderjarige] kunnen nemen. Daarmee ontbreekt het aan de minimaal noodzakelijke basis voor gezamenlijk gezag, namelijk dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot behoorlijk overleg en beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen.

Uit het door de Voogdijraad overgelegde rapport van de psycholoog van [de minderjarige] van 10 mei 2025 volgt bovendien dat [de minderjarige] ernstig onder de huidige situatie lijdt. [de minderjarige] trekt zich terug, sluit zich emotioneel af en voelt zich er alleen voor staan. Tevens volgt uit het rapport dat het de wens van [de minderjarige] is dat “ouders stoppen met discussiëren en dat er een ‘wapenstilstand’ komt.”

Naar het oordeel van het gerecht is het voornamelijk de moeder die een constructieve samenwerking en communicatie in de weg zit, en is zij onvoldoende bereid gebleken om de situatie te verbeteren. Hoewel de moeder nu te kennen geeft dat zij – onder bepaalde voorwaarden – openstaat voor gezinstherapie, is het de moeder geweest die de gezamenlijke groepsapp heeft verlaten en niet bereid was deel te nemen aan het door de psycholoog geadviseerde mediationtraject, al dan niet vanwege financiële redenen. Daar komt bij dat de moeder zich naar het oordeel van het gerecht bijna uitsluitend richt op (het handelen van) de vader en dat zij zodanig verwikkeld lijkt te zijn in de strijd dat zij het belang van [de minderjarige] uit het oog is verloren. Zo blijkt uit het voornoemde psychologisch rapport dat de moeder, hoewel zij ziet dat [de minderjarige] psychisch in de knel zit, het zeer moeilijk vindt om haar eigen bijdrage hierin te (h)erkennen en dat bij elke vraag, terugkoppeling en/of uitleg van de psycholoog “dit een aanzet voor moeder is om weer de vinger naar de vader te wijzen en zij zich moeilijk lijkt te kunnen inleven hoe dit voor haar zoon zal zijn”.

Gelet op deze omstandigheden acht het gerecht het in het belang van [de minderjarige] om de vader met het eenhoofdig gezag over hem te belasten. Het gerecht acht de vader daartoe ook geschikt. Uit de procestukken en het verhandelde ter zitting, waaronder de adviezen van de Voogdijraad, is niet gebleken dat er zorgsignalen rondom de vader zijn of dat de vader meerdere keren volledig uit het leven van [de minderjarige] is verdwenen, zoals aangevoerd door de moeder. Voorts acht het gerecht het, anders dan de moeder, niet nodig om de vader psychisch te onderzoeken. Ook de brief van neuropsycholoog drs. Stewart van 8 december 2022, waaruit volgt dat de vader last heeft (gehad) van overmatige spanning, geeft hiertoe geen aanleiding. Dat de vader last heeft (gehad) van spanningsklachten betekent niet dat de vader ongeschikt zou zijn om het eenhoofdig gezag uit te oefenen. Bovendien acht het gerecht deze spanning, gelet op de strijd tussen de ouders, begrijpelijk. Het verzoek van de vader om hem te belasten met het eenhoofdig gezag zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat het verzoek van de moeder met betrekking tot het gezag zal worden afgewezen.

omgangsregeling

Artikel 1:377a, eerste lid BW bepaalt dat een kind recht op omgang met zijn ouders en dat de niet met het gezag belaste ouders het recht op en de verplichting heeft tot omgang met zijn kind. Ingevolge het tweede lid van dit artikel stelt de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast.

De moeder heeft zich niet (concreet) uitgelaten over de door haar gewenste regeling. In het verzoekschrift heeft zij (primair) verzocht te bepalen dat [de minderjarige] omgang heeft met de vader op woensdag na school en om de twee weken een weekend.

De vader wenst een omgangsregeling waarbij [de minderjarige] om de week een lang weekend bij de moeder verblijft. De vader denkt dat [de minderjarige] hierdoor meer rust zal ervaren.

De Voogdijraad adviseert, in het kort, een regeling waarbij [de minderjarige] van woensdagavond op donderdagochtend bij de moeder verblijft en om de week een weekend, van vrijdagmiddag 15.00 uur tot maandag naar school.

Naar het oordeel van het gerecht staat het buiten kijf dat de huidige co-ouderschapsregeling niet in het belang van [de minderjarige] is en dient te worden gewijzigd. De door de Voogdijraad voorgestelde regeling acht het gerecht echter, mede gezien de onderlinge verstandhouding van de ouders, te gecompliceerd en moeilijk uitvoerbaar. Om rust en duidelijkheid te creëren voor [de minderjarige] zal het gerecht een regeling vaststellen waarbij hij om de week een lang weekend bij de moeder verblijft, zoals hierna onder de beslissing vermeld.

Ook zal het gerecht bepalen dat de feestdagen en vakanties bij helfte worden gedeeld, omdat het gerecht het van groot belang voor [de minderjarige] acht dat hij gedurende de feestdagen en vakanties evenveel bij beide ouders kan zijn. De ouders moeten dit, ondanks dat zij niet goed met elkaar kunnen communiceren, in onderling overleg met elkaar regelen. Het gerecht verwacht van de ouders dat zij in het belang van [de minderjarige] – eventueel met behulp van hun advocaten – goede afspraken maken over de verdeling van de vakanties en feestdagen. Nu [de minderjarige] door de vastgestelde omgangsregeling meer tijd bij de vader door zal brengen dan bij de moeder, verwacht het gerecht vooral van de vader hierbij een welwillende houding.

uitvoerbaar bij voorraad

Het gerecht zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing.

proceskosten

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal het gerecht de proceskosten compenseren, in die zin dat de vader en de moeder ieder hun eigen kosten dragen.

4. De (verdere) beslissing

Het gerecht:

in het verzoek en het zelfstandige verzoek

beëindigt het gezamenlijk gezag van de ouders en bepaalt dat het gezag over de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats], voortaan uitsluitend toekomt aan de vader;

draagt de griffier op om aantekening van deze beschikking in het gezagsregister te doen;

stelt, onder wijziging van de eerder vastgestelde regelingen, een omgangsregeling vast tussen de moeder en [de minderjarige] waarbij [de minderjarige] om de week van donderdagmiddag tot maandagochtend bij de moeder verblijft, waarbij de moeder [de minderjarige] op donderdagmiddag na afloop van huiswerkbegeleiding ophaalt en op maandagochtend naar school brengt;

stelt een verdeling van de feestdagen en vakanties vast waarbij de schoolvakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte worden verdeeld;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.E.B. de Haseth

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand