GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202403910
Vonnis van 8 september 2025
in de zaak van
[Eiseres], wonend in [woonplaats],
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,thans procederend in persoon,
tegen
[Gedaagde],
wonend in [woonplaats],gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie, gemachtigde: mr. L.G. Da Costa Gomez.
Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 11 oktober 2024, met producties,
de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende eis in reconventie, met producties,
de mondelinge behandeling van 16 juni 2025.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De feiten
eiseres] en [gedaagde] zijn zussen.
Bij akte van verdeling van de nalatenschap van 1 juli 2019 van wijlen [erflaatster] (de moeder van partijen) zijn partijen voor gelijke aandeel deelgenoot geworden van een gemeenschappelijk goed, bestaande uit het tot
9 mei 2028 lopend recht van erfpacht op een perceel grond gelegen in het stadsdistrict van [land] te [adres], kadastraal bekend als Afdeling 5 Sectie 4R nummer 264, met het daarop gebouwde, plaatselijk bekend als [onroerende zaak] (hierna: de onroerende zaak).
Op de onroerende zaak staat een woonhuis (met huisnummer [huisnummer a]) en een appartement (met huisnummer [huisnummer b]). [eiseres] en [gedaagde] voeren afzonderlijk het beheer over respectievelijk het appartement en het woonhuis, waaronder begrepen de verhuur aan derden.
Bij brief van 8 juni 2020 heeft [eiseres] [gedaagde] aangeboden haar aandeel in de onroerende zaak over te nemen tegen betaling van de waarde daarvan.
Hoewel partijen op 29 oktober 2020 de onroerende zaak hebben laten taxeren, heeft [eiseres] het aandeel van [gedaagde] in de onroerende zaak tot op heden niet overgenomen.
3. De vordering
in conventie
eiseres] vordert – samengevat – dat het gerecht (primair) de onroerende zaak aan haar toebedeelt tegen vergoeding aan [gedaagde] van de overwaarde, althans (subsidiair) de verkoop gelast van de onroerende zaak met verdeling van de netto-opbrengst daarvan, een en ander met machtiging van [eiseres] om zelf de vastgestelde wijze van verdeling te bewerkstelligen indien [gedaagde] daaraan geen gevolg geeft, kosten rechtens.
in reconventie
gedaagde] vordert – samengevat – dat het gerecht de verkoop gelast van de onroerende zaak met verdeling van de netto-opbrengst daarvan, onder verrekening van de nog niet verdeelde huurpenningen en de door [gedaagde] gemaakte onderhoudskosten, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten in conventie en in reconventie.
4. De beoordeling
in conventie en in reconventie
Het gerecht stelt vast dat partijen ieder voor de helft deelgenoot zijn in de onroerende zaak. Beiden hebben op grond van artikel 3:178 BW verdeling van dit gemeenschappelijk goed gevorderd.
eiseres] vordert primair dat de onroerende zaak aan haar wordt toebedeeld, tegen een overbedelingsvergoeding aan [gedaagde]. Zij vordert subsidiair dat het gerecht de verkoop van de onroerende zaak aan een derde gelast. [eiseres] wenst niet nog langer in onverdeeldheid te blijven, omdat de onderlinge relatie tussen partijen dermate is verslechterd dat het thans onhoudbaar is gebleken om tezamen deelgenoot te zijn van de onroerende zaak.
gedaagde] vordert dat het gerecht de verkoop van de onroerende zaak aan een derde gelast, onder verrekening van de nog niet verdeelde huurpenningen en de door haar gemaakte onderhoudskosten. Zij heeft haar vordering ter zitting aldus toegelicht dat de onroerende zaak, zijnde de woning waarin zij is opgegroeid, voor haar een grote sentimentele waarde heeft. Daarom geeft zij er de voorkeur aan haar aandeel te verkopen aan een familielid, liefst haar kleinzoon [belanghebbende 1].
Het gerecht is allereerst van oordeel dat de door [eiseres] primair voorgestelde wijze van verdeling om de onroerende zaak aan haar toe te bedelen tegen vergoeding van de overwaarde aan [gedaagde], zal worden afgewezen. Uit het dossier blijkt dat [gedaagde] bereid was haar aandeel aan [eiseres] te verkopen, maar dat het [eiseres] sinds 8 juni 2020 tot heden om onduidelijke redenen niet is gelukt dat te realiseren.
Alvorens het gerecht conform de (subsidiaire) vorderingen van partijen de openbare verkoop van de onroerende zaak zal gelasten, waarbij het gerecht onder meer zal bepalen dat de netto-opbrengst na verrekening over en weer van de huurpenningen en onderhoudskosten tussen partijen dient te worden verdeeld, zal het gerecht partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over een alternatieve wijze van verdeling. Gelet op de uitdrukkelijke wens van [gedaagde] om de onroerende zaak binnen de familie te behouden, zou een mogelijke oplossing kunnen zijn dat zij haar aandeel in de onroerende zaak aan een familielid (haar kleinzoon) overdraagt. Op die manier blijft de onroerende zaak binnen de familie en behoudt [eiseres] haar aandeel in de onroerende zaak, terwijl het gezamenlijke eigendom tussen partijen dat door de verstoorde onderlinge verhoudingen niet langer werkbaar is wordt beëindigd. Uiteraard staat het partijen vrij om (opnieuw) te onderzoeken of een andere minnelijke regeling tot de mogelijkheden behoort.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor akte uitlating zijdens beide partijen.
In afwachting van de akte van partijen, wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
5. De beslissing
in conventie en in reconventie
Het gerecht:
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 6 oktober 2025 voor akte uitlating zijdens beide partijen als bedoeld in rechtsoverweging 4.5.;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door
mr. H. Akbuz, griffier, en in het openbaar uitgesproken.