GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR 202501394
Beschikking van 21 juli 2025
in de zaak van Aqualectra N.V.,gevestigd in Curaçao,verzoekster,
verweerster in het zelfstandig tegenverzoek,
hierna te noemen: Aqualectra,gemachtigde: mr. L.N. Asjes,
tegen
[verweerder],
wonende in [woonplaats],
verweerder,
verzoeker in het zelfstandig tegenverzoek,
hierna te noemen: [verweerder],
gemachtigde: mr. K. de I’Isle.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift met producties van 30 april 2025,
het verweerschrift tevens zelfstandig tegenverzoek met producties van 19 juni 2025,
de mondelinge behandeling van 23 juni 2025,
de pleitnotities van de gemachtigden van beide partijen.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. De feiten
verweerder] (geboren op [geboortedatum] 1981) is sinds 1 oktober 2019 in dienst van Aqualectra in de functie van "General Counsel and Corporate Secretary". Het huidig loon van [verweerder] bedraagt Cg 18.561 bruto per maand, vermeerderd met emolumenten.
In de functieomschrijving staat dat de General Counsel and Corporate Secretary advies geeft en ondersteuning biedt aan de “directie en de afdelingsmanagers met betrekking tot zaken betreffende bedrijfsmanagement en juridische aspecten/gevolgen van organisatorische, operationele of bestuurlijke beslissingen voor Aqualectra en de gelieerde vennootschappen. De General Counsel and Corporate Secretary bereidt tevens vergaderingen van de directie voor en maakt deel uit van het bestuur.”
CFO]([CFO]) is de financieel directeur (CFO) van Aqualectra en direct leidinggevende van [verweerder].
De prestaties van [verweerder] zijn zowel in het jaar 2022, 2023 als in 2024 als zeer goed beoordeeld tijdens het jaarlijkse beoordelingsgesprek. Het laatste beoordelingsgesprek dateert van 6 januari 2025.
Op 6 februari 2025 heeft zich er een incident op de werkvloer bij Aqualectra voorgedaan waarbij [verweerder] was betrokken.
Na het incident heeft [verweerder] zijn excuses aangeboden aan de betrokken medewerkers van de afdeling Customer Relations Management (CRM).
Op 7 februari 2025 is tussen de directie en de HR-manager [HR-manager]([HR-manager]) enerzijds en [verweerder] anderzijds een gesprek gevoerd over het incident. Tijdens dit gesprek is aangekondigd dat een onderzoek zal worden ingesteld naar het incident en naar andere klachten die bij Aqualectra over het gedrag van [verweerder] zijn binnengekomen. [verweerder] is in verband met dat onderzoek voor vijf dagen op non-actief gesteld. De toegangspas van [verweerder] is vervolgens ingenomen.
Aqualectra heeft [verweerder] op 7 februari 2025 een brief gestuurd. Daarin staat onder meer het volgende:
“(…) Betreft Op non-actief stelling
Heden 7 februari 2025 heeft er een gesprek met 1.1 plaatsgevonden, waarbij aanwezig waren mevrouw [CFO](CFO) en de heer [HR-manager](Manager HR&GA).
De aanleiding voor dit gesprek is een incident dat op donderdag 6 februari 2025 plaatsvond op de afdeling Customer Relations Management (CRM), waarbij u betrokken was. Op deze datum heeft u zich om een bepaalde reden naar de afdeling begeven en u bent daar op een onbehoorlijke manier uitgevallen tegen meerdere Supervisors. Dit gedrag heeft een aanzienlijke impact gehad, waardoor een of meerdere Supervisors de rest van de dag niet of niet naar behoren konden functioneren.
Daarnaast hebben wij recentelijk klachten ontvangen van diverse collega's over de negatieve manier waarop u hen heeft bejegend.
Wij zien ons genoodzaakt om zowel het incident op de afdeling CRM als de genoemde klachten nader te onderzoeken.
In verband met dit onderzoek stellen wij u middels deze brief met ingang van heden, 7 februari 2025, tot en met 13 februari 2025 op non-actief met behoud van salaris, conform artikel 72 lid 1 (Ordemaatregel).
Na afronding van het onderzoek zullen wij u nader informeren over de bevindingen en mogelijke vervolgstappen. (…)”
Aqualectra heeft de vakbond en de voorzitter van de Raad van Commissarissen geïnformeerd over het onderzoek en de non-actiefstelling van [verweerder]. Tevens zijn een aantal medewerkers van de HRM afdeling en de Security afdeling geïnformeerd.
verweerder] heeft Aqualectra op 12 februari 2025 verzocht om in te stemmen met het verzoek om vijf vakantiedagen op te nemen. Het onderzoek was op dat moment nog niet afgerond. Aqualectra heeft ingestemd met dit verzoek. [verweerder] heeft uiteindelijk verlof opgenomen tot 21 februari 2025, waar Aqualectra mee heeft ingestemd.
Optima Arbodienst (Optima) heeft een onderzoek uitgevoerd en daarbij zijn medewerkers van de afdeling CRM en een medewerker van de afdeling FIRM gehoord. [verweerder] is ook gehoord door Optima. In het kader van het onderzoek heeft [verweerder] psychologische tests ondergaan.
Op 26 februari 2025 heeft Optima een rapportage van het onderzoek uitgebracht. In de rapportage staat onder meer het volgende:
“(…) Aanleiding
Op 10 februari 2025 ontving Optima Arbodienst een e-mail van de heer [HR-manager]na een eerder telefonisch overleg op 8 februari 2025. Het betrof een verzoek om een onderzoek en advies naar aanleiding van ernstige beschuldigingen van verbale agressie, intimidate en respectloos taalgebruik van de heer [verweerder], Manager General Counsel & Corporate Secretary, naar de collega's van de afdeling Customer Relations Management (CRM) toe. Daarnaast waren er ook klachten van diverse andere collega's over de negatieve manier waarop ze door hem worden bejegend. (…)
Beschouwing/Conclusie
De heer [verweerder] vertoont dominant en autoritair gedrag. Dit komt tot uiting in zijn communicatie, waarbij hij overkomt als iemand met een gevoel van superioriteit, die anderen kleineert en meest recent een agressieve, respectloze benadering ten opzichte van supervisors.
Zijn gedrag draagt bij tot een cultuur van angst en onzekerheid binnen het team. Collega's voelen zich geïntimideerd en niet gewaardeerd, wat resulteert in een toxische werkcultuur. Zijn manier van leidinggeven wordt zelfs gezien als misbruik van macht. De meest recente gebeurtenissen kunnen worden gezien als een niet op respectvolle wijze inzetten van zijn autoriteit. Dit zou het moreel van het team kunnen ondermijnen.
Zijn dominant en autoritair gedrag kan tot gevolg hebben dat collega's zich ongemakkelijk en gedemotiveerd kunnen gaan voelen, wat kan leiden tot een verminderde productiviteit. De heersende cultuur van angst kan ertoe leiden dat werknemers niet durven om openlijk samen te werken, wat de effectiviteit van het team zou kunnen belemmeren. Werknemers beschrijven het werkklimaat als "toxisch", waarbij het gebrek aan respect het vertrouwen in het leiderschap zou kunnen aantasten.
In feite is er sprake van grensoverschrijdend gedrag en dit kan gevolgen hebben voor de sociale veiligheid binnen Aqualectra. Met grensoverschrijdend gedrag wordt bedoeld het gedrag waar een van de partijen niet mee instemt. Bijvoorbeeld op fysiek, emotioneel of seksueel gebied. Dit soort gedrag kan als heel onprettig en soms zelfs traumatisch worden ervaren.
Sociale veiligheid op het werk houdt in dat iedereen binnen een organisatie respectvol met elkaar omgaat. Fouten mogen worden gemaakt en men mag zijn wie men is, zonder angst voor repercussies. Een sociaal veilige werkomgeving zorgt voor een goede sfeer en betrokkenheid bij de organisatie. Hierdoor worden werknemers productiever, creatiever en efficiënter. Sociale veiligheid is dus bepalend voor de kwaliteit van de dienstverlening.
Bij de heer [verweerder] is er sprake van een zeer milde ontwikkelingsstoornis. De hersenen verwerken hierdoor informatie op een andere manier dan bij andere mensen, Dit komt onder andere tot uiting in tekorten zijn in de sociaal-emotionele beeldvorming en wederkerigheid. Deze tekorten zijn blijvend, echter met de juiste begeleiding en behandeling kunnen deze tekorten verminderd worden.
Aanbevelingen
Om de situatie bij Aqualectra te verbeteren, worden de volgende aanbevelingen gedaan:
Coaching en interventie in het leiderschapsgedrag: (…)
Cultuurverandering binnen Aqualectra (…)
Psychosociale Ondersteuning voor Medewerkers (…)
Feedbacksysteem en Evaluatie (…)
Eindadvies
Op basis van de bevindingen en analyses is het van essentieel belang dat Aqualectra snel en doeltreffend ingrijpt om het gedrag van de heer [verweerder] aan te pakken. Het huidige werkklimaat schaadt zowel de medewerkers als de organisatie als geheel. Aqualectra meet zich inzetten voor het creëren van een gezonde werkcultuur waarin open communicatie, samenwerking en wederzijds respect centraal staan. Door leiderschapstrainingen, coaching voor medewerkers, en het bevorderen van een cultuur van openheid en assertiviteit kan de nodige verandering teweeggebracht worden. Tevens moet er blijvende aandacht zijn voor de werkdruk en de werksfeer, met regelmatige evaluaties om ervoor te zorgen dat de veranderingen daadwerkelijk leiden tot een positieve werkervaring voor alle medewerkers.
Door deze adviezen te implementeren, kan Aqualectra haar werkcultuur verbeteren, de prestaties van werknemers optimaliseren en een solide basis leggen voor toekomstige groei en succes. (…)”
Naar aanleiding van het rapport heeft Aqualectra met [verweerder] op 28 februari 2025 een gesprek gevoerd. Tijdens dat gesprek is onder meer besproken dat [verweerder] zich zal laten begeleiden door een coach. Tevens is er gesproken over de (mogelijke) re-integratie van [verweerder] naar zijn werkplek zonder dat daarover concrete afspraken zijn gemaakt.
verweerder] heeft in het gesprek van 28 februari 2025 verzocht om tot en met 10 maart 2025 vakantiedagen op te nemen vanwege een reeds voorgenomen reis. Aqualectra is akkoord gegaan met dit verzoek.
Tijdens voornoemd gesprek heeft [verweerder] tevens gevraagd of hij naar zijn werkplek mocht voor het ophalen van persoonlijke items. Aqualectra heeft hiermee ingestemd en [verweerder] heeft zijn toegangspas teruggekregen.
Op enig moment is [CTO]als Chief Technology Officer (CTO) toegetreden tot de directie van Aqualectra.
verweerder] is op 5 maart 2025 op zijn werkplek verschenen en heeft diverse werkzaamheden verricht, waaronder het tekenen van documenten en het doorsturen van e-mails naar de afdeling CRM. [CFO]was op 5 maart 2025 niet aanwezig.
Op 6 maart 2025 heeft [HR-manager] een Whatsappbericht naar [verweerder] gestuurd. In dat bericht* staat onder meer het volgende:
“[verweerder], goedemorgen. Hoe is het. Ik begreep dat je gisteren naar kantoor bent gekomen. Ook heb je een aantal documenten ondertekend. Doe gelieve niets zonder met mij en/of [CFO] af te stemmen tot het moment dat je terug bent zoals afgesproken. Wij zullen op papier zetten wat wij afgelopen vrijdag hebben besproken inclusief degene die je zal coachen/begeleiden. Gelieve hier rekening mee te houden. Groeten en fijne reis. [HR-manager].”
verweerder] heeft als volgt op dat bericht* gereageerd:
“(…) Goedemiddag [HR-manager]. Oh, oké, goed genoteerd. Ja, ik was er gisteren om wat dingen van mijn praktijk te doen en [medewerker 1] kwam naar me toe met wat spullen van de bank om te ondertekenen wat ik gedaan heb. Ik zit nu in het vliegtuig. Ik ben dinsdag weer terug op het eiland. Woensdag ben ik weer aan het werk. Ik heb deze in Afas gezet (…)”
Op 11 maart 2025 heeft [HR-manager] een Whatsappbericht* naar [verweerder] gestuurd. Daarin staat onder meer het volgende:
“(…) [verweerder], goede morgen. Fijne reis terug naar Curaçao. Zoals je in je app aangaf, ben je morgen, woensdag 12 maart terug op kantoor. Ik en [CFO] willen je morgen om 8 uur ‘s ochtends spreken op de kamer van [CFO]. Rekening houdend met hetgeen ik je heb geappt op 6 maart, hebben wij besloten om je toegangspas te blokkeren en je toegang tot e-mails, etc. Morgenochtend als je er bent, stuur mij een app en laat ik je toegangspas deblokkeren. Groeten. [HR-manager]. (…)”
verweerder] heeft gereageerd en in zijn bericht* staat onder meer het volgende:
“(…) Heb ik iets helemaal verkeerd of fout gedaan in deze situatie? Ik ben de weg helemaal kwijt met je mededeling dat jullie mijn toegangspas hebben geblokt, etc. Ik weet dat wij zullen zitten, maar wat is er gebeurd? (…)”
Op 12 maart 2025 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen Aqualectra en [verweerder] over de aanwezigheid van [verweerder] op 5 maart 2025 op de werkvloer. In dat gesprek heeft Aqualectra aangegeven dat het dienstverband niet kan worden gehandhaafd.
Op 16 maart 2025 heeft [verweerder] een Whatsappbericht naar de directie van Aqualectra gestuurd waarin hij aangeeft dat hij vertrouwen heeft in de samenwerking met de directie en hij zijn werk wil blijven doen. Ook geeft [verweerder] aan welke aanpak hij voor ogen heeft voor zijn re-integratie. Ook geeft hij aan dat hij op 15 maart 2025 bij de psycholoog is geweest.
Aqualectra heeft op 17 maart 2025 een gesprekverslag gestuurd van het gesprek van 12 maart 2025. Daarin staat onder meer het volgende:
“(…) Betreft: Schriftelijke bevestiging van het gesprek op 12 maart 2025 / Non-actiefstelling (…)
Tijdens het gesprek van 12 maart 2025, nadat u bent gehoord, is door de directie van Aqualectra aan u te kennen gegeven dat uw handelen c.q. gedrag op 5 maart 2025, zulks terwijl op 28 februari 2025 aan u te kennen is gegeven dat met Optima nog nader moet worden besproken wat de stappen zijn die moeten worden genomen om u eventueel weer tot het werk toe te laten etc., voor de directie van Aqualectra niet aanvaardbaar is. Uw uitleg en deze gedragingen zijn voor de directie van Aqualectra niet te begrijpen. Dit getuigt van het ontbreken van enige zelfreflectie bij uw persoon en/of het ondermijnen van het gezag van de directie van Aqualectra.
Los van het vorengaande is na het gesprek van 12 maart 2025, door Aqualectra ook nagegaan of hetgeen u op 12 maart 2025 inzake het ondertekenen van documenten hebt aangegeven op waarheid berust, geconcludeerd is dat het niet het geval is. De secretaresse van de directie heeft aangegeven nimmer u te hebben verzocht, of met u 28 februari 2025 of op een andere datum een afspraak te hebben gemaakt om op het werk te komen voor onder andere het tekenen van de documenten op 5 maart 2025.
Met uw vervolg gedragingen en/of het liegen jegens de directie van Aqualectra, is het reeds ernstige aangetaste vertrouwen van de directie van Aqualectra in uw persoon in zijn geheel komen te ontvallen en niet meer te herstellen. Een verdere werkrelatie mede gelet op uw functie binnen Aqualectra is dan ook onmogelijk geworden. Uw dienstverband met Aqualectra zal tot een einde moeten komen.
Alvorens verdere stappen daartoe te nemen heeft Aqualectra aan u, onder voorbehoud van alle rechten, in overweging gegeven om zelf ontslag te nemen zulks ter besparing van tijd en kosten en met inachtneming van uw verdere carrière elders. U heeft aan de directie van Aqualectra verzocht om hierover na te denken en de directie van Aqualectra heeft hiermee ingestemd. Aqualectra verneemt dan ook uiterlijk op woensdag 19 maart as. van u hierop. (…)”
Nadat Aqualectra hiervoor toestemming heeft gegeven, heeft er op verzoek van [verweerder] op 18 maart 2025 een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerder] en Optima. In het gespreksverslag staat onder meer het volgende:
“(…) Op 18 maart:2025 heeft het gesprek tussen dhr. [verweerder] en mij plaatsgevonden. Dhr. [verweerder] legde op kalme wijze uit wat zijn intenties waren op de betreffende dag. lk heb op mijn beurt uiteengezet wat de gevolgen van zijn handelen zijn geweest. Tevens bespraken wij uitvoerig het adviesrapport van Optima Arbodienst. Mijn advies aan dhr. [verweerder] was om de standpunten en beslissingen van de directie te accepteren. Gezien zijn ervaring, leeftijd en opleiding liggen er nog vele andere mogelijkheden voor hem open. Wel heb ik benadrukt dat het belangrijk is om niet zomaar ontslag te nemen zonder enige vorm van tegemoetkoming.
lk heb aangegeven met de directie van Aqualectra te zullen overleggen over de mogelijkheid tot een passende regeling na zijn eventuele ontslag. Een juridische stap zou voor beide partijen ongunstig zijn, gezien de impact op dhr. [verweerder] reputatie en toekomst. (…)”
De gemachtigde van [verweerder] heeft op 19 maart 2025 aan Aqualectra bericht dat zij namens [verweerder] zal reageren op de brief van 17 maart 2025.
Op dezelfde dag is [verweerder] verwijderd uit alle Whatsappgroepen van Aqualectra.
3. Het verzoek, het zelfstandig tegenverzoek en de standpunten van partijen
Het verzoek:
Aqualectra verzoekt het gerecht – samengevat – om de arbeidsovereenkomst tussen haar en [verweerder] te ontbinden zonder toekenning van een vergoeding aan [verweerder], met veroordeling van [verweerder] in de kosten van deze procedure.
Aqualectra verzoekt tot ontbinding wegens verandering in omstandigheden die volgens haar geheel te wijten zijn aan [verweerder]. Aqualectra stelt dat door het handelen van [verweerder] een onherstelbare vertrouwensbreuk is ontstaan met als gevolg dat er van een zodanig verstoring van de verhouding tussen de directie van Aqualectra en [verweerder] is ontstaan, dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Aqualectra stelt dat aan [verweerder] onder de onderhavige omstandigheden geen vergoeding toekomt. Als er wel een vergoeding dient te worden toegekend, kan dit volgens Aqualectra niet hoger uitvallen dan een bedrag van Cg 129.000 bruto gelet op artikel 5 van de Landsverordening Normering Topinkomens Curaçao (LNT).
verweerder] heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek van Aqualectra. [verweerder] betwist dat er sprake is van een duurzaam en ernstig verstoorde arbeidsrelatie en dat er geen grond bestaat voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. [verweerder] voert aan dat het verzoek tot ontbinding prematuur is en heeft verzocht tot wedertewerkstelling. Voor het geval dat het gerecht zou oordelen dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden, voert [verweerder] aan dat hem een vergoeding moet worden toegekend met een correctiefactor twee omdat de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever moet worden ontbonden en [verweerder] geen verwijt kan worden gemaakt.
Het zelfstandig tegenverzoek:
verweerder] heeft een zelfstandig tegenverzoek ingediend en het gerecht verzocht om:
I. Aqualectra te bevelen om [verweerder] per direct, althans binnen vijf dagen, vanaf de betekening van deze beschikking toe te laten tot zijn kantoor, met teruggave van zijn toegangspas en tot de IT systemen, en toe te laten zijn functie van General Counsel and Corporate Secretary en de daarbij behorende gebruikelijke werkzaamheden met alle daaraan verbonden taken en bevoegdheden uit te oefenen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van Cg 1.000 voor iedere dag dat Aqualectra nalaat uitvoering te geven aan dit bevel;
II. Aqualectra te bevelen om vooraf in goed overleg met [verweerder] af te stemmen wat intern over de terugkeer van [verweerder] zal worden gecommuniceerd.
III. Aqualectra te veroordelen in de kosten, met bepaling dat Aqualectra wettelijke rente over die kosten verschuldigd zal zijn indien deze niet binnen veertien dagen na het wijzen van de beschikking in deze procedure zijn voldaan.
verweerder] heeft verzocht om wedertewerkstelling omdat hij van mening is dat er geen grond is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst en er geen reden is om hem niet te laten terugkeren naar zijn functie.
Aqualectra heeft verweer gevoerd verweer en geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek en heeft daarbij verwezen naar dezelfde feiten en omstandigheden die zij aan haar ontbindingsverzoek ten grondslag heeft gelegd. Aqualectra heeft er verder op gewezen dat [verweerder] al vier maanden thuis heeft gezeten en [verweerder] geen procedure is gestart om weder te werk te worden gesteld.
4. De beoordeling
In het verzoek en het zelfstandig tegenverzoek
Gelet op de onderlinge samenhang zullen het ontbindingsverzoek van Aqualectra en het zelfstandig tegenverzoek tot wedertewerkstelling van [verweerder] gezamenlijk worden beoordeeld.
Opzegverbod
Naar het oordeel van het gerecht houdt het verzoek van Aqualectra geen verband met enig opzegverbod zodat dit een mogelijke ontbinding niet in de weg staat.
Ontbinding
Gelet op artikel 7A:1615w lid 1 BW zijn zowel de werknemer als de werkgever te allen tijde bevoegd zich wegens gewichtige redenen tot de rechter te wenden met het schriftelijk verzoek de arbeidsovereenkomst ontbonden te verklaren. Van zo’n gewichtige reden kan sprake zijn als zich veranderingen in de omstandigheden hebben voorgedaan welke van dien aard zijn dat de dienstbetrekking billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Van een hiervoor bedoelde verandering in de omstandigheden kan sprake zijn als de
verstoring van de arbeidsverhouding zodanig is dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het gaat daarbij om een ernstige en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.
Hoewel partijen het niet eens zijn over de noodzaak van ontbinding van de arbeidsovereenkomst is het gerecht van oordeel dat, zowel uit de overgelegde stukken als hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, genoegzaam is gebleken dat sprake is van een ernstige en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding waarin een vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk is. Het gerecht zal de arbeidsovereenkomst tussen partijen dan ook wegens veranderingen in de omstandigheden ontbinden. De arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden per 1 augustus 2025. Het zelfstandig tegenverzoek tot wedertewerkstelling zal worden afgewezen.
Bij het oordeel om de overeenkomst te ontbinden heeft het gerecht het volgende in overweging genomen. [verweerder] bekleedt binnen Aqualectra een hoge functie. Aqualectra heeft onweersproken gesteld dat [verweerder] de rechterhand is van de directie en dat het een vertrouwensfunctie betreft. Dat brengt niet alleen mee dat aan het handelen van [verweerder] hoge eisen mogen worden gesteld, maar ook dat de directie erop moet kunnen vertrouwen dat hij zijn handelen afstemt met de directie.
Op 6 februari 2025 heeft zich een incident voorgedaan met [verweerder]. [verweerder] is na het incident voor vijf dagen op non-actief gesteld en heeft daarna vakantie opgenomen. Door Aqualectra is een onderzoek ingesteld naar aanleiding van dit incident en vanwege andere nadien geuite klachten (met name afkomstig van collega’s van de afdeling CRM) over zijn gedrag. Op 28 februari 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de directie en de HR-manager enerzijds en [verweerder] anderzijds waarbij de conclusie in het onderzoeksrapport naar het gedrag van [verweerder] op de werkvloer en zijn re-integratie centraal stond. In dit gesprek is gesproken over een door [verweerder] te volgen coaching-traject alsmede over re-integratie. Aqualectra stelt dat het ging om een eventuele terugkeer naar de functie, wat door [verweerder] wordt betwist, maar het staat wel vast dat ook [verweerder] wist dat op dat moment de wijze van re-integreren nog niet duidelijk was en er nog gesprekken moesten worden gevoerd. Voordat de re-integratie vorm had gekregen en was aangevangen, is [verweerder] zonder overleg met de directie op 5 maart 2025 teruggekeerd naar zijn werkplek. Op die dag heeft [verweerder] diverse documenten getekend en heeft hij tevens e-mailberichten (door)gestuurd naar de afdeling CRM, waar een groot deel van de klachten over het gedrag van [verweerder] van afkomstig was. Daar komt nog bij dat ter zitting is gebleken dat [verweerder] de beslissing om te komen werken reeds op 28 februari 2025 (direct na het gesprek over re-integratie) heeft genomen nadat de secretaresse volgens [verweerder] hem had gevraagd of hij zou willen komen werken om bepaalde documenten te ondertekenen vanwege de afwezigheid van [CFO]als tekeningsbevoegde.
Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden en de aard van de functie had [verweerder] moeten begrijpen dat hij op 5 maart 2025 niet, en zeker niet zonder overleg met de directie, om welke reden dan ook op het werk had kunnen en moeten verschijnen. De directie had ook niet hoeven te verwachten dat [verweerder] op die dag op het werk zou verschijnen, nu hij tot 10 maart 2025 met verlof zou zijn. Door dit eigenmachtige optreden van [verweerder], het zonder overleg op het werk te verschijnen en werkzaamheden te verrichten, heeft hij de plannen van het bestuur in het kader van zijn (eventuele) terugkeer en het herstel van vertrouwen met (een deel van) het personeel doorkruist. Ook het aanzien van de directie over de aanpak van de problemen rondom [verweerder] werd daardoor ondermijnt. Het gevolg is dat de essentiële vertrouwensrelatie tussen hem en de directie onherstelbaar beschadigd is geraakt. Van Aqualectra kan in redelijkheid niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
verweerder] heeft aangevoerd dat het voor hem niet duidelijk was dat hij niet op het werk mocht verschijnen omdat dit niet met hem is gecommuniceerd. Er was geen sprake (meer) was van non-actiefstelling en hij had op 28 februari 2025 zijn toegangspas retour ontvangen. Hoewel het gerecht van oordeel is dat Aqualectra hierover niet duidelijk met [verweerder] heeft gecommuniceerd en daarmee steken heeft laten vallen, maakt dit niet dat er geen sprake is van een duurzaam en ernstig verstoorde arbeidsverhouding en staat het evenmin aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg, omdat hij ook - zoals hiervoor is weergegeven - uit zichzelf had moeten begrijpen dat hij van de werkvloer weg had moeten blijven. Ook het verweer van [verweerder] dat zijn functioneren de afgelopen jaren als goed tot zeer goed is beoordeeld en hem geen (ernstig) verwijt kan worden gemaakt, maakt dit niet anders.
Aqualectra heeft verder aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat [verweerder] heeft gelogen en feiten heeft verdraaid waardoor er (ook) een verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan. Het gerecht laat dit in het midden. Gelet op de gemotiveerde betwisting aan de zijde van [verweerder] staat dit niet vast en de ontbinding wordt op grond van het vorenstaande al toegewezen.
Vergoeding
Nu de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden staat vervolgens de vraag ter beoordeling of met het oog op de omstandigheden van het geval het billijk voorkomt dat aan [verweerder] op grond van artikel 7A:1615w lid 5 BW een vergoeding wordt toegekend, en zo ja, wat de hoogte van die vergoeding zal moeten zijn.
Anders dan Aqualectra primair heeft gesteld, is het gerecht van oordeel dat er geen aanleiding bestaat om [verweerder] geen vergoeding toe te kennen. Hoewel [verweerder] een verwijt kan worden gemaakt voor wat betreft de reden voor het ontbinden van de arbeidsovereenkomst, staat daartegenover dat Aqualectra – zoals hiervoor reeds heeft overwogen - in de gang van zaken eveneens steken heeft laten vallen. Zoals ook ter zitting is besproken is niet altijd even helder uitgesproken wat van [verweerder] werd verwacht ten tijde van zijn non-actiefstelling en zijn daaraan sluitende vakantie en kan daarmee ook aan Aqualectra een verwijt worden gemaakt.
Aqualectra heeft verder gesteld dat de aan [verweerder] toe te kennen vergoeding niet het bedrag van Cg 129.000 te boven mag gaan gelet op artikel 5 van de LNT, maar daarin kan het gerecht haar niet in volgen. [verweerder] heeft er terecht op gewezen dat uit artikel 7 lid 2 LNT volgt dat het hiervoor genoemde maximumbedrag niet geldt als de betaling voortvloeit uit een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Dat neemt echter niet weg dat het gerecht bij het bepalen van een billijke vergoeding wel degelijk de normerende werking van deze wet als relevante omstandigheid in haar overweging zal betrekken. Dit omdat de genoemde maximering van de LNT immers een in betrekkelijk recente wetgeving verankerde neerslag vormt van het maatschappelijk breed gedragen gevoel dat in de (semi) publieke sector in beginsel geen plaats (meer) is voor hoge ontslagvergoedingen die betaald worden uit de publieke middelen.
Verder zal het gerecht de tijd dat [verweerder] in dienst van Aqualectra is geweest (kleine zes jaar) bij haar beslissing betrekken en ook de leeftijd van [verweerder] (44 jaar). Ten gunste van [verweerder] zal er voorts rekening mee worden gehouden dat, zoals hij ter zitting onbetwist heeft gesteld, de vooruitzichten op een dienstbetrekking met eenzelfde loon gezien de arbeidsmarkt op Curaçao lastig zal zijn. Ook laat het gerecht meewegen dat [verweerder] eerder naar alle tevredenheid heeft gefunctioneerd en Aqualectra de werkzaamheden van [verweerder] in de jaren 2022, 2023 en 2024 als uitstekend heeft beoordeeld. Alles afwegende, acht het gerecht een billijke vergoeding ten bedrage van Cg 100.000 bruto aangewezen. De cessantia wordt geacht bij dit bedrag te zijn inbegrepen.
Nu aan de ontbinding een billijke vergoeding wordt verbonden, zal Aqualectra, gelet op artikel 7A:1615w lid 6 BW, in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in te trekken binnen de hierna genoemde termijn.
Proceskosten
In het geval dat Aqualectra overgaat tot intrekking van haar verzoek, zal zij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] omdat hij vanwege het ontbindingsverzoek kosten heeft moeten maken. Het gerecht begroot de proceskosten aan de zijde van [verweerder] in voormeld geval op een bedrag van Cg 1.500 aan salaris van de gemachtigde.
In het geval Aqualectra niet overgaat tot intrekking, is het gerecht is van oordeel dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat aan beide partijen een verwijt kan worden gemaakt waardoor er veranderingen in de omstandigheden zijn opgetreden en waardoor de arbeidsovereenkomst nu wordt ontbonden.
5. De beslissing
Het gerecht:
stelt partijen in kennis van haar voornemen de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2025 te ontbinden wegens veranderingen in de omstandigheden, onder toekenning van na te melden billijke vergoeding ten laste van Aqualectra;
stelt Aqualectra in de gelegenheid vóór 28 juli 2025 gebruik te maken van haar bevoegdheid het verzoek in te trekken;
veroordeelt Aqualectra voor zover zij haar verzoek intrekt, in de proceskosten aan de zijde van [verweerder] begroot op een bedrag van Cg 1.500 aan gemachtigdensalaris;
en, voor het geval dat Aqualectra niet vóór 28 juli 2025 tot intrekking van het ontbindingsverzoek zal overgaan:
ontbindt de tussen Aqualectra en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2025;
kent terzake van die ontbinding aan [verweerder] ten laste van Aqualectra een vergoeding toe van Cg 100.000 bruto;
compenseert de proceskosten in die zin dat ieder de eigen kosten draagt;
verklaart deze beschikking, voor wat betreft hetgeen onder 5.3. en 5.5. uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. I. Tubben, rechter, bijgestaan door
mr. M.R. Hoekstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken.