ECLI:NL:OGEAC:2025:344

ECLI:NL:OGEAC:2025:344

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 25-08-2025
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer CUR202404823
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Huurprijs

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202404823

Vonnis van 25 augustus 2025

in de zaak van

[Eiser], wonende in [woonplaats], eiser, gemachtigde: mrs. M. Janssen en N.E. Soon,

tegen

1. [Gedaagde 1],

2. [Gedaagde 2],

beiden wonende in [woonplaats], gedaagden, gemachtigde: mr. R.M.L. Conquet.

De eisende partij zal hierna [eiser] worden genoemd. De gedaagde partijen zullen hierna afzonderlijk [gedaagde 1]en [gedaagde 2] worden genoemd en gezamenlijk [gedaagden]

1. Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift van 23 december 2024 tevens voorwaardelijk beroep tegen de beschikking van de huurcommissie,

de conclusie van antwoord tevens verweerschrift tegen het voorwaardelijk beroep tegen de beschikking van de huurcommissie,

de producties aan de zijde van [eiser] van 19 juni 2025,

de producties aan de zijde van [gedaagden] van 20 juni 2025,

de mondelinge behandeling van 24 juni 2025,

de pleitnotities van beide partijen.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2. De feiten

eiser] is de eigenaar van het perceel en de woning gelegen aan [adres](de woning) in [plaats] te [land]. Op 8 maart 1996 is de woning getaxeerd op een marktwaarde van Cg 185.000.

Tussen [eiser] en [gedaagden] is op 29 november 1996 een huurkoopovereenkomst tot stand gekomen voor de woning waarbij een koopprijs van Cg 235.000 is overeengekomen. Ook is overeengekomen dat [gedaagden] vanaf 1 januari 1997 een bedrag van Cg 1.300 per maand zouden betalen aan [eiser] en dat zij de resterende koopsom uiterlijk 31 december 1998 zouden voldoen.

Nadat [gedaagden] de resterende koopprijs niet tijdig konden betalen, zijn [gedaagden] in de woning blijven wonen en hebben maandelijks een bedrag van Cg 1.300 betaald.

gedaagden] hebben veranderingen aangebracht aan het gehuurde. Het ging daarbij ondermeer om een berghok, een achterporch, een keukendeur, beplanting, een carport, een zijporch, een trap en een betonnen vloer in de tuin.

Vanwege een conflict over de al dan niet beëindigde huurkoopovereenkomst en de hoogte van het verschuldigde bedrag per maand, heeft het gerecht op vordering van [eiser] op 12 maart 2007 vonnis gewezen. In dat vonnis is voor recht verklaard dat de huurkoopovereenkomst is beëindigd en dat tussen partijen sinds 1 januari 1999 een huurovereenkomst bestaat. Verder is in het vonnis het volgende overwogen:

“(…) 6.1. gesteld noch gebleken is op grond waarvan [gedaagde 2] en [gedaagde 1]verplicht zouden zijn per 1 januari 2005 Naf. 1.500,- per maand huur te betalen. Het enkele feit dat [eiser] Naf. 1.300.- per maand onvoldoende vindt, verplicht hen niet akkoord te gaan met een huurverhoging. Te dier zake dient eerst onderhandeld te worden. Indien die onderhandelingen niet tot overeenstemming leiden, kan [eiser] de huur eventueel opzeggen (…)”

In hoger beroep heeft het hof op 11 mei 2010 het vonnis van het gerecht in eerste aanleg bevestigd. Het hof heeft verder onder meer overwogen dat [eiser] niet gehouden is om de waarde van de verbeteringen aan de woning te vergoeden en dat het [gedaagden] vrijstaat om bij het einde van de huurovereenkomst de aangebrachte verbeteringen weg te nemen.

eiser] heeft [gedaagden] – zonder resultaat – meermaals aangeschreven om tot een hogere huurprijs te komen.

De woning is op 29 juni 2015 getaxeerd op een marktwaarde van Cg 245.000.

Partijen hebben in 2023 onderhandeld over een nieuwe huurovereenkomst, maar zijn niet tot overeenstemming gekomen.

gedaagden] hebben [eiser] op 21 maart 2023 onder bericht dat zij het nieuwe huurcontract niet kunnen ondertekenen en hebben er daarbij op gewezen dat zij de afgelopen zevenentwintig jaar de woning zowel binnen- als buitenhuis hebben onderhouden hetgeen gevolgen heeft gehad voor de waarde van de woning. Verder hebben [gedaagden] in datzelfde bericht aan [eiser] gevraagd of een datum kan worden bepaald waarop een inspectie van het huis kan plaatsvinden om te kunnen nagaan wat er gerepareerd moet worden. Specifiek hebben [gedaagden] gewezen op ramen die niet opengaan, de staat van het dak en de verfslijtage rondom het huis en de ramen.

eiser] heeft op 6 april 2023 een verzoekschrift ingediend bij de Huurcommissie waarin hij heeft verzocht om toestemming te verkrijgen voor de beëindiging van de huurovereenkomst.

eiser] heeft op 5 juni 2023 op het bericht van [gedaagden] van 21 maart 2023 gereageerd en kort gezegd bericht dat een inspecteur met zijn assistent langs zal komen.

Nadat [eiser] op 7 juni 2023 nogmaals een bericht aan [gedaagden] heeft gestuurd met de vraag wanneer de inspectie kan plaatsvinden, hebben [gedaagden] daar dezelfde dag op gereageerd en [eiser] bericht dat zij graag willen weten wie die inspecteur betreft en hebben daarbij gewezen op het waarborgen van hun privacy.

eiser] heeft dezelfde dag informatie verstrekt over de inspecteur en heeft een aantal data voorgesteld waarop de inspectie kan plaatsvinden. [eiser] heeft op 11 juni 2023 nogmaals een e-mail naar [gedaagden] verstuurd waarin hij aangeeft dat hij zelf de reparatiewerkzaamheden niet kan uitvoeren en daarvoor een derde zal moeten inschakelen.

gedaagden] hebben op 14 juni 2023 [eiser] onder meer bericht dat zij geen inspectie door een derde accepteren, maar dat [eiser] die gelegenheid wel krijgt. Verder wijzen [gedaagden] erop dat het dak niet zo slecht is dat het uit elkaar valt, maar dat het enkel normaal onderhoud nodig heeft.

De inspectie van de woning en het verhelpen van de gemelde gebreken heeft niet plaatsgevonden.

eiser] heeft makelaar [makelaar], werkzaam bij Droomhuis Curaçao, verzocht om een onderzoek uit te voeren naar de huidige situatie met betrekking tot verkoop en verhuur van de woning. In de brief staat onder meer het volgende:

“(…) Uit ons uitgebreide onderzoek is gebleken dat het gebied [plaats] momenteel een opwaartse trend vertoont als gevolg van de lopende vastgoedontwikkelingen op Curaçao. De voortgang van projecten in het gebied [gebied], de uitbreiding en ontwikkeling in [plaats 2], en de groeiende toeristische activiteiten op het eiland dragen bij aan deze positieve ontwikkeling. Bovendien hebben wij geconstateerd dat er op dit moment sprake is van een schaarste aan beschikbare huur- en koopwoningen in het lagere en middensegment van de markt.

Op basis van ons gedegen onderzoek en een grondige analyse van de marktomstandigheden, kunnen wij met overtuiging vaststellen dat het pand gelegen aan [adres] in [plaats] een huurwaarde heeft die naar verwachting marktconform is, variërend tussen Nafl. 2.500,- en 3.000,- per maand. (…)”

Bij beschikking van 18 november 2024 heeft de Huurcommissie beslist dat zij geen toestemming verleent aan [eiser] om de huurovereenkomst met [gedaagden] op te zeggen en [eiser] niet-ontvankelijk ter zake de vaststelling van de huursom verklaard. De Huurcommissie heeft daartoe overwogen dat het gehuurde meer dan Cg 150.000 bedraagt en daarom de Huurcommissie de huurprijs niet kan bepalen en dat de verhuurder daarvoor een verzoek bij dit gerecht kan indienen.

3. De vordering en het voorwaardelijk verzoek

eiser] vordert – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – om:

Primair

I. de huurovereenkomst tussen hem en [gedaagden] te ontbinden per een door het gerecht in goede justitie te bepalen datum;

II. [gedaagden] te bevelen het gehuurde uiterlijk op de door het gerecht vast te stellen ontbindingsdatum te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en goederen, voor zover deze niet het eigendom van [eiser] zijn, en het gehuurde zo nodig in oorspronkelijke staat terug te brengen en ter vrije beschikking van [eiser] te stellen, met machtiging van [eiser] om die ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren, desnoods met behulp van de sterke arm;

III. [gedaagden] ieder hoofdelijk te veroordelen de tot de door het gerecht vastgestelde ontruimingsdatum verschenen huurpenningen te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente indien en voor zover tijdige betaling daarvan uitblijft;

Subsidiair

IV. de huurprijs van het gehuurde per de eerstvolgende maand na het door het gerecht te wijzen vonnis vast te stellen op Cg 2.750 per maand, en te bepalen dat deze huurprijs per 1 januari van elk kalenderjaar wordt geïndexeerd met het meest recentelijk gepubliceerde inflatiecijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek van Curaçao:

Zowel primair als subsidiair

V. [gedaagden] te bevelen [eiser] en iedere door [eiser] in te schakelen derde onvoorwaardelijk toegang te verlenen voor het inspecteren van het gehuurde of het verrichten van onderhoud aan het gehuurde indien dat onderhoud of die inspectie naar het uitsluitende oordeel van [eiser] noodzakelijk of wenselijk is, met dien verstande dat indien dat gelet op de aard van het onderhoud of de inspectie mogelijk is, [eiser] het bezoek ten minste twee dagen van tevoren zal aankondigen;

VI. te bepalen dat overtredingen door [gedaagden] van de vordering geformuleerd onder V wordt bestraft met een dwangsom van Cg 1.000 per overtreding en Cg 1.000 per dag dat een overtreding voortduurt;

VII. [gedaagden] ieder hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, het salaris van de gemachtigde daarbij inbegrepen.

In het voorwaardelijk beroep tegen de beschikking van de huurcommissie:

eiser] verzoekt het gerecht in het geval dat hij niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vorderingen danwel dat hij ontvankelijk is ten aanzien van zijn primaire vordering, maar die wordt afgewezen en [eiser] voor de subsidiaire vordering enkel ontvankelijk is in een beroepsprocedure tegen de beschikking van de Huurcommissie, om het beroep tegen de beschikking van de huurcommissie gegrond te verklaren, de beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende:

Primair:

I. De door [eiser] verzochte toestemming tot opzegging van de huurovereenkomst met [gedaagden] alsnog toe te wijzen;

Subsidiair:

II. de huurprijs van het gehuurde alsnog per de eerstvolgende maand na de door het gerecht te wijzen uitspraak vast te stellen, en wel op Cg 2.750 per maand, en te bepalen dat deze huurprijs per 1 januari van elk kalenderjaar wordt geïndexeerd met het meest recentelijk gepubliceerde inflatiecijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek van Curaçao;

Zowel primair als subsidiair:

III. [gedaagden] te bevelen [eiser] en iedere door [eiser] in te schakelen derde onvoorwaardelijk toegang te verlenen voor het inspecteren van het gehuurde of het verrichten van onderhoud aan het gehuurde indien dat onderhoud of die inspectie naar het uitsluitende oordeel van [eiser] noodzakelijk of wenselijk is, met dien verstande dat indien dat gelet op de aard van het onderhoud of de inspectie mogelijk is, [eiser] hier ten minste twee kalenderdagen vooraf melding zal verlenen;

IV. te bepalen dat overtredingen door [gedaagden] van de vordering geformuleerd order III wordt bestraft met een dwangsom van Cg 1.000 per overtreding en Cg 1.000 per dag dat een overtreding voortduurt:

V. [gedaagden] ieder hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, het salaris van de gemachtigde daarbij inbegrepen.

4. De beoordeling

Primair gaat het in deze zaak om de vraag of de tussen partijen bestaande huurovereenkomst dient te worden ontbonden. Subsidiair gaat het om de vraag hoe hoog de huurprijs moet worden vastgesteld. Zowel primair als subsidiair gaat het om de vraag of [gedaagden] aan [eiser] – samengevat – onvoorwaardelijk toegang dienen te verlenen tot het gehuurde.

Ontbinding?

Het gerecht stelt voorop dat gelet op artikel 6:265 lid 1 BW als uitgangspunt geldt dat iedere tekortkoming in de nakoming (ook wel wanprestatie genoemd) grond kan opleveren voor ontbinding van een huurovereenkomst. Op de huurder rust op grond van de hoofdregel van artikel 129 Rv de stelplicht en bewijslast van de uitzondering op dit uitgangspunt, te weten dat de tekortkoming, gezien de bijzondere aard of geringe betekenis daarvan, de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Bij beantwoording van de vraag of de ontbinding gerechtvaardigd is, kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn, hetgeen meebrengt dat niet op voorhand aan één gezichtspunt een beslissende rol, ongeacht de overige omstandigheden van het geval, kan worden toegekend. Het is aan het gerecht om te beoordelen of de tekortkoming, gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder het concrete belang van de huurder bij het voortduren van de huurovereenkomst, van voldoende gewicht is om de overeenkomst te ontbinden. Deze rechterlijke beoordeling vindt vanzelfsprekend haar praktische begrenzing erin dat het gerecht slechts rekening kan houden met de voor hem kenbare feiten en omstandigheden.

Verder is van belang dat een huurder gelet op artikel 7:213 BW verplicht is zich ten aanzien van de gehuurde zaak als een goed huurder te gedragen. Indien huurders zich niet als goed huurders gedragen, levert dit een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst op, die grond kan zijn voor ontbinding.

Partijen zijn op grond van artikel 6:2 BW verplicht zijn zich jegens elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid.

Het gerecht is van oordeel dat [gedaagden] zich niet als goed huurders hebben gedragen. Bij dit oordeel heeft het gerecht het volgende in overweging genomen. Niet in geschil is dat het de bedoeling van partijen in 1996 was dat [gedaagden] de woning van [eiser] zou kopen en dat zij daarom destijds een huurkoopovereenkomst hebben gesloten op grond waarvan [gedaagden] uiterlijk op 31 december 1989 de resterende koopsom zou voldoen. [eiser] heeft onweersproken gesteld dat [gedaagden] tot die tijd slechts Cg 1.300 per maand verschuldigd waren en dat het bedrag destijds al niet marktconform was, maar dat dit lage bedrag [gedaagden] meer ruimte zou geven om de koopprijs te kunnen financieren. [gedaagden] hebben niet tijdig de resterende koopsom betaald, maar zijn in de woning blijven wonen en zijn een bedrag van Cg 1.300 per maand aan [eiser] blijven betalen.

Bij vonnis van 12 maart 2007 is door dit gerecht niet alleen voor recht verklaard dat de huurkoopovereenkomst is beëindigd en dat er sinds 1 januari 1999 een huurovereenkomst bestaat, maar is ook overwogen dat partijen dienen te onderhandelen over de huurprijs en als dat niet tot overeenstemming leidt, [eiser] de huur eventueel kan opzeggen. Het hof heeft het vonnis in hoger beroep bevestigd en onder meer overwogen dat [eiser], anders dan [gedaagden] hebben bepleit, niet gehouden is om de waarde van de verbeteringen aan de woning te vergoeden en dat het [gedaagden] vrijstaat om bij het einde van de huurovereenkomst de aangebrachte verbeteringen weg te nemen.

Tot een hogere huurprijs is het tot op heden niet gekomen. [gedaagden] hebben structureel niet gereageerd op huurprijsvoorstellen van [eiser] en zijn zich op het standpunt blijven stellen dat zij bij het einde van de huur een vergoeding van [eiser] kunnen vorderen wegens de door hun aangebrachte verbeteringen aan het gehuurde. Dit terwijl reeds eerder is geoordeeld dat dit niet het geval is. Ook hebben [gedaagden] voorwaarden gesteld aan het laten herstellen van de door hun gemelde gebreken. Het staat [eiser] vrij om een derde in te schakelen voor het verhelpen van gebreken. De stelling van [gedaagden] dat [eiser] geen derde mag inschakelen heeft geen wettelijke grondslag.

Het gerecht is van oordeel dat de hiervoor genoemde gedragingen van [gedaagden] in onderlinge samenhang bezien, maken dat zij zich niet als goed huurder gedragen en dat dit een tekortkoming oplevert in de nakoming van de huurovereenkomst, hetgeen grond is voor ontbinding. [gedaagden] hebben aangevoerd – zo begrijpt het gerecht - dat ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. Zij hebben daarbij gewezen op hun leeftijd (bijna 70), beperkte inkomsten (gepensioneerd) en dat het lastig zal zijn om woonruimte te vinden. Deze omstandigheden afgewogen tegen de hiervoor genoemde tekortkomingen leggen op dit moment nét genoeg gewicht in de schaal om niet over te gaan tot ontbinding van de huurovereenkomst. Deze afweging kan anders zijn als [gedaagden] zich als niet goed huurders blijven gedragen. Het voorgaande betekent dat de primaire vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst zal worden afgewezen.

Huurprijsverhoging

Subsidiair vordert [eiser] dat de huurprijs per de eerstvolgende maand wordt vastgesteld op een bedrag van Cg 2.750 per maand en dat wordt bepaald dat de huurprijs per 1 januari van elk kalenderjaar wordt geïndexeerd met het meest recentelijk gepubliceerde inflatiecijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek van Curaçao.

Omdat uit de stellingen van beide partijen volgt dat zij het er inmiddels over eens zijn dat een huurverhoging redelijk en gerechtvaardigd is, zal de vordering tot huurverhoging worden toegewezen. Ook indien hierover geen overeenstemming had bestaan, had het gerecht gelet op de omstandigheden van dit geval aanleiding gezien om op grond van de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, de huurprijs te verhogen.

Het gerecht zal de huurprijs vaststellen op een bedrag van Cg 2.750 per maand met ingang van 1 september 2025. Hiervoor is redengevend [eiser] zijn voorstel om de huur tot dat bedrag te verhogen heeft onderbouwd met stukken. [gedaagden] hebben er enkel op gewezen dat dit een te hoge huurprijs is gelet op de locatie, de staat van de woning en dat het onredelijk is om de huidige huurprijs naar voornoemd bedrag te verhogen. Gelet op het door [eiser] overgelegde schrijven van de makelaar is hier kennelijk al rekening mee gehouden bij de waardebepaling en is de makelaar toch uitgekomen op een huurwaarde van tussen de Cg 2.500 en Cg 3.000 per maand. Dat desondanks van een ander en (veel) lager bedrag moet worden uitgegaan is het gerecht niet gebleken. Voor zover [gedaagden] hebben aangevoerd dat zij alleen een hogere huur wil betalen als zij bij het einde van de huur een vergoeding van [eiser] ontvangen voor de door hun gedane investeringen, volgt het gerecht [gedaagden] daarin niet. Zoals reeds is overwogen, bestaat daarvoor voor [eiser] geen enkele verplichting. Ook eventuele gebreken staan niet aan de huurprijsverhoging in de weg aangezien [gedaagden] als huurders al sinds 2015 structureel hebben geweigerd hun medewerking te verlenen aan noodzakelijk onderhoud, zodat dit voor hun eigen risico komt.

Tegen de door [eiser] jaarlijks gevorderde indexering van de huurprijs is geen zelfstandig verweer gevoerd door [gedaagden], zodat die vordering voor toewijzing gereedligt.

Toegang verlenen tot gehuurde?

eiser] vordert verder dat [gedaagden] worden bevolen om [eiser] en iedere door [eiser] in te schakelen derde onvoorwaardelijk toegang te verlenen voor het inspecteren van het gehuurde of het verrichten van onderhoud aan het gehuurde indien dat naar het uitsluitend oordeel van [eiser] noodzakelijk of wenselijk is.

Ter zitting is gebleken dat deze vordering er met name op is gericht dat [eiser] toegang wil tot het gehuurde om de door [gedaagden] gemelde gebreken te laten verhelpen en hij het gehuurde in goede staat wil houden. [gedaagden] zijn ingevolge artikel 7:222 jo. 7:206 BW verplicht om gebreken te melden en [eiser] is verplicht om het gehuurde in goede staat te houden en – voor zover het niet gaat om kleine herstellingen die voor rekening van huurders komen – om gebreken te verhelpen. Om aan die verplichting te kunnen voldoen, moeten [gedaagden] [eiser] toegang verlenen tot het gehuurde. Gelet op artikel 7:220 BW zijn [gedaagden] daartoe niet enkel gehouden als het om door hun gemelde gebreken gaat, maar moeten zij [eiser] ook de gelegenheid geven om dringende werkzaamheden aan het gehuurde uit te (laten) voeren. In het kader van de verplichting om het gehuurde in goede staat te houden kan van [gedaagden] in redelijkheid worden gevergd dat zij [eiser] ook toegang tot het gehuurde verlenen als het gaat om inspecties die noodzakelijk zijn om de aard en omvang van dringende werkzaamheden vast te stellen. Aan het verlenen van toegang kunnen [gedaagden] niet de voorwaarde verbinden - zoals zij tot nu toe hebben gedaan - dat [eiser] voor het uitvoeren van de werkzaamheden geen derden mag inschakelen. Voor deze voorwaarde ontbreekt iedere rechtsgrond en de redelijkheid en billijkheid brengt dit evenmin met zich mee. Wel kunnen [gedaagden] verlangen dat [eiser] de werkzaamheden tijdig aankondigt. Waarbij een periode van twee dagen als tijdig wordt beschouwd.

gedaagden] hebben verder aangevoerd dat zij door [eiser] ingeschakelde derden niet tot het gehuurde hoeven toe te laten als de reden hiervan is gelegen in de verkoop van de woning door [eiser], maar dit verweer treft dit geen doel. In het geval [eiser] tot verkoop wil overgaan, zijn [gedaagden] als huurders op grond van artikel 7:223 BW verplicht om aan belangstellenden gelegenheid te geven tot bezichtiging. Dit houdt volgens de wetsgeschiedenis in dat ook taxateurs of anderen die met of voor een belangstellende optreden, toegelaten dienen te worden.

De conclusie van het bovenstaande is dat de vordering van [eiser] om [gedaagde 1]c.s te bevelen hem of door hem ingeschakelde derden tot het gehuurde toe te laten zal worden toegestaan voor zover het gaat om het (laten) verhelpen van door [gedaagden] gemelde gebreken, voor noodzakelijke inspecties, het (laten) uitvoeren van dringende werkzaamheden en belangstellenden toe te laten met betrekking tot verkoop van de woning. Zoals gevorderd zal hieraan de voorwaarde worden verbonden dat [eiser] twee dagen voor de toetreding tot het gehuurde, [gedaagden] hierover zal informeren. Aan de veroordeling zal conform de vordering van [eiser] een dwangsom worden verbonden voor het geval [gedaagden] niet vrijwillig aan de veroordeling voldoen.

Voorwaardelijke vordering

Nu de voorwaarde voor het instellen van het voorwaardelijk beroep tegen de uitspraak van de huurcommissie niet is vervuld, komt het gerecht niet toe aan beoordeling van de vorderingen.

Proceskosten

gedaagden] zullen als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 2.500 aan salaris van de gemachtigde (2 punten x Cg 1.250 (tarief 5), Cg 450 aan griffierecht en Cg 412,22 aan explootkosten.

De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.

5. De beslissing

Het gerecht:

stelt de huurprijs van het gehuurde vast op Cg 2.750 per maand met ingang van 1 september 2025 en bepaalt dat deze huurprijs per 1 januari van elk kalenderjaar wordt geïndexeerd met het meest recentelijk gepubliceerde inflatiecijfer van het Centraal Bureau voor de Statistiek van Curaçao;

beveelt [gedaagden] om aan [eiser] en door hem ingeschakelde derden toegang tot het gehuurde te geven voor het (laten) herstellen van door [gedaagden] gemelde gebreken, voor noodzakelijke inspecties om de aard en omvang van dringende werkzaamheden vast te stellen, voor het (laten) uitvoeren van dringende werkzaamheden alsmede belangstellenden toe te laten in het kader van bezichtigingen vanwege van verkoop van het gehuurde, mits [eiser] [gedaagden] hiervan twee dagen van te voren van in kennis heeft gesteld, op straffe van verbeurte van een dwangsom door [gedaagden] van Cg 1.000 per overtreding en Cg 1.000 per dag dat [gedaagden] die toegang niet verlenen met een maximum van Cg 50.000;

veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten van [eiser] van Cg 2.500 aan salaris van de gemachtigde, Cg 450 aan griffierecht en Cg 412,22 aan explootkosten, te vermeerderen met Cg 250 aan nakosten zonder betekening, verhoogd met Cg 150 in geval van betekening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af wat verder is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. I Tubben, rechter, bijgestaan door mr. M.R. Hoekstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. I Tubben

Griffier

  • mr. M.R. Hoekstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand