GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202501416
Bevel van betaling van 20 oktober 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap THE RIGHT SYSTEMS & SERVICES B.V.,
gevestigd in Curaçao,
eisende partij ,
vertegenwoordigd door haar bestuurder [bestuurder],
tegen
de besloten vennootschap CURAÇAO PORT SERVICES B.V.,
gevestigd in Curaçao,
gedaagde,
vertegenwoordigd door [HR-manager]
1. Het procesverloop
Dit is een ‘small claim’-procedure als geregeld in de artikelen 66b tot en met 66d Procesreglement Civiele Zaken 2023, ingeleid met het op de website van het hof ter beschikking gestelde modelverzoekschrift.
Het procesverloop blijkt uit:
het ‘small claim’-verzoekschrift van 6 mei 2025,
het verweerschrift van 24 september 2025,
het hieronder weergegeven proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 29 september 2025.
2. Het proces-verbaal van de mondelinge behandeling
Aan de zijde eisende partij is verschenen [bestuurder] voornoemd.
Namens gedaagde zijn verschenen: [HR-manager] voornoemd (HR-manager) en [belanghebbende 1].
Eisende partij verklaart dat en waarom volgens haar de vordering Cg 1.128,90 bedraagt.
Gedaagde heeft – samengevat – aangevoerd dat zij haar betalingsverplichting heeft opgeschort, vanwege het ontbreken van een met bonnen onderbouwde toelichting op de factuur. Gedaagde stelt dat zij om een toelichting op de prijsstelling heeft gevraagd, maar deze niet heeft ontvangen van eisende partij. Zij is in beginsel bereid om te betalen, maar wenst een duidelijke toelichting dan wel onderbouwing van de bedragen.
De zaak wordt besproken. Eisende partij persisteert bij haar verzoek.
De rechter heeft aangezegd uitspraak te doen.
3. De beoordeling
Eisende partij vordert – samengevat - gedaagde te bevelen tot betaling van
Cg 1.128,90 vermeerderd met de wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Eisende partij legt aan de vordering ten grondslag dat gedaagde is tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting met betrekking tot de in haar opdracht door eisende partij voorgeschoten materialen en verrichte reparatiewerkzaamheden voor het vervangen van een slot, zoals gefactureerd in de factuur met nummer 11037. Eisende partij heeft gedaagde bij brief van 12 maart 2024 gesommeerd tot betaling van Cg 1.128,90.
Het gerecht oordeelt, mede gelet op het door gedaagde gevoerde verweer, als volgt:
opschortingsrecht
Voorop wordt gesteld dat de betalingsverplichting voor gedaagde is ontstaan als gevolg van het door eisende partij verrichten van de overeengekomen werkzaamheden en niet afhangt van de ontvangst van een correcte factuur. Dit is op zichzelf ook niet door gedaagde weersproken. Aan gedaagde komt anders dan zij stelt geen opschortingsrecht toe, reeds om de volgende reden. Een factuur is niet meer dan een verzoek om de geleverde materialen te betalen, doorgaans binnen een bepaalde termijn. Als zodanig is het opstellen en verzenden van een factuur geen prestatie (verbintenis) die uit de overeenkomst van partijen volgt, en dus ook niet het met bonnen onderbouwen van een verzonden factuur.
hoogte factuur
Eisende partij heeft onweersproken gesteld dat partijen reeds circa drie à vier jaar samenwerken op basis van vergelijkbare tarieven. In het licht hiervan kan het door eisende partij in rekening gebrachte bedrag voor de aanvankelijk overeengekomen werkzaamheden, het vervangen van een slot, dan ook niet als een verrassing voor gedaagde komen. Ten aanzien van de door eisende partij uitgebrachte offerte, inclusief meerwerk, heeft eisende partij onweersproken gesteld dat zij gedaagde heeft medegedeeld dat het enkel vervangen van het slot het probleem niet zou verhelpen. Uit deze feiten volgt dan ook dat het voldoende duidelijk moest zijn voor gedaagde dat er meerwerk verricht moest worden en dat dit extra kosten zou meebrengen. Daarbij komt nog dat door gedaagde niet betwist is dat deze offerte op voorhand geaccordeerd was door één van haar werknemers, die als vast aanspreekpunt fungeerde voor eisende partij in de samenwerking tussen partijen. Dat gedaagde achteraf een onderbouwing van de in rekening gebrachte bedragen eist doet niet af van het voorgaande.
Het gerecht overweegt dat eisende partij belang heeft bij het verkrijgen van betaling van haar vordering voor de verrichte werkzaamheden. De vordering van eisende partij zal worden toegewezen als na te melden.
Gedaagde wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld. Daarom wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten van eisende partij worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 100 aan griffierecht.
4. De beslissing
Het gerecht:
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisende partij van Cg 1.128,90, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 mei 2025 tot aan de dag van betaling;
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eisende partij van Cg 169,34 aan buitengerechtelijke kosten;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van eisende partij van Cg 100;
verklaart dit bevel tot betaling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af wat verder is gevorderd.
Uitgevaardigd door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. S.K. de Andrade, griffier, en in het openbaar uitgesproken.